<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:3023</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-27T10:09:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-02-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-02-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.7962</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RVS:2025:1856" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2025:1856, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:3023">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:3023</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-02-27T16:44:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-02-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:3023 Rechtbank Den Haag , 27-02-2025 / NL25.7962</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:3023:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eerste beroep bewaring, grondslag, geen effectieve en daadwerkelijke beëindiging verblijf, geen materiële wijziging van omstandigheden, gronden niet betwist, beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:3023:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL25.7962</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], eiser</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: mr. P.H. Hillen),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Minister van Asiel en Migratie,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. K. Kanters).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 19 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 26 februari 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser heeft de Poolse nationaliteit en is geboren op [datum] 1983.</para>
    <para />
    <para>2. Eiser voert aan dat hij rechtmatig in Nederland verblijft. Hij is na het besluit van 28 augustus 2024, waarmee zijn verblijfsrecht als EU-onderdaan werd beëindigd, teruggekeerd naar Polen. Hij heeft daar drie maanden verbleven. In die periode heeft hij in een afkickkliniek gezeten en af en toe zwart gewerkt. Daarmee heeft hij Nederland daadwerkelijk en effectief verlaten. Hierbij verwijst eiser naar het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 22 juni 2021<footnote-ref linkend="_9226d1fc-5338-4137-9b58-bbcc2cb3a367" /> en een uitspraak van de Afdeling<footnote-ref linkend="_a4b77567-db06-4705-8baa-1e58716dbd06" /> van 23 februari 2022.<footnote-ref linkend="_6c1f8f36-7cd3-409a-8e98-1574248b3ba2" /></para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank overweegt als volgt. Niet in geschil is dat bij beschikking van 28 augustus 2024 is vastgesteld dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft op grond van het Unierecht. Een Unieburger ten aanzien van wie het verblijfsrecht is ingetrokken, verkrijgt alleen opnieuw verblijfsrecht op het grondgebied van het gastland wanneer hij zijn verblijf op dat grondgebied daadwerkelijk en effectief heeft beëindigd.<footnote-ref linkend="_b83382a2-0a66-41a1-bdaa-d29c6854b8d2" /> De duur van de periode waarin de Unieburger buiten het grondgebied van het gastland verblijft, is voor de vaststelling van de daadwerkelijke en effectieve beëindiging van belang, maar niet beslissend. Hoe langer de afwezigheid van de Unieburger van het grondgebied van het gastland, hoe meer daaruit blijkt dat het verblijf daadwerkelijk en effectief is beëindigd. Daarnaast zijn elementen van belang waaruit blijkt dat de Unieburger zijn banden met het gastland heeft verbroken, waarbij relevante omstandigheden van het geval dienen te worden betrokken. Aan het vereiste dat de banden met het gastland zijn verbroken is dus niet voldaan zolang, gelet op alle omstandigheden van het geval, niet kan worden aangenomen dat de Unieburger zijn tijdelijke verblijf op het grondgebied van het gastland daadwerkelijk en effectief heeft beëindigd. In dat geval is het gastland (in dit geval Nederland) niet verplicht om een nieuw besluit te nemen over het Unierechtelijke verblijfsrecht. Het gastland kan zich daarvoor dan baseren op het eerdere besluit.</para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat eiser zijn verblijf in Nederland niet daadwerkelijk en effectief heeft beëindigd. De enkele stelling van eiser dat hij na het besluit van 28 augustus 2024 enkele maanden is teruggekeerd naar Polen, daar in een afkickkliniek heeft gezeten en af en toe heeft gewerkt, is hiervoor onvoldoende. Daarbij komt dat eiser heeft verklaard dat hij in Polen een identiteitskaart heeft aangevraagd met als doel een bankrekening te openen om in Nederland werk en een woning te vinden. Deze omstandigheden leiden ertoe dat eiser zijn banden met Nederland niet heeft verbroken. </para>
    <para />
    <para>5. Uit het arrest van het Hof van Justitie volgt dat een vreemdeling desondanks rechtmatig op het grondgebied van het gastland kan verblijven, indien er sprake is van een materiële wijziging van omstandigheden. Het enkele feit dat eiser nu over een identiteitskaart beschikt is onvoldoende voor het oordeel dat sprake is van een materiële wijziging van omstandigheden. Hierbij wordt ook in aanmerking genomen dat eiser onder vergelijkbare omstandigheden is aangetroffen voorafgaand aan zijn inbewaringstelling als ten tijde van het besluit van 28 augustus 2024. Gelet hierop kan verweerder zich baseren op het eerdere besluit van 28 augustus 2024. De maatregel van bewaring op grond </para>
    <para>van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw is dus gebaseerd op de juiste grondslag. De beroepsgrond slaagt niet.</para>
    <para />
    <para>6. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. In de maatregel staan als zware gronden<footnote-ref linkend="_fabfbb0a-bd8b-4ef7-8df0-2571ad0ca604" /> vermeld dat eiser:</para>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;<?linebreak?>3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;<?linebreak?>3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven; </para>
      <para>en als lichte gronden<footnote-ref linkend="_dd026b3f-aaec-4012-a323-46230faba7bf" /> vermeld dat eiser:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;<?linebreak?>4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;<?linebreak?>4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. De rechtbank stelt vast dat eiser de gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag zijn gelegd, niet heeft betwist. Naar het oordeel van deze rechtbank zijn deze gronden feitelijk juist en voldoende gemotiveerd, kunnen zij de maatregel dragen en zijn ze voldoende om een risico op onttrekking aan te nemen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ambtshalve toetsing  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. Tot slot leidt ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig was. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>9. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. </para>
    <para />
    <para>10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep ongegrond;</para>
    <para>- wijst het verzoek om schadevergoeding af.<?linebreak?></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 27 februari 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_9226d1fc-5338-4137-9b58-bbcc2cb3a367" label="1">
    <para> ECLI:EU:CE:2021:506.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a4b77567-db06-4705-8baa-1e58716dbd06" label="2">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6c1f8f36-7cd3-409a-8e98-1574248b3ba2" label="3">
    <para> ECLI:NL:RVS:2022:562.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b83382a2-0a66-41a1-bdaa-d29c6854b8d2" label="4">
    <para> Als bedoeld in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 22 juni 2021, ECLI:EU:CE:2021:506.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fabfbb0a-bd8b-4ef7-8df0-2571ad0ca604" label="5">
    <para> Artikel 5.1b, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dd026b3f-aaec-4012-a323-46230faba7bf" label="6">
    <para> Artikel 5.1b, vierde lid, van het Vb. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>