<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:27798</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-07T11:16:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.25427</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27798">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27798</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-07T11:16:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:27798 Rechtbank Den Haag , 18-12-2025 / NL24.25427</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:27798:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>beroep tegen niet tijdig beslissen, beroep niet tijdig, BMV, Besluit- en vertrekmoratorium, beroep gegrond, n-o, niet-ontvankelijk, meerdere beroepen, BNT</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:27798:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummers: NL24.25427, NL25.30635, NL25.41220 en NL25.48538</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [belanghebbende] , belanghebbende</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J.M.M. Heilbron), </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Asiel en Migratie, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: [gemachtigde] )</para>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende heeft beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft op 18 september 2025 een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.<footnote-ref linkend="_46d205eb-3d1b-41ed-873f-66583bf23184" /></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen </title>
    <bridgehead role="italic">Het beroep geregistreerd onder nummer NL24.25427</bridgehead>
    <para>1. Gelet op de uitspraak van 11 november 2025<footnote-ref linkend="_c682b8ff-fcfa-4080-864e-b44e3617faeb" /> is de rechtbank van oordeel dat de beslistermijn is overschreden. De beslistermijn verliep in dit geval namelijk op </para>
    <para>17 mei 2024. De rechtbank stelt vast dat belanghebbende verweerder na die beslistermijn in gebreke heeft gesteld en meer dan twee weken daarna in beroep is gegaan. Het beroep is dus gegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Welke beslistermijn moet aan verweerder worden opgelegd? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>2. Als het beroep gegrond is en er nog geen besluit is bekendgemaakt, draagt de rechtbank het bestuursorgaan op om binnen twee weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden alsnog een besluit bekend te maken. Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen.<footnote-ref linkend="_37dda936-e474-478f-93bb-8825620536ff" /></para>
    <para>3. De rechtbank ziet in dit geval aanleiding om verweerder op te dragen zo snel mogelijk op de asielaanvraag van belanghebbende te beslissen, maar uiterlijk twee weken na verzending van deze uitspraak. De rechtbank stelt vast dat de uiterste termijn van 21 maanden zoals genoemd in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn  is verstreken zonder dat verweerder een besluit heeft genomen.<footnote-ref linkend="_55457439-7831-403d-8e14-9728807ed8c6" /></para>
    <bridgehead role="italic">Wat is de hoogte van de rechterlijke dwangsom? </bridgehead>
    <para>4. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb en in overeenstemming met het landelijke beleid (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl) dat verweerder een dwangsom van € 100,- verschuldigd is voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-.</para>
    <para>5. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,5).   </para>
    <bridgehead role="italic">De beroepen geregistreerd onder nummers NL25.30635, NL25.41220 en NL25.48538</bridgehead>
    <para />
    <para>6. De rechtbank verklaart de beroepen die belanghebbende op 10 juli 2025, 7 augustus 2025 en 6 oktober 2025 heeft ingesteld niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. Belanghebbende kan door het voeren van deze opvolgende procedures wegens niet tijdig beslissen namelijk niet meer bereiken dan met het beroep dat hij al op 20 juni 2024 heeft ingesteld. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak geregistreerd onder nummer: NL24.25427:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep gegrond;</para>
    <para>- draagt verweerder op zo snel mogelijk, maar <emphasis role="bold">uiterlijk binnen twee weken</emphasis> na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit bekend te maken;</para>
    <para>- bepaalt dat verweerder aan belanghebbende een dwangsom van € 100,- verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-; en,</para>
    <para>- veroordeelt verweerder in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 453,50.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaken geregistreerd onder nummers: NL25.30635, NL25.41220 en NL25.48538:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, rechter, <?linebreak?>in aanwezigheid van mr. S. Özçelik, griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.</para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_46d205eb-3d1b-41ed-873f-66583bf23184" label="1">
    <para> Op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c682b8ff-fcfa-4080-864e-b44e3617faeb" label="2">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2025:21535. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_37dda936-e474-478f-93bb-8825620536ff" label="3">
    <para> Artikel 8:55d, eerste en derde lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_55457439-7831-403d-8e14-9728807ed8c6" label="4">
    <para> Zie ook ECLI:NL:RVS:2020:1560.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>