<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:22690</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-03T17:00:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.46716</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:22690">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:22690</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-01T15:07:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:22690 Rechtbank Den Haag , 01-12-2025 / NL25.46716</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:22690:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>internationale bescherming Duitsland, internationale verplichtingen, ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:22690:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL25.46716 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 december 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], v-nummer: [nummer], eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. C.J. Ullersma),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Asiel en Migratie</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. M.A.M. Janssen).</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Samenvatting</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	Deze uitspraak gaat over de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag in verband met de in Duitsland verleende internationale bescherming in stand kan blijven. De minister mag er namelijk vanuit gaan dat Duitsland zijn internationale verplichtingen jegens eiser nakomt. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	Eiser heeft op 23 juli 2025 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 18 september 2025 deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser internationale bescherming in Duitsland heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 7 november 2025, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening (NL2546717), op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaande kennisgeving, niet verschenen. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Mag de minister ervanuit gaan dat Duitsland zijn internationale verplichtingen jegens eiser nakomt?</emphasis>
      </para>
      <para>3.	Eiser betwist niet dat hij internationale bescherming heeft in Duitsland en ook niet dat hij, gelet op die bescherming, een zodanige band met Duitsland heeft dat het redelijk is naar dat land te gaan. Wel betoogt eiser dat hij, mede gelet op zijn kwetsbaarheid, in Duitsland in een situatie terecht zal komen die in strijd is met artikel 3 van het EVRM. Eiser betoogt dat uit zijn verklaringen en informatie van AIDA<footnote-ref linkend="_ca201214-795c-4a75-8e08-db4cc6ceb142" /> blijkt dat de toegang tot de voorzieningen in Duitsland onvoldoende is. Het is eiser in de acht jaar dat hij een vergunning heeft namelijk niet gelukt om de hulp te krijgen die hij nodig heeft om een enigszins stabiel leven te leiden. Eiser heeft verklaard hulp te hebben gezocht bij Caritas, maar zij konden feitelijk niks betekenen. Hoewel eiser een woonruimte had, was dit enkel een schuur bij een particulier waar hij slechts tijdelijk kon verblijven. Eiser kwam niet in aanmerking voor iets anders. Dat eiser geen schriftelijke onderbouwing heeft, kan hem niet worden verweten gelet op zijn situatie. Ook kan hem door zijn situatie niet verweten worden dat hij geen andere hulp heeft gevraagd dan bij Caritas en dat hij geen klacht heeft ingediend. Eiser is namelijk kwetsbaar gelet op zijn psychische klachten en de minister had daar rekening mee moeten houden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Op grond van het interstatelijke vertrouwensbeginsel mag de minister ervan uitgaan dat lidstaten, dus ook Duitsland, bij de behandeling van statushouders hun internationale verplichtingen nakomen. Het is daarom aan eiser om aannemelijk te maken dat Duitsland ten aanzien van hem die verplichtingen niet naleeft en dat hij daardoor terecht komt in een situatie van zeer vergaande materiële deprivatie. Hierbij is van belang dat er een verschil moet worden gemaakt tussen statushouders en asielzoekers. Statushouders zitten in een andere situatie dan asielzoekers. Zij zijn in beginsel geen kwetsbare groep die speciale bescherming behoeft, omdat statushouders dezelfde rechten hebben als staatsburgers. Voor een statushouder geldt dat het enkele feit dat zijn economische positie bij terugkeer slechter zal zijn dan in de lidstaat waar hij thans verblijft, niet voldoende is om te oordelen dat artikel 3 van het EVRM zal worden geschonden. Er is bij statushouders pas sprake van een schending van artikel 3 van het EVRM wanneer een persoon, die volledig afhankelijk is van de steun van de staat, te maken heeft met <emphasis role="italic">“official indifference in a situation of serious deprivation or want incompatible with human dignity.”</emphasis> De rechtbank verwijst in dit verband naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 30 mei 2018.<footnote-ref linkend="_3ff2c438-0710-4ded-bd80-db4c7b6f192f" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De minister stelt zich terecht op het standpunt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland zijn internationale verplichtingen jegens hem niet nakomt en hij terecht zal komen in een situatie van zeer vergaande materiële deprivatie. De minister heeft hierbij terecht meegewogen dat eiser wel huisvestiging heeft gehad en dat hij heeft verklaard dat hij niet heeft gezocht naar (andere) huisvestiging. Hoewel uit het AIDA-rapport update 2024 blijkt dat in Duitsland sprake is van enige problematiek rondom huisvesting, is niet duidelijk op welke wijze dit eiser betreft. Eiser heeft namelijk niet buitengewoon lang in de opvang gezeten, maar had een woning. Het ligt daarnaast op de weg van eiser om zich te beklagen over de (ontbrekende) hulp bij huisvesting. Met betrekking tot werk stelt de minister zich terecht op het standpunt dat begrijpelijk is dat het lastig kan zijn om, gelet op de taal, werk te vinden. Eiser verbleef echter al tien jaar in Duitsland en het komt voor zijn rekening en risico dat hij de taal onvoldoende machtig is. Daarnaast heeft eiser hulp gehad van Caritas en had hij kunnen klagen over de, volgens eiser, ontoereikende hulp. De minister stelt verder terecht dat het niet aan hem is om eiser te verplichten om naar de GZA<footnote-ref linkend="_c14cab73-67f9-4ea3-9f1b-bab710352737" /> of andere organisaties te gaan om hulp te zoeken voor zijn psychische problemen. Dit is de verantwoordelijkheid van eiser zelf. Hoewel de minister begrip heeft voor de situatie van eiser, is het aan eiser zelf om bij zijn (mentale) problemen hulp te zoeken. Daarbij merkt de rechtbank op dat de gemachtigde van de minister tijdens de zitting heeft toegelicht dat ook de ketenpartners, zoals de DT&amp;V<footnote-ref linkend="_e9d85137-4c27-4680-897a-86b70c1eb4a2" />, op de hoogte zijn van de situatie van eiser en hiermee, in zoverre dat mogelijk is, rekening houden. Naar het oordeel van de rechtbank houdt de minister op deze manier voldoende rekening met de situatie van eiser. Het betoog van eiser over zijn kwetsbaarheid doet echter niet af aan de juistheid van het besluit. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.	De minister heeft de aanvraag terecht niet-ontvankelijk verklaard. </para>
      <para>Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en het besluit in stand kan blijven. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas, rechter, in aanwezigheid van mr. K.H.M.M. Otten, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_ca201214-795c-4a75-8e08-db4cc6ceb142" label="1">
    <para> AIDA Country Report on Germany, June 2025, Update on 2024.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3ff2c438-0710-4ded-bd80-db4c7b6f192f" label="2">
    <para> ABRvS 30 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1795.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c14cab73-67f9-4ea3-9f1b-bab710352737" label="3">
    <para> Gezondheidszorg Asielzoekers.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e9d85137-4c27-4680-897a-86b70c1eb4a2" label="4">
    <para> Dienst Vertrek en Terugkeer.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>