<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:264</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-10T10:02:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-01-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/671750 / HA ZA 24-735</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>TVA 2025/40</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:264">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:264</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-27T10:13:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:264 Rechtbank Den Haag , 08-01-2025 / C/09/671750 / HA ZA 24-735</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:264:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bevoegdheidsincident. Beroep op arbitraal beding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:264:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="16727d8a-0503-4ed4-98c8-6d5f9968745a" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="104ffcf1-15c3-475b-9bda-2308b6ce3fab" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/09/671750 / HA ZA 24-735</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 8 januari 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 1] </emphasis>te [woonplaats],</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. I.J. Bos te Den Haag,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>BINNENWEG PROJECT B.V.te Den Haag,</title>
    <parablock>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseres in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. J.C. Debije te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para>2.	<emphasis role="bold">COMFORT PLUS WONEN B.V.</emphasis> te Den Haag,</para>
    <parablock>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>advocaat mr. J.C. Debije te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para>3.	<emphasis role="bold">MEDIO INVEST B.V.</emphasis> te Den Haag,</para>
    <parablock>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak</para>
      <para>advocaat mr. J.C. Debije te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para>4.	<emphasis role="bold">[bedrijfsnaam] B.V.</emphasis> te Den Haag,</para>
    <parablock>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>niet verschenen,</para>
    </parablock>
    <para>5.	<emphasis role="bold">[naam 2]</emphasis> te [woonplaats],</para>
    <parablock>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>advocaat mr. J.C. Debije te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres wordt hierna [naam 1] genoemd en gedaagden worden hierna respectievelijk Binnenweg, Comfort Plus, Medio Invest, [bedrijfsnaam] en [naam 2] genoemd. Met Binnenweg c.s. worden gedaagden hierna gezamenlijk aangeduid.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van 16 augustus 2024, met producties 1 tot en met 42;</para>
      <para>- de akte overlegging productie van [naam 1] van 18 september 2024, met productie 43;</para>
      <para>- de conclusie van antwoord tevens houdende incident tot onbevoegdheid van Binnenweg, Comfort Plus, Medio Invest en [naam 2];</para>
      <para>- de conclusie van antwoord in het (on)bevoegdheidsincident van [naam 1].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.	Het geschil in de hoofdzaak en in het incident</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [naam 1] vordert in de hoofdzaak, samengevat:</para>
        <para>I.	de verklaring voor recht dat Binnenweg naast Bachlaan Project B.V. (hierna: Bachlaan) hoofdelijk aansprakelijk is jegens [naam 1];</para>
        <para>II.	de verklaring voor recht dat Comfort Plus, Medio Invest, [bedrijfsnaam] en [naam 2] hoofdelijk aansprakelijk zijn jegens [naam 1];</para>
        <para>III.	de hoofdelijke veroordeling van Binnenweg c.s. tot betaling van € 33.272,95, € 252,42,<?linebreak?>€ 2.880,76 en 1.107,73, met wettelijke rente;</para>
        <para>IV.	de hoofdelijke veroordeling van Binnenweg c.s. in de proceskosten, met wettelijke rente.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Aan deze vorderingen legt [naam 1], samengevat, ten grondslag dat zij een koop/aannemingsovereenkomst (hierna: de overeenkomst) heeft gesloten met Voorstraat Project B.V. (hierna: Voorstraat) voor de bouw van een appartement aan de Voorstraat in Noordwijk. Bij de oplevering is gebleken dat het werk niet goed en deugdelijk is verricht. Voorstraat is niet overgegaan tot het verhelpen van de gebreken. Veel later is gebleken dat Voorstraat op enig moment juridisch is gesplitst, waarbij zij is opgehouden te bestaan en de activiteiten leken te zijn voortgezet door Bachlaan. [naam 1] heeft tegen Bachlaan geprocedeerd bij de Raad van Arbitrage in bouwgeschillen (hierna: RvA). De RvA heeft Bachlaan veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding  van € 33.272,95 exclusief wettelijke rente. Bij de executie van het vonnis van de RvA bleek Bachlaan echter volledig leeg achtergelaten te zijn. [naam 1] acht Binnenweg c.s. hoofdelijk aansprakelijk voor de door haar geleden schade door het onbetaald en onverhaalbaar blijven van de vordering op Bachlaan. [naam 1] baseert haar vordering jegens Binnenweg op artikel 2:334s Burgerlijk Wetboek (BW) en op onrechtmatigde daad (artikel 6:162 BW) en jegens de overige gedaagden op, kort gezegd, bestuurdersaansprakelijkheid (artikel 6:162 BW in samenhang met artikel 2:11 BW).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Binnenweg, Comfort Plus, Medio Invest en [naam 2] concluderen tot afwijzing van de vorderingen. Tegen [bedrijfsnaam] is verstek verleend.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Binnenweg vordert in het incident dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. Zij voert hiertoe aan dat de RvA op grond van het arbitraal beding in de overeenkomst exclusief bevoegd is om over de vordering van [naam 1] jegens Binnenweg te beslissen. Dat de RvA al heeft beslist over de oplevergebreken en de vordering tot schadevergoeding van [naam 1] jegens Bachlaan, laat onverlet dat de vraag in hoeverre ook Binnenweg, naast Bachlaan moet worden gezien als rechtsopvolgster van Voorstraat - en dus naast Bachlaan aansprakelijk is voor het voldoen van de schadevergoeding - een geschil betreft dat valt onder het arbitraal beding, aldus Binnenweg. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [naam 1] concludeert tot afwijzing van de vordering in het incident. Zij voert hiertoe, samengevat, aan dat het arbitraal beding zich niet uitstrekt tot haar vordering jegens Binnenweg. Een beroep van Binnenweg op de arbitrageclausule acht [naam 1] naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Daarnaast is het volgens [naam 1] vanwege de nauwe samenhang tussen de vorderingen jegens de gedaagden onwenselijk en in strijd met de goede procesorde als over haar vorderingen door twee verschillende instanties wordt beslist.  </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">3.	De beoordeling in het incident        </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>In het incident moet worden beoordeeld of het geschil in de hoofdzaak tussen [naam 1] en Binnenweg onder de reikwijdte van het arbitraal beding valt. Dit is een kwestie van uitleg van het arbitraal beding. Uitgangspunt hierbij is dat een overeenkomst tot arbitrage afstand betekent van het recht om naar de overheidsrechter te gaan. Een dergelijke afstand moet vrijwillig en ondubbelzinnig geschieden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Uitleg van een arbitraal beding dient evenals uitleg van een overeenkomst te geschieden aan de hand van het volgend toetsingskader (de Haviltex-norm). De vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding van partijen is geregeld, kan niet worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Het arbitraal beding (artikel 12 lid van de overeenkomst) luidt als volgt:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Alle geschillen, welke ook, daaronder begrepen die, welke slechts door een van partijen als zodanig worden beschouwd, die naar aanleiding van deze overeenkomst of van overeenkomsten, die daarvan een uitvloeisel mochten zijn, tussen verkrijger en ondernemer mochten ontstaan, worden beslecht door arbitrage overeenkomstig de regelen beschreven in de statuten van de Stichting Raad van Arbitrage voor de Bouw in Nederland, zoals deze drie maanden voor de datum van overeenkomen luid(d)en.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De bewoordingen van het beding “<emphasis role="italic">Alle geschillen, welke ook (…) die naar aanleiding van de overeenkomst of van overeenkomsten die daarvan een uitvloeisel mochten zijn</emphasis>” maken het arbitraal beding ruim. In dit geval moet echter niet alleen gelet worden op de bewoordingen, maar ook op andere omstandigheden, namelijk dat de RvA geacht kan worden te beschikken over specialistische kennis ten aanzien van bouwkundige geschillen, de overeenkomst door Voorstraat is opgesteld en dat [naam 1] geen professionele partij is maar een particulier. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [naam 1] redelijkerwijs niet hoeven te begrijpen dat het onderhavige geschil tussen haar en Binnenweg onder de reikwijdte van het arbitraal beding zou kunnen vallen. Dat geschil heeft immers geen betrekking op een (bouw)geschil onder de overeenkomst, maar om iets dat daarvan losstaat. Het gaat in de eerste plaats om de vraag of als gevolg van de splitsing Binnenweg verkrijgende rechtspersoon als bedoeld in artikel 2:334s BW is geworden met betrekking tot de rechtsverhouding tussen Voorstraat en [naam 1]. Dit is geen geschil dat direct voortvloeit uit de overeenkomst tussen Voorstraat en [naam 1] maar een geschil dat voortvloeit uit de omstandigheid dat Voorstraat als gevolg van een juridische splitsing is opgehouden te bestaan. In de tweede plaats gaat het om de vraag of Binnenweg niet aan haar wettelijke verplichtingen inzake de juridische splitsing heeft voldaan en daarmee schadeplichtig is jegens [naam 1]. Beide betreffen rechtsvragen inzake onder meer de wettelijke bepalingen van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. [naam 1] hoefde er niet op bedacht te zijn dat zij deze rechtsvragen aan de RvA moest voorleggen, omdat de RvA zich bezighoudt met de beslechting van bouwgeschillen en niet geacht kan worden ten aanzien van rechtsvragen inzake Boek 2 BW over specialistische kennis te beschikken. Bij de uitleg van het arbitraal beding acht de rechtbank niet beslissend dat [naam 1] bij de RvA tegen Bachlaan heeft geprocedeerd, omdat in die procedure de vraag of Bachlaan rechtsopvolgster was van Voorstraat geen onderdeel uitmaakte van het geschil. Dit een en ander leidt tot de slotsom dat de rechtbank bevoegd is om kennis te nemen van het geschil tussen [naam 1] en Binnenweg. De incidentele vordering zal worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Binnenweg wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure. Deze proceskosten worden aan de zijde van [naam 1] als volgt begroot:</para>
        <para>- salaris advocaat:	€	614  (1 punt à € 614, volgens tarief II)<?linebreak?>- nakosten	<emphasis role="underline">€	178 </emphasis>(met de onder de beslissing bedoelde verhoging)</para>
        <para>Totaal:	€	792</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <parablock>
        <para>De over de proceskosten gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen. 				</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>De rechtbank zal in de hoofdzaak een mondelinge behandeling bevelen en daartoe de procedure verwijzen naar de rol van 22 januari 2024 voor opgave verhinderdata. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst het gevorderde af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt Binnenweg in de kosten van de procedure, aan de zijde van de [naam 1] begroot op € 792, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Wordt bij niet betaling het vonnis daarna betekend, dan moet Binnenweg € 92 extra betalen, plus de kosten van betekening, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>verwijst de procedure naar de rol van 22 januari 2025 voor opgave verhinderdata in verband met de te plannen mondelinge behandeling. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.C. Bordes en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2025.<footnote-ref linkend="_38e2d0fa-e290-4daa-8a8a-ec208570e8ae" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_38e2d0fa-e290-4daa-8a8a-ec208570e8ae" label="1">
    <para>type: 1554</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>