<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:26873</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-29T10:50:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">25/5071</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:26873">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:26873</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-29T10:50:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:26873 Rechtbank Den Haag , 14-11-2025 / 25/5071</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:26873:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vovo tegen gedeeltleijke openbaarmaking van documenten op grond van de Wet open overheid. Vovo toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:26873:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: SGR 25/5071</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 november 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [bedrijf 1] B.V., uit [vestigingsplaats] , verzoekster</title>
    <para>(gemachtigde: mr. G.A. van der Veen),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland, verweerder</title>
    <para>(gemachtigde: mr. C. van der Sluijs).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Samenvatting</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om voorlopige voorziening van verzoekster tegen de (gedeeltelijke) openbaarmaking van documenten op grond van de Wet open overheid (Woo). Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Omdat het verzoek kennelijk gegrond is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk gegrond is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Verweerder heeft met het herstelbesluit van 23 juli 2025 met kenmerk </para>
        <para>D-25-2565663 beslist over openbaarmaking. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op 17 oktober 2016 heeft een derde bij de gemeente Dordrecht  een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob)<footnote-ref linkend="_a47e0cef-1644-45e1-b6cc-6774179879a4" /> ingediend. In dit verzoek wordt gevraagd om informatie die betrekking heeft op milieuvergunningen, verleend aan [bedrijf 2] B.V. (hierna: [bedrijf 2] ), voorheen [bedrijf 3] B.V. (hierna: [bedrijf 3] ), alsmede vooraankondigingen en/of besluiten inzake handhavingsprocedures. De gemeente heeft dit Woo-verzoek op 18 oktober 2016 ter verdere afhandeling doorgestuurd naar verweerder. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij besluit van 19 april 2018 heeft verweerder op het Woo-verzoek beslist en besloten om een deel van de gevraagde informatie openbaar te maken. Tegen dit besluit heeft verzoekster bezwaar gemaakt. Ook heeft zij de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek om een voorlopige voorziening is ingetrokken, nadat verweerder de rechtbank had meegedeeld de informatie niet eerder openbaar te zullen maken dan zes weken na de te nog te nemen beslissing op bezwaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De behandeling van het bezwaar is enige tijd aangehouden, omdat er tegelijkertijd een vergunningsaanvraag van verzoekster liep waarin zij had verzocht om bepaalde gegevens als vertrouwelijk te beschouwen. Het vertrouwelijkheidsbesluit in het kader van de vergunningaanvraag is genomen op 12 maart 2021, waarna de afhandeling van het bezwaar van verzoekster tegen het besluit op het Woo-verzoek is hervat. Verweerder heeft in het  bezwaar van verzoekster en wat in het vertrouwelijkheidsbesluit is overwogen, aanleiding gezien om een herstelbesluit te nemen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Verweerder heeft dit herstelbesluit op 23 juli 2025 met kenmerk D-25-2565663 genomen. Bij brief van 4 augustus 2025 heeft verzoekster laten weten het door haar voorganger [bedrijf 3] ingestelde bezwaar tegen het besluit van 19 april 2018 te handhaven. Verzoekster heeft de voorzieningenrechter gevraagd om bij wijze van voorlopige voorziening  de feitelijke openbaarmaking van de betreffende documenten op te schorten voor een periode van zes weken na de datum van verzending van de nog te nemen beslissing op bezwaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Bij e-mail van 5 augustus 2025 heeft verweerder meegedeeld de openbaarmaking van de documenten op te schorten tot de uitspraak van de voorzieningenrechter.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter overweegt als volgt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Verzoekster heeft een voldoende spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening. Zonder de gevraagde voorziening wordt de verzochte informatie (gedeeltelijk) openbaar gemaakt, wat onomkeerbaar is. Verzoekster is het niet eens met de openbaarmaking zoals verweerder die voor ogen heeft.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder zich niet verzet tegen toewijzing van de gevraagde voorziening. Verweerder heeft immers in het verweerschrift aangegeven van oordeel te zijn dat voldoende reden bestaat om de gevraagde voorziening toe te wijzen. </para>
        <para>Daarnaast is gebleken dat de Woo-verzoeker heeft aangegeven geen behoefte (meer) te hebben aan de verstrekking van de documenten en zijn er volgens verweerder verder geen andere belanghebbenden die tegen het herstelbesluit bezwaar hebben gemaakt. In deze omstandigheden ziet de voorzieningenrechter grond om het verzoek toe te wijzen en het herstelbesluit te schorsen tot twee weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar. Bij het bepalen van deze termijn sluit de voorzieningenrechter aan bij het bepaalde in artikel 4.4, vijfde lid, van de Woo.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het verzoek is daarom kennelijk gegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom toe, in die zin dat het herstelbesluit van 23 juli 2025 wordt geschorst tot twee weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar. Dit betekent dat de bij het herstelbesluit gedeeltelijk openbaar te maken documenten niet voor eenieder openbaar gemaakt mogen worden en ook niet feitelijk aan de Woo-verzoeker verstrekt mogen worden. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst moet verweerder het griffierecht aan verzoekster moet vergoeden. Daarom krijgt verzoekster ook een vergoeding van haar proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Verweerder moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het  Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend. Omdat elke proceshandeling een waarde heeft van € 907,-, bedraagt de vergoeding in beginsel in totaal € 907,-. Nu dit verzoek  gelijktijdig is behandeld met het verzoek om een voorlopige voorziening met zaaknummer SGR 25/5072, rechtsbijstand is verleend door dezelfde persoon en de werkzaamheden van die persoon in elk van de zaak nagenoeg identiek waren, is sprake van samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3 van het Bpb. Voor deze twee zaken wordt dan ook éénmaal een proceskostenvergoeding van € 907,- toegekend, oftewel een proceskostenvergoeding van € 458,50 per zaak.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;</para>
    <para>- schorst het herstelbesluit van 23 juli 2025 met kenmerk D-25-2565663 tot twee weken na de bekendmaking van de nog te nemen beslissing op bezwaar ;</para>
    <para>- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 385,- aan verzoekster moet vergoeden;</para>
    <para>- veroordeelt verweerder tot betaling van € 458,50 aan proceskosten aan verzoekster.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.J.P. Lindhout, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 november 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. </title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_a47e0cef-1644-45e1-b6cc-6774179879a4" label="1">
    <para> Sinds 1 mei 2022 vervangen door de Woo.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>