<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:27977</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-22T08:26:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-02-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/625393 / HA ZA 22-179</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27977">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27977</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-22T08:26:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:27977 Rechtbank Den Haag , 26-02-2025 / C/09/625393 / HA ZA 22-179</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:27977:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindvonnis na benoeming deskundige. Wanprestatie aannemer. Gevorderde schadevergoeding toegewezen wegens gebreken in de dakconstructie.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:27977:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Den Haag</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Den Haag</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/09/625393 / HA ZA 22-179</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 26 februari 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [partij A]
        </emphasis>, te [woonplaats] ,</para>
      <para>eiseres in conventie,</para>
      <para>verweerster in reconventie,</para>
      <para>advocaat: mr. M.P.M. Riep, te Den Bosch,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [partij B] B.V</emphasis>., te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>gedaagde in conventie,</para>
      <para>eiseres in reconventie,</para>
      <para>advocaat: mr. A. Stretton, te Leiden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [partij A] en [partij B] genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 31 januari 2024 en de daarin onder 1.1 genoemde stukken; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de aktes uitlaten concept-rapport deskundige van partijen van 26 juni 2024 en 3 juli 2024, met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het deskundigenrapport (met bijlagen) van 30 juli 2024; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusies na deskundigenbericht van partijen van 11 september 2024 en             9 oktober 2024, met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de antwoordconclusies van partijen van 6 november 2024, met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de aktes uitlaten producties van partijen van 20 november 2024.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De vonnisdatum is nader bepaald op vandaag.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt voorop er oog voor te hebben dat het plotselinge overlijden tijdens de procedure van [naam 1] , enig aandeelhouder en bestuurder van [partij B] B.V., voor zijn nabestaanden zeer ingrijpend moet zijn geweest. De rechtbank begrijpt dat de procedure na dit overlijden de materiële belangen van de erfgenamen raakt, hoewel zij geen (formele) procespartij zijn. Het voorgaande neemt niet weg dat de rechtbank in deze procedure op zakelijke wijze de ingestelde vorderingen en het daartegen gevoerde verweer dient te beoordelen. Daartoe overweegt zij het volgende.  </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het deskundigenrapport </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij voornoemd tussenvonnis is ing. [naam 2] van Kiwa BDA Dak- en Geveladvies B.V. (hierna: de deskundige of [naam 2] ) als onafhankelijk deskundige benoemd om onderzoek te doen naar het dak van de loopstal van [partij A] , dat in 2019 door [partij B] is vernieuwd. [partij A] stelt dat sprake is van wanprestatie (met name omdat het dak niet water- en lichtdicht is, onvoldoende isolerend is en omdat gevelpanelen voor de dakconstructie zijn gebruikt in plaats van dakpanelen) en dat volledige vervanging van het dak nodig is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De in het kader van het uit te voeren deskundigenonderzoek aan de deskundige voorgelegde vragen gaan in de kern over de vraag of het dak voldoende waterdicht, luchtdicht en isolerend is, of de gebruikte gevelpanelen geschikt zijn om als dakpaneel te worden toegepast en wat de herstelkosten zouden zijn als er sprake is van gebreken in de dakconstructie. Deze vragen luiden als volgt: </para>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>Zijn de door [partij B] gebruikte panelen geschikt als constructieplaat voor het dak op de loopstal? </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Is het dak (voldoende) isolerend? </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Is het dak (voldoende) water- en luchtdicht? </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Is in de stal sprake van lekkages? Zo ja, wat is daarvan de meest waarschijnlijke oorzaak? </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Is in de stal (tussen de daklagen of elders) sprake van condensvorming? Zo ja, wat is daarvan de meest waarschijnlijke oorzaak? </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Is er sprake van een gebrek in de dakconstructie? </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Als er gebreken zijn in de dakconstructie, zijn deze gebreken te wijten aan de manier waarop [partij B] zijn werk heeft gedaan? </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Als er gebreken zijn in de dakconstructie, welke werkzaamheden moeten worden verricht om deze gebreken te herstellen? Zijn de gebreken afzonderlijk te herstellen of is vervanging van het hele dak nodig? </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Als er gebreken zijn in de dakconstructie, op welk bedrag begroot u de kosten van herstel? </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Is het dak aangebracht op de manier waarop een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot zou hebben gehandeld, rekening houdend met de stand van de techniek en de kosten van de tenuitvoerlegging?  </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling? </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Het onderzoek is uitgevoerd op 25 april 2024 door [naam 2] en ing. [naam 3] (van Kiwa BDA Dak- en Geveladvies B.V.), in het bijzijn van partijen en hun adviseurs en advocaten en een monteur van [partij B] . Er is een visuele inspectie gedaan en er zijn testen uitgevoerd om inzicht te krijgen in water- en luchtdoorlatendheid. De resultaten zijn neergelegd in een definitieve rapportage met bijlagen van 30 juli 2024 (hierna: het rapport). Daarin is de deskundige ingegaan op opmerkingen en verzoeken van partijen. Opmerkingen zijn verwerkt en wanneer dat niet het geval was, is de reden daarvan vermeld.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>In het rapport is voor zover van belang het volgende vermeld: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">“1.3 	Aanleiding </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [partij A] heeft het dak van een loopstal laten vervangen door [partij B] . De bedoeling is de stal te verbouwen tot een verblijf met logiesbestemming en deels woonbestemming. In 2019 is het oude dak verwijderd en is een nieuw dak geleverd en gemonteerd. Voor het nieuwe dak zijn sandwichpanelen gebruikt met daaroverheen een dakpanprofielplaat. [partij A] is niet tevreden over het geleverde werk en stelt dat er sprake is van vochtproblemen (lekkages en/of condensvorming). [partij A] stelt dat volledige vervanging van het dak nodig is. (…)</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Beantwoording vragen </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vraag 1: </emphasis>
      </para>
      <para>Zijn de door gedaagde gebruikte panelen geschikt als constructieplaat voor het dak op de loopstal? </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Antwoord: </emphasis>
      </para>
      <para>De sandwichpanelen zijn ontworpen als gevelpanelen, maar kunnen constructief mogelijk ook als dakpaneel worden toegepast. Dit is niet gebruikelijk. Gevelpanelen zijn in een dakconstructie niet waterdicht waardoor een extra waterdichte laag/schil moet worden aangebracht. </para>
      <para>De dikte van het sandwichpaneel moet zijn afgestemd op de belastingen en overspanning tussen de gordingen. Deze belastingen zijn anders dan bij gevelconstructies. Volgens een e-mail van [naam 4] voldoen de panelen ten aanzien van de maximale doorbuiging. De daadwerkelijk berekening heb ik niet opgemerkt. </para>
      <para>Gezien de geringe overspanning (1,4 m) van de sandwichpanelen is het wel aannemelijk dat deze geschikt zijn om als constructieplaat over gordingen (houten balken) toe te passen. Het dak is vooralsnog vlak. Er zijn geen doorbuigingen zichtbaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vraag 2: </emphasis>
      </para>
      <para>Is het dak (voldoende) isolerend? </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Antwoord: </emphasis>
      </para>
      <para>Omdat ‘voldoende’ tussen haakjes staat, toets ik de isolatiewaarde op twee manieren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een dakconstructie van een woongebouw of logiesgebouw, waarvan de bouwvergunning is afgegeven voor 2020, moet een warmteweerstand (Rc) hebben van minimaal 6,0 m2K/W. De warmteweerstand van de toegepaste panelen is 3,58 m2K/W en van de totale dakconstructie 3,75 m2K/W. De warmteweerstand van het dak voldoet niet aan de eisen van Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Dit komt neer op de eisen van het toen geldende Bouwbesluit 2012. Bij totale vervanging van de dakconstructie moet aan nieuwbouweisen worden voldaan. </para>
      <para>Het is voor mij niet duidelijk wat de afspraken zijn geweest tussen [partij A] en [partij B] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het dak is wel voldoende geïsoleerd om te kunnen verwarmen en om condensatie aan het binnenoppervlak te voorkomen. Als voorbeeld: in 2015 is de Rc-waarde verhoogd van 3,5 m2K/W naar 6,0 m2K/W. Voor 2015 zou de isolatiewaarde nog voldoende zijn geweest. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vraag 3: </emphasis>
      </para>
      <para>Is het dak (voldoende) water- en luchtdicht? </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Antwoord: </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Luchtdoorlatendheid sandwichpanelen </emphasis>
      </para>
      <para>De luchtdoorlatendheid van het dak wordt bepaald door de luchtdichtheid van de naden tussen de sandwichpanelen. De luchtdichtheid van de sandwichpanelen is beoordeeld door aan de bovenzijde van de sandwichpanelen, ter plaatse van de naad, rook te blazen. Hiervoor is gebruik gemaakt van een rookmachine. Direct na het belasten van de naad met rook is aan de binnenzijde van de dakconstructie rook zichtbaar. De naad is niet luchtdicht. Zowel aan de binnen- als buitenzijde van de naden tussen de panelen zijn geen dichtingen zichtbaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De mate van luchtdoorlatendheid is niet gekwantificeerd. Verwacht wordt dat niet voldaan wordt aan de eisen van de luchtdoorlatendheid. </para>
      <para>Het bepalen van de luchtdoorlatendheid van de sandwichpanelen is erg lastig. Hiervoor moet een testkast worden gemaakt waarbij de luchtdoorlatendheid wordt gemeten bij een bepaalde hoeveelheid strekkende meters naad van het sandwichpaneel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waterdichtheid sandwichpanelen</emphasis>
      </para>
      <para>Om de waterdichtheid van de sandwichpanelen te bepalen, is een naad tussen de sandwichpanelen selectief besproeid door middel van de hose test. De hose test is in Amerika ontwikkeld en is gebaseerd op de richtlijn AAMA 501.2. De test is ontwikkeld voor het testen van naden in vliesgevels, maar wordt veelvuldig gebruikt voor het testen van bouwkundige aansluitingen in gevels en daken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opmerking: Tijdens het demonteren van de dakpanplaten is geen condens aan de onderzijde van de dakpanplaten vastgesteld. Wel waren enkele tengels erg vochtig en door schimmels aangetast. Er wordt van uitgegaan dat de vochtbelasting op de tengels is veroorzaakt door waterintreding via de naden van de dakpanplaten en door condensatie tegen de onderzijde van de dakpanplaten. Bij bepaalde weersomstandigheden (hoge relatieve vochtigheid en onbewolkte hemel) treedt aan de onderzijde van metaalplaten altijd condensatie op. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerste instantie is een naad van de sandwichpanelen belast met een geringe hoeveelheid water onder geringe waterdruk (&lt;0,2 bar). De aanvoer van water en de druk waren zeer beperkt. Ondanks de geringe hoeveelheid water en druk trad na belasten direct lekkage op. Bij het testen van een volgende naad trad ook direct lekkage op. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waterdichtheid van de dakpanplaten</emphasis>
      </para>
      <para>Om de waterdichtheid van de dakpanplaten te beoordelen, zijn tevens twee overlapnaden van de dakpanplaten belast met een geringe hoeveelheid water. Bij waterbelasting treedt direct inwatering op naar de sandwichpanelen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waterdichtheid totale dakconstructie</emphasis>
      </para>
      <para>Tijdens het visuele onderzoek aan de binnenzijde zijn lekkages vastgesteld. De lekkages traden op vanuit de naden van de sandwichpanelen. Ook eerder gemaakte foto’s (vanuit het dossier) duiden op lekkage. </para>
      <para>Indien een test wordt uitgevoerd volgens NEN 2778 ‘Vochtwering in gebouwen’ voldoet de totale dakconstructie waarschijnlijk niet de eisen van NEN 2778 en dus ook niet aan de eisen van Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Dit is een aanname en gebaseerd op ervaring. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de buitenzijde van de naden was geen kitvoeg aangebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vraag 4: </emphasis>
      </para>
      <para>Is in de stal sprake van lekkages? Zo ja, wat is daarvan de meest waarschijnlijke oorzaak? </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Antwoord: </emphasis>
      </para>
      <para>Tijdens het visuele onderzoek aan de binnenzijde zijn lekkages vastgesteld. De lekkages traden op vanuit de naden van de sandwichpanelen. Ook eerder gemaakte foto’s (vanuit het dossier) duiden op lekkage. In de stal is sprake van lekkages. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De lekkages worden veroorzaakt doordat de naden van de sandwichpanelen aan de buitenzijde niet waterdicht zijn afgewerkt. De waterdichtheid van gevelpanelen, toegepast als dakplaat, is beperkt. De lekkages worden niet veroorzaakt door oppervlaktecondensatie aan de binnenzijde van de sandwichpanelen. De relatieve vochtigheid in de ruimte was vergelijkbaar met de relatieve vochtigheid buiten. De kans dat oppervlaktecondensatie optreedt aan de binnenzijde van de sandwichpanelen in de huidige situatie (niet verwarmde ruimte en geen overmatig vochtaanbod) is vrijwel nihil. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vraag 5:</emphasis>
      </para>
      <para>Is in de stal (tussen de daklagen of elders) sprake van condensvorming? Zo ja, wat is daarvan de meest waarschijnlijke oorzaak? </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Antwoord: </emphasis>
      </para>
      <para>Vrijwel zeker treedt bij afkoeling van de dakpanplaten door nachtelijke uitstraling bij een heldere hemel oppervlaktecondensatie op aan de binnenzijde (onderzijde) van de dakpanplaten. Mogelijk kan deze condensatie bijdragen aan de lekkageproblematiek. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tijdens het onderzoek zijn enkele dakpanplaten gedemonteerd. Aan de binnenzijde van de dakpanplaten is toen geen oppervlaktecondensatie vastgesteld. Hiervoor waren er niet de juiste omstandigheden. Bij bewolkt weer is de kans op oppervlaktecondensatie door nachtelijke uitstraling klein. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vraag 6: </emphasis>
      </para>
      <para>Is er sprake van een gebrek in de dakconstructie? </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Antwoord: </emphasis>
      </para>
      <para>Ja: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>De warmteweerstand van de dakconstructie voldoet niet aan nieuwbouweisen.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Bij toepassing van metalen dakpanplaten moet een waterdicht onderdak aanwezig zijn. Het onderdak, de sandwichpanelen, zijn niet waterdicht afgewerkt. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De sandwichpanelen zijn aan de binnenzijde hoogstwaarschijnlijk niet voldoende luchtdicht afgewerkt. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De sandwichpanelen (gevelpanelen) zijn mogelijk niet voldoende sterk voor toepassing in deze dakconstructie. Door een constructeur moet aan de hand van een berekening worden bepaald of de sandwichpanelen voldoende stijf zijn. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De dakpanplaten zijn gemonteerd om houten regels. Op diverse plaatsen is zichbaar dat de houten regels zijn aangetast door schimmels. Dit lijdt op den duur tot houtrot. De houden regels zijn verduurzaamd door vacuüm-druk-impregneren. De duurzaamheid hiervan in deze toepassing is onvoldoende. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De schroeven waarmee de houten regels zijn bevestigd op de sandwichpanelen zijn vervaardigd van verzinkt staal. Bevestigingsschroeven in een niet controleerbare met vocht belaste spouw moeten zijn uitgevoerd in roestvrijstaal, type 1.4401 (AISI 316). </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De nok van het dak is onvoldoende luchtdicht en dampdicht uitgevoerd. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>Regelmatig steunen de sandwichpanelen niet volledig op de gordingen. Indien de sandwichpanelen voldoende stijf zijn, is dit geen gebrek. Door een constructeur moet door berekening worden aangetoond dat de platen niet op iedere gording hoeven te steunen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vraag 7:</emphasis>
      </para>
      <para>Als er gebreken zijn in de dakconstructie, zijn deze gebreken te wijten aan de manier waarop [partij B] zijn werk heeft gedaan? </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Antwoord:</emphasis>
      </para>
      <para>Ja, de gebreken zijn te wijten aan de manier waarop [partij B] zijn werk heeft gedaan. [partij B] heeft het project onvoldoende geëngineerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vraag 8:</emphasis>
      </para>
      <para>Als er gebreken zijn in de dakconstructie, welke werkzaamheden moeten worden verricht om deze gebreken te herstellen? Zijn de gebreken afzonderlijk te herstellen of is vervanging van het hele dak nodig? </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Antwoord: </emphasis>
      </para>
      <para>Niet alle gebreken zijn afzonderlijk te herstellen. Omdat mogelijk niet alle gebreken (zoals een onvoldoende warmteweerstand) volledig zijn toe te wijzen aan [partij B] of nog niet bekend zijn als gebrek (zoals de sterkte en stijfheid van de sandwichpanelen), zijn de herstelmogelijkheden afzonderlijk toegelicht. </para>
    </parablock>
    <para>- De luchtdoorlatendheid en waterdichtheid van de sandwichpanelen kan worden hersteld. Hiervoor moeten de naden aan de binnenzijde worden afgekit en aan de buitenzijde worden afgeplakt met hiervoor geschikte tape. Hiervoor moeten de dakpanplaten en houten regels worden gedemonteerd. In plaats van het afplakken van de naden kan ook een onderdakfolie (dampdoorlatende folie) worden toegepast. </para>
    <para>Na het afplakken van de naden van de sandwichpanelen en de schroefgaten aan de buitenzijde kunnen vervolgens aluminium of staalverzinkte omegaprofielen (als vervanging van de tengels) worden gemonteerd op de sandwichpanelen en de nieuwe houten (of metalen omegaprofielen) regels. Bij toepassing van houten regels moeten deze worden voorzien van volledig verlijmde EPDM stroken met SBS cachering aan de binnenzijde. Hierdoor wordt voorkomen dat er water via de bevestigingsschroeven in het hout treedt. </para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Het nokdetail moet luchtdicht worden uitgevoerd. Aan de binnenzijde kan hiervoor zetwerk worden aangebracht dat luchtdicht aansluit op de sandwichpanelen. Aan de buitenzijde moet de nok waterdicht aansluiten op de dakpanplaten. De tussenliggende ruimte moet volledig worden gevuld met MWR-isolatie. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De warmteweerstand van de dakconstructie kan het beste worden verbeterd door de dakconstructie te vervangen. Optioneel kunnen de dakpanplaten worden vervangen door geïsoleerde dakplanplaten. Het dak kan dan voldoen aan alle bouwfysische en esthetische eisen. De door [partij A] gewenste dakpanplaten worden dan met metalen profielen op de bestaande sandwichpanelen gemonteerd. De nieuwe dakpanplaten kunnen dan minder dik zijn. De sandwichpanelen moeten dan wel voldoende sterk zijn. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Een voldoende sterkte en stijfheid van de sandwichpanelen in de toepassing is niet aangetoond. Indien de sterkte en(/of) stijfheid onvoldoende zijn, moeten de sandwichpanelen worden vervangen. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vraag 9:</emphasis>
      </para>
      <para>Als er gebreken zijn in de dakconstructie, op welk bedrag begroot u de kosten van herstel? </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Antwoord: </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nieuwe dakconstructie </emphasis>
      </para>
      <para>Indien de dakconstructie wordt vervangen door nieuwe sandwich geïsoleerde dakpanpanelen met een Rc van 4 bedragen de kosten voor het leveren en monteren van circa € 70.000,-- exclusief BTW. Indien wordt uitgegaan van dakpanplaten met een Rc van 6 (niet bekend of deze verkrijgbaar zijn) zijn de meerkosten voor [partij A] . Zij heeft immers betaald voor panelen met een Rc van 4, ervan uitgaande dat dit contractueel is vastgelegd. Er zijn offertes uitgebracht voor panelen met diverse Rc-waarden. Het is voor mij niet duidelijk wat de afspraken zijn geweest tussen [partij A] en [partij B] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Herstel bestaande dakconstructie </emphasis>
      </para>
      <para>Indien herstel wordt uitgevoerd zodat aan de prestaties van luchtdoorlatendheid en waterdichtheid van de dakconstructie wordt voldaan, worden de kosten geschat op € 22.500,-- exclusief BTW. Opgemerkt wordt dat hierbij de sandwichpanelen niet opnieuw worden gemonteerd. De kwaliteit van het dak is dan niet zoals die van een nieuw dak. Bij het uitvoeren van herstel is het risico op prestatieverlies van de luchtdoorlatendheid en waterdichtheid groter. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Indien ook de warmteweerstand moet worden verbeterd, kunnen (bij de keuze herstel) het beste aanvullend geïsoleerde dakpanplaten worden gemonteerd op de bestaande sandwichpanelen in plaats van de huidige niet geïsoleerde dakpanplaten. Voor deze optie worden de kosten geraamd op</para>
      <para>€ 49.000,--. Indien de warmteweerstand niet hoeft te worden verbeterd kan deze optie ook worden toegepast, echter dan moet [partij A] de meerprijs ten opzichte van € 22.500,-- betalen. Deze optie is alleen mogelijk indien de sandwichpanelen voldoende sterk zijn om de extra geïsoleerde dakpanplaten te dragen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vraag 10:</emphasis>
      </para>
      <para>Is het dak aangebracht op de manier waarop een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot zou hebben gehandeld, rekening houdend met de stand van de techniek en de kosten van de tenuitvoerlegging?  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Antwoord: </emphasis>
      </para>
      <para>Door [partij B] is de dakconstructie niet correct uitgevoerd. Ten aanzien van diverse aspecten, vooral het aspect waterdichtheid, is niet voldaan aan de eisen van goed en deugdelijk werk. De keuze om een samengestelde dakconstructie te maken van gevelpanelen met dakpanplaten zonder een goede enginering is niet verstandig en professioneel. Het zou wel mogelijk zijn indien:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>aangetoond is dat de panelen constructief geschikt zijn voor toepassing in een hellend dak;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>er overleg zou zijn geweest over de gewenste isolatiewaarde van het dak;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de ondergrond (de gordingen) was uitgevlakt; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de naden tussen de panelen aan de binnenzijde luchtdicht waren afgedicht;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de naden aan de buitenzijde waterdicht waren afgedicht;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de dakpanplaten op voldoende duurzaam (gemodificeerd hout, hout beschermd met verlijmd EPDM, SVS staal of aluminium) regelwerk waren gemonteerd. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>De toepassing van gevelpanelen als dakpanelen voldoet niet aan de ‘Kwaliteitsrichtlijn Metalen Gevels en Daken’ van Dumebo DWS. Echter, indien wordt voldaan aan bovenstaande voorwaarden, kan aan de prestatie-eisen ten aanzien van de waterdichtheid, luchtdoorlatendheid en isolatie worden voldaan. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vraag 11:</emphasis>
      </para>
      <para>Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling? </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Antwoord: </emphasis>
      </para>
      <para>Geen verdere punten.”</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Uitgangspunt bij de beoordeling van een deskundigenbericht is dat voor de rechter een beperkte motiveringsplicht geldt ten aanzien van zijn beslissing om de bevindingen van een deskundige al dan niet te volgen (vgl. rov. 3.4.5 van HR 9 december 2011, ECLI:NL:HR 2011:BT2921). Wel dient hij bij de beantwoording van de vraag of hij de conclusies waartoe een deskundige in zijn bericht is gekomen in zijn beslissing zal volgen, alle terzake door partijen aangevoerde feiten en omstandigheden in aanmerking te nemen en op basis van die aangevoerde stellingen in volle omvang te toetsen of aanleiding bestaat van de in het deskundigenbericht geformuleerde conclusies af te wijken. Ingeval partijen, door zich te beroepen op de uiteenlopende zienswijzen van de door hen geraadpleegde deskundigen, voldoende gemotiveerde standpunten hebben ingenomen en voldoende duidelijk hebben aangegeven waarom zij het oordeel van een door de rechter benoemde deskundige al dan niet aanvaardbaar achten, geldt het volgende. Indien de rechter in een geval waarin de opinie van andere, door een der partijen geraadpleegde, deskundige op gespannen voet staat met die van de door de rechter benoemde deskundige, de zienswijze van deze deskundige volgt, zal de rechter zijn beslissing in het algemeen niet verder behoeven te motiveren dan door aan te geven dat de door deze deskundige gebezigde motivering hem overtuigend voorkomt. Wel zal de rechter op specifieke bezwaren van partijen tegen de zienswijze van de door hem aangewezen deskundige moeten ingaan, als deze bezwaren een voldoende gemotiveerde betwisting inhouden van de juistheid van deze zienswijze. Volgt de rechter echter de zienswijze van de door hem benoemde deskundige niet, dan gelden in beginsel de gewone motiveringseisen en dient hij zijn oordeel dan ook van een zodanige motivering te voorzien, dat deze voldoende inzicht geeft in de daaraan ten grondslag liggende gedachtegang om deze zowel voor partijen als voor derden, daaronder begrepen de hogere rechter, controleerbaar en aanvaardbaar te maken (zie voor een en ander HR 5 december 2003, LJN AN8478, NJ 2004/74, HR 19 oktober 2007, LJN BB5172 en HR 8 juli 2011, LJN BQ3519). Hiervan uitgaande overweegt de rechtbank voorts als volgt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Water- en luchtdichtheid </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Ten aanzien van de conclusie van [naam 2] dat sprake was van lekkages in de stal en dat het onderdak – de sandwichpanelen –  niet waterdicht zijn, voert [partij B] het volgende aan. Volgens [partij B] heeft [naam 2] ten onrechte gebruik gemaakt van de Hose test om de waterdichtheid van de sandwichpanelen te testen. De juiste test (NEN 2778-test) is niet uitgevoerd. De rechtbank overweegt daarover als volgt. [naam 2] heeft beschreven dat de Hose test een indicatieve test is die is ontwikkeld voor het testen van naden in vliesgevels, maar veelvuldig gebruikt wordt voor het testen van bouwkundige aansluitingen in gevels en daken. De aan de zijde van [partij B] geraadpleegde [naam 5] (manager product services bij SAB-profiel BV en voorzitter van de commissie kwaliteitsrichtlijn Dumebo DWS) heeft in een overgelegd e-mailbericht geschreven dat bij de bepaling van waterdichtheid van scheidingsconstructies volgens de NEN 2778 nergens is vermeld dat je onder druk in de voeg mag spuiten. Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank echter niet dat daarmee vaststaat dat de Hose test in dit geval ongeschikt is om de waterdichtheid van de sandwichpanelen te bepalen. Bovendien is het zo dat, zoals [partij A] terecht heeft opgemerkt, [naam 2] bij aanvang van het onderzoek heeft uitgelegd welke testen zouden worden uitgevoerd en daartegen door [partij B] , bijgestaan door adviseurs en advocaat, geen bezwaar is gemaakt. De rechtbank ziet hierin dan ook geen argument om het rapport naast zich neer te leggen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Van de zijde van [partij B] wordt verder betwist dat sprake is van lekkages en wordt aangevoerd dat het een gemiste kans is dat een alternatieve oorzaak (condensatie vanwege water in de mestkelders onder de stal) niet is onderzocht. De rechtbank stelt voorop dat het onderzoek van [naam 2] heeft uitgewezen dat sprake is van lekkages, te wijten aan een gebrek in het door [partij B] uitgevoerde werk. [naam 2] heeft tijdens het onderzoek geen condensatie vastgesteld aan binnenzijde van gedemonteerde dakpanplaten, maar heeft wel geconstateerd dat vochtige en door schimmels aangetaste tengels erop kunnen duiden dat naast waterintreding via de naden van de dakpanplaten, condensatie tegen de onderzijde is opgetreden. De condensatie kan volgens [naam 2] mogelijk wel bijdragen aan de lekkageproblematiek. Er is dus wel iets gezegd over condensatie. Deze speelt mogelijk ook een rol. Dat neemt niet weg dat (ook) sprake is van – aan gebrekkig werk te wijten –  lekkages en dat de oorzaak daarvan zal moeten worden weggenomen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Warmteweerstand </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Wat betreft de vraag of het dak voldoende isolerend is, heeft [naam 2] opgemerkt dat de warmteweerstand van de dakconstructie niet aan nieuwbouweisen voldoet. Voor een woongebouw of logiesgebouw is een warmteweerstand (Rc) vereist van minimaal 6,0 m2K/W. De warmteweerstand van de toegepaste panelen is 3,58 m2K/W en van de dakconstructie 3,75 m2K/W. Het dak is volgens [naam 2] wel voldoende geïsoleerd om te kunnen verwarmen en om condensatie aan het binnenoppervlak te voorkomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt. Vaststaat dat geoffreerd, overeengekomen, geleverd en gemonteerd zijn sandwichpanelen met een lagere waarde dan de in geval van nieuwbouw met een woonbestemming vereiste 6 m2K/W. Van de zijde van [partij B] wordt aangevoerd dat er vanwege het beschikbare budget in overleg is besloten om te werken met een Rc-waarde van 3,5 m2K/W. [partij A] betwist dat. [partij B] heeft in dat verband gewezen op de Whatsappconversatie tussen [partij B] en [partij A] van juni 2019, waarin is vermeld: <emphasis role="italic">“Dag [partij B] , ik heb even een vraag over de isolatiewaarde van het nieuwe dak. Nu het twee lagen krijgt, kunnen we dan zeggen dat de isolatiewaarde 6,5 is ipv 3,5?” “Goedemorgen nee de isolatie waarde is 3,5 m2.K/W wil je wel naar 6,5 dan kunnen we nog aanvullend isoleren.” “Nee hoor, maar ik wilde het even weten ivm de lening. Dank voor je reactie!” </emphasis>De rechtbank leidt hieruit af dat [partij A] er in ieder geval van op de hoogte was dat de isolatiewaarde 3,5 m2K/W was en dat [partij A] aanvullend isoleren op dat moment niet nodig vond. Dat de kosten een rol hebben gespeeld bij het maken van keuzes, volgt ook uit de e-mail van 30 oktober 2018 van [partij A] aan [partij B] : “<emphasis role="italic">Zou fijn zijn als je een prijsindicatie kunt geven, en dan kunnen we daarna misschien een afspraak maken. Ik heb een beperkt budget, dus als het veel duurder wordt dan de eerdere offerte moet ik kijken wat dat betekent. (…)</emphasis>” De deskundige heeft opgemerkt dat er offertes zijn uitgebracht voor panelen met diverse Rc-waarden. Bij die stand van zaken wordt [partij A] geacht bekend te zijn met de isolatiewaarde van de geleverde sandwichpanelen. Het verweer van [partij B] dat vanuit kostenoogpunt is gekozen voor panelen met een lagere isolatiewaarde dan 6, is gelet op het voorgaande onvoldoende gemotiveerd weersproken. Dat de warmteweerstand niet aan nieuwbouweisen voldoet, kan onder deze omstandigheden niet worden aangemerkt als een gebrek. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zijn gevelpanelen geschikt voor gebruik als dakpanelen? </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>
        [naam 2] meldt dat de sandwichpanelen zijn ontworpen als gevelpanelen en dat het niet gebruikelijk is om deze als dakpaneel toe te passen. Onder (cumulatieve) voorwaarden – waaraan op dit moment niet is voldaan – zou dit gebruik volgens [naam 2] wel mogelijk zijn. Reeds dit maakt naar het oordeel van de rechtbank dat in ieder geval voldoende over- en uitleg op dit punt voorafgaand aan het sluiten van de aannemingsovereenkomst noodzakelijk was. Daar komt bij dat [naam 2] heeft opgemerkt dat de toepassing van geveldaken als dakpanelen niet voldoet aan de Kwaliteitsrichtlijn Metalen Gevels en Daken van Dumebo VWS. Tussen partijen is niet in geschil dat dat inhoudt dat in een dergelijk geval – en ook hier – fabrieksgarantie ontbreekt. [partij B] had [partij A] moeten wijzen op/waarschuwen voor het feit dat deze toepassing ongebruikelijk is en welke nadelen en risico’s dit met zich meebracht. Gesteld noch gebleken is dat dat is gebeurd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>Eén van de voorwaarden waaronder [naam 2] gebruik van gevelpanelen in de huidige dakconstructie mogelijk acht, is het laten doorrekenen of de panelen constructief geschikt zijn voor toepassing in een hellend dak. Daarover is van de zijde van [partij B] gesteld dat uit overgelegde berekeningen van [naam 4] (de producent van de sandwichpanelen) blijkt dat de panelen constructief geschikt zijn voor toepassing in een hellend dak. De rechtbank constateert dat [naam 2] dit niet heeft kunnen vaststellen op basis van het dossier, ook niet nadat daar uitdrukkelijk om was gevraagd van de zijde van [partij B] in de akte uitlaten concept-deskundigenbericht. Ook het door [partij B] ingeschakelde bureau Knüwer Bouwadvies B.V. (hierna: Knüwer), aan wie is gevraagd te controleren of een berekening van [naam 4] klopt, meldt in het rapport van 1 oktober 2024 dat dat niet valt na te gaan (omdat daarvoor minimaal de berekende sterkte- en vervormingswaarden met de daarbij behorende maximaal toelaatbare waarden zichtbaar zouden moeten zijn). Knüwer concludeert op basis van een eigen berekening dat het betreffende sandwichpaneel (JW WALL 80, 0,6/0,4 mm) met een meerveldsoverspanning van 2680 mm voldoet en dat daarmee is aangetoond dat het sandwichpaneel een gording kan overslaan, indien deze niet langer op maximale capaciteit mee kan werken. Hoewel onduidelijk is of bij die berekening is uitgegaan van de juiste uitgangspunten, heeft [partij A] die berekening nauwelijks betwist en geen eigen berekening daartegenover gesteld. Of hiermee is aangetoond dat de gevelpanelen voldoende sterk en stijf zijn om op het dak te kunnen worden gebruikt, kan echter in het midden blijven, gelet op wat hierna onder het kopje herstel wordt overwogen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>Bovendien ziet de rechtbank aanleiding om ir. Kettlitz te volgen voor wat betreft de zienswijze (in het rapport van Nieman-Kettlitz Gevel- en Dakadvies B.V. van 7 april 2021) dat gevelpanelen niet geschikt zijn om te worden toegepast op een hellend dak. “Sowieso is dit type panelen dus niet geschikt om te worden toegepast, zoals hier is gebeurd op een hellend dak. De langsnaad van deze gevelpanelen bevindt zich namelijk op hetzelfde niveau als de buitenplaat en dus niet hoger zoals bij ‘echte’ dakpanelen het geval is. Van bovenaf komend vocht zal hier dan ook direct in de langsnaden stromen en tot lekkages leiden. Bij dakpanelen is dat niet het geval.” De rechtbank acht die uitleg en motivering helder en overtuigend. Wat daartegen van de zijde van [partij B] is aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel. [partij B] heeft onder verwijzing naar de door haar ingeschakelde deskundigen gesteld dat de hier toegepaste panelen doorgaans worden gebruikt als wandpanelen, maar dat deze niet ongeschikt zijn als dakpaneel. Dit laatste is volgens [partij B] mogelijk mits de panelen waterdicht zijn en de naden tussen de panelen goed zijn dichtgemaakt. In dit geval staat echter vast dat de naden niet zijn afgekit en – belangrijker – [naam 2] heeft opgemerkt dat de waterdichtheid van gevelpanelen, toegepast als dakplaat, beperkt is. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Schikking van 8 december 2020 </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <para>Van de zijde van [partij B] is verder aangevoerd dat [partij A] gebonden is aan de minnelijke regeling die is getroffen op 8 december 2020. De rechtbank verwijst op dit punt naar wat daarover in het tussenvonnis van 5 juli 2023 is overwogen. De finale kwijting zag niet op discussie ten aanzien van de geschiktheid van de gebruikte wandpanelen als constructieplaat voor het dak en verder was het werk op dat moment nog niet gereed. Tussen partijen was afgesproken dat [partij B] de gestelde gebreken zou onderzoeken en noodzakelijk gebleken herstelwerkzaamheden zou uitvoeren. De uitkomst daarvan was op dat moment nog ongewis. Uit het rapport van [naam 2] blijkt dat – ondanks de poging van [partij B] om gebreken in kaart te brengen en/of te herstellen – (nog steeds) sprake is van gebreken. Het moet dan voor [partij A] mogelijk zijn hiertegen op te komen. De destijds bereikte schikking (die door [partij B] was gestart om betaling van facturen te verkrijgen) staat dan ook niet in de weg aan een inhoudelijke beoordeling van de vorderingen van [partij A] . </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Herstel </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15.</nr>
      <para>
        [naam 2] schrijft dat niet alle gebreken afzonderlijk te herstellen zijn. Wanneer wordt overgegaan tot partieel herstel waarbij aan de prestaties van luchtdoorlatendheid en waterdichtheid wordt voldaan, zou dat naar schatting € 22.500,- ex btw kosten. De sandwichpanelen worden bij deze optie niet opnieuw gemonteerd. De kwaliteit van het dak is dan niet zoals die van een nieuw dak, meldt [naam 2] . Bij het uitvoeren van herstel is het risico op prestatieverlies van de luchtdoorlatendheid en waterdichtheid groter. Reeds daarom is (partieel) herstel van gebreken naar het oordeel van de rechtbank geen reële optie. [partij A] mag de kwaliteit verwachten van een nieuw dak, dat kwalitatief in orde en water- en lucht dicht is. De rechtbank is van oordeel dat [partij A] geen genoegen met herstel hoeft te nemen. [partij B] is eerder, in de procedure die is geëindigd met het sluiten van een vaststellingsovereenkomst, in de gelegenheid gesteld gebreken te onderzoeken en te herstellen. Dat herstel heeft geen oplossing geboden voor de problemen van met name water- en luchtdichtheid van de dakconstructie. Daar komt bij dat, zoals volgt uit 2.13, gevelpanelen niet geschikt zijn voor toepassing op een hellend dak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.16.</nr>
      <para>Het dak dat [partij B] heeft geleverd, voldoet daarmee niet aan hetgeen [partij A] op grond van de overeenkomst van een nieuw dak mocht verwachten. Dat levert zonder meer een tekortkoming op van [partij B] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.17.</nr>
      <para>De opmerking van [naam 2] dat de kwaliteit van het dak bij herstel niet zo zal zijn als die van een nieuw dak, bij wat ir. Kettlitz schreef over herstel, namelijk dat herstel zeer ingrijpend en uitvoeringsgevoelig is en vraagt om een enorme inspanning en investering, terwijl het resultaat onzeker is/blijft. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.18.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is de gevraagde verklaring voor recht toewijsbaar en heeft [partij A] recht op de door haar (onder ‘primair en subsidiair’) gevorderde vervangende schadevergoeding, zodat zij het dak door een derde kan laten vervangen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Slotsom </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.19.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [naam 2] heeft de kosten voor het vervangen van de dakconstructie begroot op circa </para>
        <para>€ 70.000,- exclusief btw. [partij B] – dat wil zeggen: de besloten vennootschap – wordt veroordeeld tot betaling van de door [partij A] gevorderde schadevergoeding van </para>
        <para>€ 60.328,79,-. Uitgegaan wordt van de bij akte van 5 mei 2023 vermeerderde eis. De wettelijke rente wordt toegewezen als hierna onder het dictum vermeld. De rechtbank begrijpt uit de verklaring van [naam 6] , partner van de overleden [naam 1] , dat de besloten vennootschap inmiddels is verkocht en dat er kennelijk afspraken zijn gemaakt over het verhalen van de vordering door de besloten vennootschap op de erfgenamen indien de vordering in conventie wordt toegewezen. In deze procedure is het de besloten vennootschap die tot betaling wordt veroordeeld.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.20.</nr>
      <para>De kosten van het deskundigenbericht bedragen € 8.034,40 inclusief btw. Die kosten komen voor rekening van [partij B] als de in het ongelijk gestelde partij. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.21.</nr>
      <para>
        [partij A] heeft verder vergoeding gevraagd van de kosten voor de deskundigen die zijn ingeschakeld om schadevergoeding van [partij B] te verkrijgen. Zij heeft recht op vergoeding van deze schade voor zover zij de kosten in redelijkheid heeft moeten maken en de omvang van die kosten redelijk is. De kosten van de rapporten van Balvers en Kettlitz worden aangemerkt als redelijke kosten ter vaststelling van de schade (artikel 6:96 lid 2 onder b BW). De rechtbank zal de vordering van € 9.792,95 daarom toewijzen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.22.</nr>
      <para>
        [partij B] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de (na)kosten. De kosten worden aan de zijde van [partij A] tot op heden begroot op € 13.280,49 (€ 125,09 aan explootkosten, € 1.301,- aan griffierecht, € 3.642,- aan salaris gemachtigde – uitgaande van tarief IV, 3 punten van € 1.214,-, waarbij 1 punt is toegekend voor alle akten van [partij A] gezamenlijk – € 8.034,40 aan kosten deskundigenrapport en € 178,- aan nakosten, plus de kosten van betekening). Er is geen rente gevorderd over de proceskosten. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vorderingen in reconventie </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.23.</nr>
      <para>De vorderingen van [partij B] in reconventie zullen worden afgewezen. Wel zal worden toegewezen de vordering van [partij B] tot veroordeling van [partij A] in de kosten van het (verwijzings)incident, te vermeerderen met de door [partij B] gevorderde wettelijke rente daarover. Die kosten worden tot op heden begroot op € 1.765,- (2 punten salaris gemachtigde, uitgaande van het  door de kantonrechter gehanteerde tarief van 815,- per punt, voor het bijwonen van de mondelinge behandeling en het nemen van de incidentele conclusie, en de nakosten van € 135,-, plus de kosten van betekening).  </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">In conventie: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verklaart voor recht dat [partij B] is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de met [partij A] gesloten aannemingsovereenkomst; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [partij B] tot betaling aan [partij A] van een bedrag van € 60.328,79 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 21 juni 2021 tot de dag der algehele voldoening; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt [partij B] tot betaling aan [partij A] van een bedrag van € 9.792,95 wegens kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>veroordeelt [partij B] in de proceskosten van € 13.280,49, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als niet tijdig aan de veroordelingen wordt voldaan en het vonnis daarna wordt betekend; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>verklaart de veroordelingen onder 3.2, 3.3 en 3.4 uitvoerbaar bij voorraad; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af; </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">In reconventie: </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>veroordeelt [partij A] in de kosten van het (verwijzings)incident, tot op heden begroot op € 1.765,-; als zij niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet zij ook de kosten van betekening betalen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>veroordeelt [partij A] tot betaling van wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de (na)kosten vanaf veertien dagen na aanschrijving daartoe tot aan de dag van algehele betaling; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>wijst af het anders of meer gevorderde. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.M. de Keuning en in het openbaar uitgesproken op </para>
        <para>26 februari 2025.<?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>