<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:27796</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-01T08:09:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.60570</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27796">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27796</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-01T08:07:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:27796 Rechtbank Den Haag , 31-12-2025 / NL25.60570</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:27796:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voorlopige voorziening toegewezen. De rechtsgevolgen van de arbeidsaantekening van de verblijfsvergunning worden geschorst ("mits TWV is verleend") zodat verzoeker de werkzaamheden bij zijn werkgever kan voortzetten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:27796:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Amsterdam</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Zaaknummer:	 NL25.60570 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [verzoeker] , verzoeker</title>
    <para>(gemachtigde: mr. S.M. Groen),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Asiel en Migratie, verweerder</title>
    <para>(gemachtigde: mr. S.J. Versteeg).</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Verzoeker heeft op 24 november 2025 een verblijfsvergunning voor ‘Verblijf als familie- of gezinslid bij [persoon] (referent)’ verkregen onder de beperking ‘arbeid toegestaan mits TWV<footnote-ref linkend="_80ef6371-88c4-479f-9f69-6604564e7f88" /> is verleend’. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 9 december 2025 toegewezen. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt vanwege de arbeidsmarktaantekening. Daarbij heeft verzoeker aan de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening tot schorsing van de beperking van zijn arbeidsmarktaantekening. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 30 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van verweerder. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <para>2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt verzoeker</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Verzoeker voert aan dat er een spoedeisend belang is bij de toekenning van de verzochte voorlopige voorziening, nu verzoeker niet meer mag werken. Hij heeft een contract voor onbepaalde tijd bij zijn werkgever. Verzoeker is nu op non-actief gesteld en ontvangt geen salaris. Daarbij voert verzoeker aan dat zijn bezwaar een redelijke kans van slagen heeft nu uit artikel 29, eerste lid, onder b, van de Stabilisatieovereenkomst<footnote-ref linkend="_ea6ea79b-0f1b-42c4-8edf-414ae5962d03" /> volgt dat echtgenoten van een Servische werknemer vrije toegang hebben tot de arbeidsmarkt van de lidstaat waar die werknemer werkzaam is. Referent is een in Nederland werkzame Servische werknemer, die in Nederland mag werken zonder TWV en aan verzoeker zou dezelfde arbeidsmarktaantekening moeten worden verleend. Op de zitting is met verzoeker besproken dat zijn werkgever zekerheidshalve wel een TWV zal aanvragen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt verweerder</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat referent een wijziging van zijn gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) naar de beperking arbeid in loondienst heeft aangevraagd, welke is verleend. Hierbij heeft referent de arbeidsmarktaantekening ‘arbeid in loondienst. Arbeid toegestaan conform aanvullend document’. De GVVA is niet als uitzondering op artikel 2 van de Wav<footnote-ref linkend="_323858c3-9323-4ee3-8e34-5d74cd835404" /> genoemd in artikel 3 en 4 van die wet. Dit betekent dat verzoeker de juiste arbeidsmarktaantekening heeft verkregen. De Stabilisatieovereenkomst in artikel 49, aanhef, vermeldt dat de in elke lidstaat geldende voorwaarden en modaliteiten gelden. Dat is hier volgens verweerder precies de situatie die aan de orde is; verweerder heeft de toepasselijke voorwaarden en modaliteiten gevolgd. In de RuWAV<footnote-ref linkend="_4e2a0443-c6d2-4f4d-aa38-86e890a42457" /> is ook een overzicht opgenomen van internationale overeenkomsten op grond waarvan het TWV en GVVA vereiste niet gelden. De Stabilisatieovereenkomst wordt niet genoemd als uitzondering, en in bijlage III van de RuWav wordt ook bevestigd dat de Stabilisatieovereenkomst geen vrijstelling van het TWV of GVVA vereiste oplevert. Verweerder verzet zich dan ook tegen een toewijzing van de gevraagde voorlopige voorziening. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Spoedeisend belang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>5. De voorzieningenrechter kan een voorlopige voorziening treffen in de bodemprocedure, als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.<footnote-ref linkend="_5963b693-58aa-4b88-9027-6b587968b866" /> De voorzieningenrechter dient daarbij eerst te beoordelen of sprake is van voldoende spoedeisendheid. Niet is betwist door partijen dat er in deze zaak een spoedeisend belang is. De voorzieningenrechter is ook van oordeel dat verzoeker een spoedeisend belang heeft bij zijn verzoek, mede gelet op de doorlooptijden van de bezwaarprocedure die ter zitting zijn besproken en de lange duur van de periode die verzoeker daardoor niet zou kunnen werken en geen salaris zou ontvangen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Belangenafweging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>6. De voorzieningenrechter beoordeelt de belangenafweging met inachtneming van de vraag of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in dit geval de belangenafweging in het voordeel van verzoeker uitvalt. Hierbij is betrokken dat het in het zeer specifieke geval van verzoeker en zijn referent gaat over een overgang van de ene verblijfsvergunning onder Europese wet- en regelgeving naar een andere, in een situatie waarin zowel verzoeker als zijn referent al vele jaren in dienst zijn van dezelfde werkgever en verzoeker daar een arbeidscontract voor onbepaalde tijd heeft. Onder die omstandigheden overweegt de voorzieningenrechter dat verzoeker een redelijke kans van slagen heeft dat hem onder de Stabiliteitsovereenkomst tenminste een naadloze overgang toekomt van de ene vergunning naar de andere, zodat hij kan blijven werken tot zijn nieuwe arbeidsmarktstatus definitief is geregeld. De voorzieningenrechter betrekt daarbij het recht op vrijheid van dienstverlening van de werkgever van verzoeker en referent. De vrijheid van dienstverlening op grond van de Stabilisatieovereenkomst zou in het gedrang komen als de werkgever geconfronteerd kan worden met een situatie waarin een werknemer, enkel vanwege de nationale modaliteiten en voorwaarden, opeens enkele maanden niet meer voor de werkgever werkzaam kan zijn. Het belang van verzoeker om wel te kunnen blijven werken weegt in dit geval dan ook zwaarder.  </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening waarbij de rechtsgevolgen van de arbeidsaantekening van de verblijfsvergunning worden geschorst (“mits TWV is verleend”), zodat verzoeker de werkzaamheden bij zijn werkgever kan voortzetten, tot vier weken nadat verweerder een beslissing op het bezwaar van verzoeker heeft genomen of het moment dat aan (de werkgever van) verzoeker een TWV wordt verleend, indien dit eerder geschiedt.</para>
    <para />
    <para>8. De voorzieningenrechter ziet aanleiding te bepalen dat verweerder het griffierecht van € 194,- moet vergoeden en dat verzoeker ook een vergoeding krijgt van zijn proceskosten, omdat het verzoek is toegewezen. Verweerder moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 907,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.814,-.</para>
    <para />
    <para>9. Partijen zijn er ter zitting op gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen rechtsmiddel openstaat.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para>- bepaalt dat de rechtsgevolgen van de arbeidsaantekening van de verblijfsvergunning worden geschorst tot vier weken nadat verweerder een beslissing op het bezwaar van verzoeker heeft genomen of het moment dat aan (de werkgever van) verzoeker een TWV wordt verleend, indien dit eerder geschiedt; </para>
    <para>- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 194,- aan verzoeker moet vergoeden; en</para>
    <para>- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan verzoeker.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 december 2025 door mr. M.F.A.M. Smeets, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Waal, griffier.</para>
      <para>Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_80ef6371-88c4-479f-9f69-6604564e7f88" label="1">
    <para> Tewerkstellingsvergunning. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_ea6ea79b-0f1b-42c4-8edf-414ae5962d03" label="2">
    <para> Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds en de Republiek Servië anderzijds.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_323858c3-9323-4ee3-8e34-5d74cd835404" label="3">
    <para> Wet arbeid vreemdelingen. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_4e2a0443-c6d2-4f4d-aa38-86e890a42457" label="4">
    <para> Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_5963b693-58aa-4b88-9027-6b587968b866" label="5">
    <para> Volgens artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>