<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:9809</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-04T10:10:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.46384</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:9809">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:9809</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-04T10:09:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:9809 Rechtbank Den Haag , 02-06-2025 / NL24.46384</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:9809:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aanvraag verblijf bij gestelde partner – geen mvv – geen vrijstelling mvv-vereiste – duurzame en exclusieve relatie niet aangetoond – beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:9809:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL24.46384</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres], eiseres,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer],</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M.S. Yap),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Asiel en Migratie, verweerder,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 25 oktober 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het weigeren van een verblijfsvergunningregulier voor bepaalde tijd ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 17 april 2025 op zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Verder is verschenen [referent], referent.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiseres stelt te zijn geboren op [datum] 1980 en de Albanese nationaliteit te hebben. Zij verblijft sinds 8 december 2022 feitelijk in Nederland. Eiseres heeft op 7 september 2023 een aanvraag ingediend voor de verlening van een verblijfsvergunning voor gedaan voor het verblijfsdoel ‘gezinsvorming bij partner, de heer [partner]’.</para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen bij besluit van 2 januari 2024 (het primaire besluit) en die beslissing bij het bestreden besluit gehandhaafd, omdat eiseres niet beschikt over een geldige mvv.<footnote-ref linkend="_3007b0e4-4aed-48d8-8c6a-0a45c9de4631" /> Verweerder heeft overwogen dat eiseres niet wordt vrijgesteld van het mvv-vereiste omdat tussen eiseres en referent geen sprake is van gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM.<footnote-ref linkend="_4ef59125-9c95-4cdc-986f-d401ed40d3be" /> Het is volgens verweerder niet aangetoond dat eiseres met referent een reële en in voldoende mate met een huwelijk op een lijn te stellen relatie heeft als bedoeld in paragraaf B7/3.8 van de Vc.<footnote-ref linkend="_a878b778-e848-476a-a826-16aa291669db" /></para>
    <para>3. Eiseres stelt in beroep dat verweerder ten onrechte heeft overwogen dat eiseres en referent hun familieleven niet hebben aangetoond. Zij verwijst naar de eerder overgelegde stukken en naar een in beroep overgelegde verklaring van referent en aanvullend overgelegde bewijzen van vliegtickets en foto’s. Referent heeft een tijd in detentie verbleven, waardoor het lastig was om bewijsstukken te verzamelen. Daarbij is de medische gesteldheid van referent relevant. Eiseres stelt dat zij samenwoont met referent en zijn vader. In dit kader beroept eiseres zich op de hardheidsclausule. Verweerder had eiseres en referent moeten horen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt afgewezen als de vreemdeling voor wie de vergunning wordt gevraagd niet beschikt over een geldige mvv. Degene van wie uitzetting in strijd zou zijn met het artikel 8 van het EVRM hoeft echter geen geldige mvv te hebben.<footnote-ref linkend="_bd9ddc8c-1b94-4e8c-953a-7faec275e074" /> Artikel 8 van het EVRM beschermt onder meer het recht op eerbiediging van het familie- en gezinsleven. Verweerder neemt het bestaan van familie- en gezinsleven in de zin van dit artikel aan tussen partners in een reële en in voldoende mate met een huwelijk op een lijn te stellen (homo- of heteroseksuele relatie).<footnote-ref linkend="_0a5c1e17-28a8-4cdf-9fe6-c81915e96766" /></para>
    <para />
    <para>5. Verweerder heeft terecht geconcludeerd dat in dit geval niet is gebleken van familieleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM, omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat tussen haar en referent sprake is van reële en in voldoende mate met een huwelijk op een lijn te stellen relatie. Verweerder heeft terecht overwogen dat niet is gebleken hoe eiseres de gestelde relatie met referent vormgeeft. Daarbij heeft verweerder er al in het primaire besluit op gewezen dat eiseres heeft nagelaten de vragenlijst over haar relatie met referent volledig in te vullen, alsmede om bewijzen over te leggen van de gestelde relatie en feitelijke uitoefening van het gestelde gezinsleven. In bezwaar is nadere onderbouwing achterwege gebleven. Daargelaten dat de verklaring van referent eerst in beroep is opgesteld, bevat deze verklaring niet of nauwelijks informatie over de feitelijke invulling van de relatie met eiseres. Dit geldt ook voor de overgelegde bevestiging van een  vlucht van Tirana naar Dortmund. De in beroep overgelegde foto’s zijn momentopnamen van ontmoetingen tussen eiseres en referent. Niet is gebleken dat eiseres feitelijk samenwoont met referent. Er is geen bewijs van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. De overgelegde schriftelijke verklaringen van een familievriend en een buurvrouw dat eiseres en referent sinds eind 2022 samen zijn vormen daarvoor geen voldoende en objectief verifieerbaar bewijs. Dat eiseres sinds april 2024 onder controle is bij dezelfde huisarts als die van referent vormt evenmin bewijs van een gezamenlijke huishouding of samenwoning. Zoals verweerder terecht heeft overwogen mag van eiseres worden verwacht dat zij een  duurzame en exclusieve relatie met referent die sinds 8 december 2022 zou bestaan, kan onderbouwen met objectief verifieerbare bewijsstukken. Het ontbreken van rechtmatig verblijf in Nederland maakt dat niet anders.</para>
    <para />
    <para>6. Nu tussen eiseres en referent geen familie- en gezinsleven is aangetoond, is een nadere belangenafweging niet aan de orde en heeft verweerder terecht geconcludeerd dat artikel 8 van het EVRM zich niet verzet tegen de uitzetting van eiseres. </para>
    <para>7. Verweerder kan afzien van het mvv-vereiste als het vasthouden hieraan naar zijn oordeel zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.<footnote-ref linkend="_824cb329-5166-4279-bdab-5347f4a7ae1f" /> Op grond van verweerders beleid wordt de hardheidsclausule toegepast als aan alle voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning wordt voldaan, afgezien van het mvv vereiste.<footnote-ref linkend="_61d58047-cb4a-4725-b350-74e42cacc852" /> Daar is in het geval van eiseres geen sprake van, omdat niet aannemelijk is gemaakt dat eiseres en referent een duurzame en exclusieve relatie hebben. Verweerder heeft zich op dan ook op het standpunt mogen stellen toepassing van de hardheidsclausule in dit geval niet aan de orde is. </para>
    <para />
    <para>8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder onder de gegeven omstandigheden heeft kunnen concluderen dat het bezwaar kennelijk ongegrond is en dat kon worden afgezien van het horen van eiseres of referent op het bezwaar. Daarbij  heeft verweerder kunnen wijzen op de onvoldoende inspanningen van eiseres en referent om een complete, voldoende onderbouwde aanvraag in te dienen. </para>
    <para />
    <para>9. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 2 juni 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Bent u het niet eens met deze uitspraak?</emphasis>
      </para>
      <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_3007b0e4-4aed-48d8-8c6a-0a45c9de4631" label="1">
    <para> Machtiging tot voorlopig verblijf.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4ef59125-9c95-4cdc-986f-d401ed40d3be" label="2">
    <para> Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a878b778-e848-476a-a826-16aa291669db" label="3">
    <para> Vreemdelingencirculaire 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bd9ddc8c-1b94-4e8c-953a-7faec275e074" label="4">
    <para> Zie artikel 3.71, eerste lid, en tweede lid, onder l, van het Vreemdelingenbesluit 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0a5c1e17-28a8-4cdf-9fe6-c81915e96766" label="5">
    <para> Paragraaf B7/3.8.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000</para>
  </footnote>
  <footnote id="_824cb329-5166-4279-bdab-5347f4a7ae1f" label="6">
    <para> Op grond van artikel 3.71, derde lid, van het Vb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_61d58047-cb4a-4725-b350-74e42cacc852" label="7">
    <para> Paragraaf B1/4.1. van de Vreemdelingencirculaire 2000.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>