<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:26680</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-26T16:12:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/674168 / FA RK 24-7424</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:26680">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:26680</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-26T16:04:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:26680 Rechtbank Den Haag , 18-12-2025 / C/09/674168 / FA RK 24-7424</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:26680:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontbinding geregistreerd partnerschap met nevenvoorzieningen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:26680:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Enkelvoudige Kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Rekestnummer: FA RK 24-7424</para>
    <para>Zaaknummer: C/09/674168</para>
    <para>Datum beschikking: 18 december 2025 </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Ontbinding geregistreerd partnerschap met nevenvoorzieningen</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beschikking op het op 17 oktober 2024 ingekomen verzoekschrift van:</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [de vrouw], </title>
    <parablock>
      <para>de vrouw,</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres,				</para>
      <para>advocaat: mr. M. Ahmadi in Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbende wordt aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [de man], </title>
    <parablock>
      <para>de man,</para>
      <para>sinds 25 februari 2025 opgenomen in de Registratie Niet Ingezetenen met onbekend adres. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder van:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoekschrift, met bijlagen 1 tot en met 10;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het bericht van 21 oktober 2024 van de vrouw, met als bijlagen de geboorteaktes en de akte van partnerschapsregistratie;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het bericht van 24 oktober 2024 van de vrouw, met als bijlage het betekeningsexploot;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het bericht van 2 maart 2025 van de vrouw; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het bericht van 10 maart 2025 van de vrouw;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het bericht van 26 augustus 2025 van de vrouw, met bijlagen 11 tot en met 19;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het bericht van 5 november 2025 van de vrouw, met bijlagen 20 tot en met 22.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 20 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Op de zitting is verschenen: de vrouw, bijgestaan door haar advocaat<emphasis role="italic">. </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De man is behoorlijk opgeroepen in de Staatscourant van 27 augustus 2025, maar is niet op de zitting verschenen. Op de zitting heeft de vrouw naar voren gebracht dat de man op een camping in [plaats 1] verblijft en dat zij de man op de hoogte heeft gesteld van de zitting, maar dat de man heeft aangegeven dat hij niet zal verschijnen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [minderjarige 1] heeft een brief geschreven aan de kinderrechter, met bijgevoegd een foto en een tekening. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten </title>
    <para>- Partijen zijn met elkaar een geregistreerd partnerschap aangegaan op [datum] 2017 in [plaats 2].</para>
    <para />
    <para />
    <para>- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen: </para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1]), geboren op [geboortedatum 1] 2017 in [geboorteplaats 1];</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2]), geboren op [geboortedatum 2] 2021 in [geboorteplaats 2].</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Partijen oefenen gezamenlijk het gezag over de kinderen uit.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De kinderen verblijven op dit moment feitelijk bij de vrouw. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Deze rechtbank heeft op 13 december 2024 voorlopige voorzieningen getroffen – voor zover hier relevant – inhoudende dat:</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>een voorlopige zorgregeling is vastgesteld, waarbij de man iedere week van dinsdag uit school (14.30 uur) tot donderdagochtend naar school voor de kinderen zorgt, alsmede om het weekend (het weekend waarop de man niet op zaterdag werkt) van vrijdag na zijn werk (18.00 uur) tot maandagochtend naar school, waarbij de man tijdens deze zorgmomenten met de kinderen in de echtelijke woning zal verblijven en de overdracht van beide kinderen zal plaatsvinden op de school van [minderjarige 1], behalve op de vrijdag en waarbij de vrouw de overige momenten (de momenten waarop de man niet voor de  kinderen zorgt) voor de kinderen zorgt, waarbij de vrouw met de kinderen in de echtelijke woning zal verblijven; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de man bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning in de hiervoor genoemde momenten als hij de zorg voor de kinderen draagt; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning in de hiervoor genoemde momenten als zij de zorg voor de kinderen draagt.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>- Bij beschikking van 14 februari 2025 zijn voornoemde voorlopige voorzieningen gewijzigd, in die zin dat – voor zover hier relevant – is bepaald dat:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de kinderen aan de vrouw zullen worden toevertrouwd;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>- de kinderen om de week (in de week dat de man niet op zaterdag werkt) van zaterdag 18.00 uur tot maandag naar school bij de man zullen verblijven en vanaf het moment dat de man zijn nieuwe baan heeft (vermoedelijk 1 april 2025): om de week van vrijdag 18.00 uur tot maandag naar school, waarbij de man de kinderen op de vrijdag of de zaterdag bij de vrouw ophaalt en op maandag en donderdag naar de school van [minderjarige 1] brengt, waarbij de vrouw naar de school van [minderjarige 1] komt om de overdracht van [minderjarige 2] te verzorgen.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek en verweer</title>
    <para>De vrouw verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de ontbinding van het geregistreerd partnerschap uit te spreken;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>te bepalen dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw zullen hebben;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>te bepalen dat de man, met ingang van de datum van deze beschikking, een kinderalimentatie aan de vrouw moet voldoen van € 350,- per kind per maand, telkens bij vooruitbetaling, althans een zodanig bedrag en met ingang van een zodanige datum als de rechtbank juist acht;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>te bepalen dat het huurrecht van de echtelijke woning in ([postcode]) [plaats 1] aan [adres] aan de vrouw zal worden toegekend;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>te bepalen dat ieder van partijen het saldo op de eigen bankrekening behoudt, zonder nadere verrekening met elkaar;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>te bepalen dat de inboedelgoederen tussen partijen bij helfte moeten worden verdeeld, volgens het door de vrouw verzochte systeem. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De man heeft geen verweer gevoerd.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ontbinding geregistreerd partnerschap</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ontvankelijkheid – ontbreken ouderschapsplan</emphasis>
      </para>
      <para>De vrouw heeft geen ouderschapsplan ingediend, zoals op grond van artikel 815 Wetboek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is vereist. Toch zal de rechtbank de vrouw ontvangen in haar verzoek tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap van partijen, omdat van de vrouw niet kan worden verwacht dat zij samen met de man tot een door beide partijen ondertekend ouderschapsplan komt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inhoudelijke beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para>De vrouw heeft gesteld dat het geregistreerd partnerschap van partijen duurzaam is ontwricht en zij verzoekt om de ontbinding daarvan uit te spreken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De man heeft dit niet betwist en hij heeft geen verweer gevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal het verzoek daarom, als niet weersproken en op de wet gegrond, toewijzen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoofdverblijfplaats</emphasis>
      </para>
      <para>De vrouw heeft verzocht om de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar vast te stellen, omdat zij dit in het belang van de kinderen vindt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De man heeft dit niet betwist en hij heeft geen verweer gevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal het verzoek daarom, als niet weersproken en in het belang van de kinderen, toewijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Kinderalimentatie</emphasis>
      </para>
      <para>De vrouw heeft naar voren gebracht dat de man in maart 2025 naar [plaats 3], [land] is vertrokken en daarom is ontslagen door zijn toenmalige werkgever. Sinds juni 2025 is de man weer in Nederland. De man heeft aan de vrouw verteld dat hij nu weer werk heeft, maar hij heeft aan de vrouw geen duidelijkheid verschaft wat voor werk hij nu doet en wat de hoogte van zijn inkomen is. De vrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de man een verdiencapaciteit heeft en dat, anders dan bij de berekening van zijn draagkracht in de voorlopige voorzieningenprocedure, geen rekening moet worden gehouden met een eventuele schuldenlast. Volgens de vrouw moet worden aangenomen dat de man in ieder geval zoveel kan verdienen als voor zijn vertrek naar [land]. Verder heeft de man volgens de vrouwhet bestaan van deze schulden en de eventuele aflossingen daarop onvoldoende inzichtelijk gemaakt en het had op zijn weg gelegen om dit aan te voeren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De man heeft al het voorgaande niet betwist en hij heeft geen verweer gevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal het verzoek daarom, als niet weersproken en de op wet gegrond, toewijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Huurrecht</emphasis>
      </para>
      <para>De vrouw heeft verzocht om het huurrecht van de echtelijke woning aan haar toe te kennen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De man heeft geen verweer gevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal het verzoek daarom, als niet weersproken en op de wet gegrond, toewijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Verdeling gemeenschap</emphasis>
      </para>
      <para>Niet gesteld of gebleken is dat partijen partnerschapsvoorwaarden hebben gemaakt. Gelet op de artikelen 1:93 en 1:94 van het Burgerlijk Wetboek (BW) juncto artikel 1:80b BW – zoals deze artikelen golden tot 1 januari 2018 – neemt de rechtbank aan dat tussen partijen een algehele gemeenschap van goederen bestond. Het uitgangspunt is dat de ontbonden partnerschapsgemeenschap op grond van artikel 1:100 BW juncto artikel 1:80b BW – zoals deze artikel golden tot 1 januari 2018 – bij helfte wordt verdeeld tussen partijen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Peildatum</emphasis>
      </para>
      <para>Als peildatum voor de omvang en samenstelling van de ontbonden gemeenschap geldt op grond van artikel 1:99 lid 1 sub b BW de datum van indiening van het verzoekschrift. Dat is 17 oktober 2024. Voor zover partijen niet anders overeenkomen of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeit, geldt voor de waardering de datum van de feitelijke verdeling als peildatum.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Inhoudelijke beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para>De vrouw heeft gesteld dat de volgende vermogensbestanddelen in de ontbonden partnerschapsgemeenschap vallen:</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>de bankrekeningen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de inboedelgoederen. </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">ad a) de bankrekeningen</emphasis>
      </para>
      <para>De vrouw heeft verzocht te bepalen dat ieder van partijen het saldo op de eigen bankrekening behoudt, zonder nadere verrekening met elkaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De man heeft geen verweer gevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal aldus beslissen dat iedere partij het saldo op de bankrekening op de eigen naam krijgt toegedeeld, zonder nadere verrekening met de andere partij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">ad b) de inboedelgoederen</emphasis>
      </para>
      <para>Op de zitting heeft de vrouw gesteld dat de inboedelgoederen al zijn verdeeld door partijen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De man heeft dit niet betwist. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank hoeft daarom geen beslissing meer te nemen op dit verzoek en zal dit verzoek afwijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Voorlopige voorzieningen</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank merkt op dat de beslissing over de voorlopige zorgregeling op grond van artikel 826 lid 1 Rv zijn kracht zal verliezen op het moment dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. De rechtbank verwacht van partijen dat zij de zorgregeling tussen de man en de kinderen te zijner tijd in onderling overleg verder zullen vormgeven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Brief aan [minderjarige 1]</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft een brief aan [minderjarige 1] geschreven, die gelijktijdig met deze beschikking wordt verstuurd. De inhoud van de brief luidt als volgt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Beste [minderjarige 1],</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat heb jij mij een leuke brief geschreven! Ik vond ook de foto en de tekening erg mooi. De tekening hangt nu op mijn prikbord. Ik vind het fijn om te horen dat jij het leuk hebt met mama, [minderjarige 2] en de poesjes [poes 1] en [poes 2], en dat je soms bij papa op de camping gaat logeren. Ik ben benieuwd wat je van Sinterklaas krijgt. Veel plezier! </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Met vriendelijke groeten, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">M.F. Baaij, kinderrechter”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>*</para>
      <para>spreekt de ontbinding van het geregistreerd partnerschap van partijen uit, met elkaar aangegaan op [datum] 2017 in [plaats 2];</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>*</para>
      <para>bepaalt dat de minderjarigen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2017 in [geboorteplaats 1];  </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2021 in [geboorteplaats 2];</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw zullen hebben;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>*</para>
      <para>bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van 18 december 2025, een kinderalimentatie voor de kinderen moet betalen van € 350,- per kind per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>*</para>
      <para>bepaalt dat de vrouw, met ingang van de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand, de huurster zal zijn van de woning in ([postcode]) [plaats 1] aan [adres]; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>*</para>
      <para>stelt de wijze van verdeling van de algehele partnerschapsgemeenschap van goederen als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:</para>
    </parablock>
    <para>- het saldo op de bankrekening op naam van de vrouw wordt aan de vrouw toegedeeld en het saldo op de bankrekening op naam van de man wordt aan de man toegedeeld, zonder nadere verrekening;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>*</para>
      <para>verklaart deze beschikking – met uitzondering van de ontbinding van het geregistreerd partnerschap en het huurrecht – uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>*</para>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Sluijmer als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 18 december 2025.</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>