<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:27323</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-17T15:51:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/658090 / FA RK 23-8979</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27323">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27323</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-17T15:51:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:27323 Rechtbank Den Haag , 30-12-2025 / C/09/658090 / FA RK 23-8979</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:27323:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Van gezamenlijk gezag naar eenhoofdig gezag, verdeling van zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang (niet-ontvankelijk)</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:27323:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Rekestnummer: FA RK 23-8979</para>
    <para>Zaaknummer: C/09/658090</para>
    <para>Datum beschikking: 30 december 2025</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Gezag en verdeling van zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beschikking op het op 30 november 2023 ingekomen verzoek van:</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [de moeder] ,</title>
    <parablock>
      <para>de moeder,</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres,</para>
      <para>advocaat: mr. A.A.G. Balkenende te Katwijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbende wordt aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [de vader] ,</title>
    <parablock>
      <para>de vader,</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres,</para>
      <para>advocaat: mr. H.H.R. Bruggeman te Leiderdorp.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>Bij beschikking van 22 januari 2025 van deze rechtbank is een opbouwende verdeling van zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling) vastgesteld tussen de vader en de kinderen. In afwachting van het verloop van deze zorgregeling heeft de rechtbank iedere beslissing over het gezag en de proceskosten aangehouden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:</para>
    </parablock>
    <para>- het F9-formulier van 25 augustus 2025 van de zijde van de moeder;</para>
    <para>- het F9-formulier van 29 augustus 2025 van de zijde van de vader;</para>
    <para>- het F9-formulier van 21 november 2025, met bijlagen en aanvullend verzoek, van de zijde van de moeder;</para>
    <para>- het F9-formulier van 22 november 2025, met bijlagen en aanvullend verzoek, van de zijde van de vader.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 2 december 2025 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de moeder, bijgestaan door haar advocaat;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de advocaat van de vader;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Zorgregeling en dwangsom</emphasis>
      </para>
      <para>De moeder heeft een aanvullend verzoek ingediend welke gelijk luidt aan haar initiële verzoeken ten aanzien van de zorgregeling. Ook de vader heeft een aanvullend verzoek ingediend welke gelijk luidt aan zijn initiële verzoek ten aanzien van het verbinden van een dwangsom aan het nakomen van de zorgregeling. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart de moeder en de vader niet-ontvankelijk in hun respectievelijke aanvullende verzoeken. Bij beschikking van 22 januari 2025 heeft de rechtbank een zorgregeling vastgesteld en het verzoek om daaraan een dwangsom te verbinden afgewezen. Dit betrof eindbeslissingen. Na het nemen van een eindbeslissing is het - blijkens artikel 283 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering - niet meer mogelijk aanvullende dan wel gewijzigde verzoeken te dien aanzien in te dienen. Indien partijen het niet eens zijn met het eindoordeel, kunnen zij hoger beroep aantekenen of een nieuwe procedure starten. In de beschikking van 22 januari 2025 zijn de beslissingen betreffende het gezag en de proceskosten aangehouden. Daarover neemt de rechtbank hieronder een eindbeslissing. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Gezag</emphasis>
      </para>
      <para>Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken is duidelijk geworden dat de ouders de zorgregeling niet volledig zijn nagekomen en dat de moeder de zorgregeling op enig punt heeft stopgezet vanwege haar zorgen over het alcohol- en middelengebruik van de vader. De moeder stelt ook dat er communicatieproblemen zijn tussen de ouders en wijst er in dat verband op dat zij al enkele jaren de toestemming van de vader probeert te verkrijgen om hulpverlening voor de kinderen op te starten, maar dat de vader deze toestemming niet heeft gegeven. Volgens de hulpverleners van de vader rookt de vader joints en heeft de vader een alcoholverslaving die soms uitmondt in veel gokken. De vader lijkt te erkennen dat hij kampt met problemen, te meer waar hij aan de moeder bericht dat hij de huur heeft vergokt. Namens de vader wordt voorts gesteld dat hij bereikbaar is en dat er overlegd kan worden over gezagsbeslissingen, maar wordt ook erkend dat de communicatie tussen de ouders de afgelopen maanden niet soepel is verlopen. De vader was niet aanwezig bij de mondelinge behandeling omdat hij zich had vergist in de dag van de zitting. De rechtbank was daardoor niet in de gelegenheid om de vader te vragen of hij alsnog toestemming wil geven voor de benodigde hulpverlening voor de kinderen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat het wettelijk uitgangspunt is dat ouders na uiteengaan gezamenlijk het gezag over de kinderen blijven uitoefenen. Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank het gezamenlijk gezag op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of indien wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het is de rechtbank gebleken dat de omstandigheden sinds het uiteengaan van de ouders zijn gewijzigd, waardoor de moeder kan worden ontvangen in haar verzoek om met het eenhoofdig gezag over de kinderen te worden belast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt bij de beoordeling van dit verzoek voorop dat voor gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over het kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans in staat zijn afspraken te maken over situaties die zich rond hun kind kunnen voordoen. Het is de rechtbank gebleken dat de verstandhouding tussen de ouders al langere tijd verstoord is en dat de onderlinge communicatie stroef verloopt. Ook een eerdere kinderbeschermingsmaatregel lijkt hierin geen duurzame verbetering te hebben gebracht. Net als de Raad acht de rechtbank het zorgelijk dat de communicatie tussen de ouders dusdanig moeizaam is dat de vader geen toestemming heeft verleend voor de geadviseerde hulpverlening voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , waardoor deze hulpverlening nog niet is opgestart. In dit verband heeft de advocaat van de vader tijdens de zitting voorgesteld om de communicatie en verzoeken om toestemming voor gezagsbeslissingen voor een ‘opstartperiode’ via de advocaat van de vader en/of zijn hulpverleners te laten lopen, zodat de vader kan wennen en werken aan het goed laten verlopen van het contact met de moeder. Gelet op het problematische communicatieverleden van de ouders acht de rechtbank het echter niet aannemelijk dat de verstandhouding tussen de ouders binnen een afzienbare termijn zal verbeteren in de mate die nodig is om tot constructief, rechtstreeks contact tussen de ouders te komen. De rechtbank vindt het ook niet wenselijk dat de communicatie over belangrijke beslissingen aangaande [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor langere tijd via derden verloopt, omdat dat tot een ongewenste vertraging kan leiden. In het licht van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat de minimale noodzakelijke basis voor gezamenlijk gezag op dit moment ontbreekt en dat dit leidt tot nadelige gevolgen voor de kinderen, waaronder in het bijzonder het niet kunnen ontvangen van de benodigde hulpverlening. Daarom acht de rechtbank het anderszins in het belang van de kinderen noodzakelijk dat de moeder voortaan het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zal uitoefenen. De rechtbank zal het daarop gerichte verzoek van de moeder toewijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Proceskosten</emphasis>
      </para>
      <para>Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>*</para>
      <para>verklaart de moeder niet-ontvankelijk in het verzoek om de vader het recht op omgang al dan niet voor bepaalde tijd en in afwachting van een Raadsonderzoek te ontzeggen, dan wel om de omgang enkel onder begeleiding te laten plaatsvinden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>*</para>
      <para>verklaart de vader niet-ontvankelijk in het verzoek om een dwangsom te verbinden aan de nakoming van de zorgregeling door de moeder;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>*</para>
      <para>bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder het gezag zal toekomen over de minderjarigen: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 te [geboorteplaats] ;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats] ;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>* </para>
      <para>bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>*</para>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, bijgestaan door mr. A.J. Klootwijk als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 30 december 2025.</para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>