<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:5530</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-11T16:45:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-03-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.13226</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:5530">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:5530</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-04-03T08:30:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:5530 Rechtbank Den Haag , 31-03-2025 / NL25.13226</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:5530:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervolgberoep; ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:5530:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL25.13226</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 maart 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], v-nummer: [nummer], eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. F.H. Bruggink),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Asiel en Migratie.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De minister heeft op 8 januari 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek op zitting achterwege blijft en daarom het vooronderzoek gesloten op 27 maart 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw 2000 dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.<footnote-ref linkend="_1d51341d-4f30-4b84-9b26-22b97599b060" /></para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 28 januari 2025 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was.<footnote-ref linkend="_329f4170-5f97-4414-a7e3-1c267a1222ef" /> Daarom beoordeelt de rechtbank nu alleen of de maatregel van bewaring sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek (op 21 januari 2025) rechtmatig is.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is er zicht op uitzitting binnen een redelijke termijn?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Eiser betoogt dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn. Volgens eiser is niet bekend dat ook maar één uitzetting naar Algerije in bijvoorbeeld de afgelopen drie maanden heeft plaatsgevonden. Uit de verslagen van de meest recente vertrekgesprekken blijkt dat eiser geen gebrek aan medewerking kan worden verweten.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank stelt voorop dat zicht op uitzetting naar Algerije in het algemeen niet ontbreekt.<footnote-ref linkend="_bbe3b76b-27c4-40c2-bb7a-d48f10829175" /> Eiser heeft niet onderbouwd dat dit in zijn geval anders is. Uit de M120 blijkt dat er op 13 januari 2025 een laissez passer-aanvraag is gedaan en dat deze tot op heden in behandeling is bij de Algerijnse autoriteiten. Aan de Algerijnse autoriteiten mag enige tijd worden gegund om de afgifte van een laissez passer in orde te maken. Dat eiser geen gebrek aan medewerking toont maakt dit niet anders. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?</emphasis>
        </para>
        <para>4. 	Eiser heeft zijn overige gronden die zien op het voortvarend handelen van de minister en de belangenafweging niet onderbouwd. De rechtbank toetst deze gronden en het voortduren van de maatregel dan ook ambtshalve.<footnote-ref linkend="_5767164a-df9b-495f-8717-4ca560bc8f1a" /> De rechtbank ziet geen reden om het beroep gegrond te verklaren vanwege onrechtmatigheid van de bewaring.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J.H. Boerhof, rechter, in aanwezigheid van S. Voolstra, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_1d51341d-4f30-4b84-9b26-22b97599b060" label="1">
    <para> Dat staat in artikel 96, derde lid, van de Vw 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_329f4170-5f97-4414-a7e3-1c267a1222ef" label="2">
    <para> Rb Den Haag (zp Arnhem), 13 januari 2025, NL25.52008 (niet gepubliceerd).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bbe3b76b-27c4-40c2-bb7a-d48f10829175" label="3">
    <para> ABRvS 6 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1892.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5767164a-df9b-495f-8717-4ca560bc8f1a" label="4">
    <para> Vergelijk ABRvS26 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2829.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>