<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2026:11621</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-02T11:24:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-05-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12127920 RP VERZ 26-50257</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2026-0801</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2026-0801</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:11621">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:11621</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-27T12:17:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2026:11621 Rechtbank Den Haag , 13-05-2026 / 12127920 RP VERZ 26-50257</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2026:11621:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De kantonrechter verklaart zich onbevoegd in arbeidsgeschil tussen werknemer en de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). IOM geniet op grond van een Verdrag met Nederland immuniteit van rechtsmacht in ‘every form of legal process’, dus ook in louter privaatrechtelijke geschillen. De kantonrechter komt ook geen rechtsmacht toe als forum necessitatis op grond van artikel 9 Rv en 6 EVRM, omdat de kantonrechter ervan uitgaat dat voor werknemer buiten Nederland een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang openstaat, althans heeft gestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2026:11621:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK DEN HAAG </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Den Haag  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>EiV/cd</para>
      <para>Rep.nr.: 12127920 RP VERZ 26-50257</para>
      <para>13 mei 2026</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>, <?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,<?linebreak?>verzoeker,</para>
      <para>hierna: [verzoeker] ,<?linebreak?>gemachtigde: mrs. E.J. van der Voort en R.W.L. Russel,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">International Organisation for Migration (IOM)</emphasis>,</para>
      <para>kantoorhoudende te Den Haag,<?linebreak?>verweerster,</para>
      <para>hierna: IOM.<?linebreak?></para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift van 27 februari 2026 met producties 1 t/m 8; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van IOM van 21 april 2026;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de spreekaantekeningen van [verzoeker] .</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 30 april 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Namens [verzoeker] zijn voornoemde gemachtigden verschenen. Namens IOM is niemand verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat op de zitting naar voren is gebracht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Vervolgens is de datum van de beschikking bepaald op vandaag.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>IOM is een aan de Verenigde Naties gelieerde intergouvernementele organisatie die zich inzet voor wereldwijd migratiebeleid.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [verzoeker] is op 19 september 2011 in dienst getreden bij IOM in de functie van [functie 1] , aanvankelijk op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de duur van één jaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De arbeidsovereenkomst van [verzoeker] is meerdere malen voor bepaalde tijd verlengd. Per 1 december 2012 is de functie van [verzoeker] gewijzigd naar [functie 2] . Per die datum zijn ook de <emphasis role="italic">IOM Staff Regulations and Conditions of Service </emphasis>op de arbeidsovereenkomst van toepassing verklaard. De functie van [verzoeker] is nadien nog tweemaal gewijzigd, per 12 februari 2016 naar [functie 3] en per 16 mei 2017 naar [functie 4] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De arbeidsovereenkomst is door IOM per 31 december 2025 beëindigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [verzoeker] verzoekt dat de kantonrechter, uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">primair</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>voor recht verklaart dat [verzoeker] een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft, overeenkomstig artikel 7:668a BW;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de opzegging van de arbeidsovereenkomst vernietigt;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>IOM verplicht om [verzoeker] binnen 24 uur na betekening van deze beschikking toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden, tot het moment dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd, onder verbeurte van een dwangsom;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>voor recht verklaart dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen dient te worden gewijzigd op zodanige wijze dat deze in overeenstemming is met het op de arbeidsovereenkomst toepasselijke Nederlandse dwingende arbeidsrecht, en IOM veroordeelt de arbeidsovereenkomst dienovereenkomstig aan te passen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>voor recht verklaart dat IOM onrechtmatig heeft gehandeld tegenover [verzoeker] door in strijd te handelen met de wet door de Nederlandse arbeidsovereenkomst te laten afwijken van Nederlands recht;</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">subsidiair</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>6. voor recht verklaart dat [verzoeker] een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft, overeenkomstig artikel 7:668a BW;</para>
      <para>7. een billijke vergoeding toekent wegens het onrechtmatig beëindigen van de arbeidsovereenkomst;</para>
      <para>8. een transitievergoeding toekent op basis van artikel 7:673 lid 1 BW, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het opeisbaar worden van dit bedrag;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">primair en subsidiair</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>9. IOM veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na betekening van deze beschikking.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Op de standpunten van partijen wordt – voor zover relevant – hierna ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft op 21 april 2026 een kopie ontvangen van een brief die IOM heeft gestuurd aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Uit die brief blijkt dat IOM zich op het standpunt stelt dat zij immuniteit van rechtsmacht geniet en dat de kantonrechter zich daarom onbevoegd dient te verklaren. [verzoeker] heeft (via zijn gemachtigden) op de zitting kennisgenomen van de brief en heeft daarop kunnen reageren. Aangezien de kantonrechter ook ambtshalve moet toetsen of hij in deze procedure bevoegd is, kan verder in het midden worden gelaten of IOM met haar brief aan het Ministerie bedoeld heeft zich in deze procedure te stellen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Immuniteit van rechtsmacht</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt ten aanzien van de immuniteit van IOM het volgende voorop. In artikel 23 lid 1 van het Statuut van de Internationale Organisatie voor Migratie (Venetië, 19 oktober 1953) is bepaald dat IOM de voorrechten en immuniteiten geniet die nodig zijn voor de uitoefening van haar functies en de verwezenlijking van haar doeleinden. In lid 3 is bepaald dat deze voorrechten en immuniteiten worden omschreven in overeenkomsten tussen IOM en de betrokken staten, of vastgesteld door middel van andere door deze staten genomen maatregelen. In het geval van Nederland is de uitwerking hiervan vastgelegd in het op 28 maart 2012 gesloten Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Internationale Organisatie voor Migratie inzake de juridische status, de privileges en immuniteiten van de Organisatie en haar medewerkers in Nederland. Artikel 3 sub a van dat Verdrag bepaalt (Engelstalig): <emphasis role="italic">The Organization, its funds, assets and other property, wherever located and by whomever held, shall enjoy immunity from every form of legal process, except in so far as in any particular case the Organization has expressly waived its immunity. It is, however, understood that no waiver of immunity shall extend to any measure of execution.</emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Uit voornoemd artikel 3 van het Verdrag volgt – zoals IOM in haar brief aan het Ministerie ook schrijft – dat IOM in Nederland immuniteit van rechtsmacht geniet voor ‘<emphasis role="italic">every form of legal process</emphasis>’, tenzij IOM in een individueel geval uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van die immuniteit. De immuniteit van IOM heeft dus ook betrekking op arbeidsgeschillen zoals de onderhavige. Het door [verzoeker] aangevoerde verweer dat IOM in de arbeidsverhouding met hem enkel als privaatrechtelijke entiteit heeft gehandeld en geen sprake is geweest van overheidshandelen treft dan ook geen doel, omdat IOM ook immuniteit van rechtsmacht geniet in (louter) privaatrechtelijke geschillen. Verder blijkt uit de brief van IOM dat zij geen afstand heeft willen doen van haar immuniteit. De kantonrechter komt daarom in beginsel geen rechtsmacht toe in deze procedure.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Geen forum necessitatis</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [verzoeker] stelt zich verder op het standpunt dat de kantonrechter ondanks de immuniteit van IOM rechtsmacht heeft op grond van artikel 9 Rv en artikel 6 EVRM, omdat het voeren van de aangewezen gerechtelijke procedure buiten Nederland volgens [verzoeker] onmogelijk is, althans een inbreuk zou zijn op zijn recht op een eerlijk proces. De kantonrechter verwerpt dit standpunt van [verzoeker] . In artikel 11 van de op de arbeidsovereenkomst van toepassing verklaarde <emphasis role="italic">Staff Regulations </emphasis>is een rechtsgang beschreven op grond waarvan [verzoeker] de mogelijkheid heeft om in intern administratief bezwaar te gaan tegen het beëindigen van zijn arbeidsovereenkomst, waarna hij in (intern) appèl kan gaan bij het <emphasis role="italic">Joint Administrative Review Board</emphasis> van IOM. Vervolgens kan hij hoger beroep instellen bij het <emphasis role="italic">Administrative Tribunal of the International Labour Organization </emphasis>(ook wel het ‘<emphasis role="italic">ILO Administrative Tribunal</emphasis>’). In ieder geval dit laatste tribunaal bestaat uit zeven rechters van verschillende nationaliteiten, opereert onafhankelijk van IOM en heeft rechtsmacht over de arbeidsgeschillen van 62 internationale </para>
        <para>(VN-)organisaties. De kantonrechter ziet geen aanleiding om op voorhand aan te nemen dat in deze voorgeschreven rechtsgang inbreuk zal worden gemaakt op het recht van [verzoeker] op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM. [verzoeker] heeft dat standpunt ook niet onderbouwd. Nu de kantonrechter er daarom van uitgaat dat voor [verzoeker] buiten Nederland een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang openstaat, althans open heeft gestaan, komt de kantonrechter ook geen rechtsmacht toe als <emphasis role="italic">forum necessitatis</emphasis>.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De conclusie van de voorgaande overwegingen is dat de kantonrechter zich bij gebrek aan rechtsmacht in deze procedure onbevoegd moet verklaren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>
        [verzoeker] krijgt in deze procedure ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van IOM worden echter vastgesteld op nihil.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van de verzoeken;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten, aan de zijde van IOM vastgesteld op nihil.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. O. van der Burg en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 mei 2026.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>