<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:26809</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-27T16:36:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">6937966 RL EXPL 18-11579</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:26809">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:26809</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-27T16:36:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:26809 Rechtbank Den Haag , 03-04-2025 / 6937966 RL EXPL 18-11579</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:26809:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Effectenlease / tussenpersoon / vergunningplichtige advisering, terwijl tussenpersoon die vergunning niet had / onrechtmatig handelen door tussenpersoon door afnemer als klant bij Dexia aan te brengen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:26809:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 6937966 RL EXPL 18-11579</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 3 april 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Dexia Nederland B.V.</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: Amsterdam,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.M.K.P Cornegoor.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde 1]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die zelf procedeert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde 2]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mrs. M.B. Esseling en R. Bosman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het antwoord van [gedaagde 1] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het antwoord van [gedaagde 2] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de repliek met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de dupliek van [gedaagde 1] met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de dupliek van [gedaagde 2] met bijlagen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Waar gaat de zaak over?</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde 1] en [gedaagde 2] voerden samen een vennootschap onder firma met de naam [bedrijf] . [bedrijf] hield zich bezig met het geven van financieel advies. Zij heeft onder meer de heer [naam] geadviseerd. [naam] heeft op advies van de vennootschap onder firma zes aandelenleaseovereenkomst gesloten met Dexia. Die overeenkomsten hielden het volgende in. [naam] leende geld van Dexia en met dat geld kocht Dexia aandelen. [naam] betaalde tijdens de looptijd van de overeenkomsten met name rente (inleg). Aan het einde van de overeenkomsten werden de aandelen verkocht en moest [naam] het geleende bedrag terugbetalen. Als de aandelen meer waard waren geworden, dan was de winst voor [naam] . In dit geval zijn de aandelen echter minder waard geworden, en dus moest [naam] nog een deel van het geleende bedrag bijbetalen (de restschuld). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In een andere uitspraak die vandaag wordt gedaan, wordt Dexia veroordeeld om alle betaalde inleg en restschuld aan [naam] terug te betalen. Dexia vindt dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] deze schade moeten dragen. Daarom vordert zij in deze procedure dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] veroordeeld worden om alle schade die Dexia aan [naam] moet betalen aan Dexia te vergoeden. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn het daar niet mee eens. Zij vinden dat Dexia haar rechten heeft verwerkt, dat zij niet samen met Dexia hoofdelijk aansprakelijk zijn en dat anders Dexia de volledige schade moet dragen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De rechtbank oordeelt dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een derde deel van de door Dexia aan [naam] te betalen schade moeten dragen. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn tegenover [naam] hoofdelijk aansprakelijk en zij dienen daarom hun deel van de schade te vergoeden. Op grond van de redelijkheid en billijkheid moet de verhouding waarin partijen de schade moeten dragen worden bijgesteld ten gunste van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] . De rechtbank licht deze beslissing hierna verder toe. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Partijen zijn het erover eens dat [bedrijf] de producten van Dexia heeft aanbevolen als geschikt voor de financiële wensen van [naam] . Partijen zijn het er ook over eens dat [bedrijf] [naam] als klant bij Dexia heeft aangebracht. De Hoge Raad heeft beslist dat [bedrijf] dat niet mocht doen zonder een vergunning.<footnote-ref linkend="_fb387152-3510-4221-bc88-5ec193b39015" /> Partijen zijn het erover eens dat [bedrijf] die vergunning niet had. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn daarom samen met Dexia tegenover [naam] aansprakelijk voor de door hem geleden schade. In hoeverre [bedrijf] heeft gewaarschuwd voor de risico’s van de aandelenleaseovereenkomsten kan in het midden blijven, want dat neemt het feit dat zij een vergunning hadden nodig hadden niet weg.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De Hoge Raad heeft beslist dat de schade die consumenten lijden omdat Dexia niet aan haar waarschuwingsplicht heeft voldaan bestaat uit de door de consument betaalde inleg en de eventuele restschuld.<footnote-ref linkend="_36e656ab-ee27-497b-9441-b847fdd30244" /> Naar het oordeel van de rechtbank kan dezelfde regel worden toegepast voor tussenpersonen die consumenten adviseren zonder over de benodigde vergunning te beschikken. Ook deze regel is er immers op gericht consumenten te behoeden voor het lichtvaardig aangaan van risicovolle financiële overeenkomsten. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn daarom samen met Dexia hoofdelijk aansprakelijk voor de door [naam] geleden schade die bestaat uit de door hem betaalde inleg en restschuld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Partijen gaan er terecht van uit dat de vordering van Dexia op [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet is verjaard. Het is naar het oordeel van de rechter ook niet onaanvaardbaar dat Dexia hen nu nog aanspreekt. Dexia heeft haar rechten dus niet verwerkt. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben er weliswaar terecht op gewezen dat Dexia al geruime tijd ervan op de hoogte is dat zij mogelijk een schadevergoeding aan [naam] zou moeten betalen, maar dat maakt het nog niet onaanvaardbaar dat Dexia hen nu alsnog aanspreekt. De lat voor rechtsverwerking ligt erg hoog, mede omdat niet te snel mag worden aangenomen dat iemand zijn recht is komen te vervallen. Alleen tijdsverloop is daarom niet genoeg. Dit geldt hier temeer omdat pas met het arrest van de Hoge Raad uit 2016 definitief duidelijk is geworden dat van groot belang is dat de consument is geadviseerd door een tussenpersoon zonder de benodigde vergunning. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Wel moet in hun onderlinge verhouding de verdeling van de schade worden bijgesteld ten gunste van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] en ten nadele van Dexia. Partijen zijn het erover eens dat Dexia een veel grotere partij in de markt was dan de vennootschap onder firma. Partijen zijn het er ook over eens dat Dexia de werkwijze met tussenpersonen zoals [bedrijf] heeft opgezet en dat het Dexia was die [bedrijf] heeft benaderd. Verder staat vast dat Dexia de medewerkers van [bedrijf] training heeft gegeven en dat zij hen software heeft verstrekt om prognoses te maken die waren afgestemd op de behoeftes van de klant. Dexia nam dus het voortouw bij het aanbieden van aandelenleaseproducten bij consumenten. Dit rechtvaardigt dat Dexia een groter deel van de schade moet dragen dan [bedrijf] . Het zou echter te ver gaan om Dexia alle schade te laten betalen want het kan aan [bedrijf] worden verweten dat zij niet heeft onderzocht of de wijze waarop zij advies gaf en consumenten bij Dexia aanbracht was toegestaan. De vennootschap onder firma had hierin een eigen verantwoordelijkheid. Dit rechtvaardigt dat Dexia 2/3e deel van de schade moet dragen en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] 1/3e deel van de schade. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden hoofdelijk veroordeeld. Dat betekent dat Dexia zowel [gedaagde 1] als [gedaagde 2] kan aanspreken voor het volledige bedrag. Als een van hen iets betaalt, dan wordt de schuld van de ander natuurlijk wel met dat bedrag verminderd. Samen moeten [gedaagde 1] en [gedaagde 2] dus een derde deel van betalen van het bedrag dat Dexia aan [naam] moet betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Partijen zijn over en weer in het ongelijk gestelde. Zij moeten daarom de eigen proceskosten dragen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde 2] en [gedaagde 1] hoofdelijk om aan Dexia te betalen een derde deel van wat Dexia op grond van de procedure met zaaknummer 6522885 RL EXPL 17-30325 aan [naam] moet betalen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>bepaalt dat partijen de eigen proceskosten moeten betalen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Halk en in het openbaar uitgesproken door mr. F.A.M. Veraart als rolrechter.</para>
        <para>371</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_fb387152-3510-4221-bc88-5ec193b39015" label="1">
    <para> Hoge Raad 2 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2015</para>
  </footnote>
  <footnote id="_36e656ab-ee27-497b-9441-b847fdd30244" label="2">
    <para> Hoge Raad 5 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2815</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>