<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:23128</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-05T13:31:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.29051</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:23128">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:23128</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-05T13:26:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:23128 Rechtbank Den Haag , 05-12-2025 / NL25.29051</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:23128:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Asiel. Somalië. Beroep ongegrond. Eiseres valt niet onder het beleid voor alleenstaande vrouwen. De minister heeft deugdelijk gemotiveerd dat eiseres bij terugkeer naar Somalië geen reëel risico loopt op ernstige schade. De minister heeft deugdelijk gemotiveerd waarom hij onvoldoende tijd had om het onderzoek af te ronden voordat eiseres meerderjarig was geworden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:23128:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL25.29051 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam] , eiseres,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] , </para>
      <para>van Somalische nationaliteit,</para>
      <para>V-nummer: [nummer] , </para>
      <para>(gemachtigde: mr. J. Oosterhof),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Asiel en Migratie, de minister,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. V.R. Bloemberg).</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Samenvatting</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw<footnote-ref linkend="_f5b0a87a-8a74-40ce-ba4e-82ed5d6ae2d2" />. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en wat de gevolgen hiervan zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Eiseres heeft op 23 mei 2023 een asielaanvraag ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 5 juni 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. Daarbij heeft de minister eiseres opgedragen om binnen vier weken terug te keren naar Somalië.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 6 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, een tolk en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Asielrelaas</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Eiseres heeft het volgende aan haar aanvraag ten grondslag gelegd. Zij is getuige geweest van een moordaanslag door leden van Al-Shabaab. Eiseres heeft bij de politie een getuigenis afgelegd, waarbij ze de schutters heeft beschreven. Eiseres liep vervolgens naar huis en vertelde haar moeder wat er was gebeurd. Haar moeder vreesde dat Al-Shabaab haar zou opzoeken vanwege haar getuigenis. Uit voorzorg bracht de moeder van eiseres haar onder bij een vriendin. Al-Shabaab kwam diezelfde avond bij haar moeder langs, omdat ze op zoek waren naar haar. Eiseres verklaart dat ze hoorde dat haar moeder is mishandeld door Al-Shabaab. Vervolgens werd zij naar een ander huis gebracht omdat Al-Shabaab er makkelijk achter kon komen waar ze zich bevond. Zij hoorde dat ook de vriendin van haar moeder bij wie ze was ondergedoken is bezocht door Al-Shabaab. Bij terugkeer vreest zij daarom voor Al-Shabaab.</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="underline">Besluitvorming</emphasis>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>4. Volgens de minister bevat het asielrelaas van eiseres de volgende asielmotieven:</para>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>de identiteit, nationaliteit en herkomst;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>getuige van een aanslag door Al-Shabaab.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De minister vindt beide asielmotieven geloofwaardig. Dit leidt niet tot een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Somalië. De minister vindt eiseres geen alleenstaande vrouw. Verder komt eiseres niet uit een gebied dat onder controle van Al-Shabaab staat, maar onder controle van de Somalische autoriteiten. De minister vindt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat ze meer risico loopt dan anderen om slachtoffer te worden van willekeurig geweld. De getuigenis is beperkt geweest en kan volgens de minister niet bijdragen aan het opsporen van de daders. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Zienswijze herhaald en ingelast</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>5. De enkele verwijzing naar de zienswijze en het verzoek om die als herhaald en ingelast te beschouwen is onvoldoende om te kunnen worden aangemerkt als een beroepsgrond waarop de rechtbank moet ingaan. De rechtbank stelt vast dat de minister hierop in het bestreden besluit een uitgebreide motivering heeft gegeven. Het is aan eiseres om in beroep concreet aan te geven waarom de reactie van de minister op de zienswijze volgens hem niet juist of niet toereikend is. De rechtbank zal zich dan ook richten op wat eiseres in beroep heeft aangevoerd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vluchtelingschap</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Alleenstaande vrouw</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>6. In het beleid is opgenomen dat de minister alleenstaande vrouwen in Somalië als risicoprofiel aanmerkt.<footnote-ref linkend="_4cbeb869-ec18-4d2a-9349-b8d5002617fe" /> Of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en daarom bescherming nodig heeft hangt onder meer af van de aanwezigheid van grootfamilie. Tot de grootfamilie kunnen onder meer moeder, kinderen en ooms vallen. Het is dus niet zo, zoals eiseres stelt, dat dit alleen mannelijke familieleden zijn. De minister heeft er in het bestreden besluit en op de zitting terecht op gewezen dat uit de verklaringen van eiseres volgt dat haar moeder nog in Somalië woont en dat zij op haar kan terugvallen. Dat eiseres stelt dat zij geen contact meer heeft met haar moeder, heeft de minister onvoldoende mogen vinden om aan te nemen dat eiseres bij terugkeer geen netwerk heeft. De minister heeft daarbij mogen betrekken dat niet is gebleken dat eiseres inspanningen heeft verricht om het contact te herstellen via het Rode Kruis of Nidos. Dat eiseres stelt dat zij dan problemen met Al-Shabaab zal krijgen is daarvoor onvoldoende, omdat zij dit niet nader heeft onderbouwd. Daar komt bij dat de minister de vrees van eiseres voor Al-Shabaab niet aannemelijk heeft geacht. Eiseres stelt verder weliswaar dat zij op social media heeft gezocht naar haar moeder, maar heeft ook dit niet nader onderbouwd. Dat eiseres in bewijsnood zit volgt de rechtbank gelet op het voorgaande niet. De beroepsgrond slaagt niet.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Risico op ernstige schade bij terugkeer naar Somalië (3 EVRM</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_fa324883-521d-4ede-95be-7472662fa8c4" />
          <emphasis role="underline">)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>7. De rechtbank is van oordeel dat de minister deugdelijk heeft gemotiveerd dat eiseres bij terugkeer naar Somalië geen reëel risico loopt op ernstige schade. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>De rechtbank is verder van oordeel dat de minister zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat de wijk Daynille in Mogadishu niet onder controle van Al-Shabaab staat. <?linebreak?>De door eiseres overgelegde stukken<footnote-ref linkend="_659bc584-6837-4615-a0bb-6f26bcc0ef6f" /> geven weliswaar blijk van incidenten in de wijk, maar geven niet aan dat Al-Shabaab het gebied controleert. De minister wijst daarbij op de zitting terecht op het EUAA rapport van 2 oktober 2025. Uit de daarin weergegeven kaart van Somalië volgt dat Mogadishu onder controle staat van de federale regering.<footnote-ref linkend="_6f401113-bd30-4b9d-b95f-b868b5ddb7f1" /> Dit komt ook overeen met de informatie uit het algemeen ambtsbericht Somalië van april 2025. De strijd tussen het regeringsleger en Al-Shabaab is soms hevig, maar Mogadishu staat nog onder controle van de federale regering.<footnote-ref linkend="_46745f4a-a8b5-4b0f-8dc1-5b87dd6d8eeb" /> Uit het Algemeen Ambtsbericht volgt ook dat eiseres niet hoeft te reizen door een gebied dat onder controle van Al-Shabaab staat.<footnote-ref linkend="_c314855c-17be-40d1-a844-a829fb66e649" /> De beroepsgrond slaagt niet.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>Voor zover eiseres op de zitting betoogt dat sprake is van een hoger niveau van willekeurig geweld, hoeft de minister dit, gelet op het EUAA rapport van 2 oktober 2025, niet te volgen. Het EUAA rapport laat namelijk geen wezenlijk ander beeld voor Mogadishu zien dan in het ambtsbericht van april 2025. Eiseres maakt eveneens niet aannemelijk dat zij vanwege individuele factoren een verhoogd risico loopt op ernstige schade vanwege dit willekeurige geweld. Dat wordt hierna uitgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat de minister geloofwaardig acht dat eiseres getuige is geweest van een aanslag door Al-Shabaab. De rechtbank begrijpt dat de minister de verklaringen van eiseres, dat Al-Shabaab vervolgens op zoek was naar eiseres en haar moeder heeft mishandeld, niet volgt. De rechtbank oordeelt dat de minister deugdelijk heeft gemotiveerd dat eiseres haar vrees voor Al-Shabaab niet aannemelijk heeft gemaakt. De rechtbank overweegt dat de minister daarbij terecht betrekt dat eiseres geen persoonlijk contact heeft gehad met Al-Shabaab. Eiseres heeft verder alleen van horen zeggen dat haar moeder bedreigd zou zijn door Al-Shabaab. Daar komt bij dat de minister de verklaring in de zienswijze en op de zitting dat zij van haar ‘oom’ heeft gehoord dat de vriendin van haar moeder ook is aangevallen door Al-Shabaab, ongerijmd heeft mogen vinden met de andere verklaringen van eiseres. Zo heeft zij in het nader gehoor verklaard dat zij niet weet of de vriendin van haar moeder nog contact heeft gehad met leden van Al-Shabaab.<footnote-ref linkend="_fc4a1b02-8cd7-47b1-a189-6827dd6ad27c" /> In de correcties en aanvullingen op het nadere gehoor heeft zij daarbij aangegeven niet te weten of Al-Shabaab bij de vriendin van haar moeder of een ander schuiladres langs is geweest. Ook de verklaring van eiseres in de zienswijze dat zij van haar moeder hoorde dat Al-Shabaab naar haar op zoek is komt niet overeen met haar eigen verklaringen. In het nader gehoor verklaarde eiseres namelijk dat zij niet zelf met haar moeder heeft gesproken.<footnote-ref linkend="_f0efc2f3-80f8-4877-a2ad-0b7f4e8110b1" /> Verder wijst de minister er terecht op dat de getuigenis van eiseres en de getuigenverklaring die ze heeft afgelegd bij de politie beperkt was. Ook blijkt uit de verklaringen van eiseres niet dat de daders haar hebben opgemerkt. Dat de man die haar na de aanslag aansprak van Al-Shabaab is, baseert eiseres op een aanname en heeft zij niet aannemelijk gemaakt. Daar komt bij dat zij in het nader gehoor niet heeft benoemd dat deze man lid was van Al-Shabaab. De minister heeft zich daarom op het standpunt mogen stellen dat de getuigenis geen aanknopingspunten biedt voor het aannemen van een reëel risico op represailles vanuit Al-Shabaab. Tot slot betrekt de minister bij zijn oordeel ook terecht dat niet is gebleken dat Al-Shabaab op dit moment nog steeds naar eiseres op zoek is noch dat de modus operandi van Al-Shabaab is dat zij in dit geval, eiseres belangrijk genoeg vinden om nu nog op zoek te zijn naar haar. De beroepsgrond slaagt niet.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Onderzoek naar adequate opvang</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>8. De rechtbank stelt voorop dat uit het arrest TQ<footnote-ref linkend="_b33c40d3-dbd4-4322-a65d-600dc41c6413" /> en de uitspraken van de Afdeling<footnote-ref linkend="_31614d85-6917-471e-bc14-d21f77fb7ba2" /> volgt dat de minister verplicht is om - voordat er een terugkeerbesluit wordt opgelegd aan een niet-begeleide minderjarige vreemdeling - onderzoek te doen naar de aanwezigheid van adequate opvang in het land van herkomst. Op het moment dat de vreemdeling meerderjarig wordt geldt deze verplichting niet langer. Maar als een vreemdeling tijdens de asielprocedure meerderjarig is geworden, moet de minister wel in zijn besluit inzichtelijk maken waarom hij dat onderzoek voor de meerderjarigheid van die vreemdeling niet kon afronden. Daarbij kan hij betekenis toekennen aan de leeftijd van de vreemdeling ten tijde van de asielaanvraag in Nederland, afgezet tegen de beslistermijn op de asielaanvraag en de duur van het onderzoek die als redelijk kan worden aangemerkt.<footnote-ref linkend="_98ca046c-f01e-4216-83af-42d2dbe20eb8" /><?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <para>De rechtbank oordeelt dat de minister deugdelijk heeft gemotiveerd waarom hij onvoldoende tijd had om het onderzoek af te ronden voordat eiseres meerderjarig was geworden. De rechtbank stelt vast dat eiseres op 23 mei 2023 een asielaanvraag heeft ingediend. Eiseres was op dat moment [leeftijd] oud. Eiseres is op [datum] meerderjarig geworden. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat tijdens de minderjarigheid van eiseres een verhoor bij de KMar (23 mei 2023), een aanmeldgehoor AMV met schouw (26 mei 2023), een aanmeldgehoor AMV zonder schouw (11 oktober 2023) en een nader gehoor (30 mei 2024) hebben plaatsgevonden. In het verhoor en de verschillende gehoren zijn door de minister vragen gesteld over haar situatie, haar familie en of zij nog contact heeft met haar familie in Somalië.<footnote-ref linkend="_f29cc4c1-db58-47fa-af9c-8f204edd4033" /> De rechtbank vindt dat de minister zich daarom terecht op het standpunt stelt dat hij voldoende handelingen heeft verricht bij het onderzoek naar adequate opvang voor eiseres. Daar komt bij dat de minister erop mocht wijzen dat eiseres verklaarde dat zij geen contact meer heeft met haar moeder en geen contact op wil nemen met het Rode Kruis om haar te vinden. De minister wijst er daarnaast terecht op dat het onderzoek op dat moment nog niet was afgerond en dat niet alle onderzoeken konden worden gedaan. Zo is onderzoek door DT&amp;V<footnote-ref linkend="_9f4c8175-1915-41e7-aab8-85ba0de6183c" /> bij de Somalische autoriteiten pas mogelijk nadat het besluit op de asielaanvraag van eiseres is genomen. De volgens eiseres lange duur van het onderzoek maakt dit niet anders. De rechtbank volgt de minister in zijn standpunt dat geen sprake is van een onredelijke duur van het onderzoek, gelet op de beslistermijn (6 maanden) en de tijd die tussen de asielaanvraag en meerderjarigheid van eiseres zit ( [tijdsverloop] ). De beroepsgrond slaagt niet.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>9. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft en eiseres dient terug te keren naar Somalië. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, rechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_f5b0a87a-8a74-40ce-ba4e-82ed5d6ae2d2" label="1">
    <para> Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4cbeb869-ec18-4d2a-9349-b8d5002617fe" label="2">
    <para> Paragraaf C7/30.3.2 en C7/30.3.2.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fa324883-521d-4ede-95be-7472662fa8c4" label="3">
    <para> Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_659bc584-6837-4615-a0bb-6f26bcc0ef6f" label="4">
    <para> European Union Agency for Asylum (EUAA), Somalia: security situation, pagina 89 en de Horn Observer, Al-Shabaab claims attacks in Mogadishu Dayniile district van 12 augustus 2025.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6f401113-bd30-4b9d-b95f-b868b5ddb7f1" label="5">
    <para> EUAA, Country Guidance Somalia van 2 oktober 2025, pagina 24.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_46745f4a-a8b5-4b0f-8dc1-5b87dd6d8eeb" label="6">
    <para> AAB Somalië van 4 april 2025, pagina 21-22.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c314855c-17be-40d1-a844-a829fb66e649" label="7">
    <para> AAB Somalië van 4 april 2025, pagina 22.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fc4a1b02-8cd7-47b1-a189-6827dd6ad27c" label="8">
    <para> Pagina 22 nader gehoor.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f0efc2f3-80f8-4877-a2ad-0b7f4e8110b1" label="9">
    <para> Pagina 20 nader gehoor.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b33c40d3-dbd4-4322-a65d-600dc41c6413" label="10">
    <para> Arrest van 14 januari 2021, T.Q. tegen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, zaaknummer C-441/19 (ECLI:EU:C:2021:9).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_31614d85-6917-471e-bc14-d21f77fb7ba2" label="11">
    <para> Zie de uitspraken van de Afdeling van 8 juni 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:1530) en (ECLI:NL:RVS:2022:1532).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_98ca046c-f01e-4216-83af-42d2dbe20eb8" label="12">
    <para> Vgl. de uitspraken van de Afdeling van 8 juni 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:1532) en 30 januari 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:350).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f29cc4c1-db58-47fa-af9c-8f204edd4033" label="13">
    <para> Zie bijvoorbeeld het nader gehoor pagina 22, 25-27.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9f4c8175-1915-41e7-aab8-85ba0de6183c" label="14">
    <para> Dienst Terugkeer en Vertrek.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>