<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:26072</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-12T16:08:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.50341 en NL25.50342</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:26072">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:26072</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-12T16:08:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:26072 Rechtbank Den Haag , 18-11-2025 / NL25.50341 en NL25.50342</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:26072:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mondelinge uitspraak. Dublin Duitsland. Beroep op artikel 17 van de Dvo en het arrest C.K. van het Hof van Justitie. Beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank volgt het standpunt van de minister zoals uiteengezet in het verweerschrift van 17 november 2025. Beroep ongegrond. Wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:26072:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummers: 	NL25.50341 (beroep)</para>
      <para>                          NL25.50342 (voorlopige voorziening)</para>
      <para>
        <?linebreak?>V-nummer: [V-nummer]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter van 18 november 2025 in de zaken tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , </bridgehead>
    <para>geboren op [geboortedag] 1986, van Tunesische nationaliteit, </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>alias [naam 1] , geboren op [geboortedag] 1986,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>alias [naam 2] , geboren op [geboortedag] 1986,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>eiser/verzoeker, hierna: eiser</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M.L. van Leer),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Asiel en Migratie, de minister</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: [gemachtigde] ).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	Bij besluit van 14 oktober 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De minister heeft een verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De rechtbank/voorzieningenrechter (hierna ook: rechtbank) heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 18 november 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De minister is, met bericht van verhindering, niet verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Na afloop van de behandeling van de zaken ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank, in zaaknummer NL25.50341:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter, in zaaknummer NL25.50342:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Totstandkoming van het besluit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Eiser heeft op 8 september 2025 asiel aangevraagd in Nederland. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening.<footnote-ref linkend="_4e366f62-90fe-499e-9ba0-d6a9cb4fd735" /> Op grond van de Dublinverordening (hierna: Dvo) neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.<footnote-ref linkend="_5230be97-6abd-4e05-a591-d04681c9dddf" /> Uit Eurodac is gebleken dat eiser op 8 oktober 2024 in Duitsland een verzoek tot internationale bescherming heeft ingediend. De minister heeft op 18 september 2025 een terugnameverzoek gestuurd naar de Duitse autoriteiten. Deze hebben op 22 september 2025 bericht dat zij akkoord gaan met de terugname van eiser. De verantwoordelijkheid van Duitsland voor de asielaanvraag van eiser is daarmee vast komen te staan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gronden eiser</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Eiser stelt dat er bij een overdracht aan Duitsland sprake zal zijn van een schending van artikel 4 van het Handvest<footnote-ref linkend="_a01bf6db-a436-406e-afae-281d8487e2a9" /> en artikel 3 van het EVRM<footnote-ref linkend="_c4432904-152d-4159-9eee-dc14adde4a69" /> vanwege zijn medische toestand. Eiser doet hierbij een beroep op artikel 17 van de Dvo en het arrest C.K. van het Hof van Justitie.<footnote-ref linkend="_62bffe5f-7e40-418e-bfa5-3a95846a93e9" /> Bij een overdracht aan Duitsland betoogt eiser dat zijn psychische gesteldheid naar alle waarschijnlijkheid verder zal verslechteren en dreigt opnieuw een suïcidepoging. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank volgt het standpunt van de minister zoals uiteengezet in het verweerschrift van 17 november 2025. Voor de motivering van haar oordeel verwijst de rechtbank nadrukkelijk naar de overwegingen die in het verweerschrift zijn opgenomen.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en het bestreden besluit in stand blijft. </para>
    <para />
    <para>6. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.</para>
    <para />
    <para>7. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.</para>
    <para />
    <para>8. Op de zitting is gewezen op de mogelijkheid om hoger beroep in te stellen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan en uitgesproken in het openbaar op 18 november 2025 door mr. L.H. Waller, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. H. El Ouahabi, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Tegen de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.</para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_4e366f62-90fe-499e-9ba0-d6a9cb4fd735" label="1">
    <para> Verordening (EU) nr. 604/2013.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5230be97-6abd-4e05-a591-d04681c9dddf" label="2">
    <para> Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a01bf6db-a436-406e-afae-281d8487e2a9" label="3">
    <para> Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (2000/C 364/01).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c4432904-152d-4159-9eee-dc14adde4a69" label="4">
    <para> Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_62bffe5f-7e40-418e-bfa5-3a95846a93e9" label="5">
    <para> Arrest van het Europees Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) van 16 februari 2017 in de zaak C.K. tegen Slovenië (ECLI:EU:C: 2017:127).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>