<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:26898</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-29T15:04:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.298</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:26898">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:26898</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-29T15:03:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:26898 Rechtbank Den Haag , 16-06-2025 / NL25.298</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:26898:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Asiel. Relaas ongeloofwaardig geacht, gehoren. Ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:26898:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL25.298</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser</title>
    <para>(gemachtigde: mr. E.R. Weegenaar),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de minister van Asiel en Migratie,</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_dd4bab1b-4a89-41fb-bd52-e8d83818c6fb" />verweerder</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Hij heeft op 8 juli 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 3 januari 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 17 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft alleen de gemachtigde van eiser deelgenomen. Verweerder was met voorafgaand bericht niet aanwezig bij de zitting vanwege een tekort aan personeel.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Eiser heeft de Oezbeekse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1993. Hij heeft aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag gelegd. Eiser heeft van 2011 tot 2012 op een departement gewerkt, waar hij verantwoordelijk was voor het teruggeven van grond aan de staat. De officier van justitie was het hiermee niet eens en heeft ervoor gezorgd dat hij werd ontslagen. Daarna heeft hij twee ondernemingen opgericht, die beide zijn geruïneerd door toedoen van deze officier van justitie. Dit heeft ook te maken met zijn etnische achtergrond. Daarnaast is hij meerdere keren benaderd door de vrienden van de officier van justitie. Hij importeerde ook uien naar Oekraïne. Deze waren opgeslagen in een loods die vervolgens werd gebombardeerd door Rusland. Als gevolg daarvan is hij geld verschuldigd geraakt en met bedreigingen geconfronteerd. Bij terugkeer vreest hij te worden vermoord vanwege deze schulden, en tevens vanwege zijn eerdere problemen met de officier van justitie.<?linebreak?>3.	Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:<?linebreak?>1. 	de identiteit, nationaliteit en herkomst;</para>
    <para>2. de problemen naar aanleiding van de gebombardeerde voorraad uien;</para>
    <para>3. de problemen met de officier van justitie.<?linebreak?>3.1	Verweerder vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. Verweerder vindt de problemen naar aanleiding van de gebombardeerde voorraad uien niet geloofwaardig. Eiser heeft geen oprechte inspanning geleverd om zijn aanvraag te staven.<footnote-ref linkend="_5aa61ab6-8d5b-41da-ab5f-d0eaac0286e0" /> Zijn verklaringen vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel.<footnote-ref linkend="_ff60f2ea-568e-4bba-bf53-c11553cdf5aa" /> Daarnaast vindt verweerder de problemen met de officier van justitie niet geloofwaardig. Zijn verklaringen hierover vormen evenmin een samenhangend en aannemelijk geheel.<footnote-ref linkend="_f3153916-2772-4810-a9d4-ef4088aee305" /> Het komt er kort gezegd op neer dat zijn verklaringen vaag, summier en ongerijmd zijn. <?linebreak?></para>
    <bridgehead role="italic">Wat vindt eiser in beroep?</bridgehead>
    <para>4. <?linebreak?>Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Het besluit is onzorgvuldig tot stand gekomen doordat eiser geen toegang heeft gekregen tot een goede hoormedewerker en omdat er geen aanmeldgehoor heeft plaatsgevonden. Volgens eiser heeft hij wel degelijk voldoende inspanning geleverd om zijn asielaanvraag te staven. Ook heeft hij geen oppervlakkige en summiere verklaringen afgelegd. Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met het feit dat eiser door opgelopen letsel drie maanden in coma heeft gelegen en zich daardoor anders kan uiten. Verweerder heeft een onjuiste belangenafweging gemaakt door de afweging in het nadeel van eiser te laten uitvallen. Bij terugkeer naar Oezbekistan vreest eiser voor ernstige schade dan wel vervolging. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Gehoren </emphasis>
        <?linebreak?>5. 	De rechtbank oordeelt dat het gehoor op zorgvuldig wijze heeft plaatsgevonden. Eiser is tijdens het gehoor voldoende in de gelegenheid gesteld om zijn asielmotieven naar voren te brengen en is daarbij niet belemmerd in zijn communicatie. Uit het nader gehoor blijkt dat eiser daadwerkelijk de ruimte heeft gekregen om zijn relaas te doen. <footnote-ref linkend="_34e03755-6f45-4a85-a6b4-c95091a15209" /> Verweerder heeft er terecht op gewezen dat eiser op geen enkel moment tijdens het gehoor heeft aangegeven dat hij zich onder druk gezet voelde, noch is dit in de fase van correcties en aanvullingen naar voren gebracht. Eiser heeft bovendien niet concreet gemaakt op welke momenten of bij welke verklaringen sprake zou zijn geweest van druk. Daarbij is van belang dat eiser expliciet heeft verklaard dat hij alles heeft kunnen vertellen en dat hem de mogelijkheid is geboden om het gehoor voort te zetten met een Oezbeekse tolk. <footnote-ref linkend="_34420d89-b6ea-4d59-b2f0-c08954a45d4d" /> Uit het gehoor blijkt niet dat de communicatie gebrekkig was of dat eiser en de tolk elkaar niet begrepen. De enkele stelling dat eiser geheugenproblemen heeft en zich daardoor mogelijk anders uitdrukt, doet hier niet aan af, nu hij er zelf voor heeft gekozen geen medisch onderzoek via MediFirst te ondergaan. <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para>6. Ten aanzien van het ontbreken van een aanmeldgehoor overweegt de rechtbank dat verweerder eiser hierover heeft geïnformeerd bij brief van 23 augustus 2023. Daarin is vermeld dat sprake zal zijn van een gecombineerd gehoor en dat eiser, indien hij twee afzonderlijke gehoren wenst, dit met zijn advocaat kan bespreken. Voor zover de gemachtigde van eiser stelt dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld door geen apart aanmeldgehoor te houden, slaagt dat betoog niet.<?linebreak?><emphasis role="underline">De problemen naar aanleiding van de gebombardeerde voorraad uien </emphasis><?linebreak?>7.	De rechtbank oordeelt dat verweerder niet ten onrechte de problemen naar aanleiding van de gebombardeerde voorraad uien ongeloofwaardig heeft geacht.<?linebreak?>Verweerder heeft zich op het standpunt mogen stellen dat de verklaringen van eiser vaag en summier zijn. Zo heeft eiser niet duidelijk gemaakt waarop hij baseert dat hij vermoord zal worden. Toen hiernaar werd doorgevraagd, ontweek hij meermaals het geven van antwoord. Ook wanneer hij daarna vertelt over het incident, maakt hij niet inzichtelijk waarop hij baseert dat hij vermoord zal worden. Zo heeft hij enkel verklaard dat ze zeiden ‘je moet betalen’ ‘je moet met geld komen, de rest interesseert ons niet’ en dat ze u steeds bellen en dan zeggen ‘geld, geld, geld’.<footnote-ref linkend="_52b2fc06-5cab-4900-9802-a6f6936692d6" /> Verweerder heeft er op mogen wijzen dat gelet op het referentiekader van eiser van hem verwacht mag worden dat hij gedetailleerder kan verklaren over wat er precies tegen hem is gezegd hierover, vooral nu eiser hiertoe ruim in de gelegenheid is gesteld.</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="underline">De problemen met de officier van justitie</emphasis>
      <?linebreak?>8.	De rechtbank oordeelt dat verweerder niet ten onrechte de problemen met de officier van justitie ongeloofwaardig heeft geacht.Verweerder heeft in redelijkheid kunnen tegenwerpen dat eiser in eerste instantie heeft geweigerd om verder te verklaren over dit asielmotief en daarbij niet duidelijk heeft gemaakt op welke wijze hij precies door de officier van justitie zou zijn bedreigd. Wanneer hiernaar gevraagd werd verklaart eiser: ‘is dat hier ook nodig?’. Wanneer de hoormedewerker dit bevestigend beantwoordt, verklaart eiser: ‘worden vanuit hier de problemen dan opgelost?<footnote-ref linkend="_1bfa7eb8-9f51-4e88-bb30-57b129413b89" /> en later verklaart hij dat hij heeft gezegd wat hij wil zeggen. Verweerder heeft mogen tegenwerpen dat deze verklaringen summier blijven en onvoldoende inzicht bieden in de omstandigheden en gebeurtenissen, terwijl dit wel van eiser mag worden verwacht. Bovendien blijkt uit de verklaringen van eiser dat hij essentiële verbanden in zijn relaas uitsluitend baseert op zijn eigen veronderstellingen. Eiser heeft geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd die deze veronderstellingen ondersteunen. </para>
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>Verweerder heeft daarnaast mogen tegenwerpen dat eiser niet eenduidig heeft verklaard over de aanleiding van zijn problemen met de officier van justitie. Zo heeft eiser verklaard dat deze problemen verband houden met zijn etniciteit, zonder dit nader toe te lichten. Hiermee heeft eiser geen inzicht gegeven in de reden waarom hij meent dat zijn etniciteit de oorzaak is van de gestelde problemen. Op een ander moment heeft eiser verklaard dat zijn problemen met de officier van justitie verband houden met zijn werkzaamheden, waarbij hij grond aan de staat moest teruggeven. Volgens eiser was de officier hierover ontevreden, omdat veel familieleden en vrienden van hem ook percelen bezaten.<footnote-ref linkend="_ac8de696-b05d-4756-8aa4-3d6e8699aa78" /> Daarnaast blijkt uit het gehoor dat eiser niet consequent heeft verklaard over het moment waarop de problemen met de officier van justitie zouden zijn begonnen. Zo verklaarde eiser enerzijds dat deze problemen begonnen in verband met zijn ontslag in 2012,<footnote-ref linkend="_72a34623-365d-493f-b570-3302be5d6e3c" /> maar anderzijds dat de problemen al vijftien jaar geleden speelden. </para>
        <para>Ook over zijn vrees in relatie tot deze problemen heeft eiser geen eenduidige verklaringen afgelegd. Eiser verklaarde aanvankelijk expliciet dat hij enkel vreest voor een collega met wie hij in uien handelde, en voor niemand anders.<footnote-ref linkend="_162de45c-6e13-4c83-b247-3c456d6883da" /> Pas later in het gehoor verklaarde eiser daarnaast ook te vrezen vanwege zijn problemen met de officier van justitie<footnote-ref linkend="_78d1c696-87a2-49ff-9f50-801fc4e581a5" />. Eiser is met deze inconsistentie geconfronteerd, maar kon geen deugdelijke verklaring geven voor het eerdere, afwijkende antwoord. Tot slot heeft verweerder kunnen tegenwerpen dat het niet overtuigend is dat eiser de naam van de officier van justitie in kwestie niet kan noemen, terwijl hij stelt specifiek voor deze persoon te vrezen. Dit klemt te meer nu eiser heeft verklaard dat hij recent nog over de officier van justitie heeft gesproken en veel van en over hem heeft gehoord.<footnote-ref linkend="_c6f67269-e461-4fca-80a9-636841abf29a" /> Verweerder heeft er terecht op gewezen dat deze inconsistenties afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van de verklaringen van eiser.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>9.	Gelet op het voorgaande heeft verweerder het relaas van eiser niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. <?linebreak?></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>10. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. <?linebreak?></para>
    <para>11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Bagheri griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_dd4bab1b-4a89-41fb-bd52-e8d83818c6fb" label="1">
    <para>Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_5aa61ab6-8d5b-41da-ab5f-d0eaac0286e0" label="2">
    <para> Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder a, Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ff60f2ea-568e-4bba-bf53-c11553cdf5aa" label="3">
    <para> Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, Vw.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f3153916-2772-4810-a9d4-ef4088aee305" label="4">
    <para> Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, Vw.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_34e03755-6f45-4a85-a6b4-c95091a15209" label="5">
    <para> Nader gehoor, pagina 10</para>
  </footnote>
  <footnote id="_34420d89-b6ea-4d59-b2f0-c08954a45d4d" label="6">
    <para> Nader gehoor, pagina’s 10 en 19.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_52b2fc06-5cab-4900-9802-a6f6936692d6" label="7">
    <para> Nader gehoor, pagina 17.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1bfa7eb8-9f51-4e88-bb30-57b129413b89" label="8">
    <para> Nader gehoor, pagina 13.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ac8de696-b05d-4756-8aa4-3d6e8699aa78" label="9">
    <para> Nader gehoor, pagina 13</para>
  </footnote>
  <footnote id="_72a34623-365d-493f-b570-3302be5d6e3c" label="10">
    <para> Nader gehoor, pagina 12.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_162de45c-6e13-4c83-b247-3c456d6883da" label="11">
    <para> Nader gehoor, pagina 9.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_78d1c696-87a2-49ff-9f50-801fc4e581a5" label="12">
    <para> Nader gehoor, pagina 14.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c6f67269-e461-4fca-80a9-636841abf29a" label="13">
    <para> Nader gehoor, pagina 15.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>