<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2026:2476</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-23T09:53:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11875911 RL EXPL  25-16956</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:2476">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:2476</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-23T09:52:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:2476 Rechtbank Den Haag , 05-02-2026 / 11875911 RL EXPL  25-16956</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2026:2476:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Effectenlease. Incident tot oproeping in vrijwaring wordt toegewezen. Dexia wordt toegestaan om haar tussenpersoon in vrijwaring op te roepen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2026:2476:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK DEN HAAG </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Den Haag</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>NAV/b</para>
      <para>Zaak-/rolnr.: 11875911 RL EXPL  25-16956</para>
      <para>5 februari 2026</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres] , </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eiseres in conventie in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in reconventie in de hoofdzaak en in het incident,</para>
      <para>verweerster in het vrijwaringsincident,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiseres] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. G. van Dijk (Leaseproces),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap DEXIA NEDERLAND B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,</para>
      <para>gedaagde in conventie in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseres in reconventie in de hoofdzaak en in het incident, </para>
      <para>eiseres in het vrijwaringsincident, </para>
      <para>hierna te noemen: Dexia, </para>
      <para>gemachtigde: USG Legal Professionals B.V. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van 3 september 2025;</para>
      <para>- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring tevens conclusie van antwoord <?linebreak?> 	in conventie en van eis in reconventie, met een incidenteel verzoek;</para>
      <para>- de incidentele conclusie van antwoord in vrijwaring tevens conclusie van repliek in <?linebreak?> 	conventie en van antwoord in reconventie. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis in incident bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil in het incident </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Dexia heeft gevorderd [naam] , wonende te [plaats] (hierna te noemen: [naam] ), in vrijwaring op te roepen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Aan haar vordering heeft Dexia het volgende ten grondslag gelegd. In de hoofdzaak wordt (onder meer) door [eiseres] gevorderd te verklaren voor recht dat Dexia onrechtmatig tegenover haar heeft gehandeld en dat [eiseres] als gevolg van dit handelen schade heeft geleden. De verwijten die [eiseres] Dexia maakt zien grotendeels op de wijze waarop de tussen partijen gesloten effectenleaseovereenkomst (hierna te noemen: de overeenkomst) is gesloten. [naam] was eigenaar van de eenmanszaak [bedrijf] en uit dien hoofde als tussenpersoon betrokken geweest bij de totstandkoming van de overeenkomst. Als de stellingen van [eiseres] in de hoofdzaak kloppen, dan zou dat betekenen dat [naam] zonder vergunning vergunningsplichtig advies heeft gegeven. In dat geval lijdt Dexia schade door toedoen van [naam] , reden waarom Dexia laatstgenoemde in vrijwaring wenst op te roepen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft verweer gevoerd. Volgens [eiseres] heeft Dexia niets gesteld over de rechtsverhouding tussen Dexia en [naam] op grond waarvan [naam] Dexia dient vrij te houden van de nadelige gevolgen van een veroordeling in de hoofdzaak. De rechtsverhouding tussen Dexia en [naam] betreft een totaal andere rechtsverhouding dan zoals tussen [eiseres] en Dexia van toepassing is. Ook betwist [eiseres] dat Dexia een schadevergoedingsvordering heeft op [naam] , want Dexia heeft er in het verleden op aangestuurd dat tussenpersonen beleggingsadvies gaven. Dan kan Dexia de tussenpersoon niet verwijten dat deze beleggingsadvies heeft gegeven. Het vrijwaringsincident wordt vooral opgeworpen om de procedure in de hoofdzaak te vertragen, aldus [eiseres] . </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Vooropgesteld wordt dat een vordering om een derde in vrijwaring op te roepen in beginsel toewijsbaar is als voldoende gemotiveerd en concreet wordt gesteld dat men krachtens een rechtsverhouding met die derde recht en belang heeft om de nadelige gevolgen van een ongunstige afloop van de hoofdzaak (gedeeltelijk) op die derde te verhalen, dit in een zoveel mogelijk tegelijkertijd met de hoofdzaak te behandelen vrijwaringszaak. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Dexia voldoende onderbouwd gesteld dat er tussen haar en [naam] een rechtsverhouding bestaat die voor [naam] de verplichting met zich kan brengen Dexia te vrijwaren voor aanspraken van [eiseres] . Tussen partijen staat immers vast dat [naam] als tussenpersoon heeft opgetreden bij de totstandkoming van de overeenkomst en dat [eiseres] aan Dexia – onder meer – verwijt dat de overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen nadat de tussenpersoon zonder vergunning vergunningsplichtig advies heeft gegeven. Of op dit punt in de relatie tussen Dexia en [naam] aan Dexia een verwijt kan worden gemaakt, zal zo nodig in de vrijwaringszaak bekeken moeten worden. Dat er tussen Dexia en [naam] mogelijk een andere rechtsverhouding geldt dan in de hoofdzaak is niet van belang.<footnote-ref linkend="_41f8d342-f28d-4e12-80ee-d9d2b791e25b" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Het verweer van [eiseres] dat toewijzing van de vordering tot oproeping in vrijwaring voor onredelijke vertraging zorgt wordt niet gevolgd. Het geschil in de hoofdzaak heeft betrekking op een overeenkomst die in 2002 is gesloten en in 2005 tot een einde zijn gekomen. Om haar moverende redenen heeft [eiseres] ervoor gekozen om niet in een eerder stadium een gerechtelijke procedure tegen Dexia te starten. In dat licht bezien valt, zonder nadere toelichting door [eiseres] , niet in te zien waarom toewijzing van de vordering tot oproeping in vrijwaring tot een onredelijke vertraging van de hoofdzaak leidt. Bovendien kan op grond van artikel 215 Rv op verzoek van een van de partijen afzonderlijk in de hoofdzaak worden beslist, als de hoofdzaak en de vrijwaringszaak niet tegelijk in staat van wijzen zijn. De vrees voor een onredelijke vertraging van de hoofdzaak wordt daarmee ook ondervangen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is de conclusie dat de vordering tot oproeping in vrijwaring wordt toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>
        [eiseres] wordt in het ongelijk gesteld. Daarom moet zij de proceskosten betalen. De kantonrechter stelt deze kosten vast op € 144,00 (1 punt x € 144,00) aan salaris voor de gemachtigde van Dexia.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in het incident:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>staat Dexia toe [naam] , wonende te [plaats] , tegen de terechtzitting van <emphasis role="bold">donderdag 2 april 2026 te 11:00 uur</emphasis> op te roepen, teneinde op de vordering tot vrijwaring te antwoorden en voort te procederen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 144,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in de hoofdzaak:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rolzitting van <emphasis role="bold">donderdag 2 april 2026 te 11:00 uur</emphasis> voor het nemen van een conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. E.A.W. Schippers, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 februari 2026.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_41f8d342-f28d-4e12-80ee-d9d2b791e25b" label="1">
    <para>
      <emphasis role="italic">Hoge Raad 10 april 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0567, NJ 1992, 446</emphasis>
    </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>