<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2026:1311</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-27T14:06:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL26.1581</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:1311">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:1311</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-27T14:05:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:1311 Rechtbank Den Haag , 27-01-2026 / NL26.1581</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2026:1311:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewaring – Roemenië – ongegrond – lichter middel – voortraject</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2026:1311:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL26.1581</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer]</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. P.R.L.V.M. Kruik),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Asiel en Migratie, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: [gemachtigde] ).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 9 januari 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 21 januari 2026 op zitting behandeld. Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.<?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1975 en de Roemeense nationaliteit te hebben.  <?linebreak?></para>
    <bridgehead role="italic">Strafrechtelijk voortraject</bridgehead>
    <para />
    <para>2. Eiser voert ter zitting aan dat hij op 27 december 2025 Nederland is ingereisd. Aan eiser is direct een M127 is uitgereikt, maar er is nagelaten om eiser naar het vliegveld te begeleiden. Eiser is strafrechtelijk veroordeeld voor bedelen en heeft hiervoor in strafrechtelijke detentie gezeten. Verweerder had het openbaar ministerie kunnen verzoeken om de aan eiser opgelegde straf voor het bedelen te passeren en eiser ook meteen zelfstandig kunnen laten terugreizen, wat hem negentien dagen inbewaringstelling had gescheeld. Eiser had immers zelf al een vliegticket bij zich. <?linebreak?></para>
    <para>3. Deze beroepsgrond slaagt niet. Verweerder stelt in dit kader terecht dat het strafrechtelijke voortraject in deze beroepsprocedure bij de bestuursrechter niet ter toetsing voorligt. Daarbij is het uitgangspunt dat een vrijheidsstraf in beginsel dient te worden uitgezeten. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Maatregel van bewaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Verweerder heeft als zware gronden<footnote-ref linkend="_cc14a38a-fe09-4f67-9cbf-d78aaff17495" /> vermeld dat eiser: <?linebreak?>- <emphasis role="italic">3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan; </emphasis><?linebreak?>- <emphasis role="italic">3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;</emphasis><?linebreak?>- <emphasis role="italic">3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;</emphasis><?linebreak?>en als lichte gronden<footnote-ref linkend="_68377f46-41b7-44fe-a9cf-d59592dbd584" /> heeft verweerder vermeld dat eiser:<?linebreak?>- <emphasis role="italic">4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden; </emphasis><?linebreak?>- <emphasis role="italic">4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft; </emphasis><?linebreak?>- <emphasis role="italic">4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.</emphasis></para>
    <para />
    <para>5. Eiser voert aan dat in de maatregel van bewaring onduidelijk is wat aan eiser wordt tegengeworpen. Dit is een gebrek in de informatievoorziening.<footnote-ref linkend="_0446a34c-1abb-4079-8e90-f77f24459f11" /> In de maatregel zijn tekstblokken opgenomen en geen kopjes. Ondanks dat er aan eiser een informatiebrief is overgelegd, is in de opgelegde maatregel van bewaring sprake van een schending van het schriftelijkheidsvereiste met toespitsing op de situatie van eiser. </para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank volgt eiser in zijn standpunt dat de gronden van de maatregel niet puntsgewijs – en met het gebruik van tussenkopjes – in de maatregel zijn opgenomen. Wel is de rechtbank van oordeel de maatregel van bewaring alle noodzakelijke elementen bezit, zodat geen sprake is van een gebrek in de informatievoorziening. Zo zijn de grondslag, de gronden en de motivering van de inbewaringstelling in de maatregel van bewaring opgenomen en voldoende uiteengezet. Daarbij heeft verweerder er op gewezen dat aan eiser ook een informatiefolder is uitgereikt, waarin wel duidelijker per grond is aangevinkt wat hem wordt tegengeworpen. Niet is gebleken dat verweerder niet heeft voldaan aan zijn informatieplicht of aan het schriftelijkheidsvereiste. Deze beroepsgrond slaagt derhalve niet. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Lichter middel </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. In het kader van zijn standpunt dat verweerder een lichter middel had moeten toepassen, voert eiser aan dat hij op 7 december 2025 naar Nederland is gekomen omdat hij een afspraak had met zijn arts op 22 januari 2026 in het oogziekenhuis in Rotterdam. <?linebreak?></para>
    <para>8. De rechtbank stelt vast dat eiser de zware en lichte gronden niet heeft betwist. De rechtbank is van oordeel dat deze gronden feitelijk juist zijn en voldoende zijn toegelicht in de maatregel van bewaring. Deze gronden kunnen de maatregel van bewaring dragen, zodat het risico op onttrekking reeds daarmee is gegeven. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dat niet is gebleken dat een lichter middel doeltreffend is om dit risico te ondervangen. Uit onder meer eisers eigen stelling van een geplande medische behandeling blijkt dat hij niet wenst terug te keren naar Roemenië. Daarbij geldt dat bij de vraag of een lichter middel moet worden toegepast te worden beantwoord in het kader van de terugkeer van eiser en niet op het kunnen verkrijgen van medische behandelingen. Tot slot heeft verweerder terecht overwogen dat eiser wist dat hij niet in Nederland mocht zijn en dat er in Roemenië voldoende medische behandeling aanwezig is.  </para>
    <para />
    <para>9. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.</para>
    <para />
    <para>10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep ongegrond;</para>
    <para>- wijst het verzoek om schadevergoeding af.<?linebreak?></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 27 januari 2026 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>. </para>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_cc14a38a-fe09-4f67-9cbf-d78aaff17495" label="1">
    <para> Artikel 5.1b, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_68377f46-41b7-44fe-a9cf-d59592dbd584" label="2">
    <para> Artikel 5.1b, vierde lid, van het Vb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0446a34c-1abb-4079-8e90-f77f24459f11" label="3">
    <para> Artikel 5.3 van het Vb. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>