<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:24898</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-05T14:48:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/690113 / JE RK 25-1446</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:24898">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:24898</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-05T14:48:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:24898 Rechtbank Den Haag , 06-10-2025 / C/09/690113 / JE RK 25-1446</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:24898:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ondertoezichtstelling. Positieve ontwikkelingen nog te pril om de conclusie te trekken dat er geen bedreiging meer is in de ontwikkeling van de kinderen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:24898:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd- en Zorgrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaksgegevens: C/09/690113 / JE RK 25-1446</para>
      <para>Datum uitspraak: 6 oktober 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Beschikking van de kinderrechter </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">Ondertoezichtstelling</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak naar aanleiding van het op 14 augustus 2025 ingekomen verzoekschrift van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden</emphasis> (hierna te noemen: de Raad),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">- [minderjarige 1]</emphasis>geboren op [geboortedatum 1] 2019 in [geboorteplaats] ,</para>
    <para>hierna te noemen: [minderjarige 1] ,</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">- [minderjarige 2]</emphasis>geboren op [geboortedatum 2] 2021 in [geboorteplaats] ,</para>
    <para>hierna te noemen: [minderjarige 2] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de vader] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de vader, </para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres,</para>
      <para>advocaat: mr. H. Sazoglu in Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de moeder] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de moeder, </para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres, </para>
      <para>advocaat: mr. S. Oedayrajsingh Varma in Zoetermeer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als informant aan: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden</emphasis>, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para>De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:</para>
    <para>- het rapport en advies van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van </para>
    <para>12 augustus 2025, kenmerk SK-1-6499RXS </para>
    <para>- het verzoekschrift van de Raad.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 6 oktober 2025 heeft de kinderrechter de zaak op de zitting met gesloten deuren behandeld, <emphasis role="bold">gecombineerd</emphasis> met het verzoek van de vader voor zorgregeling (zaak- en rekestnummer C/09/634013 / FA RK 22-5396). Op dit verzoek wordt bij afzonderlijke beschikking van 20 oktober 2025 beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de zitting zijn verschenen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          [naam 1] namens de Raad;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de vader met zijn advocaat;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de moeder met haar advocaat;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [naam 2] namens de gecertificeerde instelling. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>De vader en de moeder hebben een affectieve relatie gehad.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Bij beschikking van 9 maart 2023 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang – bepaald dat voortaan aan de vader en de moeder gezamenlijk het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zal toekomen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek</title>
    <para>Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de periode van één jaar. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft het verzoek – kort en zakelijk weergegeven – als volgt onderbouwd. Er is sprake van een ernstig bedreigde ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , omdat zij geruime tijd opgroeien in een opvoedsituatie waarin de verhouding tussen de ouders ernstig verstoord is geraakt. Er is sprake van een problematische en spanningsvolle ouderrelatie, waar de kinderen getuige van zijn geweest. De kinderen worden ongewild meegenomen in deze strijd. De bedreiging bestaat verder uit het feit dat de ouders pedagogisch onmachtig zijn om zelfstandig verandering aan te brengen in de onstabiele en onveilige situatie die zij hebben gecreëerd voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De ouders hebben allebei een andere beleving van de situatie en hebben ook een eigen waarheid. Door de andere beleving van de ouders lukt het hen niet om de problemen zonder hulp van buitenaf op te lossen. De ouders hebben een wisselende houding met betrekking tot de hulpverlening. Hierdoor nemen zowel de problematiek in de ontwikkeling van de kinderen als in de opvoedsituatie niet af. De Raad vindt dat deze situatie al veel te lang voortduurt en is bezorgd dat als er niets verandert, de kinderen opnieuw getuige en/of slachtoffer zullen worden van pedagogische verwaarlozing, met ernstige gevolgen voor de ontwikkeling en de basisbehoeften van de kinderen. De duur en de ernst van de problematiek, die met name gelegen is in het effect hiervan op de ontwikkelingsvoortgang van de nog jonge kinderen, zorgt ervoor dat hulpverlening in het gedwongen kader noodzakelijk is. De Raad vindt de hulpverlening die door Jeugdformaat wordt geboden te vrijblijvend, omdat de ouders onvoldoende in staat zijn om met elkaar te communiceren en samen te werken. Het is van belang dat de kinderen opgroeien in een stabiele leefomgeving waar zij hun vader én hun moeder om zich heen mogen hebben. Het is ook in het belang van de kinderen dat zij veiligheid en duidelijkheid ervaren. Er zal door de hulpverlening bekeken moeten worden in hoeverre beide kinderen last ondervinden van de ingrijpende gebeurtenissen zoals het geweld tussen de ouders en er dient zo nodig passende hulpverlening in te worden gezet. De verwachting is dat de ouders de verantwoordelijkheid en de verzorging en opvoeding van de kinderen binnen een voor hen aanvaardbare termijn weer zelf kunnen dragen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vader en de moeder hebben ingestemd met het verzoek van de Raad, of hebben zich daar in ieder geval niet tegen verzet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en op de zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:255 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig zijn. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De concrete bedreigingen in de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bestaan uit het hierna volgende. De kinderen hebben een lange periode klem gezeten tussen de ouders en zitten nog steeds klem als gevolg van de ernstig verstoorde communicatie en het bestaande onderlinge wantrouwen tussen de ouders. Op de zitting is gebleken is dat er sinds kort sprake is van positieve ontwikkelingen. De ouders zijn het eens geworden over een 50/50 zorgregeling, [minderjarige 2] is inmiddels is ingeschreven op een school en gaat daar naartoe en beide ouders staan achter de hulpverlening die zij op dit moment ontvangen. Naar het oordeel van de kinderrechter zijn deze positieve ontwikkelingen nog te pril om de conclusie te trekken dat er geen bedreiging meer is in de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De gevolgen van de lange periode dat de kinderen klem zitten tussen de ouders zijn zichtbaar. Het is belangrijk voor de kinderen dat de voorzichtige stabiliteit die er nu lijkt te zijn voor een langere periode wordt doorgetrokken. Ook acht de kinderrechter het van belang dat er wordt voorkomen dat er te veel ruis ontstaat tussen de ouders vanwege hun onderlinge wantrouwen en de invloed daarvan op hun communicatie en het kunnen maken van afspraken over de kinderen. Beide ouders hebben aangegeven dat zij behoefte hebben aan en baat bij opvoedondersteuning. Op dit moment is die hulp naar het oordeel van de kinderrechter te vrijblijvend en zou het goed zijn als daar iets meer druk achter komt. De kinderrechter acht het van belang dat de situatie gemonitord wordt, zodat de huidige goede lijn kan worden voortgezet en daarop kan worden bijgestuurd als dat nodig is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarom zal als volgt worden beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van 6 oktober 2025 tot 6 oktober 2026 onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2025 door mr. A. Emmens, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. P.M.A. van Oosten als griffier.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 20 oktober 2025.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: </para>
              <para>- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
              <para>- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. </para>
              <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van </para>
              <para>het gerechtshof Den Haag.</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>