<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:9708</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-02T20:44:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.9146</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:9708">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:9708</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-02T20:43:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:9708 Rechtbank Den Haag , 02-06-2025 / NL24.9146</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:9708:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Derdelander Oekraïne. TKB. Beroep gegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:9708:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Groningen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL24.9146 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [naam] V-nummer: [nummer] , eiser</title>
    <para>(gemachtigde: mr. D.S. Harhangi-Asarfi),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Asiel en Migratie. </title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend omdat de minister een terugkeerbesluit heeft opgelegd.  <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.<footnote-ref linkend="_2269b9b6-3ad4-4d48-b318-20fc1439d41e" /></para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para>
      <?linebreak?>2.	In de uitspraken van 23 april 2025<footnote-ref linkend="_bdf64710-49aa-4169-a0d9-2e447ba99968" /> heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) geoordeeld dat de minister in 2023 de tijdelijke bescherming van zogenoemde derdelanders in Nederland die daarvóór een tijdelijk verblijf hadden in Oekraïne, eerder mocht beëindigen dan de tijdelijke bescherming van Oekraïners, staatlozen en derdelanders met een permanent verblijf. De bescherming van derdelanders in Nederland die vóór het uitbreken van de oorlog tijdelijk verblijf hadden in Oekraïne, is geëindigd op <?linebreak?>4 maart 2024. Dit betekent dat zij vanaf 4 maart 2024 geen recht hebben op verblijf in Nederland op grond van de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming.<footnote-ref linkend="_18e5f607-a234-4402-b4f4-b434c119ed57" /></para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In de aangehaalde uitspraken heeft de Afdeling ook geoordeeld dat de minister deze derdelanders vóór 4 maart 2024 niet mocht opdragen om de Europese Unie te verlaten door middel van het opleggen van een terugkeerbesluit. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>3.	In de situatie van eiser heeft de minister vóór 4 maart 2024 een terugkeerbesluit opgelegd. Gelet op het oordeel van de Afdeling in de hiervoor aangehaalde uitspraken is het beroep reeds om die reden gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit.</para>
      </parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen </title>
    <para />
    <para>4. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt en het terugkeerbesluit wordt vernietigd. </para>
    <para />
    <para>5. De minister moet de door eiser gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 907,00.<footnote-ref linkend="_c09d49f9-2e72-4b8d-991d-7061304a98a2" /><?linebreak?><emphasis role="bold">Beslissing</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt het aan eiser opgelegde terugkeerbesluit van 7 februari 2024;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 907,00.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>mr. J. Dijkstra, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Bent u het niet eens met deze uitspraak?</emphasis>
      </para>
      <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_2269b9b6-3ad4-4d48-b318-20fc1439d41e" label="1">
    <para>Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bdf64710-49aa-4169-a0d9-2e447ba99968" label="2">
    <para> ECLI:NL:RVS:2025:1829, ECLI:NL:RVS:2025:1827 en ECLI:NL:RVS:2025:1836.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_18e5f607-a234-4402-b4f4-b434c119ed57" label="3">
    <para> Richtlĳn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tĳdelĳke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c09d49f9-2e72-4b8d-991d-7061304a98a2" label="4">
    <para> Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 1.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>