<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:27794</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-01T08:18:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.13695</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27794">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27794</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-01T08:17:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:27794 Rechtbank Den Haag , 18-12-2025 / NL24.13695</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:27794:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>VA Burkina Faso, geen verweerschrift na herhaaldelijk verzoek, geen motivering plek van terugkeer en enige beoordeling van actuele beoordeling van een risico bij terugkeer ontbreekt, beroep gegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:27794:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 	NL24.13695 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. C.C. Smit),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Asiel en Migratie, verweerder.</bridgehead>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel ingediend. Hij stelt van Burkinese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedag] 1994. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 1 maart 2024 deze aanvraag afgewezen als ongegrond. Ook heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft verweerder op 1 mei 2024 en 6 november 2025 in de gelegenheid gesteld om te reageren op de gronden van eiser door een verweerschrift in te dienen. De rechtbank heeft echter geen verweerschrift ontvangen. Verweerder is vervolgens op 19 november 2025 op grond van artikelen 8:27 en 8:28 van de Awb<footnote-ref linkend="_2b74a18c-ff9d-4e13-9ca8-0e7a196c8c92" /> verzocht om een inhoudelijke reactie te geven op de aangevoerde beroepsgronden. Verweerder is er hierbij op gewezen dat indien een verweer uitblijft de rechtbank daaruit de gevolgtrekkingen zal maken die haar geraden voorkomen conform artikel 8:31 van de Awb. De rechtbank heeft echter geen inhoudelijke reactie van verweerder ontvangen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 25 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en G.M.A. Alharbia als tolk in de Arabische taal. Verweerder heeft zich afgemeld voor de zitting.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het asielrelaas</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>2. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. De ouders van eiser komen oorspronkelijk uit Burkina Faso en hij heeft ook die nationaliteit. Eiser heeft echter zijn hele leven in Saoedi-Arabië gewoond, maar heeft daar geen verblijfsvergunning meer en zijn gezin verblijft daar nu illegaal. Eiser kan niet terugkeren naar Burkina Faso, omdat de leefomstandigheden daar dusdanig slecht zijn, dat hij het niet zal overleven. Hij vreest daarnaast voor wraak van diegene, waarvan de vader van eiser slachtoffer is geworden. Het is daarnaast dusdanig gevaarlijk in het land, dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade als hij naar dat land wordt gestuurd. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het bestreden besluit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder het volgende relevante element:</para>
    <para>- identiteit, nationaliteit en herkomst.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser niet ter discussie staan. Eiser heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van dusdanig slechte leefomstandigheden in Burkina Faso. De vrees voor wraak is enkel gebaseerd op vermoedens en niet aannemelijk gemaakt. Ook is niet gebleken van een 15c<footnote-ref linkend="_3ec1e3d4-7aab-4cab-8d60-a8a2dee723ba" />-situatie in de regio Centre , met de hoofdstad Ouagadougou<footnote-ref linkend="_2bd62e51-1fc7-4e49-a794-cd05d00d3ccb" /> en eiser kan zich hier dan ook vestigen. Verweerder concludeert daarom dat de asielaanvraag ongegrond is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Reëel risico op ernstige schade</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Eiser voert aan dat hij in Burkina Faso een reëel risico loopt op ernstige schade. Uit landeninformatie blijkt namelijk dat er op grote schaal gedwongen rekrutering plaatsvindt.<footnote-ref linkend="_1903e762-7ca8-4e4c-a07e-5d45a3035f7b" /> Verder blijkt uit een brief<footnote-ref linkend="_81ff714c-4350-4991-bad3-06dbcebb3929" /> van Vluchtelingenwerk Nederland, dat er een ernstige veiligheids- en humanitaire situatie door op grote schaal gepleegde oorlogsmisdaden en andere mensenrechtenschendingen door de strijdende partijen in dat land. Uit die bronnen blijk ook dat ruim 20.000 mensen om het leven zijn gekomen door het geweld en ruim twee miljoen mensen ontheemd zijn, waarbij militaire groepen meer dan de helft van het land onder controle hebben en zich ook verplaatsen naar de hoofdstad.<footnote-ref linkend="_2cf028f5-b18a-4970-82fa-cd4c250fda15" /> Verder blijkt uit het rapport van het UNHCR<footnote-ref linkend="_9ec0cd33-3220-421d-939e-298db4d7bdd1" /> dat landen worden opgedragen om personen die afkomstig zijn uit Burkina Faso niet te weigeren, gelet op het feit dat de meeste personen afkomstig uit dat land voldoen aan de vereisten voor vluchtelingschap. Verweerder heeft noch de algemene situatie in Burkina Faso, noch de persoonlijke situatie<footnote-ref linkend="_a9842619-3637-43cc-8ed3-112185abfe2d" /> van eiser betrokken bij de besluitvorming in de beoordeling of hij in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming die volgt uit het arrest X en Y<footnote-ref linkend="_e037039d-8d71-48f2-b407-54f732772986" />. Verweerder heeft daarnaast geen motivering gegeven voor de gekozen plek van terugkeer. De ouders van eiser komen niet uit het aangewezen gebied van verweerder en enige nadere motivering ontbreekt. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt dat uit het arrest Ararat<footnote-ref linkend="_c9fafb49-9b0a-4806-b947-2b0415a44f84" /> van het Hof onder andere volgt dat de rechter verplicht is om ambtshalve de rechtmatigheid van een terugkeerbesluit na te gaan, voor zover het rechtmatigheidsonderzoek betrekking heeft op het eerbiedigen van het beginsel van non-refoulement en de daaruit voortvloeiende beoordeling van een reëel risico op ernstige schade.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat enige actuele beoordeling door verweerder van het risico dat eiser loopt bij terugkeer naar Burkina Faso ontbreekt. De enkele verwijzing van verweerder in het bestreden besluit naar een uitspraak van 2023 en een beoordeling in die uitspraak van de situatie in Burkina Faso op basis van informatie uit 2022, volstaat niet<footnote-ref linkend="_de0fbebb-5dce-4a8b-9b6d-a83010a823b0" />. Waar er door eiser in de zienswijze al recentere stukken zijn overgelegd met betrekking tot de situatie in Burkina Faso, is verweerder daar in het bestreden besluit niet op in gegaan. Verweerder heeft enkel verwezen naar genoemde uitspraak uit 2023 en is niet bijvoorbeeld niet ingegaan op de informatie van UNHCR. Eiser heeft in beroep nog meer landeninformatie overgelegd waarin de veiligheidssituatie in Burkina Faso wordt omschreven<footnote-ref linkend="_2f9eaab2-4e9d-46d9-ab3d-11fe3c09cd89" />. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend, is niet op de zitting verschenen, heeft geen inhoudelijke reactie op de beroepsgrond gegeven en heeft de beroepsgrond dus ook niet betwist.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De rechtbank is verder van oordeel dat indien verweerder al toe zou komen aan het aanwijzen van een gebied van terugkeer voor eiser, verweerder het herkomstgebied van de ouders van eiser dient te betrekken in die beoordeling. De rechtbank overweegt hiertoe dat uit het rapport van de UNHCR<footnote-ref linkend="_547acf75-0ceb-46c9-af16-35ba9bbb0c0e" /> blijkt dat, nog afgezien van de oproep om personen niet gedwongen te laten terugkeren naar bepaalde regio’s, personen enkel kunnen terugkeren naar een ander deel in Burkina Faso, als deze persoon nauwe en sterke banden heeft met de voorgestelde locatie van terugkeer. Verweerder heeft deze informatie ten onrechte niet betrokken bij het bestreden besluit en ook niet gemotiveerd hoe de aanwijzing van het gebied van terugkeer tot stand is gekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De beroepsgrond slaagt, in al haar onderdelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>5. Verweerder heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als ongegrond. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. Verweerder dient opnieuw een beoordeling te maken van het reëel risico dat eiser loopt bij een terugkeer naar Burkina Faso. Verweerder dient daarbij de relevante landeninformatie kenbaar bij zijn beoordeling te betrekken. </para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat verweerder een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor zes weken.</para>
    <para />
    <para>7. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten.</para>
    <para>Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.814,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. </para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep gegrond;</para>
    <para>- vernietigt het bestreden besluit van 1 maart 2024;</para>
    <para>- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag van eiser, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;</para>
    <para>- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.814.-  aan proceskosten aan eiser.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Waal, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_2b74a18c-ff9d-4e13-9ca8-0e7a196c8c92" label="1">
    <para> Algemene wet bestuursrecht.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3ec1e3d4-7aab-4cab-8d60-a8a2dee723ba" label="2">
    <para> Artikel 15, aanhef en onder c. van de EU Kwalificatierichtlijn (2011/95/EU).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2bd62e51-1fc7-4e49-a794-cd05d00d3ccb" label="3">
    <para> Hiertoe verwijst verweerder ook naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam van 22 juni 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:9055. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_1903e762-7ca8-4e4c-a07e-5d45a3035f7b" label="4">
    <para> Hiertoe verwijst eiser naar de volgende landeninformatie: ACLED, Actor Profile: Volunteers for the Defence ofthe Homeland (VDP), 26 maart 2024, Amnesty International, Menschenrechtverteidiger “Verschwunden”, Burkina Faso, 8 december 2023 en ACAPS, Briefing Note, Burkina Faso, Conflict-induced displacement, 6 april 2023.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_81ff714c-4350-4991-bad3-06dbcebb3929" label="5">
    <para> Van 28 maart 2024 over de veiligheids- en humanitaire situatie in Burkina Faso. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2cf028f5-b18a-4970-82fa-cd4c250fda15" label="6">
    <para> Africa Center, 2024 Elections — Burkina Faso: July, 17 januari 2024.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9ec0cd33-3220-421d-939e-298db4d7bdd1" label="7">
    <para> Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Vluchtelingen (UNHCR), Position on returns to Burkina Faso – Update I, van juli 2023.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a9842619-3637-43cc-8ed3-112185abfe2d" label="8">
    <para> Zoals blijkt uit het arrest van het Europees hof voor de bescherming van de Rechten van de Mens van 28 juni 2011, Sufi en Elmi v. VK, nrs 8319/07 en 11449/07.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e037039d-8d71-48f2-b407-54f732772986" label="9">
    <para> Van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof) van 9 november 2023, C-125/22, ECLI:EU:C:2023:843.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c9fafb49-9b0a-4806-b947-2b0415a44f84" label="10">
    <para> Ararat, van 17 oktober 2024, ECLI:EU:C:2024:892.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_de0fbebb-5dce-4a8b-9b6d-a83010a823b0" label="11">
    <para> Bovendien had de vreemdeling in de door verweerder aangehaalde uitspraak zijn normale woon- en verblijfplaats in regio Centre , en dat gaat niet op voor eiser.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2f9eaab2-4e9d-46d9-ab3d-11fe3c09cd89" label="12">
    <para> Brief van Vluchtelingenwerk Nederland van 6 november 2025 met bijlagen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_547acf75-0ceb-46c9-af16-35ba9bbb0c0e" label="13">
    <para> UNHCR, Position on returns to Burkina Faso – Update I, van juli 2023, pagina 15. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>