<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:24306</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-23T16:55:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL:TZ:2502546:R-RK en NL:TZ:2502555:R-RK</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:24306">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:24306</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-23T16:55:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:24306 Rechtbank Den Haag , 18-12-2025 / NL:TZ:2502546:R-RK en NL:TZ:2502555:R-RK</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:24306:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing dwang. Het voorstel (nulaanbod met uitkering van vermogen) is niet het maximaal haalbare. Daarbij komt dat zelfs als wel een prognoseakkoord zou zijn aangeboden, verzoeker gedurende het minnelijk traject ook niet (aanvullend) heeft gesolliciteerd of gewerkt, zodat hij zich ook niet maximaal heeft ingespannen om een maximaal haalbaar voorstel te doen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:24306:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="1292ec7f-0904-4022-814e-9da76445984c" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="720fcb5a-4eda-4b3b-ba4c-692698e77373" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold smallcaps">DEN HAAG</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Insolventies</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>rekestnummers: NL:TZ:2502546:R-RK en NL:TZ:2502555:R-RK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van 18 december 2025</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 1]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),</para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>hierna: de heer [naam 1] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 2] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>hierna: mevrouw [naam 2] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 3] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>hierna: de heer [naam 3] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 4] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>hierna: mevrouw [naam 4] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hierna gezamenlijk: verweerders.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Waar deze zaak over gaat</emphasis>
      </para>
      <para>De heer [naam 1] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Hij heeft een voorstel gedaan aan zijn schuldeisers, waarbij een deel van de vordering wordt voldaan en het resterende deel door de schuldeisers wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers met dit voorstel hebben ingestemd, heeft de heer [naam 1] de rechtbank verzocht het aangeboden akkoord dwingend op te leggen. Dit verzoek wordt door de rechtbank afgewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De feiten waar de rechtbank van uit gaat</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De heer [naam 1] heeft de afgelopen jaren een schuldenlast opgebouwd van € 106.836,81 aan acht schuldeisers. Het is hem niet gelukt om zelf een oplossing te vinden voor deze schulden. Met behulp van de gemeente Den Haag heeft hij voor het laatst op 2 juli 2025 een schuldregeling aangeboden (nulaanbod met uitdeling van vermogen). Dit voorstel houdt in dat aan de schuldeisers met een recht van voorrang een uitkering ineens wordt aangeboden van 2,79 % en aan de gewone schuldeisers een uitkering ineens van 1,39 %, tegen kwijtschelding van het restant van hun vorderingen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Mevrouw [naam 2] is niet akkoord gegaan met dit voorstel. De heer [naam 1] heeft een schuld aan mevrouw [naam 2] van € 60.027,11, dat is 56,2 % van de totale schuldenlast.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De heer [naam 3] is ook niet akkoord gegaan met dit voorstel. De heer [naam 1] heeft een schuld aan de heer [naam 3] van € 5.622,33, dat is 5,26 % van de totale schuldenlast.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Mevrouw [naam 4] is ook niet akkoord gegaan met dit voorstel. De heer [naam 1] heeft een schuld aan mevrouw [naam 4] van € 5.133,30, dat is 4,8 % van de totale schuldenlast.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft de heer [naam 1] bij de rechtbank twee verzoeken ingediend. In de eerste plaats wil hij dat de rechtbank verweerders dwingt mee te werken aan de schuldregeling (een dwangakkoord oplegt). Wanneer de rechtbank dit verzoek afwijst, wil hij worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>De rechtbank heeft bepaald 18 december 2025 uitspraak te doen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De verzoeken van de heer [naam 1] zijn behandeld op de zitting van 15 december 2025. Op deze zitting verschenen:</para>
        <para>	- de heer [naam 1] ,</para>
        <para>	- [naam 5] , schuldhulpverlener van de gemeente Den Haag, </para>
        <para>	- [naam 6] , beschermingsbewindvoerder, vergezeld door [naam 7] , assistent-beschermingsbewindvoerder.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Verweerders zijn opgeroepen, maar niet op de zitting verschenen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Standpunten van partijen</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De heer [naam 1] stelt dat het onredelijk is dat verweerders het aanbod niet aanvaarden. Volgens hem heeft hij al het mogelijke gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden en kan hij niet meer aanbieden dan hij heeft gedaan.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Mevrouw [naam 2] stemt niet in met de aangeboden schuldregeling, omdat het niet het maximaal haalbare is. Zo wordt betwist dat de gezondheidsklachten van de heer [naam 1] dermate ernstig zijn dat dit tot (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid leidt en moet de heer [naam 1] in staat worden geacht (meer) te kunnen werken, zodat hij meer inkomsten kan genereren voor zijn schuldeisers.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De heer [naam 3] stemt, kort samengevat, niet in met de aangeboden schuldregeling, omdat de aangeboden regeling niet in verhouding staat tot de omvang van de vordering. Het voelt onrechtvaardig om (nu) afstand te moeten doen van een aanzienlijk deel van de vordering. Ook wordt de voorkeur uitgesproken voor een wettelijke schuldsaneringsregeling in plaats van een buitengerechtelijke regeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Mevrouw [naam 4] stemt, naar lezing van de rechtbank en kort samengevat, niet in met de aangeboden schuldregeling, omdat de aangeboden regeling niet het maximaal haalbare is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Op de standpunten van de heer [naam 1] en verweerders wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van de verzoeken</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De rechtbank zal het verzoek van de heer [naam 1] om een dwangakkoord op te leggen afwijzen. Hieronder wordt dit oordeel toegelicht.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het beoordelingskader van een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet de rechtbank vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank aan de hand van een belangenafweging vaststellen dat het onredelijk is dat verweerders weigeren in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De schuldbemiddeling moet zijn uitgevoerd door een bevoegde instantie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling is uitgevoerd door de gemeente Den Haag. Dat betekent dat wordt voldaan aan de door wet gestelde voorwaarde(n), namelijk dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij. Het voorstel is naar het oordeel van de rechtbank bovendien goed en controleerbaar gedocumenteerd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De rechtbank moet een belangenafweging maken</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrijstaat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt betaald. Tegelijkertijd is het belangrijk dat mensen met problematische schulden zicht hebben op een schuldenvrije toekomst. De wetgever biedt daar verschillende regelingen voor, waarbij mensen met schulden zich maximaal moeten inspannen om zo veel mogelijk af te lossen en daarna schuldenvrij verder kunnen. Schuldeisers moeten dan vaak wel afstand doen (van een (groot) deel) van hun vordering. Daarom kunnen schuldeisers alleen onder bijzondere omstandigheden gedwongen worden om in te stemmen met een aangeboden schuldregeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De rechtbank kan een zogenaamd ‘dwangakkoord’ opleggen wanneer de weigering van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden onredelijk is. Om te kunnen beoordelen of dat het geval is, moet de rechtbank de belangen van alle betrokkenen afwegen: van de heer [naam 1] zelf, van de weigerende schuldeisers en van de schuldeisers die wél hebben ingestemd. Op basis van die belangenafweging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een dwangakkoord hier niet op zijn plaats is. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De heer [naam 1] heeft niet het maximaal haalbare voorstel gedaan</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Het voorstel dat de heer [naam 1] aan zijn schuldeisers heeft gedaan is niet het maximaal haalbare. Er is een nulaanbod (met uitkering van vermogen) aangeboden, terwijl uit het Sociaal Medisch Advies van Calder Werkt van 26 februari 2025 blijkt dat de heer [naam 1] voor 24 tot 32 uur per week (met beperkingen) kan werken. Daarbij komt dat zelfs als wel een prognoseakkoord zou zijn aangeboden, de heer [naam 1] gedurende het minnelijk traject ook niet (aanvullend) heeft gesolliciteerd of gewerkt, zodat hij zich ook niet maximaal heeft ingespannen om een maximaal haalbaar voorstel te doen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het is niet onredelijk dat verweerders hebben geweigerd met de schuldregeling in te stemmen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De vorderingen van verweerders bedragen met 66,26% het merendeel van de totale schuldenlast. Dat brengt mee dat niet snel kan worden geoordeeld dat het onredelijk is dat verweerders hebben geweigerd met de schuldregeling in te stemmen. In dit geval is, zoals hiervoor onder 4.6. is overwogen, van belang dat het voorstel niet het maximaal haalbare is.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op het WSNP-verzoek wordt in een apart vonnis beslist</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De heer [naam 1] heeft op de zitting laten weten het verzoek om te worden toegelaten tot WSNP te handhaven als het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord wordt afgewezen. De rechtbank zal op dat verzoek in een apart vonnis beslissen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- 	wijst het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit is een beslissing van mr. N.E.M. de Coninck, rechter, in samenwerking met <?linebreak?>C.R. Cortenbach-van der Lek, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 december 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan verzoeker gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag. Dit kan alleen indien het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling ook door de rechtbank is afgewezen en verzoeker tegelijk hoger beroep instelt tegen die afwijzing (art. 292 lid 3 Fw).</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>