<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:27776</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-02T09:01:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-01-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.8204</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27776">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27776</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-26T08:24:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:27776 Rechtbank Den Haag , 14-01-2025 / NL24.8204</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:27776:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>beroep tegen niet tijdig beslissen, BNT, beroep gegrond, vrijstelling griffierecht, kruisjesformulier</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:27776:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: NL24.8204 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [V-Nummers]
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2]</emphasis> en <emphasis role="bold">[belanghebbende 3]</emphasis>, belanghebbenden</para>
      <para>(gemachtigde: mr. E.R. Hagenaars),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid</emphasis>, verweerder</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbenden hebben beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft de gelegenheid van verweer gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.<footnote-ref linkend="_e44de587-923a-4b14-91d5-41656ad56886" /></para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het wettelijke kader en de aan het beroep ten grondslag liggende overwegingen verwijst de rechtbank naar de bijlage bij deze uitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Heeft belanghebbende verzocht om vrijstelling van het griffierecht?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>( x ) Ja, de rechtbank stelt belanghebbende vrij van de verplichting om griffierecht te betalen.<?linebreak?>(   ) Nee, belanghebbende heeft het griffierecht betaald.</para>
      <para>(   ) Nee, belanghebbende hoeft in deze procedure geen griffierecht te betalen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is de beslistermijn overschreden?</emphasis>
      </para>
      <para>( x ) Ja.<?linebreak?>(   ) Nee.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is er een correcte ingebrekestelling en is het beroep meer dan twee weken later ingesteld?</emphasis>
      </para>
      <para>( x ) Ja.<?linebreak?>(   ) Nee.</para>
      <para>(   ) Een ingebrekestelling is in dit geval niet vereist. De rechtbank verwijst hierbij naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 8 maart 2019.<footnote-ref linkend="_644753be-e480-4c26-b22a-353003f37ad2" />.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is het beroep gegrond?</emphasis>
      </para>
      <para>(   ) Nee. Het beroep is niet-ontvankelijk omdat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.<?linebreak?>( x ) Ja.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is er een bestuurlijke dwangsom verbeurd?</emphasis>
      </para>
      <para>( x ) Ja.<?linebreak?>(   ) De rechtbank heeft in een eerder beroep al beslist op de bestuurlijke dwangsom.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Heeft belanghebbende de rechtbank verzocht om de bestuurlijke dwangsom vast te stellen? </emphasis>
      </para>
      <para>(   ) Verweerder heeft al een besluit genomen over de dwangsom. <?linebreak?>(   ) Ja, de rechtbank stelt de dwangsom vast op het bedrag zoals dat is vermeld in de beslissing.</para>
      <para>(   ) Ja, de rechtbank sluit aan bij de vaststelling van verweerder dat belanghebbende recht heeft op de maximale dwangsom. <?linebreak?>( x ) Nee, verweerder moet de dwangsom daarom nog vaststellen.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="underline">Binnen welke termijn moet verweerder alsnog een besluit nemen? </emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>( x ) Verweerder heeft geen bijzondere omstandigheden gesteld. De rechtbank stelt daarom een nadere termijn vast van veertien dagen vanaf de datum waarop de uitspraak naar partijen wordt verstuurd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoe hoog is de rechterlijke dwangsom als verweerder niet binnen deze termijn beslist? </emphasis>
        <?linebreak?>( x ) € 100,-, met een maximum van € 7.500,-.<?linebreak?>(   ) € 200,-, met een maximum van € 15.000,-.</para>
      <para>(   ) € 250,-, met een maximum van € 37.500,-.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="underline">Is er aanleiding om proceskosten vast te stellen?</emphasis>
      </para>
      <para>( x ) Ja.<?linebreak?>(   ) Nee.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoe hoog zijn de te vergoeden proceskosten?</emphasis>
        <?linebreak?>De volgende proceskosten worden toegekend:</para>
      <para>( x ) 1 punt voor het indienen van het beroepsschrift met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 0,5.<?linebreak?>(   ) 0,5 punt voor een nadere reactie met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 0,5. </para>
      <para>(   ) 1 punt voor het indienen van het beroepsschrift met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1.<?linebreak?>(   ) 0,5 punt voor een nadere reactie met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1.<?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is er aanleiding voor vergoeding van het griffierecht?</emphasis>
        <?linebreak?>(   ) Nee, want het beroep is niet gegrond.<?linebreak?>( x ) Nee, want er is geen griffierecht betaald.</para>
      <para>(   ) Ja.<?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(   ) verklaart het beroep niet-ontvankelijk;</para>
      <para>( x ) verklaart het beroep gegrond;</para>
      <para>( x ) stelt de door verweerder verbeurde dwangsom vast op € 1.442,-;</para>
      <para>( x ) draagt verweerder op binnen veertien dagen na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit bekend te maken. </para>
      <para>(   ) draagt verweerder op binnen vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit bekend te maken. </para>
      <para>(   ) draagt verweerder op binnen maximaal [aantal weken invullen] na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit bekend te maken. </para>
      <para>(   ) draagt verweerder op binnen [aantal weken invullen] na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit bekend te maken, tenzij verweerder binnen die termijn beslist tot nader onderzoek. In dat geval moet verweerder binnen een maximale termijn van [aantal weken invullen] na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit bekend maken.</para>
      <para>( x ) bepaalt dat verweerder aan belanghebbende een dwangsom van <?linebreak?>( x ) € 100,- (   ) € 200,-  (   ) € 250,- verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van ( x )  € 7.500,-  (   )  € 15.000,-  (   )  € 37.500,-.</para>
      <para>(   ) draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 187,- aan belanghebbende te vergoeden;</para>
      <para>( x ) veroordeelt verweerder in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van</para>
      <para>( x ) € 437,50 (   ) € 656,25 (   ) € 875 (   ) € 1.312,50.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. L. Dolfing, rechter, <?linebreak?>in aanwezigheid van S. Özçelik, griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bijlage </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.<footnote-ref linkend="_a43d0d22-731d-4d68-be16-da68ca53367b" />Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.<footnote-ref linkend="_1cf53c89-1a48-4217-a2d5-228ce1d041ac" /></para>
      <para>Als niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor een beroep tegen niet tijdig beslissen, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. </para>
      <para>Als een beschikking niet op tijd wordt genomen, is het bestuursorgaan een dwangsom verschuldigd voor elke dag (vanaf de vijftiende dag na ontvangst van de ingebrekestelling) dat het in gebreke is voor ten hoogste 42 dagen. Dit is de bestuurlijke dwangsom. De dwangsom bedraagt de eerste veertien dagen € 23,- per dag, de daaropvolgende veertien dagen € 35,- per dag en de overige dagen € 45,- per dag. Deze dwangsom kan slechts eenmaal worden vastgesteld. <footnote-ref linkend="_5b7c10c4-e056-4329-8bfa-b47ea422c20d" /></para>
      <para>Als verweerder nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Verweerder moet dit in beginsel doen binnen twee weken na het verzenden van de uitspraak.<footnote-ref linkend="_55d06029-5775-4fac-b6ce-be04ff741402" /> Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen.<footnote-ref linkend="_aa55d73f-1535-431a-92e7-df805214dd3f" /></para>
      <para>De rechtbank stelt een termijn vast die recht doet aan de in de uitspraak van 17 maart 2023 en 3 juli 2024 geformuleerde uitgangspunten.<footnote-ref linkend="_d6a7c250-a1e4-4e82-9d54-1d8bf75a704c" /> De rechtbank moet bij het bepalen van de termijn rekening houden met de tijd die verweerder heeft gehad om een besluit te nemen.<footnote-ref linkend="_2a60bc97-cd77-4281-85fd-ba30305ebbce" /></para>
      <para>De rechtbank bepaalt dat verweerder bij het overschrijden van de door de rechtbank vastgestelde termijn een dwangsom verschuldigd is voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden.<footnote-ref linkend="_ded9f191-b5c6-40ae-b4a8-098eb270c242" /> Dit is de rechterlijke dwangsom. Daarbij past de rechtbank het landelijke beleid toe.<footnote-ref linkend="_cbc3e7f0-af74-4e5a-849b-a4a9c33cbe82" />Voor de dwangsomtermijn wordt uitgegaan van een termijn van 75 dagen voor verweerder om alsnog een besluit te nemen. De rechtbank legt in beginsel een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 7.500,-. Bij opvolgende beroepen niet tijdig die worden ingesteld nádat de maximale dwangsom is volgelopen, zal de dwangsom worden verdubbeld, bij een gelijk aantal dagen.</para>
      <para>Voor zover verweerder verzoekt om de dwangsom te verlagen, volgt de rechtbank hem hierin niet. De door de rechtbank gehanteerde dwangsommen zijn gebaseerd op landelijk beleid. Feitelijk gezien vraagt de verweerder om dit landelijk afgestemde beleid in alle zaken waarin hij werkt volgens het fifo-principe buiten toepassing te laten. Daartoe ziet de rechtbank op dit moment geen aanleiding. Wel kan in geval van bijzondere omstandigheden van dit beleid worden afgeweken. In de door de verweerder genoemde omstandigheden, die algemeen van aard zijn en in feite gelden voor elke zaak, ziet de rechtbank geen aanleiding. De rechtbank stelt daarom de hoogte van de dwangsom in deze zaak vast op een bedrag van zoals dat is opgenomen in het dictum. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als het beroep gegrond is, bepaalt de rechtbank dat verweerder het griffierecht moet vergoeden als belanghebbende dat heeft betaald.<footnote-ref linkend="_514bfea3-c703-44e8-8355-f7d60117148b" /> Als belanghebbende is bijgestaan door een rechtsbijstandverlener, stelt de rechtbank een vergoeding vast van zijn kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.<footnote-ref linkend="_b04d807e-1400-4fa8-8cbe-6c58607fd1c9" /> De zaak is van licht gewicht als het alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden en/of een dwangsom is verbeurd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bent u het niet eens met deze uitspraak?</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_e44de587-923a-4b14-91d5-41656ad56886" label="1">
    <para> Op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_644753be-e480-4c26-b22a-353003f37ad2" label="2">
    <para> ECLI:NL:RVS:2019:673.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a43d0d22-731d-4d68-be16-da68ca53367b" label="3">
    <para> Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_1cf53c89-1a48-4217-a2d5-228ce1d041ac" label="4">
    <para> Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5b7c10c4-e056-4329-8bfa-b47ea422c20d" label="5">
    <para> Artikel 4:17 van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_55d06029-5775-4fac-b6ce-be04ff741402" label="6">
    <para> Artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_aa55d73f-1535-431a-92e7-df805214dd3f" label="7">
    <para> Artikel 8:55d, eerste en derde lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d6a7c250-a1e4-4e82-9d54-1d8bf75a704c" label="8">
    <para> Zie Rechtbank Den Haag, zp. Arnhem, 17 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:3590 en ABRvS 3 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2644, r.o. 6.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2a60bc97-cd77-4281-85fd-ba30305ebbce" label="9">
    <para> ABRvS 3 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2644.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ded9f191-b5c6-40ae-b4a8-098eb270c242" label="10">
    <para> Op grond van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cbc3e7f0-af74-4e5a-849b-a4a9c33cbe82" label="11">
    <para> Gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_514bfea3-c703-44e8-8355-f7d60117148b" label="12">
    <para> Artikel 74, eerste lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b04d807e-1400-4fa8-8cbe-6c58607fd1c9" label="13">
    <para> Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>