<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:27662</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-27T10:08:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/688907 / KG ZA 25-735</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27662">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27662</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-27T10:08:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:27662 Rechtbank Den Haag , 25-11-2025 / C/09/688907 / KG ZA 25-735</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:27662:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding. Afspraken over zorgregeling. Beslissing over dwangsom. Ieder eigen proceskosten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:27662:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank den haag</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team familie - voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak- / rolnummer: C/09/688907 / KG ZA 25-735</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 25 november 2025 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vader]
        </emphasis> te [woonplaats] ,</para>
      <para>eiser in conventie,</para>
      <para>verweerder in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. N. Bagci-Çiçek te Den Haag,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder]
        </emphasis> te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde in conventie,</para>
      <para>eiseres in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. N.D. Bauman te Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de vader’ en ‘de moeder’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>-	de dagvaarding;</para>
        <para>-	de conclusie van antwoord met producties;</para>
        <para>-	de op 5 september 2025 gehouden mondelinge behandeling;</para>
        <para>-	het proces-verbaal van 5 september 2025;</para>
        <para>-	het bericht van de Raad voor de Kinderbescherming van 12 september 2025;   </para>
        <para>-	de brief van 17 oktober 2025 van de moeder, inhoudende een wijziging van haar eis in reconventie; </para>
        <para>-	de brief van 20 oktober 2025, met bijlage, van de vader; </para>
        <para>-	de brief van 6 november 2025, met producties, van de moeder;</para>
        <para>-	de op 11 november 2025 gehouden voortgezette mondelinge behandeling;</para>
        <para>-	het bericht van 13 november 2025 van de vader;</para>
        <para>-	het bericht van 14 november 2025 van de vader;</para>
        <para>-	het bericht van 14 november 2025 van de moeder.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op de zitting van 11 november 2025 zijn verschenen: de vader bijgestaan door zijn 	advocaat, de moeder bijgestaan door haar advocaat, E. Garcia namens de Raad voor 	de Kinderbescherming (RvdK). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De ouders hebben na de zitting de voorzieningenrechter geïnformeerd dat zij 	overeenstemming hebben bereikt over een gewijzigde zorgregeling. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten in conventie en in reconventie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de stukken en wat op de zitting is besproken, wordt in deze procedure van het volgende uitgegaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De vader en de moeder hebben een affectieve relatie gehad.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Zij zijn de ouders van de minderjarige kinderen: </para>
        <para>- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 te [geboorteplaats] ;</para>
        <para>- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats] .</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij beschikking van deze rechtbank van 24 december 2021 zijn de ouders 	gezamenlijk met het gezag belast.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij beschikking van deze rechtbank van 16 januari 2024 is bepaald dat de kinderen 	bij de vader zijn: </para>
        <para>	- elke week van woensdag uit school tot donderdag naar school;</para>
        <para>	- om de week van vrijdag 17.00 uur tot zondag 17.30 uur;</para>
        <para>	- tijdens de vakanties en feestdagen zoals opgenomen in hoofdstuk vier van het 		  ouderschapsplan, aangehecht aan de beschikking, behoudens punt 4.7 en de	 	  schuingedrukte passages,</para>
        <para>	waarbij de vader de kinderen haalt en brengt bij de lift in de hal op de begane 	grond van de woning van de moeder.</para>
        <para>	Hierbij is bepaald dat de moeder aan de vader een dwangsom verbeurt van € 50,- 	voor iedere keer dat zij voormelde zorgregeling niet nakomt, met een maximum 	van € 1.000,-. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit het proces-verbaal van 5 september 2025 blijkt dat partijen tijdens de 	mondelinge behandeling het volgende zijn overeengekomen: </para>
        <para>1. De zorgregeling wordt vooralsnog, in afwachting van overeenstemming tussen partijen dan wel een andersluidend rechterlijk oordeel, uitgevoerd als volgt: de kinderen zullen één weekend per veertien dagen bij de man zijn, van vrijdag 17.00 uur tot zondag 17.30 uur. Het eerste weekend zal aanvangen op vrijdag 12 september 2025. De man zal dat weekend bij zijn partner doorbrengen met de kinderen. Het weekend van 26 september 2025 zal de man met de kinderen doorbrengen bij zijn ouders. Vervolgens zal afwisselend bij de partner en bij de ouders van de man worden verbleven in de omgangsweekenden.</para>
        <para>2. Partijen zullen in de komende periode de huisarts van de kinderen/HAP en Veilig Thuis vragen te bevestigen welke meldingen/onderzoeken door hen zijn gedaan. De advocaten zullen daarvoor gezamenlijk de nodige stappen zetten.</para>
        <para>3. Indien na ontvangst van voormelde gegevens tussen partijen geen overeenstemming bestaat over de verdere uitvoering van de zorgregeling zal door de meest gerede partij aan de voorzieningenrechter worden gevraagd een vervolgzitting te bepalen. In dat kader zal de zaak pro forma voor zes weken worden aangehouden, tot zaterdag 18 oktober 2025. Partijen dienen zich uiterlijk op die datum uit te laten over de gewenste voortgang van de procedure.</para>
        <para>4. Partijen verzoeken aanhouding van de zaak.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>De moeder heeft in oktober 2025 de zorgregeling weer stopgezet. </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">3.	Het geschil</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">in conventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De vader vordert, zakelijk weergegeven: </para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Primair</emphasis>
        </para>
        <para>I. de minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] voorlopig aan de man toe te vertrouwen totdat in de nog te starten bodemprocedure een eindoordeel is gegeven over de wijziging van de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen;</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Subsidiair </emphasis>
        </para>
        <para>II. de moeder te veroordelen om conform de beschikking van 16 januari 2024 van de rechtbank Den Haag de minderjarigen iedere woensdag om 12:00 uur en om de week op de vrijdag om 17:00 uur, alsmede op maandag </para>
        <para>11 augustus 2025 om 10:00 uur aan de vader af te geven, zo nodig met behulp van de sterke arm;</para>
        <para>III. op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per keer dat zij weigert de zorgregeling na te leven.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De moeder heeft tegen deze vorderingen verweer gevoerd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De moeder vordert na wijziging van haar eis in reconventie: </para>
        <para>- de zorgregeling op te schorten;</para>
        <para>- de vader te veroordelen in de kosten van onderhavige procedure.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De vader heeft tegen deze vorderingen verweer gevoerd. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Afspraken over de zorgregeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter heeft zowel tijdens de eerste zitting als tijdens de tweede 	zitting met de ouders besproken dat zij in de zorgen die de moeder heeft geuit geen 	aanleiding ziet om de zorgregeling geheel op te schorten. De ouders hebben 	vervolgens tijdens de eerste zitting voorlopige afspraken gemaakt over de 	zorgregeling. Na de tweede zitting hebben de ouders de voorzieningenrechter 	geïnformeerd dat zij in onderling overleg een gewijzigde zorgregeling zijn 	overeengekomen. Met ingang van vrijdag 14 november 2025 luidt de zorgregeling 	tussen de vader en de kinderen als volgt: </para>
        <para>- een weekend in de veertien dagen van vrijdag uit school tot maandag naar school; </para>
        <para>- iedere week van woensdag uit school tot donderdag naar school.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Deze afspraak wordt, zoals door partijen verzocht, opgenomen in het dictum. De 	andersluidende vorderingen betreffende de zorgregeling zullen worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter merkt hierbij nog op dat zij ervanuit gaat dat de ouders de 	nieuwe zorgregeling correct zullen nakomen en zich daarnaast ook zullen houden 	aan de afspraak die zij tijdens de zitting hebben gemaakt inhoudende dat de 	kinderen dit jaar in de kerstvakantie de tweede week, inclusief Oud en Nieuw, bij de 	moeder zullen doorbrengen en de eerste week bij de vader. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Hulpverlening</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De Raad voor de Kinderbescherming zal contact opnemen met Veilig Thuis voor 	een verwijzing naar Uniform Hulpaanbod en het opstarten van 	opvoedondersteuning. De voorzieningenrechter gaat ervanuit dat beide ouders hun 	medewerking zullen verlenen aan deze hulpverlening. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De dwangsom </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De vader heeft zijn vordering om de moeder een dwangsom op te leggen 	gehandhaafd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter vindt oplegging van een dwangsom, als stimulans tot 	nakoming van de afgesproken zorgregeling, aangewezen omdat de moeder de 	zorgregeling al vaker eenzijdig heeft stopgezet. De dwangsom zal wel worden 	gematigd en gemaximeerd. De voorzieningenrechter zal bepalen dat de moeder een 	dwangsom verbeurt van € 100,- per keer dat zij de zorgregeling niet nakomt, tot een 	maximum van € 5.000,-. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Omdat partijen samen de ouders zijn van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] , zal de 	voorzieningenrechter de proceskosten compenseren en bepalen dat iedere partij 	(zowel in conventie als in reconventie) de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">In conventie: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>stelt vast dat met ingang van 14 november 2025 de volgende zorgregeling tussen de 	vader en de kinderen zal gelden: </para>
        <para>- een weekend in de veertien dagen van vrijdag uit school tot maandag naar school; </para>
        <para>- iedere week van woensdag uit school tot donderdag naar school;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>bepaalt dat de moeder een dwangsom van € 100,- verbeurt voor iedere keer dat zij 	deze zorgregeling niet nakomt, tot een maximum van € 5.000,-;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">In reconventie:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Hoekstra-van Vliet en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2025. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>MV</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>