<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:9767</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-03T15:53:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.23105</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:9767">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:9767</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-03T15:52:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:9767 Rechtbank Den Haag , 03-06-2025 / NL25.23105</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:9767:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>BZ. Eerste beroep. Nigeriaanse. Lichter middel. Ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:9767:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL25.23105</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. S.T.V. Le),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Asiel en Migratie, verweerder,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. K. Bruin).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 16 mei 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd.<footnote-ref linkend="_31efed16-66d7-4037-91d6-f5d9cfbf0faa" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft desgevraagd ingestemd met een schriftelijke afdoening van het beroep. Eiser heeft op 23 mei 2025 de gronden van beroep ingediend. Op dezelfde dag heeft verweerder een reactie op de gronden van het beroep ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 2 juni 2025 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1979 en de Nigeriaanse nationaliteit te hebben. Eisers asielaanvraag is op 5 maart 2025 niet in behandeling genomen, waarbij is bepaald dat eiser zal worden overgedragen aan Frankrijk.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Maatregel van bewaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. In de maatregel van bewaring heeft verweerder terecht overwogen er concrete aanwijzingen bestaan dat eiser onder werkingssfeer van de Dublinverordening<footnote-ref linkend="_440b6dbe-e7cf-4e40-8012-3e9043ec0496" /> valt. Verder heeft verweerder overwogen dat de maatregel nodig is, omdat een significant risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Als zware gronden<footnote-ref linkend="_f2830d37-54fa-4416-913c-15c8270f2552" /> zijn in de maatregel vermeld dat eiser:</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">3e. in verband met zijn aanvraag om toelating onjuiste of tegenstrijdige gegevens heeft verstrekt over zijn identiteit, nationaliteit of de reis naar Nederland of een andere lidstaat;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">3f. zich zonder noodzaak heeft ontdaan van zijn reis- of identiteitsdocumenten;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">3k. een overdrachtsbesluit heeft ontvangen en geen medewerking verleent aan de overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">3m. een overdrachtsbesluit heeft ontvangen en onmiddellijke overdracht of overdracht op zeer korte termijn noodzakelijk is ten behoeve van het realiseren van de overdracht binnen zes maanden na het akkoord van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>En als lichte gronden<footnote-ref linkend="_1dea8bdf-b164-4e9f-80a4-683071899cd2" /> zijn in de maatregel vermeld dat eiser:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan. </emphasis>
        </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para>3. Eiser betwist de zware grond 3a. Hiertoe voert hij aan dat hij met een door de Franse autoriteiten verstrekt geldig visum Nederland is ingereisd, zodat hij hiermee Nederland op de voorgeschreven wijze is binnengekomen.</para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank is van oordeel dat de zware gronden 3a en 3e feitelijk juist zijn en daarom terecht aan de maatregel van bewaring ten grondslag zijn gelegd. Niet is gebleken dat eiser bij zijn binnenkomst in Nederland beschikte over geldige reispapieren. Voor zover aan eiser door de Franse autoriteiten een visum is verstrekt met als doel ‘toerisme’ geldt dat eiser tijdens het gehoor voorafgaand aan de oplegging van de maatregel heeft verklaard dat hij één dag in Frankrijk heeft verbleven om daarna naar Nederland af te reizen, omdat hij in Nederland asiel wil vragen en alhier wil blijven wonen.<footnote-ref linkend="_edbd39f2-96df-4c5e-8e0f-d0f4a5c29393" /> Hiermee heeft eiser het visum voor een ander doel gebruikt dan waarvoor het was verstrekt. De zware gronden 3a en 3e zijn voldoende om aan te nemen sprake is van een significant risico op onttrekking aan het toezicht en kunnen de maatregel van bewaring dus zelfstandig dragen. De beroepsgronden behoeven daarom geen verdere bespreking.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Lichter middel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verder voert eiser aan dat verweerder had moeten volstaan met een lichter middel. Uit eisers gedrag is namelijk niet gebleken dat hij zich zou onttrekken aan het toezicht. Hij heeft altijd in een AZC<footnote-ref linkend="_afd7171a-ca2b-40c0-8312-e81c3d17bf33" /> verbleven en zich altijd aan zijn wekelijkse meldplicht gehouden. Hierbij verwijst hij naar een uitspraak van 12 februari 2021 van deze rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch.<footnote-ref linkend="_838780dd-3902-43c0-a6f6-8898df4809b0" /> Daarnaast is volgens eiser sprake van medische bijzonderheden en staat hij onder medische behandeling. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat niet is gebleken dat een lichter middel doeltreffend kan worden toegepast om het vastgestelde risico op onttrekking te ondervangen. Daarbij heeft verweerder er in de maatregel specifiek op gewezen dat eiser aangeeft dat hij niet terug wil keren naar Frankrijk en dat hij geen medewerking wil verlenen aan een overdracht naar Frankrijk. Eiser heeft verder zijn gestelde medische bijzonderheden niet onderbouwd. In de maatregel van bewaring heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat in het detentiecentrum een medische dienst beschikbaar is die eiser medische zorg kan bieden. Deze medische zorg in het detentiecentrum is gelijkwaardig aan de medische hulpverlening in de vrije maatschappij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ambtshalve toets</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Ook overigens is er geen reden voor het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig was.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.</para>
    <para />
    <para>7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep ongegrond; en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek om schadevergoeding af.<?linebreak?></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 3 juni 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_31efed16-66d7-4037-91d6-f5d9cfbf0faa" label="1">
    <para> Op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_440b6dbe-e7cf-4e40-8012-3e9043ec0496" label="2">
    <para> Verordening (EU) nr. 604/2013.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f2830d37-54fa-4416-913c-15c8270f2552" label="3">
    <para> Artikel 5.1b, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1dea8bdf-b164-4e9f-80a4-683071899cd2" label="4">
    <para> Artikel 5.1b, vierde lid, van het Vb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_edbd39f2-96df-4c5e-8e0f-d0f4a5c29393" label="5">
    <para> Proces-verbaal van gehoor van 16 mei 2025, p. 4 van 7.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_afd7171a-ca2b-40c0-8312-e81c3d17bf33" label="6">
    <para> Asielzoekerscentrum.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_838780dd-3902-43c0-a6f6-8898df4809b0" label="7">
    <para> Rb Den Haag (zittingsplaats ’s-Hertogenbosch) 12 februari 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:1079.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>