<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:27974</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-25T10:05:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-03-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/670696 HA ZA 24-674</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJFCZ 2026/252</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27974">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27974</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-22T13:44:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:27974 Rechtbank Den Haag , 26-03-2025 / C/09/670696 HA ZA 24-674</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:27974:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Partij spreekt verzekeraar aan als aansprakelijkheidsverzekeraar van degene die schade zou hebben veroorzaakt. Geschil over de vraag of de verzekeraar (gestelde) onwaarheden heeft mogen sanctioneren, ook al is de partij die haar aanspreekt niet haar contractspartij. De rechtbank oordeelt dat dat zo is. Vorderingen afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:27974:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Den Haag</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Handel  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/09/670696 / HA ZA 24-674</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 26 maart 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, te [woonplaats] ,  </para>
      <para>eiser,</para>
      <para>advocaat: mr. A.D. Lindenbergh, te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">KLAVERBLAD SCHADEVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ NV, </emphasis>in de dagvaarding aangeduid als COÖPERATIEVE KLAVERBLAD VERZEKERINGEN U.A., </para>
      <para>te Zoetermeer, </para>
      <para>gedaagde, </para>
      <para>advocaat: mr. J. Streefkerk, te Voorburg. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als [eiser] en Klaverblad. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding met producties; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 27 november 2024 waarbij een mondelinge behandeling is bevolen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een akte met producties van [eiser] . </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling is gehouden op 12 februari 2025. Bij de zitting waren (vertegenwoordigers van) partijen en hun advocaten aanwezig. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen met hun advocaten de standpunten toegelicht en vragen van de rechtbank beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat tijdens de mondelinge behandeling is besproken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De vonnisdatum is bepaald op vandaag.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft Klaverblad gevraagd schade te vergoeden die volgens [eiser] is veroorzaakt doordat een bij Klaverblad verzekerde – [naam] – op 20 april 2021 bij het ophalen van brandhout met zijn aanhanger tegen een stal (hierna: de stal) van [eiser] is aangereden. Dit zou zijn gebeurd bij het achteruit rijden met het voertuig om een bocht te kunnen maken, waarbij de aanhanger of een uitstekende boomstam de stal moet hebben geraakt. [eiser] heeft als productie 1 bij de dagvaarding een foto van de schade in het geding gebracht: </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <mediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="242ec15a-a3c4-418d-a1e4-f9ec032cef78" depth="311" width="490" format="image/png" />
        </imageobject>
      </mediaobject>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Klaverblad heeft vervolgens onderzoek laten verrichten. Uit een rapport van Dekra van 7 januari 2022 met bijlagen volgt onder meer het volgende. </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>Volgens [eiser] heeft [naam] hout opgehaald van zijn terrein met een tractor met aanhanger. Bij het wegrijden, kon hij een bocht niet maken vanwege een geparkeerde auto. Daarom is hij een stukje achteruit gereden, waarbij hij met de achterzijde van de aanhangwagen (of een uitstekende boomstam) tegen de stal is aangereden, met forse schade tot gevolg: het voorste deel van de stal is ingestort. Daarvan waren geen getuigen. </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [naam] heeft desgevraagd verklaard dat zijn aanhangwagen onbeschadigd is. In het rapport is vermeld: “<emphasis role="italic">V: Kon u na het voorval nog gewoon rijden met de tractor en aanhangwagen? A: ja, tuurlijk. Daar is niets aan te zien aan de aanhanger. V: Maar als u met een dergelijke combinatie een gevel weet om te stoten, dan zal de aanhangwagen toch schade moeten hebben neem ik aan? A: Nee, helemaal niks. (…) Opmerking rapporteur: Tijdens de inspectie van de aanhangwagen heb ik aan de achterzijde van de aanhangwagen geen stootschade gezien van een mogelijke aanrijding tegen een stenen muur. Ook op de aanhangwagen zelf zijn geen inslagen van mogelijk gevallen stenen (gevel) te zien</emphasis>.”</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De gemeente heeft op 22 april 2021 een controle bij [eiser] gedaan (waarvan een rapport is opgesteld waarin is vermeld dat het ging om ‘controle op constructieve veiligheid stal en afbakening asbestverdacht terrein’). Tegen de controleurs is verteld dat de schade door een vrachtauto (en dus niet de bij Klaverblad verzekerde tractor met aanhangwagen) zou zijn veroorzaakt. </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De gemeente [woonplaats] heeft zes weken voor het incident, op 5 maart 2021, per brief aan [eiser] meegedeeld dat hij het dak van de stal moest vervangen of herstellen, omdat er gaten in het asbesthoudende dak zaten na een storm met hagelbui in 2016. Via een WOB-verzoek is die brief aan Dekra verstrekt. Vervanging of herstel zou aanzienlijke kosten met zich meebrengen. [eiser] heeft tegen Dekra desgevraagd verklaard dat het dak overal goed is, dat er misschien ergens een gaatje zat, dat hij van de gemeente ‘de boel moest opruimen’ en dat hij daar ‘geen brief ofzo’ over had gekregen, waarbij moet worden opgemerkt dat [eiser] de door hem jegens Dekra afgelegde verklaring niet heeft willen ondertekenen. </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Er werden stieren in de stal gehouden. Er was een last onder dwangsom opgelegd, onder meer omdat in 2020 was geconstateerd dat er teveel stieren werden gehouden; 120 in plaats van 50. Op 20 april 2021 was de stal leeg.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Er bevinden zich camera’s op het terrein van [eiser] , maar op 20 april 2021 zijn geen opnamen gemaakt. </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De stal ligt half voor de ingang van een nieuw gebouwde grotere stal, waardoor het erop lijkt dat de stal op de nominatie staat te worden afgebroken. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Klaverblad heeft op basis van de onderzoeksgegevens aansprakelijkheid voor de schade van de hand gewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar </para>
        <para>bij voorraad, voor recht verklaart dat Klaverblad schade als gevolg van de aanrijding op 20</para>
        <para>april 2021 moet vergoeden en Klaverblad veroordeelt tot vergoeding van de nader bij staat</para>
        <para>op te maken dan wel de door de rechtbank te begroten schade, te vermeerderen met</para>
        <para>expertisekosten, buitengerechtelijke kosten en (na)kosten en rente. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Aan de vordering ligt (samengevat) het volgende ten grondslag. Klaverblad dient verzekeringsdekking te verlenen en de door haar verzekerde veroorzaakte schade te vergoeden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Klaverblad voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Klaverblad voert primair tegen de vordering aan dat [eiser] er niet in is geslaagd aan te tonen dat schade is toegebracht door de bij Klaverblad verzekerde tractor met aanhangwagen van [naam] . Uit het onderzoek dat Klaverblad heeft laten verrichten blijkt dat [eiser] in strijd met de waarheid heeft verklaard. Volgens Klaverblad moet de vordering van [eiser] daarom worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt. Artikel 7:941 lid 5 BW voorziet in de mogelijkheid van verval van de aanspraak op uitkering in het geval dat de verzekerde onjuiste informatie verstrekt aan de verzekeraar. De verzekeringsverhouding is bij uitstek een op vertrouwen gebaseerde verhouding en dat rechtvaardigt een stevige sanctie op schending van dat vertrouwen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Artikel 7:941 lid 5 BW vindt – zoals [eiser] terecht stelt – geen toepassing wanneer – zoals hier – tussen partijen geen contractuele band bestaat<footnote-ref linkend="_51bf3e5f-9e28-4a2d-9873-5c0a7b068c78" />. Immers is [eiser] niet verzekerd bij Klaverblad maar spreekt hij Klaverblad als aansprakelijkheidsverzekeraar van degene die de schade zou hebben veroorzaakt aan. Dit betekent echter niet dat het sanctioneren van onwaarheden in een geval als het onderhavige onmogelijk is<footnote-ref linkend="_42fa48ec-f252-4757-948e-43d650ef5da9" />. De gelaedeerde partij dient zich jegens de wederpartij overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid te gedragen (artikel 6:2 BW). Ook via de weg van artikel 21 Rv (waarheidsplicht) kan (een poging tot) fraude leiden tot de conclusie dat voor uitkering door de verzekeraar geen plaats is. De rechtbank kan uit het niet naleven van de waarheidsplicht immers de gevolgtrekking maken die zij geraden acht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Vooropgesteld wordt dat het in dit geval gaat om een forse schade. Een groot deel van de stal is ingestort. Gelet daarop bevreemdt het zeer dat het voertuig waarmee die schade zou zijn veroorzaakt, geheel onbeschadigd is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Het verslag van het interview dat door de onderzoekers van Dekra op 16 juni 2021 bij [eiser] is afgenomen, heeft [eiser] niet willen ondertekenen. De reden daarvan is onduidelijk. [eiser] heeft niet – ook niet in deze procedure – gesteld dat het onjuist is wat er in dat verslag staat. De onder 4.6 bedoelde verklaringen die [eiser] (overigens in correct Nederlands) heeft opgesteld maken ook niet duidelijk waarom de verklaringen niet zijn ondertekend. Van een gelaedeerde die aanspraak maakt op een verzekeringsuitkering mag worden verwacht dat er naar waarheid wordt verklaard en dat een dergelijke verklaring wordt ondertekend of, indien de gelaedeerde vindt dat die verklaring niet (geheel) juist opgetekend is, dat expliciet wordt aangegeven wat er onjuist is. Wanneer dat zonder goede reden niet gebeurt roept dat op zijn minst vragen op. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De weigering tot ondertekening heeft [eiser] in twee schriftelijke verklaringen (die door Klaverblad zijn overgelegd als bijlage 2 bij het rapport van onderzoek door Dekra) als volgt toegelicht: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">Uw verzoek voor mijn handtekening onder het door u opgestelde rapport over ons gesprek kan ik niet zetten. Ik ben geen neerlandicus, maar slechts een simpele veeboer, houder van een boerenbedrijf. Ik kan de strekking en eventuele uitleg van woorden of zinsneden niet overzien. Ook de sfeer van het gesprek is van invloed op het verloop ervan. Daardoor wordt een latere discussie over een exacte uitleg toch weer mogelijk. U heeft het gesprek vanaf het begin opgenomen waarmee precies vastligt wat en in welk verband woorden gezegd zijn. Zowel voor u als voor mij. U bent door Klaverblad gevraagd het gesprek te voeren, zodat u ook aan haar moet rapporteren wat uw bevindingen zijn. Het gebeurde zelf ligt allemaal al vast.</emphasis>” </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>En: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">Mijn excuses voor de veronderstelling dat u een opdracht -direct of indirect- van Klaverblad zou hebben gekregen. Het leek mij een logische gedachte dat u niet eigener beweging in het ongeval zo zeer geïnteresseerd zou zijn. Zoals ik u al schreef denk ik dat ‘de toon uiteindelijk de muziek maakt’. Ik ben geen rechtsgeleerde en kan de strekking van het door u op schrift gestelde ook niet overzien. Reden waarom ik niet zal ondertekenen. Ik kan u niet verbieden van uw eigen uitleg uit te gaan, maar dat hoeft niet per definitie de juiste uitleg te zijn. Bij een eventueel verschil van interpretatie kan de opname altijd nog ingebracht worden. Ik vertrouw erop dat u zich hierin kunt vinden</emphasis>.”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft jegens de onderzoekers van Dekra verzwegen dat het ging om een asbesthoudend dak dat sinds 2016 beschadigd was en dat aan hem op 5 maart 2021 (zes weken voor 20 april 2021) een aanzegging bestuursdwang door de gemeente was uitgereikt, op grond waarvan hij het dak diende te herstellen of vervangen. Dit blijkt uit het volgende. In het verslag van interview van 16 juni 2021 (bijlage 1 bij het rapport van Dekra) is vermeld dat de vraag of de stierenstal geheel intact was, bevestigend door [eiser] is beantwoord. Op de vervolgvraag of het dak van de stierenstal in orde was en er niets beschadigd was, heeft hij geantwoord: “<emphasis role="italic">Er zat misschien ergens een gaatje. In het dak kan een gaatje zitten, dat kan he.</emphasis>” De vraag of er geen platen vanaf waren is met nee beantwoord. De vraag “<emphasis role="italic">U zegt dat u van de gemeente de boel moest opruimen. Heeft u daar stukken van misschien?</emphasis>” heeft [eiser] als volgt beantwoord: “<emphasis role="italic">Ja, ik moest hier alles opruimen, ook in verband met vergunningen en zo. Het is gebruikelijk en algemeen bekend dat je rond de boerderij alles opruimt. Nee, inderdaad ik heb daar geen brief of zo vanuit de gemeente gekregen. Het is gewoon algemeen zo dat de gemeente verlangt dat je alles een beetje netjes erbij hebt liggen.</emphasis>” Deze vragen zijn niet naar waarheid beantwoord, gelet op het feit dat uit de stukken die Dekra via een Wob-verzoek van de gemeente heeft gekregen, blijkt dat het asbesthoudende dak sinds 2016 beschadigd was en dat [eiser] was gemaand het dak te herstellen. In de op 5 maart 2021 aan [eiser] persoonlijk overhandigde brief (aanzegging met bestuursdwang) is onder meer vermeld: “<emphasis role="italic">Het dak van stierenstal C is kapot. In het asbest dak zitten nog steeds grote gaten. De gaten zijn ontstaan door de hagelbui van 23 juni 2016 (…). Wij stellen u in de gelegenheid om binnen 26 weken na het in werking treden van dit besluit het dak te vervangen dan wel te herstellen. Wij zullen na afloop van deze periode hierop opnieuw controleren en zo nodig aanvullende maatregelen treffen.</emphasis>” [eiser] heeft dit desgevraagd niet verteld en de rechtbank kan niet anders dan concluderen dat [eiser] Klaverblad daarmee opzettelijk heeft willen misleiden. Tegenover alles wat Klaverblad heeft aangevoerd heeft [eiser] vrijwel niets aangevoerd dat leidt tot de conclusie dat hier geen sprake van (een poging tot) fraude is. [eiser] heeft het door Klaverblad gevoerde verweer onvoldoende weersproken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Daar komt nog het volgende bij. Ter zitting heeft Klaverblad een foto van Google Maps van de locatie waar het om gaat overgelegd. [eiser] heeft de door [naam] afgelegde route beschreven en op die foto aangetekend waar de auto stond die maakte dat [naam] de draai niet kon maken. Namens Klaverblad is in reactie daarop – terecht – verklaard dat niet valt in te zien waarom de tractor met aanhanger achteruit zou moeten steken om de bocht te maken; de situatie zoals door [eiser] beschreven vergt dat niet. [eiser] heeft verder desgevraagd verklaard niet te weten van wie de auto was die destijds in de weg stond, wat ook opmerkelijk is, omdat die auto op zijn terrein stond en de aanleiding was voor forse beschadiging van de stal. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Klaverblad heeft de stelling dat diverse uitlatingen van [eiser] in strijd met de waarheid zijn uitvoerig en deugdelijk onderbouwd. Onder meer is geconstateerd dat [eiser] in strijd met de waarheid heeft verklaard dat het dak onbeschadigd was. Hij heeft niet verteld dat aan hem zes weken voor 20 april 2021 een aanzegging bestuursdwang was uitgereikt om schade aan het asbesthoudende dak van de stal te repareren en het dak te herstellen of vervangen. Klaverblad heeft de gestelde toedracht ongeloofwaardig kunnen achten. Het had op de weg van [eiser] gelegen om – gelet op de gemotiveerde betwisting van Klaverblad – te stellen en  onderbouwen op grond waarvan hij meent aanspraak te kunnen maken op vergoeding van schade. [eiser] heeft het verweer van Klaverblad echter onvoldoende gemotiveerd betwist en onvoldoende gedaan om duidelijk te maken waarom geen sprake zou zijn van onjuiste en/of ongeloofwaardige verklaringen. Onder die omstandigheden kan – mede gelet op wat onder 4.2 en 4.3 is overwogen – Klaverblad niet gehouden worden tot vergoeding van de door [eiser] gestelde schade. Aanspraak maken op vergoeding van schade bij verzekeraar Klaverblad is gelet op de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. De vordering van [eiser] zal worden afgewezen. Aan bespreking van wat verder is aangevoerd wordt niet toegekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>
        [eiser] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de (na)kosten. De kosten worden aan de zijde van Klaverblad tot op heden begroot op € 2.094,- (€ 688,- aan griffierecht, € 1.228,- aan salaris advocaat – uitgaande van 2 punten en tarief II, € 614,- per punt – en € 178,- aan nakosten, plus de kosten van betekening). </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [eiser] in de proceskosten en begroot deze op een bedrag van </para>
        <para>€ 2.094,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als het vonnis moet worden betekend, dan komt daar nog een bedrag van € 92,- aan nakosten bij, plus de kosten van betekening; </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis wat betreft de veroordeling onder 5.2 uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is gegeven door mr. P.M. de Keuning en in het openbaar uitgesproken op </para>
        <para>26 maart 2025.<?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_51bf3e5f-9e28-4a2d-9873-5c0a7b068c78" label="1">
    <para> Vgl. ECLI:NL:HR:2018:1103</para>
  </footnote>
  <footnote id="_42fa48ec-f252-4757-948e-43d650ef5da9" label="2">
    <para> ECLI:NL:PHR:2018:305 (5.7)</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>