<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:27781</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-26T14:30:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-02-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 24/13995</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27781">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27781</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-26T14:30:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:27781 Rechtbank Den Haag , 20-02-2025 / AWB 24/13995</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:27781:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Vovo visumaanvraag, geen connexiteit.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:27781:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Utrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: AWB 24/13995</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van            20 februari 2025 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [verzoekster] , uit Marokko, verzoekster</title>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
      <para>(gemachtigde: T. Ben Haddou),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder</title>
    <para>(gemachtigde: mr. P.M.W. Jans).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster hangende het bezwaar tegen de afwijzing van haar visumaanvraag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De minister heeft de visumaanvraag bij het besluit van 23 januari 2024 afgewezen. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Het verzoek strekt ertoe dat alsnog een visum wordt verleend, zodat verzoekster een familiebijeenkomst kan bijwonen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 20 februari 2025 ter zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de minister van Buitenlandse Zaken. Verzoekster was niet aanwezig.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter direct uitspraak gedaan. De motivering van die uitspraak vermeldt de voorzieningenrechter hierna. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <para>2. Een verzoek om een voorlopige voorziening is alleen mogelijk als er ook een bezwaar- of beroepsprocedure loopt.<footnote-ref linkend="_5f4e15fe-4d0f-4d81-8e6e-c924e88d9459" /> Dit is het zogenoemde connexiteitsvereiste. </para>
    <para />
    <para>3. Toen verzoekster haar verzoek om een voorlopige voorziening indiende op           5 september 2024 had zij ook bezwaar gemaakt. Omdat de minister inmiddels op het bezwaar heeft beslist, is er geen lopende bezwaarprocedure meer. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Ter zitting heeft de voorzieningenrechter aan de gemachtigde van verzoekster gevraagd of verzoekster het besluit op bezwaar heeft ontvangen. De gemachtigde heeft dit bevestigd. Vervolgens is gevraagd of verzoekster tegen dat besluit beroep heeft ingesteld bij de rechtbank. De gemachtigde heeft daarop ontkennend geantwoord. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Nu tot op heden geen beroep tegen het besluit op bezwaar is ingesteld<footnote-ref linkend="_2b12b3fa-2d65-4893-840a-1a6c41dda01b" />, is er geen lopende beroepsprocedure. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van connexiteit. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Voor proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>4. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2025 door                            mr. C.M. Dijksterhuis, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Tank, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De voorzieningenrechter is verhinderd </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">					om deze uitspraak te ondertekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</bridgehead>
  <footnote id="_5f4e15fe-4d0f-4d81-8e6e-c924e88d9459" label="1">
    <para> Artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2b12b3fa-2d65-4893-840a-1a6c41dda01b" label="2">
    <para> Artikel 8:81, vijfde lid, van de Awb. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>