<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2026:1314</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-27T14:15:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL26.1592</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:1314">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:1314</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-27T14:15:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:1314 Rechtbank Den Haag , 27-01-2026 / NL26.1592</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2026:1314:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublin Duitsland – eerdere ervaringen in Duitsland – bijzondere, individuele omstandigheden – interstatelijk vertrouwensbeginsel – asielmotieven niet in Dublinprocedure – beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2026:1314:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL26.1592</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser, </bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer] ,</para>
      <para>(gemachtigde: mr. H.E. Visscher), </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Asiel en Migratie, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het besluit van 9 januari 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.<footnote-ref linkend="_0cd77e7d-a44b-4683-a4fa-134373748aef" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb<footnote-ref linkend="_7dfbd7cb-0e53-4422-9c0b-34e8d5bf414e" /> uitspraak zonder zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1996 en heeft de Tunesische nationaliteit. Hij heeft op 15 november 2025 asiel aangevraagd in Nederland. </para>
    <para />
    <para>2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen. Uit onderzoek in Eurodac is gebleken dat eiser op 29 september 2023 in Zwitserland, op 10 september 2024 in Nederland en op 22 september 2024 in Duitsland al een asielaanvraag heeft ingediend. Verweerder heeft daarom op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder b, van de Dublinverordening<footnote-ref linkend="_2b4ca0c3-b9a1-4e6d-9231-6b1d48b7c98a" /> de Duitse autoriteiten verzocht om eiser terug te nemen. De Duitse autoriteiten hebben dit verzoek op 26 november 2025 geaccepteerd op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder d, van de Dublinverordening. </para>
    <para />
    <para>3. Eiser kan zich niet verenigen met het bestreden besluit en voert daartegen aan dat overdracht aan Duitsland achterwege moet blijven, omdat hij zich daar onveilig heeft gevoeld. Eiser stelt dat hij in Duitsland is achtervolgd, bedreigd en mishandeld, terwijl de Duitse autoriteiten hem niet hebben kunnen of willen beschermen. Gelet hierop kan niet van hem worden verwacht dat hij zich tot de Duitse autoriteiten wendt. Op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening en paragraaf C2/5.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 had verweerder gebruik moeten maken van zijn discretionaire bevoegdheid om zijn asielaanvraag in Nederland in behandeling te nemen, nu sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat overdracht van onevenredige hardheid getuigt. Verweerder heeft deze omstandigheden onvoldoende betrokken bij zijn beoordeling, waardoor het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid en onvoldoende is gemotiveerd. Gelet op het voorgaande heeft verweerder gehandeld in strijd met het EVRM, <footnote-ref linkend="_e6ffdf74-6a44-4303-a4df-c3172bc3eb8b" /> de wet en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. In beginsel mag verweerder ten opzichte van Duitsland, dat evenals Nederland partij is bij het EVRM en het Vluchtelingenverdrag, uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit is reeds bevestigd in de uitspraken van de Afdeling<footnote-ref linkend="_d6ab26fc-1476-49ea-8095-2bcba8a9876a" /> van 25 januari 2024,<footnote-ref linkend="_d7b75789-1442-40b9-bd71-7aeeb9f265b5" /> 6 mei 2024<footnote-ref linkend="_e38b11df-f1d1-4477-b4e2-da7245eb97b2" /> en 14 februari 2025.<footnote-ref linkend="_cca19a39-4b2e-4f1e-8e70-1bb001d4c8a3" /> Het ligt op de weg van eiser om aannemelijk te maken dat in zijn geval hier niet van kan worden uitgegaan. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser er niet in is geslaagd aannemelijk te maken dat de Duitse autoriteiten hun verdragsverplichtingen jegens hem niet zullen nakomen en dat bij terugkeer een situatie zal ontstaan die in strijd is met artikel 3 van het EVRM of artikel 4 van het Handvest.<footnote-ref linkend="_7b2e3354-31b0-4130-ad22-33efa476f83b" /> Ook is niet gebleken van ernstige, structurele tekortkomingen in het asielsysteem of de opvangvoorzieningen. Eiser heeft met zijn verklaringen over zijn eerdere ervaringen in Duitsland ook niet aannemelijk gemaakt dat hij niet kan klagen bij de Duitse (hogere) autoriteiten. Eiser heeft namelijk verklaard dat hij aangifte heeft gedaan bij de politie in Duitsland.<footnote-ref linkend="_2c241b66-8ce4-4f28-97a5-a62d36fc9d6d" /> Niet is onderbouwd dat klagen bij de Duitse autoriteiten voor eiser niet mogelijk of bij voorbaat zinloos is. </para>
    <para />
    <para>5. Verder heeft verweerder in de door eiser gestelde omstandigheden evenmin reden hoeven zien om de verantwoordelijkheid aan zich te trekken. Het betreffen geen bijzondere individuele omstandigheden die maken dat overdracht aan Duitsland onevenredig moet worden geacht. Daarbij heeft verweerder ervan uit mogen gaan dat eisers eerdere ervaringen in Duitsland al betrokken zijn in de beoordeling op het punt van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en daarom niet nogmaals een rol kunnen spelen in het kader van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening.<footnote-ref linkend="_135110ed-6158-41de-9285-efeeada08b3b" /> Ook dient eiser zijn asielrelaas bij de Duitse autoriteiten naar voren te brengen, nu zij verantwoordelijk zijn voor de inhoudelijke behandeling van zijn asielaanvraag. In de Dublinprocedure wordt niet beoordeeld of eiser in aanmerking komt voor een dergelijke verblijfsvergunning.<footnote-ref linkend="_f832455f-2a9e-449c-89a6-7c1d4dc2763c" /> Verweerder heeft dan ook in redelijkheid kunnen beslissen dat er geen aanleiding is om de asielaanvraag van eiser onverplicht aan zich te trekken met toepassing van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening.</para>
    <para />
    <para>6. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser terecht niet in behandeling genomen. Het beroep is ongegrond. </para>
    <para />
    <para>7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 27 januari 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl. </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over verzet</emphasis>
      </para>
      <para>Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_0cd77e7d-a44b-4683-a4fa-134373748aef" label="1">
    <para> Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_7dfbd7cb-0e53-4422-9c0b-34e8d5bf414e" label="2">
    <para> Algemene wet bestuursrecht.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2b4ca0c3-b9a1-4e6d-9231-6b1d48b7c98a" label="3">
    <para> Verordening (EU) nr. 604/2013. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e6ffdf74-6a44-4303-a4df-c3172bc3eb8b" label="4">
    <para> Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d6ab26fc-1476-49ea-8095-2bcba8a9876a" label="5">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d7b75789-1442-40b9-bd71-7aeeb9f265b5" label="6">
    <para> ECLI:NL:RVS:2024:292.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e38b11df-f1d1-4477-b4e2-da7245eb97b2" label="7">
    <para> ECLI:NL:RVS:2024:1902.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cca19a39-4b2e-4f1e-8e70-1bb001d4c8a3" label="8">
    <para> ECLI:NL:RVS:2025:588.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7b2e3354-31b0-4130-ad22-33efa476f83b" label="9">
    <para> Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2c241b66-8ce4-4f28-97a5-a62d36fc9d6d" label="10">
    <para> Aanmeldgehoor Dublin, pagina 5.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_135110ed-6158-41de-9285-efeeada08b3b" label="11">
    <para> Volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 25 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:717.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f832455f-2a9e-449c-89a6-7c1d4dc2763c" label="12">
    <para> Volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:266.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>