<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:23051</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-04T16:53:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.58750</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:23051">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:23051</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-04T16:53:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:23051 Rechtbank Den Haag , 04-12-2025 / NL25.58750</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:23051:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Derde vervolgberoep – bewaring – eiser werkt niet mee – ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:23051:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL25.58750</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], eiser,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>V-nummer: [V-nummer],</para>
      <para>(gemachtigde: mr. D. Schaap),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Asiel en Migratie, verweerder,</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 30 juli 2025 heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw<footnote-ref linkend="_ddc00afe-9fcf-4018-ab7f-d678374dc584" /> opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 8 december 2025 gesloten.<footnote-ref linkend="_aabfc5ec-df05-4bf4-87ec-c621acc8b426" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1981 en de Ghanese nationaliteit te hebben.</para>
    <para />
    <para>2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Hierbij wordt verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 13 augustus 2025.<footnote-ref linkend="_c9933de8-550b-4f11-8a30-3f9a2142803a" /> Vervolgens zijn er vervolgberoepen ingesteld.<footnote-ref linkend="_aed8f02b-f776-4ee4-be1d-09c33af6d7e3" /> Uit de laatste uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 30 oktober 2025<footnote-ref linkend="_5c32ff6f-a0a3-4bd3-b003-1fd70515a5c5" /> volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, 30 oktober 2025, rechtmatig was. Daarom ziet de beoordeling nu op het voortduren van de maatregel van bewaring sinds de sluiting van voornoemd onderzoek op 30 oktober 2025. </para>
    <para />
    <para>4. Eiser voert aan dat hij niet meewerkt aan een presentatie bij de Ghanese autoriteiten. Zonder een presentatie bij de autoriteiten kan geen lp<footnote-ref linkend="_5a28cd7e-6170-45c0-a306-4e5a417c8fa0" /> worden afgegeven, waardoor eiser niet kan worden uitgezet naar Ghana. Nu uitzetting niet mogelijk is zonder een lp, ontbreekt het zicht op uitzetting. Gelet op het vorenstaande is het niet langer gerechtvaardigd dan wel redelijk om de maatregel van bewaring voort te zetten.</para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank overweegt allereerst dat er in zijn algemeenheid zicht op uitzetting naar Ghana bestaat.<footnote-ref linkend="_d298a7de-a9b2-4268-9f99-c19f3d464906" /> Uit het voortgangsrapport blijkt dat verweerder op 23 juni 2025 een aanvraag voor een lp heeft opgestart bij de Ghanese autoriteiten. Deze aanvraag loopt nog steeds. De rechtbank wijst er in dit verband op dat op eiser de verplichting rust om volledig en actief mee te werken aan zijn uitzetting en zijn lp-traject. Uit het dossier volgt dat eiser niet is verschenen voor zijn presentatie bij de Ghanese autoriteiten op 8 oktober 2025. Verder heeft eiser tijdens zijn vertrekgesprek van 10 november 2025 verklaard geen enkele actie te hebben ondernomen om aan documenten te komen om zijn nationaliteit en identiteit aan te tonen. Ook is niet gebleken van enige aanknopingspunten die erop wijzen dat voor eiser bij volledige medewerking geen lp zal worden afgegeven door de Ghanese autoriteiten. Dat eiser weigert mee te werken aan de presentatie, en daarmee zijn uitzetting, komt voor eisers eigen rekening en risico. De rechtbank volgt eiser daarom niet in zijn standpunt dat het niet langer gerechtvaardigd dan wel redelijk is om de maatregel van bewaring voort te zetten. Het is de rechtbank namelijk niet gebleken dat uitzetting binnen een redelijke termijn ontbreekt. De beroepsgrond slaagt niet. </para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank ziet ook overigens geen aanleiding voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig is. </para>
    <para />
    <para>7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.</para>
    <para />
    <para>8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep ongegrond;</para>
    <para>- wijst het verzoek om schadevergoeding af.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 4 december 2025 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier en openbaar gemaakt door middel van publicatie op <emphasis role="underline">www.rechtspraak.nl</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_ddc00afe-9fcf-4018-ab7f-d678374dc584" label="1">
    <para> Vreemdelingenwet 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_aabfc5ec-df05-4bf4-87ec-c621acc8b426" label="2">
    <para> Op grond van artikel 96, eerste lid, van de Vw.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c9933de8-550b-4f11-8a30-3f9a2142803a" label="3">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2025:15102.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_aed8f02b-f776-4ee4-be1d-09c33af6d7e3" label="4">
    <para> Zie uitspraken van 25 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:17631, en 30 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:19995.  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_5c32ff6f-a0a3-4bd3-b003-1fd70515a5c5" label="5">
    <para> ECLI:NL:RBDHA:2025:19995.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5a28cd7e-6170-45c0-a306-4e5a417c8fa0" label="6">
    <para> Laissez-passer.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d298a7de-a9b2-4268-9f99-c19f3d464906" label="7">
    <para> Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 3 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:824.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>