<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:26825</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-29T07:37:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-03-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/668042 / HA ZA 24-511</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_goederenrecht">Civiel recht; Goederenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:26825">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:26825</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-29T07:36:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:26825 Rechtbank Den Haag , 26-03-2025 / C/09/668042 / HA ZA 24-511</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:26825:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenvonnis ter zake de eigendom van een strook grond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:26825:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Den Haag</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/09/668042 / HA ZA 24-511</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 26 maart 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HOOGHEEMRAADSCHAP VAN SCHIELAND EN KRIMPENERWAARD</emphasis> te Rotterdam,</para>
      <para>eiser in conventie, verweerder in voorwaardelijke reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: HHSK,</para>
      <para>advocaat: mr. G.J.M. de Jager,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [partij B]
        </emphasis> te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: [partij B] ,</para>
      <para>advocaat: mr. M.J. Goedhart.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Waar gaat deze zaak over? </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Tussen partijen is in geschil of [partij B] een strook grond van HHSK in gebruik heeft. Als in deze procedure wordt vastgesteld dat dit het geval is, beroept [partij B] zich erop dat hij door verjaring eigenaar is geworden van deze strook grond. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 1 mei 2024, met producties 1 tot en met 14; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 29 mei 2024 waarbij de zaak is verwezen naar deze rechtbank; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord, tevens houdende voorwaardelijke eis in reconventie, met producties 1 tot en met 8; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte overleggen producties en wijzigen eis in conventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie, met producties 15 en 16; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het vonnis van 13 november 2024, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald; en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte uitlating eiswijziging.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 13 februari 2025. Hierbij zijn verschenen: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>namens HHSK: mevrouw [naam 1] (vastgoedadviseur) en mevrouw [naam 2] (juridisch adviseur), bijgestaan door mr. de Jager voornoemd; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [partij B] en zijn echtgenote, bijgestaan door mr. Goedhart voornoemd. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen hun standpunten toegelicht en vragen van de rechtbank beantwoord. De griffier heeft van de mondelinge behandeling aantekeningen gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Ten slotte is een datum voor het wijzen van vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [partij B] is sinds 1 augustus 1989 eigenaar van een perceel grond met kadastrale aanduiding [kadastrale aanduiding 1] (hierna: het perceel), plaatselijk bekend als de [adres] . Op het perceel staat een woning waar [partij B] woonachtig is. Aan de achterzijde van de woning bevindt zich een tuin. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>HHSK is eigenaar van het aangrenzende perceel aan de zuidkant van het perceel, met kadastrale aanduiding [kadastrale aanduiding 2] . Dit perceel omvat onder meer een deel van de sloot gelegen achter de woningen aan de [straatnaam] . De kadastrale tekening van het perceel en de omliggende percelen ziet er als volgt uit:</para>
      <para />
      <para />
      <mediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="00338051-79d0-412b-b935-d4c1af6bbe91" depth="393" width="509" format="image/png" />
        </imageobject>
      </mediaobject>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Wanneer de kadastrale kaart wordt gecombineerd met een luchtfoto geeft dit het volgende beeld (bron: www.kadastralekaart.com). </para>
      <para />
      <mediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="af9c1b7e-f59f-464e-89c9-797dc92e5f66" depth="416" width="545" format="image/png" />
        </imageobject>
      </mediaobject>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>HHSK heeft [partij B] per brief van 4 november 2021 onder meer geschreven:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">Het hoogheemraadschap heeft onlangs onderzoek gedaan naar het gebruik van grond in diens gebied. Uit dit onderzoek blijkt dat verschillende inwoners en bedrijven gebruikmaken van grond waar het hoogheemraadschap eigenaar van is. Wij vermoeden dat u ook grond van het hoogheemraadschap gebruikt.</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Volgens onze gegevens gebruikt u grond van het hoogheemraadschap aan de achterkant van uw woning aan de [adres] .”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Nadat een landmeetkundige van HHSK nametingen op locatie heeft verricht, heeft HHSK [partij B] per brief van 3 februari 2022 onder meer geschreven:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Uit de meting op locatie is gebleken dat u aan de achterkant van uw woning aan de [adres] grond van het hoogheemraadschap in gebruik heeft. De oppervlakte van deze grond is in totaal 22 m2.”  </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>De landmeetkundige van HHSK heeft naar aanleiding van de meting het volgende kaartje opgesteld: </para>
      <para />
      <mediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="bfb71f1d-3715-4f0f-86cc-2ca13d2d6f8b" depth="381" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </mediaobject>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>De strook grond (hierna: het perceelsgedeelte) die de landmeetkundige heeft ingetekend betreft de grond die is gelegen tussen de kadastrale grens aan de zuidkant van het perceel van [partij B] en de sloot. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>HHSK heeft in de brief van 3 februari 2022 aan [partij B] aangeboden om het perceelsgedeelte te huren voor een bedrag van € 1,66 per m2 (met jaarlijkse indexatie).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>Het perceelsgedeelte is bij de tuin van [partij B] betrokken. Er is een beschoeiing geplaatst, de tuin is (inclusief het perceelsgedeelte) opgehoogd en er zijn onder meer wilgen geplant. Het perceelsgedeelte is meerdere periodes afgesloten (geweest) aan de zijde van de sloot door middel van een laag hekwerk van schapengaas. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4. </nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>HHSK vordert na wijziging van eis bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: </para>
        <para>
          <emphasis role="underline">primair: </emphasis>
        </para>
        <para>I. [partij B] te veroordelen om het perceelsgedeelte binnen 30 dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en ontruimd te houden en het met al de zijnen en het zijne te verlaten en verlaten te houden; </para>
        <para>
          <emphasis role="underline">subsidiair en meer subsidiair: </emphasis>
        </para>
        <para>II. te verklaren voor recht dat [partij B] onrechtmatig heeft gehandeld door het perceelsgedeelte in gebruik te nemen en te houden; en </para>
        <para>i. [partij B] te veroordelen tot vergoeding van de door HHSK geleden schade in natura in de vorm van levering van het perceelsgedeelte aan HHSK binnen 30 dagen na betekening van dit vonnis, met bepaling dat </para>
        <para>a. het vonnis in de plaats zal treden van de notariële akte indien de levering niet plaatsvindt binnen de termijn van 30 dagen; </para>
        <para>b. de kosten van levering voor rekening van [partij B] zijn; </para>
        <para>ii. [partij B] te veroordelen om het perceelsgedeelte per het moment van teruglevering te ontruimen en ontruimd te houden en het met al de zijnen en het zijne te verlaten en verlaten te houden; </para>
        <para>althans</para>
        <para>iii. [partij B] te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van € 3.740; </para>
        <para>
          <emphasis role="underline">in alle gevallen: </emphasis>
        </para>
        <para>III. [partij B] te veroordelen tot betaling van een gebruiksvergoeding aan HHSK ten bedrag van € 162,60, te vermeerderen met het pro rata gedeelte over een bedrag van € 32,50 dat verschijnt vanaf de datum van dagvaarding tot aan de datum van dit vonnis, en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling; </para>
        <para>IV. [partij B] te veroordelen in de proceskosten te vermeerderen met de wettelijke rente daarover. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [partij B] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van HHSK. Tevens vordert [partij B] op zijn beurt in voorwaardelijke reconventie, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>te verklaren voor recht dat [partij B] door verjaring eigenaar is geworden van het perceelsgedeelte; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>HHSK te veroordelen om binnen vier weken na betekening van dit vonnis medewerking te verlenen aan inschrijving van de hiervoor gevorderde verklaring voor recht in de openbare registers, op straffe van een dwangsom van € 250 per dag dat HHSK niet aan deze veroordeling voldoet; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>HHSK te veroordelen in de proceskosten in conventie en reconventie te vermeerderen met de wettelijke rente. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>HHSK voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen in reconventie met veroordeling van [partij B] in de proceskosten in reconventie. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5. </nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Maakt [partij B] gebruik van grond van HHSK? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De rechtbank ziet zich eerst voor de vraag gesteld of [partij B] gebruik maakt van een strook grond die in eigendom toebehoort aan HHSK. HHSK meent van wel en baseert zich hierbij op de meting die door zijn eigen landmeetkundige dienst is verricht en de kaart (zie de feiten onder 3.6) die naar aanleiding hiervan is opgesteld. [partij B] betwist de juistheid van deze meting. Hij heeft naar voren gebracht dat HHSK bij de metingen een eigen methodiek hanteert waarbij geen kadastrale inmeting plaatsvindt. Daar komt bij dat het Kadaster bij diverse andere percelen aan de Bergse Linker Rottekade een nameting heeft verricht, waarbij is vastgesteld dat de eerdere meting van HHSK niet juist was. Verder heeft [partij B] erop gewezen dat zowel op de luchtfoto alsook op de kaart die door de landmeetkundige dienst van HHSK is opgesteld de feitelijke grens tussen de sloot en de walkant niet duidelijk zichtbaar is omdat de wilgen die aan de slootkant staan naar het licht toegroeien (richting het zuiden) waardoor de boomkruinen grotendeels boven het water hangen. [partij B] stelt dat er zonder kadastrale inmeting en grensreconstructie niet kan worden vastgesteld of hij daadwerkelijk grond van HHSK in gebruik heeft, althans een kleinere afmeting heeft dan HHSK heeft aangevoerd.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Op grond van de hoofregel van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) rust de bewijslast van de stelling dat [partij B] grond in gebruik heeft van HHSK op HHSK. Weliswaar heeft HHSK als bewijs van zijn stelling een kaart in het geding gebracht, opgesteld door zijn eigen landmeetkundige dienst, maar [partij B] heeft gemotiveerd betwist dat hieruit onomstotelijk blijkt dat hij grond in gebruik heeft van HHSK. Gelet hierop kan de rechtbank op dit moment niet vaststellen dat volstrekt zeker is dat [partij B] grond in gebruik heeft van HHSK. Maar ook in het geval dat [partij B] wel grond van HHSK in gebruik heeft, heeft hij er belang bij dat de precieze afmetingen van die strook grond komen vast te staan. HHSK heeft als beleidsuitgangspunt geformuleerd alleen in rechte op te treden tegen aanwonenden die een strook grond van meer dan tien vierkante meter in gebruik hebben genomen. Op basis van hetgeen HHSK aangevoerd en waartegen [partij B] verweer gevoerd heeft, kan op basis van de huidige van zaken met onvoldoende zekerheid in rechte worden vastgesteld dat [partij B] een strook van meer dan tien vierkante meter in gebruik genomen heeft. Daarom zal HHSK tot (nadere) bewijslevering worden toegelaten door middel van het laten verrichten van een inmeting en een grensreconstructie door het Kadaster. De rechtbank gaat ervan uit dat [partij B] hieraan zijn medewerking zal verlenen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De zaak wordt hiervoor naar de rol van 7 mei 2025 verwezen voor een akte aan de zijde van HHSK. De kadastrale meting dient aan deze akte te worden gehecht als productie. Verder dient HHSK zich in de akte uit te laten over de gevolgen van de meting voor de procedure. Vervolgens krijgt [partij B] de gelegenheid om op de rol van 4 juni 2025 bij antwoordakte te reageren. Partijen krijgen in de uitsluitend de gelegenheid om in hun (antwoord)akte in te gaan op de kadastrale meting en de gevolgen daarvan voor de procedure. Er zal geen gelegenheid worden geboden voor (een aanvulling van) andere stellingen of verweren.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>In afwachting van de bewijslevering wordt iedere verdere beslissing aangehouden. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6. </nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>laat HHSK toe tot het bewijs van de stelling dat [partij B] grond van HHSK in gebruik heeft door middel van het verrichten van een inmeting en grensreconstructie door het Kadaster; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>verwijst de zaak hiertoe naar de rol van 7 mei 2025;  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in conventie en in reconventie: </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.C. Hartendorp en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1366</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>