<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:27636</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-12T09:30:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.51513 en NL25.51514</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorzieningbodemzaak">Voorlopige voorziening+bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27636">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27636</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-26T07:57:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:27636 Rechtbank Den Haag , 02-12-2025 / NL25.51513 en NL25.51514</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:27636:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dublin Litouwen, interstatelijk vertrouwensbeginsel, art 17 Dvo, Lhbti, ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:27636:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Amsterdam</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Zaaknummers: 	NL25.51513 (beroep)</para>
    <para>		NL25.51514 (voorlopige voorziening)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>V-nummer: [V-nummer]</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , </title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedag] 2005, van Pakistaanse nationaliteit, eiser en verzoeker, hierna: eiser</para>
      <para>(gemachtigde: mr. B.D. Lit),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Asiel en Migratie, de minister</title>
    <para>(gemachtigde: mr. R.R. de Groot).</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Met het besluit van 15 oktober 2025 (bestreden besluit) heeft de minister de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen omdat Litouwen verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Hiertegen heeft eiser beroep ingesteld. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, die ertoe strekt de overdracht aan Litouwen te verbieden totdat op het beroep is beslist.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank/voorzieningenrechter (de rechtbank) heeft de zaken op 11 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde hebben zich voorafgaand aan de zitting afgemeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Achtergrond</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Eiser heeft op 21 mei 2025 een asielaanvraag in Nederland ingediend. Uit onderzoek is gebleken dat eiser in het bezit was van een Litouws verblijfsdocument, geldig van 28 oktober 2024 tot en met 28 augustus 2026<footnote-ref linkend="_a85b730e-4337-4874-b22e-cdea148d3917" />. Nederland heeft daarom op 18 augustus 2025 de autoriteiten van Litouwen verzocht om eiser over te nemen<footnote-ref linkend="_541bffc5-c306-4783-a70c-0ca6a3ac5fa2" />. Op 20 augustus 2025 zijn de autoriteiten van Litouwen hiermee akkoord gegaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op 21 mei 2025 heeft de minister een voornemen uitgebracht. Eiser heeft geen zienswijze ingediend. Vervolgens heeft de minister het bestreden besluit genomen<footnote-ref linkend="_26257208-efee-4c25-a90b-9846a97bd218" />.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het interstatelijk vertrouwensbeginsel</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt eiser</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>3. Eiser heeft allereerst aangevoerd dat de minister ten onrechte geen rekening heeft gehouden met zijn homoseksualiteit en de negatieve bejegening van homoseksuelen in Litouwen. Eiser heeft verwezen naar Wikipedia, waar onder andere is opgenomen dat negatieve houdingen tegenover lhbti-personen nog steeds wijdverbreid zijn in de Litouwse samenleving.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat bij de toepassing van de Dublinverordening het uitgangspunt is dat de minister mag uitgaan van het vermoeden dat lidstaten bij de behandeling van asielverzoeken hun internationale verplichtingen zullen nakomen.<footnote-ref linkend="_a2d5f548-f0c0-457f-9530-1bf626fb726f" /> Van dit uitgangspunt wordt slechts afgeweken als eiser aannemelijk maakt dat het asiel- en opvangsysteem dusdanige tekortkomingen vertonen dat hij bij overdracht aan Litouwen een reëel risico loopt op behandeling die in strijd is met artikel 3 van het EVRM<footnote-ref linkend="_910a7af6-c0d1-4a1d-bfed-9cb178ec202b" /> of artikel 4 van het Handvest<footnote-ref linkend="_3faa6393-d0ad-479f-9f52-30b7792aa45e" />. Daarvan is pas sprake als die tekortkomingen structureel zijn en een bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken, zoals bedoeld in het arrest Jawo.<footnote-ref linkend="_dbf08de5-084b-4aaa-84fa-7b51693dcbcb" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich terecht en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiser met zijn verwijzing naar Wikipedia niet aannemelijk heeft gemaakt dat in Litouwen sprake is van aan het systeem gerelateerde tekortkomingen van de asielprocedure en de opvangvoorzieningen waardoor hij bij overdracht aan Litouwen een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest. De Afdeling<footnote-ref linkend="_f3d96fee-d544-4be5-a06f-0938ac5a5fdf" /> heeft bij uitspraak van 1 mei 2024<footnote-ref linkend="_4ef80452-9f97-4bec-af51-06643dbf909c" /> ten aanzien van Litouwen nog geoordeeld dat mag worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De algemene verwijzing naar een openbare bron waaruit volgt dat sprake is van discriminatie van de lhbti-gemeenschap in Litouwen geeft voor de rechtbank geen aanleiding om van dit oordeel af te wijken. Eiser heeft geen concrete aanknopingspunten naar voren gebracht dat homoseksuelen die asiel hebben aangevraagd in Litouwen, in een nadeligere positie verkeren ten opzichte van andere asielzoekers gedurende hun asielprocedure. Ook is er geen reden om aan te nemen dat er in Litouwen vanwege de seksuele geaardheid van een asielzoeker enig onderscheid wordt gemaakt als het gaat om de toegang tot de opvangvoorzieningen en de asielprocedure. Hoewel de situatie voor lhbti-personen in Litouwen moeilijker is dan die in Nederland, betekent dit niet dat de Litouwse autoriteiten geen bescherming kunnen bieden of dat zij zich niet aan hun internationale verplichtingen houden. Voor zover eiser stelt dat Litouwen zich niet houdt aan geldende wet- en regelgeving, kan eiser hierover klagen bij de autoriteiten in Litouwen. Niet is gebleken dat dit onmogelijk of bij voorbaat zinloos is.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Artikel 17 van de Dublinverordening</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt eiser</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>4. Eiser heeft tot slot aangevoerd dat de minister zijn asielaanvraag op grond van artikel 17 van de Dublinverordening toch in behandeling had moeten nemen. De minister heeft namelijk ten onrechte niet betrokken dat de partner van eiser, met wie hij samen Nederland is ingereisd, in de nationale procedure is opgenomen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt. Uit artikel 17 van de Dublinverordening volgt dat elke lidstaat kan besluiten een bij hem ingediend verzoek om internationale bescherming van een onderdaan van een derde land of een staatloze te behandelen, ook al is hij daartoe op grond van de in deze verordening neergelegde criteria niet verplicht. Uit Paragraaf C2/5 van de Vc<footnote-ref linkend="_a74e88fe-2c93-4c87-b95e-9d6c01a2ef86" /> volgt dat de minister terughoudend gebruik maakt van deze bevoegdheid. De bevoegdheid wordt onder andere gebruikt als sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat de overdracht van de vreemdeling aan de voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming verantwoordelijke lidstaat van een onevenredige hardheid getuigt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat de waarborgen om gezinsleden zoveel mogelijk bij elkaar te houden hun weerslag vinden in met name de artikelen 9 en 10 van de Dublinverordening. Het is aan eiser om de gestelde gezinsband, zoals bedoeld in artikel 2 onder g, van de Dublinverordening, te onderbouwen. Het is gesteld noch gebleken dat in het geval van eiser sprake is van een duurzame relatie, waardoor de minister toepassing had moeten geven aan artikel 10 van de Dublinverordening.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De minister heeft zich verder in redelijkheid op het standpunt gesteld dat de omstandigheid dat de gestelde partner in de asielprocedure van Nederland is opgenomen, geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die maken dat overdracht van de vreemdeling aan Litouwen van onevenredige hardheid getuigt. Daarbij heeft de minister in redelijkheid betrokken dat de Dublinverordening niet is bedoeld als route waarlangs op reguliere gronden verblijf bij een gezinslid in Nederland kan worden verkregen. Het bijeenhouden en bijeenbrengen van gezins- of familieleden vindt plaats op grond van de artikelen 8, 9, 10, 11 en 16 van de Dublinverordening. Dat eiser – los van de vraag of sprake is van een duurzame relatie – bij zijn partner wil verblijven is begrijpelijk, maar onvoldoende om te spreken van een bijzondere, individuele omstandigheid.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande, heeft de minister de asielaanvraag van eiser niet aan zich hoeven trekken. De beroepsgrond slaagt niet.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>5. De minister heeft de aanvraag van eiser terecht niet in behandeling genomen, omdat Litouwen daarvoor verantwoordelijk is. Het beroep is daarom ongegrond.</para>
    <para />
    <para>6. Omdat de rechtbank uitspraak doet over het beroep van eiser, is er geen grond meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daartoe dan ook af.</para>
    <para />
    <para>7. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank, in de zaak met zaaknummer NL25.51513:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter, in de zaak met zaaknummer NL25.51514:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- wijst het verzoek af.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.R. Bleijendaal, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Jongejans, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is in het openbaar uitgesproken en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel. </para>
  </section>
  <footnote id="_a85b730e-4337-4874-b22e-cdea148d3917" label="1">
    <para> Dit verblijfsdocument is vervolgens ingetrokken per 5 maart 2025, omdat het verblijfsdocument was verleend met studie als verblijfsdoel en eiser is gestopt met studeren.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_541bffc5-c306-4783-a70c-0ca6a3ac5fa2" label="2">
    <para> Op grond van artikel 12, vierde lid, van Verordening (EU) nr. 604/2013 (de Dublinverordening).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_26257208-efee-4c25-a90b-9846a97bd218" label="3">
    <para> Met toepassing van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a2d5f548-f0c0-457f-9530-1bf626fb726f" label="4">
    <para> Dit wordt ook wel het interstatelijk vertrouwensbeginsel genoemd.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_910a7af6-c0d1-4a1d-bfed-9cb178ec202b" label="5">
    <para> Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_3faa6393-d0ad-479f-9f52-30b7792aa45e" label="6">
    <para> Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dbf08de5-084b-4aaa-84fa-7b51693dcbcb" label="7">
    <para> Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 maart 2019 in de zaak C-163/17, ECLI:EU:C:2019:218. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_f3d96fee-d544-4be5-a06f-0938ac5a5fdf" label="8">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_4ef80452-9f97-4bec-af51-06643dbf909c" label="9">
    <para> ECLI:NL:RVS:2024:1806.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a74e88fe-2c93-4c87-b95e-9d6c01a2ef86" label="10">
    <para> Vreemdelingencirculaire 2000.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>