<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:26163</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-02T06:25:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/676036 / FA RK 24-8357</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Sdu Nieuws Personen- en familierecht 2026/61</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:26163">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:26163</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-16T09:57:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:26163 Rechtbank Den Haag , 09-12-2025 / C/09/676036 / FA RK 24-8357</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:26163:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>gerechtelijke vaststelling vaderschap - afwijziging verzoek, onvoldoende aannemelijk dat de man de vader is</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:26163:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Rekestnummer: FA RK 24-8357</para>
    <para>Zaaknummer: C/09/676036</para>
    <para>Datum beschikking: 9 december 2025</para>
    <para>
      <emphasis role="italic">Bevoegd is de rechter van de woonplaats in Nederland of, bij gebreke daarvan, van het werkelijk</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">Verblijf van de minderjarige - 265 Rv.</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Gerechtelijke vaststelling ouderschap</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beschikking op het op 7 november 2024 ingekomen verzoekschrift van:</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verzoekster] ,</title>
    <parablock>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres,		</para>
      <para>advocaat mr. J.F.C. Eliens te Beek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbende wordt aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [de man] , </title>
    <parablock>
      <para>de man,</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres.		</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:</para>
    <para>- het verzoekschrift;</para>
    <para>- de brief van 7 maart 2025 van de zijde van verzoekster, met bijlagen; </para>
    <para>- het F9-formulier van 3 juni 2025 van de zijde van verzoekster, met bijlage.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 11 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: verzoekster en haar advocaat. De man is – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet ter terechtzitting verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek</title>
    <para>Verzoekster verzoekt:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>te bepalen dat wordt overgegaan tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap van de man als biologische vader van verzoekster;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>te bepalen dat verzoekster juridisch gelijkgesteld wordt aan haar wettelijke erfgenamen, inclusief de volledige erfrechtelijke aanspraken; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>te bepalen dat verzoekster recht heeft op de achternaam van de man;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bij wijze van provisionele voorzieningen: te gelasten dat de man een DNA-onderzoek dient te ondergaan en daaraan dient te meewerken ten behoeve van de gerechtelijke vaststelling van het ouderschap, althans die provisionele voorziening te treffen die de rechtbank in goede justitie meent te behoren;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten </title>
    <para>- Verzoekster is geboren op [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats] , [geboorteland] .</para>
    <para>- Verzoekster is niet erkend.</para>
    <para>- Verzoekster en de man bezitten de Nederlandse nationaliteit.</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Gerechtelijke vaststelling vaderschap</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wettelijk kader</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van artikel 1:207 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan het ouderschap worden vastgesteld op de grond dat de man de verwekker is van het kind. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inhoudelijke beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para>Verzoekster stelt dat zij de dochter is van de man. De man heeft, zo betoogt zij, altijd aangegeven dat hij haar biologische vader is en haar ook aangespoord om deze procedure te starten. Omdat hij inmiddels op leeftijd is en onder invloed staat van derden, is het partijen niet gelukt om de erkenning samen te regelen. Ter zitting is door verzoekster nader toegelicht dat zij sinds drie jaar weer in Nederland woont en nu zij een eigen zoon heeft, zij inziet dat het belangrijk is dat de afstamming vaststaat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt. De man heeft geen verweer gevoerd en is niet verschenen op de zitting. In tegenstelling tot wat de advocaat van verzoekster heeft aangevoerd, is dit, overeenkomstig vaste rechtspraak, geen aanleiding om het verzoek als niet weersproken toe te wijzen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts zijn de overgelegde verklaringen van de vrouw en haar moeder samen met de foto’s onvoldoende om vast te stellen dat de man de vader is van de vrouw. De verklaring van de vrouw zelf is niet verifieerbaar, de verklaring van de moeder is slechts één zin, en op de foto’s staat een oudere man, van wie onduidelijk is wie hij is. Ten aanzien van de foto’s merkt de rechtbank op dat, ook indien zou zijn aangetoond dat het de man is op de foto’s,  een foto van twee mensen nog niet betekent dat er verwantschap tussen hen is. De vrouw heeft ook nog aangevoerd dat zij een tijd lang bij de man in huis heeft gewoond. De rechtbank kan dit echter in de BRP niet terugvinden. Het primaire verzoek van de vrouw moet dan ook wegens gebrek aan onderbouwing worden afgewezen, en daarmee ook de verzoeken ten aanzien van het erfrecht – zo deze al voor toewijzing in aanmerking komt – en de achternaam. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Gelasten DNA-onderzoek</emphasis>
      </para>
      <para>Voor het gelasten van een DNA-onderzoek moet het op grond van gebleken feiten en omstandigheden aannemelijk zijn dat de man de verwekker van de vrouw is.<footnote-ref linkend="_f68dbb8b-2d5a-423c-9235-4f8ed34d6297" /> Te dien aanzien geldt hetzelfde als hierboven omschreven over de verklaringen en de foto’s. De rechtbank acht het daarmee onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de man de verwekker van de vrouw is. Ook het subsidiaire verzoek zal de rechtbank daarom afwijzen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vorenstaande neemt niet weg dat verzoekster en de man, indien hij dit ook wenst, zelf de erkenning kunnen realiseren bij de gemeente. Als het niet mogelijk blijkt om samen met de man naar de gemeente te gaan, staat het verzoekster ook vrij om een nieuw verzoek in te dienen met aanvullende stukken ter onderbouwing van haar standpunten. Verzoekster kan in dat kader ook een instemmingsverklaring van de man indienen. Wellicht ten overvloede overweegt de rechtbank tot slot dat verzoekster en de man ook zelf een DNA-onderzoek kunnen doen, zonder tussenkomst van de rechtbank. De resultaten van dit onderzoek kan verzoekster mogelijk gebruiken ter onderbouwing van haar standpunten in een nieuwe procedure.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst alle verzoeken af.</para>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter, bijgestaan door <?linebreak?>mr. N.C. Gantenbein als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <?linebreak?>9 december 2025.</para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_f68dbb8b-2d5a-423c-9235-4f8ed34d6297" label="1">
    <para> Zie ECLI:NL:HR:2024:252</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>