<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:26439</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-21T09:30:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-01-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/694439 / FA RK 25-8517</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:26439">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:26439</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-20T16:02:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:26439 Rechtbank Den Haag , 14-01-2025 / C/09/694439 / FA RK 25-8517</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:26439:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wijziging voorlopige voorziening</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:26439:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Rekestnummer: FA RK 25-8517</para>
    <para>Zaaknummer: C/09/694439</para>
    <para>Datum beschikking: 14 januari 2026</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Voorlopige voorzieningen</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beschikking op het op 10 november 2025 ingekomen verzoek van:</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [de vrouw],</title>
    <parablock>
      <para>de vrouw,</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres,</para>
      <para>advocaat: mr. A.C. Otten te Bussum.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbende wordt aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [de man],</title>
    <parablock>
      <para>de man,</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres,</para>
      <para>advocaat: mr. N.D. Bauman te ’s-Gravenhage.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoekschrift;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verweerschrift tevens verzoekschrift;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>- het bericht van 16 december 2025, met bijlagen, van de zijde van de vrouw.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 3 december 2025 is de zaak op een zitting van deze rechtbank gepland. Hierbij zijn verschenen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van de zijde van de vrouw zijn pleitnotities overgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De man is niet op de zitting verschenen. De rechtbank heeft geconstateerd dat het niet duidelijk is of de man op de juiste wijze is opgeroepen. Om de man in de gelegenheid te stellen te verschijnen, is de behandeling van de zaak aangehouden en op een nieuwe datum gepland.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 17 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de man, bijgestaan door zijn advocaat;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten </title>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Partijen zijn gehuwd op [datum] 2013 te [plaats].</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para>- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats];</para>
      <para>- [minderjarige 2] geboren op [geboortedatum 2] 2017 te ’[geboorteplaats];|</para>
      <para>- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2019 te [geboorteplaats].</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>De kinderen verblijven op dit moment bij de man. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek en verweer</title>
    <para>Bij beschikking van deze rechtbank d.d. 31 juli 2025 is – voor zover hier van belang –:</para>
    <parablock>
      <para> bepaald dat de minderjarige kinderen van partijen aan de man worden toevertrouwd;</para>
      <para> bepaald dat de man bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] te [postcode] [plaats] en bevolen dat de vrouw die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden, een en ander met uitzondering van de momenten waarop de vrouw de zorg heeft voor de kinderen in de echtelijke woning volgens voorlopige zorgregeling;</para>
      <para> bepaald dat de vrouw voorlopig gerechtigd is om de kinderen bij zich te hebben:</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para> op dinsdag en donderdag van 15.00 uur tot 19.30 uur in aanwezigheid van de oppas, waarbij de oppas de kinderen, als zij geen vakantie hebben, van school zal ophalen;</para>
      <para> op zaterdag van 10.00 uur tot 19.00 uur in aanwezigheid van de oppas.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vrouw verzoekt voormelde beschikking te wijzigen in die zin dat de rechtbank nu:</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para> bepaalt dat de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] te [postcode] [plaats], met het bevel dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden en de sleutels van de woning en de berging aan de vrouw dient af te staan onder verbeurte van een dwangsom voor elke dag dat hij dit niet doet;</para>
      <para> de minderjarige kinderen van partijen aan de vrouw toevertrouwt;</para>
      <para> primair een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van de minderjarige kinderen van partijen vaststelt in die zin dat de kinderen een weekend per veertien dag van vrijdag uit school tot maandag naar school en de helft van de schoolvakanties bij de man verblijven en mocht de rechtbank bepalen dat een andere verdeling van de zorg en opvoedtaken in het belang van de kinderen is en dat de man bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning van partijen aan de [adres] te [postcode] [plaats], dat de vrouw bij uitsluiting van de man met de kinderen in de woning van partijen aan de [adres] te [postcode] [plaats] kan verblijven als zij de zorg voor de kinderen van partijen heeft;</para>
      <para> een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 415,- per maand per kind vaststelt, dan wel een zodanig bedrag als door de rechtbank in goede justitie te bepalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;</para>
    </parablock>
    <para>een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vrouw doet haar verzoek steunen op de stelling dat de omstandigheden na de dagtekening van de beschikking zijn gewijzigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens verzoekt de man zelfstandig voormelde beschikking te wijzigen in die zin dat de rechtbank nu:</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para> bepaalt dat de man bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] te [postcode] [plaats], met het bevel dat de vrouw die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;</para>
      <para> bepaalt dat de zorgregeling tussen de vrouw en de kinderen onder begeleiding zal plaatsvinden bij [instantie], bij voorkeur iedere week een aantal uren, dan wel op een andere professionele begeleidde omgangslocatie of met een andere regelmaat als de rechtbank in goede justitie juist acht,</para>
    </parablock>
    <para>een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vrouw voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>De rechtbank stelt voorop dat een door de rechtbank op grond artikel 822 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) gegeven beschikking, inhoudende een voorlopige voorziening, op grond van artikel 824 lid 2 Rv kan worden gewijzigd indien de omstandigheden na die beschikking in zodanige mate zijn gewijzigd of bij het geven van de beschikking in zodanige mate van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan, dat, alle betrokken belangen in aanmerking genomen, de voorziening niet in stand kan blijven. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vrouw heeft gesteld dat de omstandigheden na het geven van de beschikking van 31 juli 2025 zodanig zijn gewijzigd en dat bij het geven van de beschikking van 31 juli 2025 in zodanige mate van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan, dat de voorziening niet in stand kan blijven. In de beschikking van 31 juli 2025 is een voorlopige zorgregeling vastgesteld voor het contact tussen de vrouw en de kinderen. De vrouw heeft de kinderen sinds de beschikking van 31 juli 2025 nog maar drie keer gezien, te weten op 2, 26 en 29 juli 2025. De vrouw stelt dat de man tot op heden de in de beschikking opgenomen zorgregeling niet nakomt. De vrouw stelt dat toen de oppas op vakantie ging de man niet akkoord wilde gaan met de door de vrouw gedane voorstellen voor vervangende oppas. De man frustreert de regeling en verleent geen medewerking om de door de rechtbank vastgestelde zorgregeling uit te voeren. De vrouw maakt zich ook grote zorgen om de kinderen. De man belast de kinderen met ouderproblematiek en spreekt negatief over de vrouw tegen de kinderen waardoor de kinderen in een loyaliteitsconflict raken. De vrouw maakt zich ook zorgen om de staat van de echtelijke woning. <?linebreak?></para>
      <para>De man voert verweer en heeft aangevoerd dat het nooit zijn bedoeling is geweest om de vrouw bij de kinderen weg te houden of haar als ouder te verstoten. De situatie van partijen is erg gecompliceerd. Volgens de man reageerde de vrouw tijdens de zorgregeling overdreven dramatisch richting de kinderen en stelde zij zich steeds agressiever en onhoudbaarder op. Toen de oppas op vakantie ging vond de man de door de vrouw gedane voorstellen ter vervanging niet geschikt, waardoor partijen het steeds niet eens werden over de vervangende oppas. Volgens de man missen de kinderen hun moeder en zou er om die reden contact tussen hen moeten zijn, maar hij vindt het niet meer in het belang van de kinderen dat de omgang plaatsvindt in de echtelijke woning. Daarnaast moet de omgang volgens de man ook op een verantwoorde manier plaatsvinden en dus onder begeleiding en toezicht van professionals op een neutrale locatie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procedure tot het treffen en wijzigen van een voorlopige voorziening is bedoeld om een ordemaatregel te treffen. In verband met dit bijzondere karakter heeft de wetgever bepaald dat slechts in uitzonderlijke omstandigheden een eerder getroffen voorlopige voorziening kan worden gewijzigd. Niet iedere wijziging van omstandigheden zal dus tot wijziging van de beschikking kunnen leiden. Alleen in evidente, zeer sprekende gevallen, is een wijziging gerechtvaardigd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat de omstandigheden na de beschikking van 31 juli 2025 dusdanig zijn gewijzigd dat de situatie zoals is vastgelegd bij beschikking van 31 juli 2025 dient te worden gewijzigd. Uit de door de man en de vrouw ingediende stukken en ingenomen stellingen is gebleken dat er een gecompliceerde en voor de kinderen ongewenste situatie is ontstaan. Hoewel de situatie ongewenst is, is er naar oordeel van de rechtbank geen sprake van een evident, zeer sprekend geval waarin een wijziging van de getroffen voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. De ontstane ongewenste situatie kan te wijten zijn aan het patroon van gedrag van de man zoals geschetst door de vrouw, maar het kan ook veroorzaakt zijn door de door de man gestelde redenen die in ieder geval deels te wijten zijn aan het gedrag van de vrouw. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoe dan ook is de huidige situatie waarbij de kinderen en de vrouw geen contact hebben met elkaar zeer onwenselijk en dient het contact tussen de vrouw en de kinderen snel te worden hervat. Dit is ook met partijen op de zitting besproken. Nu het verzoek zal worden afgewezen en daarmee de beschikking van 31 juli 2025 van kracht blijft waarbij een regeling is bepaald inhoudende dat de vrouw gerechtigd is om de kinderen bij zich te hebben op dinsdag en donderdag van 15.00 uur tot 19.30 uur en op zaterdag van 10.00 uur tot 19.00 uur in aanwezigheid van de oppas, mag van beide partijen, en dus ook de man, een actieve houding worden verwacht om de in de beschikking vastgelegde omgang tussen de vrouw en de kinderen te bewerkstelligen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de zitting is het voorgaande met partijen besproken en hebben zij afgesproken dat zij in ieder geval met behulp van [instantie] het contact tussen de vrouw en de kinderen op korte termijn zullen hervatten. Dat laat onverlet dat de bij beschikking van 31 juli 2025 vastgestelde regeling blijft gelden. De rechtbank gaat ervan uit dat partijen zich met hulp van de betrokken hulpverlening zullen inspannen om op korte termijn een goede en voor de kinderen zo min mogelijk belastende situatie te creëren. Daarbij gaat de rechtbank ervan uit dat de ouders invulling zullen geven aan het door hen beiden onderschreven belang van het contact tussen de moeder en de kinderen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zoals op de zitting ook aan partijen is voorgehouden zal het niet of niet voldoende van de grond komen van de omgang tussen de vrouw en de kinderen leiden tot een nieuwe procedure tussen partijen waarin de vrouw zal verzoeken om nakoming van de zorgregeling met een eventuele oplegging van een dwangsom. Dit zal partijen nog verder uiteen drijven en het belang van de kinderen verder schaden. De rechtbank gaat ervan uit dat de man het niet zo ver zal laten komen en dat beide partijen zich hiervoor zullen inspannen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing </title>
    <para>De rechtbank: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de verzoeken van de vrouw en de man af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. A.F. Lemmens als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 14 januari 2026.</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>