<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:25535</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-30T15:10:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.47350</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#vereenvoudigdeBehandeling">Vereenvoudigde behandeling</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:25535">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:25535</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-30T15:09:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:25535 Rechtbank Den Haag , 30-12-2025 / NL25.47350</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:25535:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>beroep niet tijdig asiel, dublin</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:25535:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Groningen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL25.47350</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [naam] <?linebreak?>V-nummer: [nummer], eiser,</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam] </emphasis>
        <?linebreak?>V-nummer: [nummer], eiseres, <?linebreak?></para>
      <para>Mede namens hun minderjarige kinderen:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam] </emphasis>
        <?linebreak?>V-nummer: [nummer],</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam] </emphasis>
        <?linebreak?>V-nummer: [nummer] <?linebreak?></para>
      <para>gezamenlijk: eisers,</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M. Stoetzer-van Esch),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Asiel en Migratie, de minister. </title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eisers hebben ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvragen van 15 november 2023. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.<footnote-ref linkend="_f777afa1-dad0-4d8d-80d4-4d70b5295260" /></para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Eisers hebben op 15 november 2023 asiel aangevraagd. Met de besluiten van 17 maart 2025 heeft de minister de aanvragen niet in behandeling genomen, omdat Tsjechië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling daarvan. Met de uitspraak van 5 juni 2025 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, de besluiten van 17 maart 2025 vernietigd. De rechtbank heeft bepaald dat eisers moeten worden opgenomen in de nationale procedure en heeft de minister opgedragen om binnen zestien weken na de dag van verzending van de uitspraak nieuwe besluiten op de aanvragen te nemen.<footnote-ref linkend="_8d4b2548-750a-4ba1-b4c3-413bbd7e87bf" /> Dit heeft de minister niet gedaan. Vervolgens hebben eisers beroep ingesteld. Bij het niet tijdig beslissen door een bestuursorgaan naar aanleiding van een rechterlijke uitspraak is een ingebrekestelling niet vereist.<footnote-ref linkend="_3115bda5-f40a-4f68-84cd-990e289ac02a" /></para>
    <para />
    <para>2. Het beroep is ontvankelijk en kennelijk gegrond. <?linebreak?></para>
    <bridgehead role="underline">Welke beslistermijn legt de rechtbank de minister op? </bridgehead>
    <para />
    <para>3. De minister moet alsnog een besluit nemen op de aanvragen.<footnote-ref linkend="_cf4a4408-83ba-4356-aeda-e6b2b4f95a14" /> De Afdeling</para>
    <para>bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft geoordeeld dat bij het bepalen van een nieuwe beslistermijn rekening moet worden gehouden met het ‘8+8 wekenmodel’.<footnote-ref linkend="_95e0035b-6a2f-4397-a24f-5fa08d1350f9" /></para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank oordeelt dat in de gevallen waarin, zoals hier, de bovengrens van 21</para>
    <para>maanden<footnote-ref linkend="_d45f127f-b77a-45ea-80a9-3913c62feb23" /> is overschreden een kortere beslistermijn passend is. Dit betekent dat de minister in principe binnen een termijn van acht weken een besluit moet nemen. De termijn begint op de dag na het bekendmaken van deze uitspraak. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Welke dwangsom legt de rechtbank op?</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
    </parablock>
    <para>5.  De rechtbank legt alleen een rechterlijke dwangsom op.<footnote-ref linkend="_1e3324d2-aeb6-48dd-bb49-39dd2417481f" /></para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank bepaalt in deze zaak dat, als de minister niet binnen de door de</para>
    <para>rechtbank opgelegde termijn een besluit op de aanvraag neemt, de minister een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-.<footnote-ref linkend="_5c88759e-b61e-4cdd-8165-be0e636880e5" /></para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen </title>
    <para />
    <para>7. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eisers gelijk krijgen en de</para>
    <para>minister acht weken de tijd krijgt om alsnog een besluit te nemen. Doet de minister dat niet, dan is hij aan eisers een dwangsom verschuldigd.  </para>
    <para />
    <para>8. De minister moet de door eisers gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten </para>
    <para>stelt de rechtbank vast op € 453,50.<footnote-ref linkend="_f05f6957-4b01-4d25-81a1-b1b7e1014b70" /></para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt de minister op om binnen acht weken na de dag van het bekendmaken van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvragen bekend te maken;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de minister aan eisers een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de minister in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 453,50.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Bent u het niet eens met deze uitspraak?</emphasis>
      </para>
      <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_f777afa1-dad0-4d8d-80d4-4d70b5295260" label="1">
    <para>Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8d4b2548-750a-4ba1-b4c3-413bbd7e87bf" label="2">
    <para> ECLI:NL:RBLIM:2025:5406.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3115bda5-f40a-4f68-84cd-990e289ac02a" label="3">
    <para> Vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2019:673.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cf4a4408-83ba-4356-aeda-e6b2b4f95a14" label="4">
    <para> Artikel 8:72, vierde lid, aanhef en onder b, van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_95e0035b-6a2f-4397-a24f-5fa08d1350f9" label="5">
    <para> ECLI:NL:RVS:2020:1560. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d45f127f-b77a-45ea-80a9-3913c62feb23" label="6">
    <para> Artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_1e3324d2-aeb6-48dd-bb49-39dd2417481f" label="7">
    <para> ECLI:NL:RVS:2022:3352 en ECLI:NL:RVS:2022:3353. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_5c88759e-b61e-4cdd-8165-be0e636880e5" label="8">
    <para> Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_f05f6957-4b01-4d25-81a1-b1b7e1014b70" label="9">
    <para> Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 0,5.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>