<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:24125</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-17T17:00:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.58010</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:24125">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:24125</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-17T10:11:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:24125 Rechtbank Den Haag , 15-12-2025 / NL25.58010</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:24125:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>bewaring. recht op rechtsbijstand.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:24125:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL25.58010</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 december 2025</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tussen</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], v-nummer: [nummer], eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. V. Senczuk),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Asiel en Migratie</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J. Kaikai).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 25 november 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet ook worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 9 december 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen en met behulp van een audioverbinding gehoord. Eiser is bijgestaan door zijn gemachtigde.  De minister is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onrechtmatigheid van de eerder opgelegde maatregel</emphasis>
      </para>
      <para>1.	Eiser wijst er op dat hij eerder in bewaring is gesteld op grond van artikel 59b van de Vw 2000. Deze maatregel is onrechtmatig, omdat eisers recht op rechtsbijstand tijdens het gehoor voorafgaand aan die maatregel is geschonden. Deze onrechtmatigheid werkt door in de maatregel die in deze procedure ter toetsing voorligt.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank doet vandaag ook uitspraak op eisers beroep dat gaat over de maatregel op grond van artikel 59b van de Vw 2000.<footnote-ref linkend="_1fa0b53b-ee0b-4e1b-9666-aacd68cba95c" /> De rechtbank oordeelt in die uitspraak dat eisers recht op rechtsbijstand tijdens het gehoor voorafgaand aan die maatregel niet is geschonden. Daarom is geen sprake van een onrechtmatigheid van een voorgaande maatregel die kan doorwerken in de voorliggende maatregel. </para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Rechtsbijstand bij het gehoor voorafgaand de inbewaringstelling</emphasis>
        </para>
        <para>2.	Eiser betoogt dat zijn recht op rechtsbijstand tijdens het gehoor is geschonden. Daarbij wijst hij er op dat er een piketmelding is uitgegaan naar dezelfde advocaat die hem tijdens de voorafgaande maatregel bijstond. Die advocaat heeft aangegeven niet aanwezig te kunnen of willen zijn. Volgens eiser is hij daar onvoldoende mee geconfronteerd. Zo is eiser onvoldoende ingelicht over de mogelijkheid om een andere advocaat in te lichten over het gehoor. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Deze beroepsgrond slaagt niet. Uit het proces-verbaal van het gehoor (de M110) blijkt dat de gehoormedewerker telefonisch contact heeft gehad met de advocaat die eiser ook bijstond tijdens de voorgaande maatregel op grond van artikel 59b van de Vw 2000. Deze gaf aan eisers belangen te behartigen, maar dat hij niet bij het gehoor aanwezig kon zijn. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de gehoormedewerker eiser hiermee onvoldoende heeft geconfronteerd of heeft ingelicht. Aan eiser is namelijk kenbaar gemaakt dat de advocaat aangaf niet aanwezig te zijn bij het gehoor en dat alle stukken naar de advocaat worden verzonden. Op de vraag of eiser het goed vond om het gesprek voort te zetten, antwoordde eiser met ‘ja’. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Verder heeft de gehoormedewerker niet een andere advocaat hoeven in te lichten over de inbewaringstelling. De rechtbank stelt voorop dat in dit geval sprake is van een opvolgende (hernieuwde) inbewaringstelling. Uit paragraaf A5/6.5 van de Vreemdelingencirculaire 2000 volgt dat in dat geval de advocaat die de vreemdeling in de eerdere bewaringsprocedure al bijstond, wordt bericht over de voorgenomen inbewaringstelling. Dat is in eisers geval ook gebeurd. De gehoormedewerker heeft dus conform het beleid gehandeld. Hierdoor is eiser ook niet verstoken geweest van rechtsbijstand. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De maatregel van bewaring </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>3. De rechtbank stelt vast dat eiser de zware en lichte gronden niet betwist. Ook ambtshalve toetsend ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat deze gronden (samen) onvoldoende zijn om de maatregel te dragen. Daarom stelt de minister terecht dat in eisers geval sprake is van een onttrekkingsrisico. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ambtshalve toets</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>4. Los van de door eiser aangevoerde gronden en het oordeel over de zware en lichte gronden, ziet de rechtbank in de door de minister en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.<footnote-ref linkend="_b62bf74d-1cea-47b6-9d0d-601fe81f1f5d" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>5. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep ongegrond;</para>
    <para>- wijst het verzoek om schadevergoeding af.<?linebreak?></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Gaastra, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. L.G.C. Lelifeld, griffier.</para>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_1fa0b53b-ee0b-4e1b-9666-aacd68cba95c" label="1">
    <para> NL25.58009.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b62bf74d-1cea-47b6-9d0d-601fe81f1f5d" label="2">
    <para> Vergelijk de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 4 september 2025, ECLI:EU:C:2025:647 (<emphasis role="italic">Adrar</emphasis>) en 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858 (<emphasis role="italic">C, B en X</emphasis>).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>