<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2026:2435</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-20T11:34:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/696694 / JE RK 25-2192</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:2435">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:2435</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-20T11:34:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:2435 Rechtbank Den Haag , 05-01-2026 / C/09/696694 / JE RK 25-2192</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2026:2435:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beschikking van de kinderrechter waarin de minderjarige voorlopig onder toezicht is gesteld en uit huis is geplaatst in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij de tante vaderszijde.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2026:2435:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Jeugd- en Zorgrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/09/696694 / JE RK 25-2192</para>
      <para>Datum uitspraak: 5 januari 2026</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Raad voor de Kinderbescherming</emphasis>,</para>
      <para>'sGravenhage,</para>
      <para>hierna te noemen: de Raad, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige]
        </emphasis>, geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [minderjarige] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>en</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vader]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de vader,</para>
      <para>hierna gezamenlijk te noemen: de ouders,</para>
      <para>wonende in [woonplaats]</para>
      <para>advocaat: mr. F.G.T. Meershoek uit Den Haag,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als informant aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de tante] ,</emphasis>
      </para>
      <para>hierna te noemen: de tante vaderszijde.	</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij beschikking van 24 december 2025 heeft de kinderrechter in deze rechtbank [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 7 januari 2026 en voor dezelfde duur een machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in accommodatie van een jeugdhulpaanbieder dan wel een voorziening voor pleegzorg. Het verzoek is voor het overige aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: </para>
      <para>- de beschikking van 24 december 2025 en de daarin genoemde stukken;</para>
      <para>- het bericht van namens de ouders met bijlagen van 31 december 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:</para>
      <para>- de vader met zijn advocaat en bijgestaan door een tolk;</para>
      <para>- de moeder met haar advocaat en bijgestaan door een tolk;</para>
      <para>- [naam 1] namens de Raad;</para>
      <para>- [naam 2] namens de gecertificeerde instelling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Voor de feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 24 december 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De Raad verzoekt [minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in accommodatie van een jeugdhulpaanbieder dan wel een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ter zitting heeft de Raad nader toegelicht dat verzocht wordt om een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in voorziening voor pleegzorg, te weten bij de tante vaderszijde.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd en ter zitting nader toegelicht. Er zijn grote zorgen over de basale zorg en veiligheid van [minderjarige] als zij met de ouders mee naar huis zou gaan. Zij heeft aangegeven dat zij mishandeld is door haar ouders en dat zij bang is dat haar vader haar iets aan zal doen vanwege haar geaardheid. Op 1 december 2025 heeft een medewerker van het Crisis Interventie Team (hierna: CIT) gezien dat de vader [minderjarige] probeerde te wurgen toen zij hem hierover vertelde. Ook heeft [minderjarige] zichzelf gesneden om haar stress te kunnen reguleren en suïcidale gedachten gehad. Het is noodzakelijk dat [minderjarige] op een andere plek verblijft om haar veiligheid te waarborgen en ervoor te zorgen dat zij niet uit het zicht van hulpverlening onttrokken wordt. De Raad is bezorgd dat [minderjarige] uit loyaliteit naar haar ouders zegt dat zij weer naar huis toe wil. Zij lijkt tussen twee culturen in te leven en het is belangrijk dat onderzocht wordt wat de invloed hiervan op [minderjarige] is. Er zijn zorgen over dat de ouders problemen ontkennen of bagatelliseren en dat [minderjarige] thuis niet zichzelf kan zijn. Op korte termijn is het nog niet mogelijk om de benodigde intensieve hulpverlening in het gezin in te zetten door wachtlijsten. De Raad heeft twijfels bij de plek waar [minderjarige] momenteel verblijft, omdat zij zichzelf daar ook beschadigd heeft en heeft geblowd. De Raad acht een plaatsing bij de tante vaderszijde, waarbij er veiligheidsafspraken gemaakt zullen worden, het meest passend. Er zal wel bij de tante nog een korte screening plaats moeten vinden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De standpunten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De ouders refereren zich aan het oordeel van de kinderrechter met betrekking tot de voorlopige ondertoezichtstelling. De ouders maken zich zorgen over [minderjarige] en staan open voor hulpverlening om haar te ondersteunen waar dat nodig is. Door en namens de ouders is primair verweer gevoerd tegen de machtiging tot uithuisplaatsing. Er wordt niet voldaan aan de juridische gronden voor een uithuisplaating. [minderjarige] wil graag naar huis toe en volgens de ouders hoeven er geen zorgen te zijn over haar veiligheid. Er zijn thuis wel eens mondelinge discussies, maar er heeft nooit fysiek geweld plaatsgevonden. De vader knuffelde [minderjarige] wat harder nadat zij had verteld dat zij op meisje valt, maar heeft niet geprobeerd om haar te wurgen. De vader is geschrokken van het nieuws, maar accepteert haar gevoelens. Verder mogen kinderen mogen geen vriend of vriendin mee naar huis nemen tot zij achttien zijn. De mondelinge discussies thuis komen doordat [minderjarige] haar zin wil krijgen of omdat zij ruzie heeft met haar zus. Hierbij kan [minderjarige] agressief worden, maar er wordt geen geweld richting haar gebruikt. De ouders staan open voor hulpverlening en willen zicht bieden op de thuissituatie. De hulpverlening mag langskomen en dagelijks telefonisch contact opnemen met [minderjarige] . Zodra [minderjarige] thuis is, zullen de ouders haar naar de huisarts brengen om te kijken wat zij nodig heeft. De ouders zijn bezorgd dat als [minderjarige] niet naar huis toe mag, zij zichzelf wat aan zal doen. De ouders maken zich wel zorgen over de veiligheid van [minderjarige] op de groep. Subsidiair hebben de ouders aangegeven dat als [minderjarige] niet naar huis toe mag, de ouders achter een plaatsing bij de tante vaderszijde kunnen staan. [minderjarige] heeft een goede band met de tante vaderszijde en de ouders weten dat [minderjarige] veilig is bij de tante vaderszijde. Volgens de vader zou [minderjarige] ook bij de grootouders vaderszijde kunnen verblijven. De ouders willen niet dat [minderjarige] langer bij [instelling] blijft. [minderjarige] doet daar dingen die zij thuis niet mag en de ouders maken zich zorgen om haar veiligheid daar. Ook heeft [minderjarige] zichzelf gesneden op de groep en de ouders vinden het belangrijk dat zij hiervoor hulp krijgt. De tante is beter in staat om [minderjarige] de benodigde structuur en controle te bieden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Desgevraagd onderschrijft de gecertificeerde instelling de zorgen en het verzoek van de Raad. De gecertificeerde instelling acht het van belang dat er eerst meer zicht komt op de thuissituatie voordat [minderjarige] naar huis gaat. De gecertificeerde instelling heeft geen uitdrukkelijk standpunt ingenomen over welke verblijfplek voor [minderjarige] het meest passend wordt geacht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Desgevraagd heeft de tante vaderszijde aangegeven dat zij zich zorgen maakt om [minderjarige] en over wat zij zal doen als zij niet naar huis toe mag. [minderjarige] is welkom bij de tante vaderszijde als zij niet naar huis toe mag en de tante vaderszijde zal volledig achter haar staan. Sinds [minderjarige] niet meer thuis verblijft heeft de tante vaderszijde dagelijks contact gehad. Verder heeft de tante vaderszijde haar zienswijze op een aantal gebeurtenissen gedeeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan.<footnote-ref linkend="_2877ae84-7047-4db5-831b-8b7c417a28c6" /> Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [minderjarige] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen. Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [minderjarige] uit huis wordt geplaatst.<footnote-ref linkend="_d8b9bc3d-2023-4a9c-b37b-1af52e8d47f7" /></para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Er zijn grote zorgen over [minderjarige] 's ontwikkeling. [minderjarige] heeft recent met haar familie gedeeld dat zij op meisjes valt en ervaart veel spanning. Zij lijkt de spanning te reguleren door zichzelf te snijden. [minderjarige] geeft momenteel aan weer naar huis te willen, maar heeft eerder aangegeven zich daar niet veilig te voelen en in het verleden fysiek mishandeld te zijn. Een medewerker van het CIT heeft aangegeven te hebben gezien dat de vader [minderjarige] probeerde te wurgen. [minderjarige] zelf zegt dat dit anders is gegaan. De vader zou in shock zijn geweest van het nieuws en de situatie is volgens haar nu anders. Hoewel de ouders ontkennen dat er fysiek geweld heeft plaatsgevonden, blijven de signalen daarvan en uitspraken daarover zorgelijk. Ook zijn er zorgen over dat [minderjarige] niet volledig zichzelf kan zijn thuis. Het is noodzakelijk dat de komende tijd een jeugdbeschermer betrokken blijft om meer zicht te krijgen op de thuissituatie en om de juiste hulp in te kunnen zetten. Daarnaast is het van belang dat [minderjarige] tot rust kan komen en dat van daaruit gewerkt kan worden aan een zorgvuldige stapsgewijze terugkeer naar huis. Bij de tante vaderszijde kan [minderjarige] de benodigde rust en steun krijgen. De kinderrechter gaat ervan uit dat de tante en de ouders zich zullen houden aan de veiligheidsafspraken die gemaakt zullen worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Daarom stelt de kinderrechter [minderjarige] voorlopig onder toezicht voor de duur van drie maanden. Ook machtigt de kinderrechter de gecertificeerde instelling om [minderjarige] uit huis te plaatsen tot 24 maart 2026.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>De beslissing tot voorlopige ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.<footnote-ref linkend="_2a79dd52-06f8-4c15-9ece-0524059b4661" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>stelt [minderjarige] voorlopig onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden met ingang van 7 januari 2026 tot 24 maart 2026;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij de tante vaderszijde, met ingang van 5 januari 2026 tot 24 maart 2026;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>verklaart de beslissing onder 6.2 uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para>Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 januari 2026 door mr. M.M.C. Limbeek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 19 januari 2026.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_2877ae84-7047-4db5-831b-8b7c417a28c6" label="1">
    <para> Artikel 1:257 BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d8b9bc3d-2023-4a9c-b37b-1af52e8d47f7" label="2">
    <para> Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2a79dd52-06f8-4c15-9ece-0524059b4661" label="3">
    <para> Artikel 2 Besluit gezagsregisters.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>