<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:26253</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-16T14:27:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/693877 / JE RK 25-1855</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:26253">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:26253</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-16T14:26:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:26253 Rechtbank Den Haag , 10-12-2025 / C/09/693877 / JE RK 25-1855</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:26253:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verlenging ondertoezichtstelling voor één van de twee kinderen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:26253:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd- en Zorgrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaksgegevens: C/09/693877 / JE RK 25-1855</para>
      <para>Datum uitspraak: 10 december 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Beschikking van de kinderrechter </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">Verlenging ondertoezichtstelling</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak naar aanleiding van het op 30 oktober 2025 ingekomen verzoekschrift van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,</bridgehead>
    <para>hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>over: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">- [de minderjarige 1]</emphasis>, geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats] , </para>
    <para>hierna te noemen: [de minderjarige 1] ;</para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">- [de minderjarige 2]</emphasis>, geboren op [geboortedatum 2] 2016 in [geboorteplaats] , </para>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: [de minderjarige 2] ,</para>
      <para>hierna ook gezamenlijk te noemen: de kinderen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de vader]
    </bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de vader, </para>
      <para>op een bij de rechtbank bekend adres,</para>
      <para>advocaat: mr. L. Stam in 's-Hertogenbosch.</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de moeder] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de moeder, </para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres, </para>
      <para>advocaat: mr. R.A.M. Jorna in Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als informant aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam 1] ,</bridgehead>
    <para>jeugd en gezinscoach bij SensaZorg.</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para>De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoekschrift met bijlagen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verweerschrift, met bijlagen, namens de vader;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de brief van 14 november 2025 met bijlagen, namens de vader.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 19 november 2025 heeft de kinderrechter de zaak op de zitting met gesloten deuren behandeld, <emphasis role="bold">gecombineerd</emphasis> met het verzoek van de vader voor vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen en een zorgregeling voor de kinderen met zaak- en rekestnummer C/09/674588 / FA RK 24-7627, en de aangehouden procedure met zaak- en rekestnummer C/09/687747 / FA RK 25-4928<emphasis role="italic">. </emphasis>In die procedures wordt bij afzonderlijke beschikking van 10 december 2025 beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de zitting zijn verschenen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          [naam 2] namens de gecertificeerde instelling; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de vader met zijn advocaat;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de moeder met haar advocaat;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [naam 3] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [naam 1] namens SensaZorg.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van de zijde van de moeder zijn pleitnotities en twee bijlagen overgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben hun mening over het verzoek gegeven in een gesprek met de kinderrechter. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>De vader en de moeder zijn op [datum] 2002 in [plaats] een geregistreerd partnerschap aangegaan met elkaar. Bij akte van 8 augustus 2006, opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de [plaats] , is het geregistreerd partnerschap omgezet in een huwelijk. Het huwelijk van de ouders is op 23 mei 2025 ontbonden.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de kinderen. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De kinderen verblijven feitelijk bij de vader.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 12 december 2024 [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling van 12 december 2024 tot 12 december 2025.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek en verweer</title>
    <para>Het verzoek strekt tot verlenging van de ondertoezichtstelling voor de periode van één jaar.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de gecertificeerde instelling </emphasis>
      </para>
      <para>De gecertificeerde instelling heeft het verzoek – kort en zakelijk weergegeven – als volgt onderbouwd. Sinds de betrokkenheid van de gecertificeerde instelling is de conflictsituatie tussen de ouders niet opgelost en vormt deze situatie een voortdurende bedreiging voor de ontwikkeling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] . Het patroon van de ouders van beschuldigen, terugtrekken en onduidelijke praktische afspraken rond de zorg en omgang is ongewijzigd gebleven en heeft directe negatieve gevolgen voor de emotionele veiligheid van de kinderen. Eerdere hulptrajecten, waaronder systeemtherapie via Youz, zijn beëindigd omdat ze geen doorbraak opleverden en onderdeel werden van het conflict. Het geplande traject parallel solo ouderschap (PSO) bij YOEP is nog niet gestart en het KIES-traject voor [de minderjarige 2] moet nog worden ingezet. De hulpverlening gaat de komende periode aan het werk om het patroon te doorbreken. [de minderjarige 1] geeft vanaf de betrokkenheid van de gecertificeerde instelling aan dat hij geen contact met de moeder wil en dat hij geen vertrouwen heeft in de hulpverlening. Op school ervaart [de minderjarige 1] concentratieproblemen door piekergedachten. Hij lijkt in een loyaliteitsconflict tussen de ouders en [de minderjarige 2] te verkeren. Dit heeft invloed op zijn sociale relaties en schoolprestaties. De gecertificeerde instelling maakt zich zorgen over [de minderjarige 1] op de langere termijn, omdat [de minderjarige 1] emoties en ervaringen wegdrukt in plaats van te verwerken. </para>
      <para>
        [de minderjarige 2] toont verergerende problemen in emotieregulatie en gedragsgrenzen. Hij heeft moeite met het tonen van verdriet en reageert met lachen. De school van [de minderjarige 2] heeft ook zorgen gemeld over ongeremd en ongepast gedrag, slechte concentratie en emotionele instabiliteit. [de minderjarige 2] vertoont verzet richting de moeder. Als gevolg van het loyaliteitsconflict waarin hij zit verloopt de omgang met de moeder niet goed. De vader is onbetrouwbaar in praktische afspraken en beperkt structureel het contact tussen de moeder en [de minderjarige 2] . De vader toont weerstand tegen hulpverlening en zijn concrete motivatie voor duurzame deelname ontbreekt. De moeder vraagt actief om hulp en staat open voor de inzet daarvan. </para>
      <para>De gecertificeerde instelling verzoekt verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van één jaar. In dat jaar kan aan de opgestelde doelen worden gewerkt met behulp van YOEP en individuele hulpverlening voor de kinderen. De eerste gesprekken voor PSO worden op dit moment gevoerd. Naast het PSO-traject moet er in het komende jaar een zorgregeling en ouderschapsplan worden vastgesteld, zodat de ouders een manier vinden om in het belang van de kinderen met elkaar te communiceren. Voor [de minderjarige 2] zal het KIES-traject worden ingezet op emotieregulatie en loyaliteitsconflict. Voor [de minderjarige 1] zal een neutrale plek worden gezocht waar hij zijn verhaal kwijt kan, zoals schoolmaatschappelijk werk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de ouders</emphasis>
      </para>
      <para>De moeder heeft ingestemd met het verzochte, althans heeft zich niet tegen toewijzing daarvan verzet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>Aangezien de situatie van de kinderen verschillend is, ziet de kinderrechter aanleiding om de verzoeken voor hen beiden apart te bespreken. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">
          [de minderjarige 2]
        </emphasis>
      </para>
      <para>De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en dat wat op de zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:255 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling nog aanwezig zijn en dat het noodzakelijk is de ondertoezichtstelling te verlengen als verzocht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [de minderjarige 2] heeft veel last heeft van de situatie waarin hij zich bevindt, namelijk tussen de strijd van de ouders in. Hij ondervindt daar zeer veel spanning van en wordt daardoor als negenjarige in zijn ontwikkeling bedreigd. Het is de ouders niet gelukt om die bedreiging in het vrijwillige kader weg te nemen. De kinderrechter verwacht ook niet dat dit de ouders zonder hulp binnen afzienbare termijn zal lukken. Het is in het belang van [de minderjarige 2] dat de ouders het door de gecertificeerde instelling geplande PSO-traject zo spoedig mogelijk gaan volgen. Op de zitting is gebleken dat er bij YOEP gelijktijdig met het PSO-traject een kindtraject voor [de minderjarige 2] zal worden gestart in plaats van het KIES-traject. Om de zekerheid te hebben dat het PSO-traject zoveel mogelijk kans van slagen heeft, zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling voor [de minderjarige 2] verlengen. Daarbij is er een belangrijke rol voor de gecertificeerde instelling weggelegd om de (tussentijdse) resultaten van het PSO-traject te evalueren en daaruit conclusies en gevolgen te trekken voor een eventuele aanpassing van de tijdelijke zorgregeling tussen de moeder en [de minderjarige 2] zoals bepaald in procedure met zaaknummer C/09/674588. Gelet op de verwachte duur van het traject ziet de kinderrechter, anders dan de vader, aanleiding om de ondertoezichtstelling te verlengen voor de duur van één jaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">
          [de minderjarige 1]
        </emphasis>
      </para>
      <para>Uit het gesprek met [de minderjarige 1] heeft de kinderrechter de indruk dat hij ook last heeft van de strijd tussen de ouders, die zich met name richt op (de omgang met) [de minderjarige 2] . Desalniettemin gaat het goed met [de minderjarige 1] , ook op school. [de minderjarige 1] onderneemt activiteiten die bij zijn leeftijd passen, zoals hockey en tijd met vrienden doorbrengen. De kinderrechter ziet voldoende mogelijkheden om een eventuele ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige 1] binnen afzienbare termijn in het vrijwillige kader weg te nemen. De kinderrechter verwacht ook dat als de strijd tussen de ouders over [de minderjarige 2] vermindert, hopelijk als gevolg van het bovengenoemde PSO-traject, dit ook rust zal brengen voor [de minderjarige 1] . De kinderrechter schat in dat [de minderjarige 1] dan ook meer open zal staan voor contact met zijn moeder. Verder overweegt de kinderrechter dat, mede gelet op zijn leeftijd, gedwongen hulpverlening bij [de minderjarige 1] een averechts effect zal hebben. De kinderrechter zal daarom het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling voor [de minderjarige 1] afwijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 2] van 12 december 2025 tot 12 december 2026 met behoud van de Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden als gecertificeerde instelling die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, kinderrechter, bijgestaan door </para>
              <para>mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 10 december 2025.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:  </para>
              <para>- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
              <para>- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. </para>
              <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van </para>
              <para>het gerechtshof Den Haag. </para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>