<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:22657</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-11T10:05:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL24.9244</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:22657">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:22657</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-02T12:47:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:22657 Rechtbank Den Haag , 27-11-2025 / NL24.9244</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:22657:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Terugkeerbesluit - beroep ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:22657:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL24.9244 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres</title>
    <para>(gemachtigde: mr. A. Berends),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de minister van Asiel en Migratie</emphasis>, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,</para>
      <para>verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: mr. D. Gigengack).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Bij besluit van 21 februari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder vastgesteld dat eiseres met ingang van 5 maart 2025 geen verblijfsrecht meer heeft en daarbij een terugkeerbesluit opgelegd aan eiseres.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Eiseres heeft op 5 maart 2024 tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is geregistreerd onder zaaknummer NL24.9247.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 20 maart 2024 heeft de voorzieningenrechter het verzoek om de voorlopige voorziening toegewezen, ertoe strekkende dat het terugkeerbesluit wordt geschorst en eiseres niet mag worden uitgezet tot op het beroep is beslist. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Op 18 augustus 2025 heeft verweerder het terugkeerbesluit van 21 februari 2024 vervangen door een nieuw terugkeerbesluit (het bestreden besluit). Het al ingestelde beroep heeft van rechtswege mede betrekking op dit nieuwe terugkeerbesluit.<footnote-ref linkend="_765d3393-c4f1-4fd5-9208-eb003403ec70" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Eiseres heeft daarop gereageerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Met toestemming van partijen doet de rechtbank uitspraak zonder zitting.<footnote-ref linkend="_b4ba8c04-e6be-4284-affb-9d7cea906322" /></para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat de zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Eiseres stelt de Nigeriaanse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] 1998. Eiseres verbleef op basis van een tijdelijke verblijfsvergunning in Oekraïne op het moment dat de invasie van Oekraïne door de Russische strijdkrachten begon. Tot 4 maart 2024 heeft eiseres rechtmatig verblijf in Nederland gehad op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming.<footnote-ref linkend="_71377982-68d0-44d2-8d4f-56617ddb6b05" /></para>
    <para />
    <para>3. Op 21 februari 2024 heeft verweerder een terugkeerbesluit opgelegd aan eiseres. Eiseres heeft hier beroep tegen ingesteld. Op 18 augustus 2025 heeft verweerder dit besluit vervangen door een nieuw terugkeerbesluit. Redengevend hiervoor is dat het terugkeerbesluit van 21 februari 2024 prematuur werd genomen omdat eiseres nog rechtmatig verblijf had op grond van de facultatieve tijdelijke bescherming. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat vindt eiseres?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert daartoe aan dat verweerder geen terugkeerbesluit had mogen opleggen, omdat zij nog rechtmatig verblijf heeft. Ten eerste valt eiseres namelijk onder de bevriezingsmaatregel. Daarnaast heeft eiseres procedureel rechtmatig verblijf op grond van de toegewezen voorlopige voorziening en verzet de Terugkeerrichtlijn<footnote-ref linkend="_c6b6e545-78c3-4aff-8c41-ce264aaf75db" /> zich daarom tegen de vaststelling dat het verblijf illegaal is. Eiseres verwijst daarbij naar punt 40 van het arrest Gnandi.<footnote-ref linkend="_0339c80e-d5cc-466e-aa55-a4ffd776ba9d" /> Verder had verweerder een beoordeling moeten maken in het kader van artikel 3 en artikel 8 van het EVRM.<footnote-ref linkend="_175efbd0-c3ba-4bbe-8f04-851223885657" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Uit de uitspraken van de Afdeling<footnote-ref linkend="_12dd2308-5b16-4a7f-aef2-1c16f38c0241" /> en het arrest Kaduna en Abkez<footnote-ref linkend="_a3465936-684d-489b-b7f5-16c39ed06758" /> volgt dat verweerder geen terugkeerbesluit kan opleggen wanneer een vreemdeling (nog) rechtmatig verblijf in Nederland heeft. Dat geldt ook voor de situatie waarin een vreemdeling rechtmatig verblijf heeft op grond van facultatieve tijdelijke bescherming. De rechtbank stelt vast dat eiser op 18 augustus 2025 geen rechtmatig verblijf had. Daartoe is het volgende van belang.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De Afdeling heeft in haar uitspraken van 23 april 2025 geoordeeld dat verweerder de facultatieve tijdelijke bescherming van derdelanders die een tijdelijke verblijfsvergunning hadden in Oekraïne mocht beëindigen op 4 maart 2024.<footnote-ref linkend="_17b36d01-d626-46dc-aa20-e5d871a8368d" /> In die uitspraken heeft de Afdeling ook geoordeeld dat verweerder geen toezeggingen heeft gedaan waaruit derdelanders mochten afleiden dat hun tijdelijke bescherming net zo lang zou duren als de verplichte tijdelijke bescherming. De Afdeling heeft de brief aan de Tweede Kamer waar eiser zich op beroept bij haar oordeel betrokken. Ten slotte heeft de Afdeling geconcludeerd dat schending van het Unierechtelijke rechtszekerheids- of het vertrouwensbeginsel niet aan de orde is. De rechtbank ziet geen aanleiding om hier anders over te oordelen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Daarnaast levert de bevriezingsmaatregel geen rechtmatig verblijf op als bedoeld in de Terugkeerrichtlijn. De rechtbank verwijst hierbij naar de uitspraak van de Afdeling van 31 oktober 2025.<footnote-ref linkend="_ed3a100d-bfff-4d1b-ae23-944d0104f5f6" /> Ook de toegewezen voorlopige voorziening maakt niet dat verweerder geen terugkeerbesluit had kunnen opleggen. Voor de interpretatie van het begrip “illegaal” in de zin van de Terugkeerrichtlijn moet mede worden gekeken naar het Terugkeerhandboek.<footnote-ref linkend="_abd49ca6-0a59-4664-8711-6475f0fdf118" /> In punt 1.2. van het Terugkeerhandboek staat dat personen aan wie uitstel van verwijdering is verleend als illegaal in de betrokken lidstaat verblijvend worden beschouwd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>6. De rechtbank oordeelt verder dat verweerder in het voornemen, dat deel uitmaakt van het bestreden besluit, voldoende is ingegaan op het risico van een artikel 3 EVRM-schending. Eiseres heeft hier niets tegenin gebracht. Over artikel 8 van het EVRM oordeelt de rechtbank dat er geen rechtsregel is die verweerder ertoe verplicht om ambtshalve aan deze norm te toetsen. Zowel over artikel 3 als artikel 8 van het EVRM overweegt de rechtbank dat eiseres onvoldoende concrete aanknopingspunten heeft aangedragen die het oordeel anders zouden maken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>7. Het beroep is ongegrond. Het terugkeerbesluit van 18 augustus 2025 is op goede gronden genomen. Er zijn geen belangen gesteld of gebleken die aanleiding geven tot een beoordeling van het ingetrokken terugkeerbesluit van 21 februari 2024 als bedoeld in artikel 6:19, zesde lid, van de Awb.</para>
    <para />
    <para>8. Nu verweerder het besluit waartegen eiseres beroep had ingesteld, heeft ingetrokken, ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in het vergoeden van de proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 907,-.<footnote-ref linkend="_e0a51235-5c59-4503-84eb-53fe676109e0" /></para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para>- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 907,-.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, rechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Froma, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen <emphasis role="bold">vier weken</emphasis> na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_765d3393-c4f1-4fd5-9208-eb003403ec70" label="1">
    <para> Op grond van artikel 8:81 j.o. 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b4ba8c04-e6be-4284-affb-9d7cea906322" label="2">
    <para> Op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_71377982-68d0-44d2-8d4f-56617ddb6b05" label="3">
    <para> Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen</para>
    <para>van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter</para>
    <para>bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen</para>
    <para>van de consequenties van de opvang van deze personen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c6b6e545-78c3-4aff-8c41-ce264aaf75db" label="4">
    <para> Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0339c80e-d5cc-466e-aa55-a4ffd776ba9d" label="5">
    <para> Arrest van het HvJEU van 19 juni 2018, in de zaak Sadikou Gnandi tegen de Belgische Staat, ECLI:EU:C:2018:465. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_175efbd0-c3ba-4bbe-8f04-851223885657" label="6">
    <para> Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_12dd2308-5b16-4a7f-aef2-1c16f38c0241" label="7">
    <para> Zie de uitspraak van de Afdeling van 23 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1829.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a3465936-684d-489b-b7f5-16c39ed06758" label="8">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 december 2024, ECLI:EU:C:2024:1038.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_17b36d01-d626-46dc-aa20-e5d871a8368d" label="9">
    <para> ECLI:NL:RVS:2025:1829, ECLI:NL:RVS:2025:1827 en ECLI:NL:RVS:2025:1836.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ed3a100d-bfff-4d1b-ae23-944d0104f5f6" label="10">
    <para> Zie de uitspraak van de Afdeling van 31 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5213, rechtsoverweging 1.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_abd49ca6-0a59-4664-8711-6475f0fdf118" label="11">
    <para> Aanbeveling (EU) 2017/2338 van 16 november 2017.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e0a51235-5c59-4503-84eb-53fe676109e0" label="12">
    <para> 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>