<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:27701</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-17T11:03:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-01-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 25.10678</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27701">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27701</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-17T11:00:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:27701 Rechtbank Den Haag , 13-01-2025 / AWB 25.10678</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:27701:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Machtiging tot voorlopig verblijf (mvv); duurzame relatie; beroep is ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:27701:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: AWB 25.10678</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiseres], V-nummer: [v-nummer], eiseres</title>
    <para>(gemachtigde: mr. G.E. Eind),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Asiel en Migratie, verweerder.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 18 juni 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 29 april 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>2. De rechtbank heeft het beroep op 18 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van eiseres. Verweerder is met bericht vooraf niet ter zitting verschenen.	</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1991 en heeft de Ghanese nationaliteit. [referent] (referent) heeft op 28 december 2023 voor eiseres een mvv-aanvraag ingediend voor verblijf bij hem. </para>
    <para />
    <para>4. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden voor de afgifte van een mvv.<footnote-ref linkend="_39867572-7dc7-455d-9294-86fae132d271" /> Eiseres heeft niet aangetoond dat zij een duurzame relatie heeft met referent.<footnote-ref linkend="_abfd8a18-c780-4434-96fe-75677d5ccb92" /> Verweerder heeft dan ook geconcludeerd dat tussen hen geen sprake is van familieleven in de zin van artikel 8 van het EVRM.<footnote-ref linkend="_7af952ee-9fd8-4c14-bd0c-941fd950d330" /> Daarom heeft verweerder geen belangenafweging gemaakt.<footnote-ref linkend="_fcb9625a-7fba-42f0-a991-abc3d1b9cda6" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vindt eiseres in beroep?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Eiseres heeft ter onderbouwing van haar aanvraag geldovermakingen, schermafbeeldingen van WhatsApp-berichten en -telefoongesprekken, foto’s waarop eiseres en referent staan afgebeeld, tickets en schermafbeeldingen van Facebook Messenger overgelegd. Uit laatstgenoemde schermafbeeldingen kan volgens haar worden afgeleid dat eiseres en referent voor januari 2022 contact hadden. Uit de overgelegde stukken blijkt daarbij dat eiseres en referent geruime tijd met elkaar in contact zijn. Eiseres volgt daarnaast niet waarom de inhoud van de telefoon- en/of videogesprekken van belang is. De enkele omstandigheid dat eiseres en referent met elkaar communiceren levert samen met de andere bewijsstukken voldoende bewijs op om een relatie aannemelijk te maken. Dat er gemiste oproepen voorkomen en dat de oproepen soms kort zijn, betekent niet dat er daardoor geen sprake is van een duurzame relatie. Referent ondersteunt eiseres financieel en niet begrijpelijk is waarom verweerder de overgelegde overmakingsbewijzen niet als bewijs aanneemt. Het bestreden besluit is niet deugdelijk gemotiveerd en er is sprake van willekeur. Het is daarnaast aan verweerder om aan te geven welke bewijzen eiseres moet aanleveren ter staving van de relatie. Verweerder heeft ten onrechte afgezien van een belangenafweging. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder motiveert de rechtbank hoe zij tot dit oordeel is gekomen.</para>
    <para />
    <para>7. Tussen partijen is in geschil of eiseres en referent een duurzame relatie hebben die op één lijn te stellen is met een huwelijk. Het is daarbij aan eiseres en referent om aannemelijk te maken dat er sprake is van een duurzame relatie die in voldoende mate op één lijn is te stellen met een huwelijk. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiseres en referent daarin niet zijn geslaagd. </para>
    <para />
    <para>8. Naar het oordeel van de rechtbank is eiseres voldoende in de gelegenheid gesteld om de door haar gestelde duurzame relatie aan te tonen. Verweerder heeft de door haar aangeleverde WhatsApp-berichten, foto’s en overige stukken onvoldoende mogen vinden om een duurzame relatie aan te nemen. Verweerder heeft daarbij mogen betrekken dat er geen bewijsstukken zijn overgelegd die inzicht geven in de wijze waarop eiseres en referent in de beginperiode van hun gestelde relatie contact hebben onderhouden of waaruit blijkt dat zij, zoals gesteld, vanaf 20 februari 2021 een relatie hebben. Verweerder heeft zich daarnaast op het standpunt mogen stellen dat de overgelegde WhatsApp-berichten onvoldoende bewijs bevatten om een duurzame relatie aan te tonen. De WhatsApp-berichten bevatten flarden van gesprekken tussen eiseres en referent in korte perioden tussen 2023, 2024 en 2025. Verweerder wijst er terecht op dat het merendeel van die gesprekken niet is voorzien van een datum. Verweerder heeft er daarbij op mogen wijzen dat het voornamelijk om video-oproepen gaat, waardoor de aard en de inhoud van de gesprekken niet kan worden vastgesteld. Ten aanzien van de overgelegde foto’s en reisbescheiden heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat deze weliswaar aantonen dat referent in Ghana is geweest en dat hij eiseres daar heeft gezien, maar dat deze foto’s en reisbescheiden niet aantonen hoe vaak, voor welke duur en met welke intentie referent eiseres heeft gezien in deze periode. Ten aanzien van de geldoverboekingen heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat het enkele feit dat er geld is overgeboekt onvoldoende is om zonder meer uit te gaan van een duurzame relatie, omdat het overboeken van geld niet enkel is voorbehouden aan (huwelijks)partners. Bovendien blijkt uit de overgelegde WhatsApp-gesprekken dat referent aan eiseres heeft verzocht om geldbedragen te overhandigen aan derden, waaruit verweerder heeft mogen afleiden dat in elk geval een deel van de overgemaakte bedragen niet voor eiseres was bestemd.</para>
    <para />
    <para>9. Gelet op wat hiervoor is overwogen, heeft verweerder het bestreden besluit voldoende gemotiveerd. In wat eiseres naar voren heeft gebracht ziet de rechtbank ook geen grond voor het oordeel dat sprake zou zijn van willekeur. </para>
    <para />
    <para>10. In de aanloop naar de zitting heeft eiseres nadere stukken ingediend, waaronder een kopie van een huwelijksakte van 27 juni 2025 en foto’s van een huwelijksceremonie. Op zitting is door de gemachtigde van eiseres toegelicht dat deze stukken steunbewijs bieden voor het bestaan van een relatie in de periode daarvoor. Verweerder heeft deze omstandigheid echter niet bij de beoordeling van het bestreden besluit van 29 april 2025 kunnen betrekken. Daarom kunnen deze stukken niet tot een andere uitkomst in deze procedure leiden. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en het bestreden besluit dus in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. L.W.H. Schippers, griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 januari 2026. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_39867572-7dc7-455d-9294-86fae132d271" label="1">
    <para> De voorwaarden staan in de artikelen 3.13 tot en met 3.22a van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) en in hoofdstuk B7 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_abfd8a18-c780-4434-96fe-75677d5ccb92" label="2">
    <para> Zoals volgt uit artikel 3.14, aanhef en onder b van het Vb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7af952ee-9fd8-4c14-bd0c-941fd950d330" label="3">
    <para> Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_fcb9625a-7fba-42f0-a991-abc3d1b9cda6" label="4">
    <para> Gelet op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1189.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>