<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:27726</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-30T10:03:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/683848 / HA ZA 25-347</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27726">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27726</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-30T10:02:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:27726 Rechtbank Den Haag , 22-10-2025 / C/09/683848 / HA ZA 25-347</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:27726:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geen sprake van een geldleningsovereenkomst.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:27726:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Den Haag</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Den Haag</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/09/683848 / HA ZA 25-347</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 22 oktober 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eisers sub 1] B.V., </title>
    <parablock>
      <para>te [vestigingsplaats] ,<?linebreak?>2. <emphasis role="bold">[eisers sub 2]</emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partijen,</para>
      <para>hierna  te noemen: [eisers sub 1] en [eisers sub 2] ,</para>
      <para>advocaat: mr. R.N. Baldew,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>advocaat: mr. T.Y. Tsang.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Kern van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eisers sub 2] en [gedaagde] hebben een relatie gehad. In die periode heeft [eisers sub 2] vanuit zijn privébankrekening en die van [eisers sub 1] verschillende bedragen aan [gedaagde] overgemaakt en uitgaven voor haar gedaan. [eisers sub 2] en [eisers sub 1] vorderen gedeeltelijke terugbetaling daarvan. De rechtbank wijst de vorderingen af, omdat partijen geen geldleningsovereenkomst zijn overeengekomen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding van 9 april 2025, met 12 producties,</para>
        <para>- de conclusie van antwoord van 4 juni 2025, met 2 producties,</para>
        <para>- het tussenvonnis van 25 juni 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 26 augustus 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Ter zitting hebben [eisers sub 1] en [eisers sub 2] hun eis verminderd. De zittingsaantekeningen van de griffier bevinden zich in het dossier. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eisers sub 2] is bestuurder van [eisers sub 1] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eisers sub 2] en [gedaagde] hebben van oktober 2021 tot november 2023 een vriendschappelijke, dan wel affectieve relatie met elkaar gehad. [eisers sub 2] heeft in die periode vanuit zijn privébankrekening en de bankrekening van [eisers sub 1] verschillende bedragen overgemaakt aan [gedaagde] . Ook heeft hij vanuit diezelfde bankrekeningen verschillende uitgaven gedaan voor [gedaagde] voor onder andere rijlessen, boodschappen, feesten, vakanties, kleding, sieraden en persoonlijke verzorging. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>In augustus 2022 hebben partijen onder andere de volgende e-mails met elkaar uitgewisseld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 16 augustus 2022 om 15:00 uur stuurde [eisers sub 2] aan [gedaagde] :</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>	“<emphasis role="italic">Beste [gedaagde] ,</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Als eerste wil ik je zeggen dat je mij beledigd als je zegt dat je mij gaat terugbetalen. Wat wil je terug betalen??? Als ik alles zou optellen dan kom je aan duizenden.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Je reis naar [land] heeft mij alles bij elkaar al kleine 5000 euro gekost, heb ik een keer gezegd dat ik het terug wil? </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">[…]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Nu kom je opeens ik wil je terug betalen…. Alsjeblieft beledig mijn liefde niet.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">[…].</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 16 augustus 2022 om 15:17 uur stuurde [gedaagde] aan [eisers sub 2] :</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>	“<emphasis role="italic">[…]</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik beledig j niet ik weet dat ik jw duizenden moet terug betalen voel me schuldig.. blijf een schuld .</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	[…].</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 16 augustus 2022 om 15:23 uur stuurde [eisers sub 2] aan [gedaagde] :</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>	“<emphasis role="italic">[gedaagde] ik heb nooit liefde willen kopen, ik heb je willen verwennen</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Dus nogmaals zie het niet als een schuld</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 22 augustus 2022 om 10:35 uur stuurde [gedaagde] aan [eisers sub 2] :</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>	“<emphasis role="italic">Hoiii [eisers sub 2] ,</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik wilde j niet storen maar ik wil j wel zeggen voel me echt rot dat ik met jw tickets geld naar [land] gaat… en zoveel geld van j heb genoten.. ik kan j alleen bedanken en verder niks eraan doen.. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	[…].</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 22 augustus 2022 om 17:54 uur stuurde [eisers sub 2] aan [gedaagde] :</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>	“<emphasis role="italic">Lieve [gedaagde] ,</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	In elk gesprek zeg je hetzelfde, dat je mij geld of iets schuldig ben.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Laat ik duidelijk zijn, je hebt mij  nooit wat gevraagd… alles wat ik heb gedaan is uit pure liefde. Elke keer als ik je verwende genoot ik! Dus ik deed het niet voor jou, maar voor mij. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">[…]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik wilde zo graag je huis voor je doen, een mahal maken zodat jij trots kan zijn wat je bereikt hebt. Je ouders halen, ik was met alles bezig.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">[…]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Jij doet overkomen dat ik iets terug wilde? Wanneer heb ik iets terug gewild… ik moet JOU betalen… de tijd, plezier, [gedaagde] . Dat is onbetaalbaar. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	En over je ticket, dat is een belofte geweest… en ik breek geen beloftes! Jij wilde naar [land] en je gaat naar [land]!</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	[…].</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Per 1 november 2023 is de relatie tussen [eisers sub 2] en [gedaagde] beëindigd. Op die datum heeft [gedaagde] verschillende WhatsApp-berichten aan [eisers sub 2] gestuurd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Om 16:51 uur: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para> “<emphasis role="italic">[eisers sub 2] verdraait alles wat j allemaal gezegd heb, als ik fout over jw gezegd heb kom nu geef mij harde klappen is opgelost , </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Daarna iedereen zijn eigen weg gaan is beter ik belooft het en jw geld stort ik elke maand terrug  </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">En ik weet dat jij en [naam 1] gaat me in de problemen geven en [naam 2] ook </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Ik verzoek jw darna ik ken jw niet en ik jw niet stop aub met alles</emphasis>” </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Om 16:57 uur: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">Je bent een volwassen man j kan beter vrouwen krijgen dan ik, ik bestaat niet </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Laat mij met rust .ik verzoek jw </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Ik ben ook iemand zus of moeder..-als ik jw eigen zus was had j niet gedaan </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Ik verzoek jw nog steeds .. iedereen zijn eigen weg</emphasis>.”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Om 17:00 uur:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">Als j wil breken , breek mij maar niet iemand anders z’n huis  ze zijn gelukkig met hun huwelijk..</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">neem die bank en koelkast en tv alles</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Kom halen wat j mij gekocht en gegeven , betaal j elke maand 100 euro</emphasis>”.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eisers sub 1] en [eisers sub 2] vorderen, na vermindering van eis: </para>
        <para>- [gedaagde] te veroordelen om aan [eisers sub 2] te voldoen de som van € 26.693,14 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 november 2023 tot de dag der algehele voldoening;</para>
        <para>- teruglevering van de onder productie 8 A (sieraden), B (Iphone en Airpods) en G (o.a. laminaat) genoemde goederen;</para>
        <para>- subsidiair schadevergoeding ter waarde van de goederen;</para>
        <para>- met veroordeling van [gedaagde] in buitengerechtelijke kosten ex art. 6:96 lid 2 BW, alsmede</para>
        <para>- veroordeling in de kosten van deze procedure.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [eisers sub 1] en [eisers sub 2] leggen aan hun vorderingen ten grondslag dat zij een geldleningsovereenkomst zijn aangegaan met [gedaagde] , op basis waarvan zij de verschillende betalingen en uitgaven voor haar hebben gedaan. Zij vorderen nu terugbetaling en teruggave daarvan. Subsidiair stellen zij dat er sprake is van onverschuldigde betaling, onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer en concludeert dat de vorderingen van [eisers sub 1] en [eisers sub 2] moeten worden afgewezen met veroordeling van [eisers sub 1] en [eisers sub 2] in de volledige proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Geen geldleningsovereenkomst tussen [eisers sub 1] en [gedaagde]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling gaf [eisers sub 2] aan dat er geen relatie bestaat tussen [eisers sub 1] en [gedaagde] . Ook bevestigde hij dat de communicatie tussen hem en [gedaagde] over de verschillende uitgaven steeds in het kader van hun privérelatie plaatsvond. De advocaat van [eisers sub 2] bevestigde bovendien dat het enkele feit dat er betalingen vanuit [eisers sub 1] zijn gedaan niet betekent dat er sprake was van een geldleningsovereenkomst tussen [eisers sub 1] en [gedaagde] . Het voorgaande betekent dat de (aanvankelijk) door [eisers sub 1] gestelde rechtsverhouding tussen haar en [gedaagde] niet is komen vast te staan. Er bestaat geen geldleningsovereenkomst tussen [eisers sub 1] en [gedaagde] . Dit betekent dat de vorderingen van [eisers sub 1] niet op deze grondslag kunnen worden toegewezen. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Geen geldleningsovereenkomst tussen [eisers sub 2] en [gedaagde]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Tussen [eisers sub 2] en [gedaagde] is in geschil of er tussen hen een geldleningsovereenkomst bestaat. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>
        [eisers sub 2] beroept zich op de rechtsgevolgen van een geldleningsovereenkomst. Op grond van de hoofdregel rust daarmee de stelplicht en de bewijslast op [eisers sub 2] .<footnote-ref linkend="_a8b2660e-f35c-4c02-850b-fcecc3101ad3" /> Daarom is het aan [eisers sub 2] om te onderbouwen en, zo nodig, te bewijzen dat het bij de betaling van de verschillende bedragen aan [gedaagde] en de gedane uitgaven voor [gedaagde] ging om een geldleningsovereenkomst, waarbij [gedaagde] een terugbetalingsverplichting op zich heeft genomen. Dit betekent dat als dit niet komt vast te staan, de vorderingen van [eisers sub 2] niet op deze grond kunnen worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank oordeelt dat er geen geldleningsovereenkomst bestaat tussen [eisers sub 2] en [gedaagde] . Ter zitting heeft [eisers sub 2] zijn eis verminderd in die zin dat hij alleen bedragen en goederen terugvordert over de periode van september 2022 tot en met oktober 2023. Maar ook daarvoor geldt dat niet is komen vast te staan dat een geldleningsovereenkomst is overeengekomen. Vaststaat dat over de gestelde lening niets op papier is gezet en [eisers sub 2] heeft, in het kader van de gemotiveerde betwisting door [gedaagde] , onvoldoende gemotiveerd gesteld dat deze mondeling is overeengekomen. Anders dan [eisers sub 2] stelt, volgt dit  niet uit de gedane overschrijvingen. De meeste overboekingen zijn niet voorzien van een omschrijving. Slechts twee overboekingen zijn voorzien van een omschrijving: eenmaal “kleding” en eenmaal “rijles”. Hieruit volgt niet dat de overgemaakte bedragen zijn overgemaakt met de bedoeling dat [gedaagde] deze zou terugbetalen. Ook in de door [eisers sub 2] overgelegde verklaring van de nicht van de vader van [gedaagde] staat niets vermeld over enige geldleningsovereenkomst tussen [eisers sub 2] en [gedaagde] in de relevante periode. </para>
        <para>De e-mailconversatie tussen [eisers sub 2] en [gedaagde] uit augustus 2022 (zie o.a. r.o. 3.3.) ziet op de periode voorafgaand aan de periode waarover nu nog terugbetaling wordt gevorderd. Uit die mailwisselingen blijkt dat [eisers sub 2] over de periode daarvoor juist uitdrukkelijk geen geld (terug) wenste te ontvangen van [gedaagde] . In die mailwisseling zijn geen afspraken terug te vinden over een geldleningsovereenkomst voor de periode daarna. Uit niets blijkt dat [eisers sub 2] na die mailwisseling uitdrukkelijk aan [gedaagde] kenbaar heeft gemaakt dat de situatie is veranderd en het hem nu wel ging om geldleningen. Tot slot volgt uit de WhatsApp-berichten van [gedaagde] van 1 november 2023 evenmin dat er sprake is geweest van een mondeling overeengekomen geldleningsovereenkomst. Deze berichten komen qua inhoud overeen met de e-mails van [gedaagde] waar [eisers sub 2] in augustus 2022 nog afwijzend op reageerde. [gedaagde] heeft daarover betoogd dat haar aanbod  aan [eisers sub 2] om spullen bij haar op te halen en om geld aan hem over te maken, voortkomen uit persoonlijke gevoelens van spijt, schaamte of dankbaarheid. Zij voert aan dat zij deze berichten niet verstuurde met het oogmerk om een juridische betalingsverplichting op zich te nemen. De rechtbank is van oordeel dat deze berichten, in het licht van de mailwisselingen uit augustus 2022 en gelet op het betoog van [gedaagde] , alsmede op de afwezigheid van een duidelijke verklaring van [eisers sub 2] aan [gedaagde] dat hij de bedragen aan overboekingen en uitgaven terug wenst te ontvangen, niet kunnen worden aangemerkt als erkenning van de verschuldigdheid van alles wat [eisers sub 2] in de 14 maanden daaraan voorafgaand aan [gedaagde] heeft overgemaakt of voor haar heeft betaald tot een bedrag van € 26.693,14. Verder heeft [eisers sub 2] geen andere feiten gesteld waaruit blijkt dat hij en [gedaagde] een geldleningsovereenkomst zijn overeengekomen. De vorderingen van [eisers sub 2] kunnen daarom niet op deze grond worden toegewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Onvoldoende gesteld over overige rechtsgronden</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>De subsidiair aangevoerde grondslagen (onverschuldigde betaling, onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking) en de onderbouwing daarvan hebben [eisers sub 1] en [eisers sub 2] in de dagvaarding niet voldoende concreet gemaakt. Tijdens de mondelinge behandeling hebben zij dit ook niet verder aangevuld, nadat hen daarnaar gevraagd is. Zij volstonden met een verwijzing  naar de dagvaarding met producties, maar hebben niet concreet gemaakt op welke producties en feiten zij zich beroepen. [eisers sub 1] en [eisers sub 2] hebben op dit punt niet voldaan  aan de op hen rustende stelplicht. Ook deze gronden slagen daarom niet.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>Alle  vorderingen van [eisers sub 1] en [eisers sub 2] zullen worden afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>
        [eisers sub 1] en [eisers sub 2] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten betalen. [gedaagde] heeft verzocht om [eisers sub 1] en [eisers sub 2] te veroordelen in de volledige proceskosten omdat de dagvaarding onvolledig en onvoldoende onderbouwd is, de gevorderde hoofdsom onverklaard blijft en [eisers sub 1] niet als mede-eiser aangemerkt had moeten worden. Hierdoor is volgens [gedaagde] een  veroordeling van [eisers sub 1] en [eisers sub 2] in de volledige proceskosten op zijn plaats. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>De rechtbank gaat hier niet in mee. De proceskosten kunnen alleen volledig worden toegewezen in het geval van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen aan de zijde van [eisers sub 1] en [eisers sub 2] . Hier moet terughoudend mee worden omgegaan gelet op het recht op toegang tot de rechter. [eisers sub 1] en [eisers sub 2] hebben hun vorderingen niet gebaseerd op feiten of omstandigheden waarvan zij de onjuistheid kenden of stellingen waarvan zij op voorhand moesten begrijpen dat die geen kans van slagen hadden. Dat [eisers sub 1] en [eisers sub 2] hun subsidiaire grondslagen niet voldoende hebben toegelicht en onderbouwd is op zichzelf ook onvoldoende om te spreken van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9.</nr>
      <para>Hieruit vloeit voort dat de juridische kosten slechts op basis van het liquidatietarief voor vergoeding in aanmerking komen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>90,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris advocaat</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.572,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 786,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.662,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.10.</nr>
      <para>
        [eisers sub 1] en [eisers sub 2] worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten.  Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van [eisers sub 1] en [eisers sub 2] af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eisers sub 1] en [eisers sub 2] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.662,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eisers sub 1] en [eisers sub 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.T.H. Janssen, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_a8b2660e-f35c-4c02-850b-fcecc3101ad3" label="1">
    <para> Artikel 150 Rv.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>