<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:25657</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-22T06:23:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/694090 / FA RK 25-8324</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Sdu Nieuws Personen- en familierecht 2026/40</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:25657">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:25657</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-12T10:57:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:25657 Rechtbank Den Haag , 02-12-2025 / C/09/694090 / FA RK 25-8324</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:25657:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>223 Rv alimentatie afgewezen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:25657:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Rekestnummer: FA RK 25-8324</para>
    <para>Zaaknummer: C/09/694090</para>
    <para>Datum beschikking: 2 december 2025</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Voorlopige voorzieningen ex 223 Rv (alimentatie)</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beschikking op het op 4 november 2025 ingekomen verzoek van:</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [de man],</title>
    <parablock>
      <para>de man,</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres,</para>
      <para>advocaat: mr. L. da Silva te Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbende wordt aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [de vrouw],</title>
    <parablock>
      <para>de vrouw,</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres,</para>
      <para>mr. S. Salhi te Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <para>- Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2008 tot [datum 2] 2017.</para>
    <para>- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2022 te [geboorteplaats 1];</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats 2];</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2016 te [geboorteplaats 2].</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>- De kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw.</para>
    <para>- De ouders zijn gezamenlijk met het gezag over de kinderen belast.</para>
    <para>- De man heeft de Marokkaanse nationaliteit en de vrouw heeft de Nederlandse nationaliteit.</para>
    <para>- Bij beschikking van deze rechtbank van 1 maart 2017 is – voor zover hier van belang – de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is bepaald dat het ouderschapsplan deel uitmaakt van de beschikking. In het ouderschapsplan is  voor zover hier van belang  opgenomen:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline italic">“Artikel 8. Bijdrage in kosten van levensonderhoud</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Partijen zijn overeengekomen dat er een bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de minderjarigen wordt geleverd door de vader. De vader wenst per maand, bij vooruitbetaling, een bedrag van 350 euro als bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de minderjarigen te leveren, derhalve 80 euro boven zijn draagkracht, met ingang van 1 november 2016. Hij zal maandelijks, aan het begin van de maand, een bedrag van 350 euro storten op de rekening van de moeder als bijdrage in de kosten van levensonderhoud. Deze alimentatie zal zijn onderworpen aan de wettelijke indexering als bedoeld in artikel 1:402a BW, voor het eerst per 1 januari 2017;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verzoek en verweer</emphasis>
      </para>
      <para>De man verzoekt om bij wijze van voorlopige voorzieningen op grond van artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv):</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie met ingang van 1 augustus 2025 tot aan de eindbeslissing op het wijzigingsverzoek voorlopig te bepalen op € 50,- per maand;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de vrouw te verbieden om de inning/tenuitvoerlegging van de beschikking van 1 maart 2017 (waaronder via het LBIO) voort te zetten, op straffe van een dwangsom, totdat op het hoofdverzoek is beslist;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>te bepalen dat deze voorlopige voorziening aan het LBIO kan worden tegengeworpen en dat de vrouw gehouden is het LBIO onverwijld te informeren en medewerking te verlenen aan opschorting van de inning;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Rechtsmacht en toepasselijk recht</emphasis>
      </para>
      <para>Nu de gewone verblijfplaats van de minderjarige kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om te beslissen op het verzoek. Op het alimentatieverzoek zal de rechtbank op grond van artikel 3 van het Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen, Nederlands recht toepassen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ontvankelijkheid </emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van artikel 223 lid 1 Rv kan iedere partij tijdens een aanhangig geding vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding. Op grond van het tweede lid van dit artikel moet deze vordering samenhangen met de hoofdvordering. In een verzoekschriftprocedure kan een voorlopige voorziening naar analogie van artikel 223 Rv worden verzocht (Hoge Raad 5 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3533).  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat is voldaan aan de voorwaarde dat de gevraagde voorziening samenhangt met het verzoek dat namens de man in de bodemprocedure is ingediend. In de bodemprocedure verzoekt de man namelijk verlaging van de kinderalimentatie met ingang van 1 januari 2025 tot € 50,- per maand. De man is daarom ontvankelijk in zijn verzoek. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">(Spoedeisend) belang</emphasis>
      </para>
      <para>Verlaging van de kinderalimentatie als voorlopige voorziening kan alleen als naar het oordeel van de rechtbank een (spoedeisend) belang bestaat, in die zin dat van de man niet gevergd kan worden dat hij de afloop van de bodemprocedure afwacht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De man stelt dat hij een (spoedeisend) belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening. Ter onderbouwing hiervan voert hij aan dat zijn inkomen aanzienlijk lager is dan ten tijde van de echtscheiding (2015 en 2016). Vanaf 1 augustus 2025 is er een door het LBIO te incasseren vordering ontstaan. Tot en met juni 2025 is er geen achterstand, maar met zijn huidige inkomen is het feitelijk onbetaalbaar voor hem om de (geïndexeerde) bijdrage structureel te blijven voldoen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat de man zijn spoedeisend belang onvoldoende heeft onderbouwd. Uit de door de man overgelegde brief van het LBIO blijkt dat de man tot en met 30 juni 2025 de kinderalimentatie aan de vrouw heeft betaald. Blijkbaar had hij daar tot die tijd de middelen voor. De man heeft niet naar voren gebracht wat sindsdien is veranderd of op welke manier hij door de achterstand bij het LBIO in problemen komt. De enkele stelling van de man dat betaling financieel niet meer haalbaar is voor hem, is onvoldoende om een spoedeisend belang vast te stellen. De rechtbank weegt daarin mee dat de man in de bodemprocedure met terugwerkende kracht verlaging van de kinderalimentatie vraagt. De rechtbank zal het verzoek van de man om voorlopige voorzieningen te treffen dan ook afwijzen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Hees, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. I.E. Moerkerk-van Kersbergen als griffier, en uitgesproken op de zitting van 2 december 2025.</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>