<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:26900</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-29T15:36:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.30454, NL24.26413</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:26900">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:26900</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-29T15:35:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:26900 Rechtbank Den Haag , 08-04-2025 / NL24.30454, NL24.26413</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:26900:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Regulier. Richtlijn tijdelijke bescherming. Ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:26900:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold"> RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL24.30454, NL24.26413</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)</title>
    <para>(gemachtigde: mr. J.P. Sanchez Montoto),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Minister van Asiel en Migratie</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_1014b763-3d15-412b-a63c-c7a50c8e2e43" />,</para>
      <para>(gemachtigde: mr. F.E. Mahler).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de aanvraag van eiser en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 4 juni 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 18 juli 2024 op het bezwaar van eiser is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 13 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, A.Y. Bindraban als tolk en de gemachtigde van verweerder.<?linebreak?><emphasis role="italic">Waar gaat de zaak over?</emphasis><?linebreak?>2.  Eiser heeft de Turkse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1986. Sinds 15 september 2023 heeft hij een Oekraïense verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Eiser is een zogenoemde ‘derdelander’, die uit Oekraïne is gevlucht vanwege de oorlog die daar sinds 24 februari 2022 woedt. Eiser heeft op 1 maart 2024 aanspraak willen maken op tijdelijke bescherming als bedoeld in de Richtlijn 2001/55/EG. Doordat eiser op 23 februari 2022 niet over een permanente Oekraïense verblijfsvergunning beschikte, heeft verweerder de aanvraag afgewezen.<?linebreak?><emphasis role="italic">Wat vindt eiser?</emphasis><?linebreak?>3. Volgens eiser voldoet hij aan de Richtlijn tijdelijke bescherming, waardoor hij recht heeft op voortzetting van zijn verblijfsrecht in Nederland tot 4 maart 2025. Hoewel de uitspraak van de Afdeling van 17 januari 2024<footnote-ref linkend="_5d821938-1395-4d46-8b0e-364bebff1b98" /> aangeeft dat de bescherming voor de groep die niet voor 19 juli 2022 in Nederland was ingeschreven, eindigt na 4 maart 2024, twijfelt  de rechtbank in haar verwijzingsuitspraak of de Afdeling<footnote-ref linkend="_99fb55b6-1d9e-45c1-8e20-12dd58631db7" /> de juiste uitleg van het unierecht heeft gehanteerd. Daarnaast kan van eiser niet verwacht worden dat hij, gezien de instabiele situatie in Oekraïne, terugkeert. Eiser beschikt over voldoende middelen en woonruimte en heeft bovendien een baan tot februari 2025. Daarom heeft verweerder ten onrechte bepaald dat eiser geen recht heeft op verblijfsrecht in Nederland. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para>
      <?linebreak?>4. 	De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat eiser niet valt onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming<footnote-ref linkend="_cda30aac-214a-4e03-8b8e-dcda9eefaaa7" /> of de facultatieve bepaling van artikel 2, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Wie vallen onder de richtlijn? </emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>Op 4 maart 2022 is het besluit genomen door de Raad van de Europese Unie</para>
        <para>om de richtlijn tijdelijke bescherming te activeren. Ingevolge artikel 3.94,</para>
        <para>eerste lid onder a tot en met c en tweede lid Voorschrift Vreemdelingen (VWV)</para>
        <para>vallen de volgende vreemdelingen in Nederland onder de richtlijn:</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>  	Als vreemdelingen, bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onder e, van</para>
        <para>het Besluit, zijn aangewezen vreemdelingen die:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para> 	a. 	de Oekraïense nationaliteit hebben en die na 26 november 2021</para>
        <para>Oekraïne zijn ontvlucht of die in de periode van 27 november 2021 tot</para>
        <para>en met 23 februari 2022 naar het grondgebied van de Europese Unie</para>
        <para>zijn gereisd;</para>
        <para>b. 	de Oekraïense nationaliteit hebben en die kunnen aantonen dat zij in</para>
        <para>de periode vóór 27 november 2021 feitelijk al in Nederland verbleven;</para>
        <para>of</para>
        <para>c. 	beschikken over een op 23 februari 2022 geldige Oekraïense</para>
        <para>permanente verblijfsvergunning en ten aanzien van wie:</para>
        <para>1°, aannemelijk is dat zij Oekraïne na 26 november 2021</para>
        <para>hebben verlaten; en</para>
        <para>2°, niet is gebleken dat zij na 23 februari 2022 naar het land</para>
        <para>van herkomst zijn teruggekeerd.</para>
        <para>2 Artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onder b tot en met d, van het Besluit, is</para>
        <para>van overeenkomstige toepassing op familieleden van vreemdelingen als</para>
        <para>bedoeld in het eerste lid.<?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Niet in geschil is dat eiser, die de Turkse nationaliteit heeft, niet valt onder de voorwaarden zoals genoemd in artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onder e, van het Besluit de Richtlijn tijdelijke bescherming<footnote-ref linkend="_6a7bbf08-74ff-4b52-8aa5-4b7f403d85ed" />, omdat hij niet al op 23 februari 2022, maar eerst op 15 september 2023 over een geldige permanente Oekraïense verblijfsvergunning beschikte. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 biedt lidstaten de mogelijkheid om ook andere categorieën ontheemden onder de tijdelijke bescherming te brengen. <footnote-ref linkend="_f200bb5a-5c31-4273-8429-e12f5ef0bd75" />  Deze keuzemogelijkheid wordt de facultatieve bepaling genoemd.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <parablock>
        <para>De minister heeft het Uitvoeringsbesluit verwerkt in artikel 3.9a</para>
        <para>van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (VV 2000). De minister heeft deze keuze toegelicht in een brief van 30 maart 2022.<footnote-ref linkend="_97362779-abb7-434c-8f94-6ec43f04199b" /> Hieruit volgt dat de minister heeft besloten om de Richtlijn ook van toepassing te verklaren op ontheemden die Oekraïne op of na 27 november 2021 hebben verlaten vanwege de toenemende spanningen of die zich net vóór die datum op het grondgebied van de Unie bevonden (bijvoorbeeld voor vakantie of werk) en die als gevolg van het gewapende conflict niet naar Oekraïne kunnen terugkeren. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Is de richtlijn van toepassing op eiser?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>Volgens de rechtbank heeft verweerder terecht geconcludeerd dat eiser ook niet valt onder de groep ontheemden uit Oekraïne die op grond van de facultatieve bepaling van artikel 2, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022 bij de Richtlijn Tijdelijke Bescherming<footnote-ref linkend="_09f67d06-596b-49a2-a709-f62fdb9b66ba" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7</nr>
      <para>Verweerder heeft in zijn beoordeling kunnen betrekken dat aan het Uitvoeringsbesluit en de daarin gedefinieerde groepen inherent is dat niet iedere Oekraïner en niet iedere derdelander die aldaar heeft verbleven in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming. Het verband tussen de situatie van eiser en het conflict dat op 24 februari 2022 uitbrak, staat te ver af van de centrale uitgangspunten van het Raadsbesluit. Het doel is om te voorkomen dat door een massale instroom van ontheemden het asielstelsel overbelast raakt. Eiser valt niet onder deze ontheemden. Voor zover hij betoogt dat het voor hem gevaarlijk is om naar Oekraïne terug te gaan, staat een asielprocedure open. Verder is het beschikken over voldoende middelen van bestaan door een arbeidsovereenkomst geen voorwaarde om onder de richtlijn te vallen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen<?linebreak?></title>
    <para>5. Verweerder heeft de aanvraag voldoende gemotiveerd afgewezen als kennelijk ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing in stand blijft. <?linebreak?></para>
    <para>6 Nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit<footnote-ref linkend="_1ad7ac72-2511-4a81-b011-b59bf8c37756" />, wordt het verzoek om een voorlopige voorziening buiten zitting niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    <para />
    <para>7. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <?linebreak?>Beslissing<?linebreak?>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van mr.N. Bagheri Shirazi, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_1014b763-3d15-412b-a63c-c7a50c8e2e43" label="1">
    <para>Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5d821938-1395-4d46-8b0e-364bebff1b98" label="2">
    <para> Afdelingsuitspraak van 17 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:32.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_99fb55b6-1d9e-45c1-8e20-12dd58631db7" label="3">
    <para> Uitspraak van de Raad van State van 17 januari 2024, Uitspraak 202305663/1/V2</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cda30aac-214a-4e03-8b8e-dcda9eefaaa7" label="4">
    <para> Richtlijn 2001/55/EG.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6a7bbf08-74ff-4b52-8aa5-4b7f403d85ed" label="5">
    <para> Richtlĳn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tĳdelĳke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f200bb5a-5c31-4273-8429-e12f5ef0bd75" label="6">
    <para> Artikel 7, eerste lid, van de Richtlijn en artikel 2, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_97362779-abb7-434c-8f94-6ec43f04199b" label="7">
    <para> TK 2021-2022, 19 637, nr. 2839. Zie ook TK 2021-2022, 19 637, nr. 2945.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_09f67d06-596b-49a2-a709-f62fdb9b66ba" label="8">
    <para> Richtlijn 2001/55/EG.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1ad7ac72-2511-4a81-b011-b59bf8c37756" label="9">
    <para>Op grond van artikel 8:81 en 8:83, derde lid, van de Awb (Algemene wet bestuursrecht).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>