<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:26275</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-16T14:11:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/694874 / FA RK 25-8749</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:26275">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:26275</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-16T14:10:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:26275 Rechtbank Den Haag , 10-12-2025 / C/09/694874 / FA RK 25-8749</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:26275:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing rechterlijke machtiging.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:26275:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para>
      <?linebreak?>Team Jeugd- en Zorgrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaak-/rekestnr.: C/09/694874 / FA RK 25-8749</para>
      <para>Datum beschikking: 10 december 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Afwijzing rechterlijke machtiging tot opname en verblijf</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking</emphasis> naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [cliënt],</para>
      <para>hierna te noemen: cliënt,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1935 te [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling], locatie [locatie], te [plaats],</para>
      <para>advocaat: mr. B.S. van Haeften te Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para>Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 20 november 2025. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:	</para>
    </parablock>
    <para>- een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 13 mei 2024;</para>
    <para>- een aanvraag voor een rechterlijke machtiging aan het CIZ van 6 oktober 2025;</para>
    <para>- een op 18 november 2025 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [naam 1], die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij zijn behandeling betrokken was;</para>
    <para>- een zorgplan van 21 oktober 2025.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 10 december 2025. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:</para>
    </parablock>
    <para>- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat; </para>
    <para>- de verpleegkundig specialist, mevrouw [naam 2];  </para>
    <para>- de dochter van cliënt, mevrouw [naam 3].</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Standpunten ter zitting</title>
    <para>Door en namens cliënt is naar voren gebracht dat het niet gaat zoals hij wenst. Cliënt zou zich graag beter willen kunnen bewegen. Daarnaast zou hij het liefst niet in deze situatie verkeren of hier zitten. De advocaat pleit voor afwijzing van het verzoek. Cliënt vindt het verblijf verschrikkelijk en wil terug naar zijn eigen woning. Hij toont geen actief verzet, alleen verbaal, waardoor een rechterlijke machtiging dan een zwaar middel is.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verpleegkundig specialist heeft aangegeven dat cliënt lichamelijk niet in orde is en veel pijn heeft, waardoor hij zichzelf beperkt en letterlijk en figuurlijk niet kan bewegen. Cliënt geeft herhaaldelijk aan dat hij liever naar huis wil. Hij uit zijn verzet vooral verbaal aan de zorg. Cliënt keert terug naar de afdeling wanneer hij buiten is geweest, wat erop wijst dat hij niet actief probeert weg te lopen. De verpleegkundig specialist heeft contact gehad met het CIZ over een aanvraag op basis van artikel 21 Wzd. Het CIZ oordeelde echter dat een rechterlijke machtiging meer passend was, ondanks dat cliënt niet actief wegloopt, maar wel verbaal verzet toont en niet volledig ziekte-inzicht heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dochter van cliënt heeft verklaard dat haar vader naar huis wil, maar dat is geen optie. Zij geeft aan dat hij zijn draai nog niet heeft gevonden en ook niet weet of dat haalbaar is. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>Uit de toelichtingen ter zitting en de geschetste huidige stand van zaken leidt de rechtbank af dat er geen sprake is van (actief) verzet, aangezien cliënt geen pogingen onderneemt om naar huis terug te keren. De zorg die cliënt nodig heeft kan op vrijwillige basis geboden worden, waardoor verplichte zorg nu niet noodzakelijk is. Gelet op het voorgaande is niet voldaan aan de criteria voor een rechterlijke machtiging. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is gegeven door mr. H.D. Overbeek, rechter, bijgestaan door L. Batenburg als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 10 december 2025.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 19 december 2025.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>