<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:27095</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-02T12:28:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-03-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.3913 (beroep) en NL25.3914 (voorlopige voorziening)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27095">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:27095</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-02T12:28:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:27095 Rechtbank Den Haag , 04-03-2025 / NL25.3913 (beroep) en NL25.3914 (voorlopige voorziening)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:27095:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Opvolgende aanvraag asiel. Libië. Eiser al uitgezet en advocaat geen contact meer (gehad) met hem. Geen procesbelang meer bij beroep. Beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:27095:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummers: NL25.3913 (beroep) en NL25.3914 (voorlopige voorziening)</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen</emphasis>
    </para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">
        [eiser]
      </emphasis>, V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)</para>
    <para>(gemachtigde: mr. E.W.B. van Twist),</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>en</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>de minister van Asiel en Migratie, verweerder</title>
    <para>(gemachtigde: mr. G. Wischhoff). </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter zijn verzoek om een voorlopige voorziening. </para>
    <para />
    <para>2. Eiser heeft op 23 december 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 24 januari 2025 deze aanvraag in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Geen zitting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Bij brief van 13 februari 2025 heeft eiser verzocht om de zitting achterwege te laten en de zaken inhoudelijk op de stukken af te doen. Bij brief van 16 februari 2025 heeft verweerder hiervoor toestemming verleend. Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank besloten een zitting achterwege te laten.<footnote-ref linkend="_b4a0d382-dddf-4d5c-8f9b-5142f3efde15" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1981 en heeft de Libische nationaliteit. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser geen nieuwe elementen of bevindingen heeft aangevoerd die relevant kunnen zijn bij de beoordeling van zijn opvolgende aanvraag.<footnote-ref linkend="_8b3c0704-50b6-4aa8-92ac-0af9fce9cf67" /></para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. De rechtbank moet eerst beoordelen of eiser nog procesbelang heeft bij het beroep. Verweerder heeft bij brief van 13 februari 2025 te kennen gegeven dat eiser op 5 februari 2025 is uitgezet. Op 13 februari 2025 heeft de gemachtigde van eiser bevestigd dat eiser is uitgezet en dat hij geen contact meer heeft (gehad) met eiser. </para>
    <para />
    <para>6. Onder verwijzing naar uitspraken van de hoogste bestuursrechter (de Afdeling),<footnote-ref linkend="_d2fe16e3-b1d7-4ef8-aeae-99ddf73b58d2" /> overweegt de rechtbank dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op een inhoudelijke beoordeling van het door hem tegen het bestreden besluit ingestelde rechtsmiddel, nu hij na zijn uitzetting uit Nederland geen contact met zijn gemachtigde heeft onderhouden. Reeds hierom heeft eiser geen rechtens te beschermen belang bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde beroep.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>7. Eiser heeft geen procesbelang meer bij zijn beroep. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk. </para>
    <para />
    <para>8. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.<?linebreak?></para>
    <para>9. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Garabitian, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Robio, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
    </parablock>
    <para>Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.</para>
  </section>
  <footnote id="_b4a0d382-dddf-4d5c-8f9b-5142f3efde15" label="1">
    <para> Op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_8b3c0704-50b6-4aa8-92ac-0af9fce9cf67" label="2">
    <para> Zoals bedoeld in artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d2fe16e3-b1d7-4ef8-aeae-99ddf73b58d2" label="3">
    <para> Uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 7 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY8227 en 15 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1620. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>