<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:26539</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-22T11:04:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/689395 / HA RK 25-394</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:26539">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:26539</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-22T11:03:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:26539 Rechtbank Den Haag , 16-12-2025 / C/09/689395 / HA RK 25-394</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:26539:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>vaststelling staatloosheid. Palestijnse gebieden en Syrië. Verzoek toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:26539:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Rekestnummer: HA RK 25-394</para>
    <para>Zaaknummer: C/09/689395</para>
    <para>Datum beschikking: 16 december 2025</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Vaststelling van staatloosheid</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beschikking op het op 29 juli 2025 ingekomen verzoekschrift van: </title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verzoeker],</title>
    <parablock>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres,</para>
      <para>advocaat: mr. F. Engelbertink te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbende wordt aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>DE STAAT DER NEDERLANDEN, </title>
    <parablock>
      <para>(Ministerie van Justitie en Veiligheid, Immigratie- en Naturalisatiedienst,</para>
      <para>verder te noemen “de Staat”),</para>
      <para>zetelende te ’s-Gravenhage,</para>
      <para>vertegenwoordigd door: [naam].</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:</para>
    </parablock>
    <para>- het verzoekschrift;</para>
    <para>- de brief van 19 november 2025 van de Staat;</para>
    <para>- de brief van 25 november 2025 van verzoeker.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek en het advies van de Staat</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoekschrift strekt tot vaststelling van staatloosheid van verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Staat adviseert het verzoek toe te wijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omdat het advies van de Staat overeenstemt met wat is verzocht, heeft de rechtbank aanleiding gezien om zonder mondelinge behandeling op het verzoek te beslissen. Partijen hebben hiermee ingestemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volgende feiten blijken uit het dossier dan wel zijn door de Staat vastgesteld, zodat de rechtbank deze als vaststaand aanneemt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- Verzoeker stelt van Palestijnse afkomst te zijn en in Syrië te zijn geboren op [geboortedatum]</para>
    <para> 1980. Verzoeker heeft in Syrië gewoond tot aan zijn vertrek naar Nederland 	op 20 maart 2023.</para>
    <para>- Verzoeker is op 9 juli 2023 Nederland ingereisd en heeft op 16 juli 2023 asiel</para>
    <para>	aangevraagd.</para>
    <para>- Op 3 juni 2024 is aan verzoeker een verblijfsvergunning asiel verleend met ingang </para>
    <para>	van 16 juli 2023, geldig tot 16 juli 2028.</para>
    <para>- Verzoeker heeft – onder meer – de volgende relevante en echt bevonden </para>
    <parablock>
      <para>	documenten overgelegd:</para>
      <para>- een Syrisch reisdocument voor Palestijnse vluchtelingen;</para>
      <para>- een individueel uittreksel uit de burgerlijke stand voor Palestijnen;</para>
      <para>- een familie uittreksel uit de burgerlijke stand voor Palestijnen;</para>
      <para>- een UNRWA Family registration card.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Juridisch kader</emphasis>
      </para>
      <para>Het verzoek is gebaseerd op artikel 2 van de Wet van 7 juni 2023, houdende regels met betrekking tot de vaststelling van staatloosheid, Staatsblad 2023, 230 (Wet vaststellingsprocedure staatloosheid).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op basis van lid 1 van genoemd artikel kan een ieder die, buiten een bij enige rechterlijke instantie aanhangige zaak, daarbij onmiddellijk belang heeft en in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft, bij deze rechtbank een verzoek indienen tot vaststelling van zijn staatloosheid. Het verzoek kan ook strekken tot de vaststelling dat de betrokkene op een bepaald tijdstip staatloos was. De rechtbank stelt op basis van lid 2 van dit artikel de staatloosheid vast, indien hem niet is gebleken dat de betrokkene door enige staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ontvankelijkheid</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank stelt vast dat verzoeker in Nederland woont. Verder is niet in geschil dat verzoeker onmiddellijk belang heeft bij het verzoek tot vaststelling van staatloosheid, zodat hij ontvankelijk is in zijn verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Relevante landen</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank ziet aanleiding om de Palestijnse Gebieden en Syrië in haar beoordeling over de staatloosheid van verzoeker te betrekken. Dit omdat verzoeker stelt van Palestijnse afkomst te zijn en hij zijn hele leven, tot het inreizen in Nederland, in Syrië heeft verbleven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wordt verzoeker als onderdaan van de Palestijnse Gebieden beschouwd?</emphasis>
      </para>
      <para>Gelet op de door verzoeker overgelegde documenten – welke documenten echt zijn bevonden – is het aannemelijk dat verzoeker van Palestijnse afkomst is. Hiertoe geldt het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het ‘Algemeen Ambtsbericht Palestijnse Gebieden’ (april 2022) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de ‘Werkinstructie SUA’ van 11 december 2020 van de IND (nummer en titel: WI 2020/19 Palestijnen, hierna te noemen: de Werkinstructie) volgt dat Nederland de staat Palestina en dus ook de Palestijnse nationaliteit niet erkent. Voor Nederland gelden Palestijnen daarom als staatloos.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wordt verzoeker als onderdaan van Syrië beschouwd?</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de nationaliteitswetgeving van Syrië wordt de nationaliteit doorgegeven door de vader. Een moeder kan haar nationaliteit alleen doorgeven ingeval het kind is geboren in Syrië en de vader het kind niet heeft erkend. Van deze situaties is in dit geval niet gebleken, zodat het niet aannemelijk is dat verzoeker de Syrische nationaliteit via zijn vader of zijn moeder kan hebben verkregen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de ‘Werkinstructie SUA’ van 11 december 2020 van de IND (nummer en titel: WI 2020/19 Palestijnen, hierna te noemen: de Werkinstructie) volgt dat Palestijnen in Syrië in principe staatloos zijn en niet kunnen naturaliseren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de nationaliteitswetgeving van Syrië leidt een huwelijk tussen een Syrische onderdaan en een vreemdeling op zichzelf niet tot wijziging van de nationaliteit van de echtgenoten. De Syrische nationaliteit kan alleen via huwelijk worden verkregen wanneer een buitenlandse vrouw trouwt met een Syrische man, waarbij verblijf in Syrië een vereiste is. Ook van deze situatie is in dit geval geen sprake.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande vindt de rechtbank het niet aannemelijk dat verzoekster beschikt over de nationaliteit van Syrië.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank stelt vast dat niet is gebleken dat verzoeker door enige staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd, zodat de staatloosheid van verzoeker kan worden vastgesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat verzoeker staatloos is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van der Vliet, rechter, bijgestaan door mr. P. Hillebrand als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december 2025.</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>