<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:22655</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-07-23T10:00:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL23.11651</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RVS:2026:1175" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#niet ontvankelijk">Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2026:1175, Niet ontvankelijk</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:22655">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:22655</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-02T12:32:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:22655 Rechtbank Den Haag , 27-11-2025 / NL23.11651</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:22655:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Asiel, ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:22655:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL23.11651 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. C. Mayne),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de minister van Asiel en Migratie</emphasis>, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: mr. S. Imami).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Eiser heeft op 22 januari 2022 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 22 maart 2023 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 30 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, A.P. Shanta als tolk en de gemachtigde van verweerder. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat de zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het asielrelaas</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>2. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser heeft de Sri-Lankaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1995. Eiser heeft in september 2016 deelgenomen aan een demonstratie. De dag daarop is eiser door de politie gearresteerd en mishandeld. Daar heeft hij littekens aan overgehouden. Eiser heeft vervolgens drie maanden vastgezeten. Er is ook een rechtszaak geweest. Toen eiser in 2017 weer vrij was, werd hij door de politie onder druk gezet om opdrachten uit te voeren, zoals smokkelen of steekpenningen betalen. Uit angst heeft eiser veel meegewerkt. Tijdens de coronaperiode in 2020 werd de aandacht minder vanwege een verschuiving in prioriteiten. Twee jaar later, in 2022, heeft eiser het land verlaten. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het bestreden besluit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven: 1) identiteit, nationaliteit en herkomst, 2) deelname aan de demonstratie, arrestatie, gevangenschap en vrijlating, en 3) ondervonden problemen door de politie na arrestatie en vrijlating.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Verweerder heeft het eerste asielmotief geloofwaardig geacht en de andere twee asielmotieven niet geloofwaardig geacht.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat vindt eiser?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert daartoe het volgende aan. Eiser voert aan dat verweerder ten onrechte de risicofactoren voor Tamils in Sri Lanka niet heeft betrokken bij de besluitvorming. Daarnaast is niet duidelijk welk referentiekader verweerder heeft gebruikt bij de beoordeling van eisers asielrelaas. Verder had verweerder een medisch onderzoek moeten opstarten. Eiser kan vanwege de martelingen die hij heeft ondergaan niet goed verklaren. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Over de geloofwaardigheid van zijn asielrelaas voert eiser aan dat hij tijdens de demonstratie banners vasthield en flyers uitdeelde, maar geen speciale rol had. Dit is niet tegenstrijdig met zijn verklaringen. Over de tegenwerping dat uit zijn verklaringen niet zou blijken dat hij de zitting niet heeft kunnen volgen wijst eiser erop dat hij heeft aangegeven dat de dossierstukken in het Singalees waren en dat hij later heeft verduidelijkt dat de advocaat hem tijdens de zitting in beperkt Tamil uitleg heeft gegeven. Daarnaast heeft eiser pas bij de zienswijze aangegeven dat er twee advocaten waren, omdat hij niet wist dat hij daarover niet duidelijk was. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Over de overgelegde documenten voert eiser aan dat hij deze van zijn advocaat heeft gekregen en dat de verklaring van een advocaat niet zomaar opzij kan worden geschoven. Daarbij was eiser niet bekend met de inhoud en heeft hij verklaard dat hij niet precies wist waarvan hij beschuldigd werd. Eiser kan daarom niet verklaren waarom er vier andere namen in het politierapport staan. Gezien de brief van Vluchtelingenwerk Nederland is het geen onbekende praktijk om vrijgelaten te worden na een afgedwongen bekentenis. Ook blijkt uit de brief dat in dergelijke gevallen ook na de vrijlating nog druk wordt gezet.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Verder voert eiser aan dat hij vreest voor terugkeer naar Sri Lanka. Hij heeft het land namelijk illegaal verlaten en is een afgewezen asielzoeker. Eiser vreest daarom op het vliegveld te worden opgepakt en verhoord. Eiser wijst daarbij op de brief van Vluchtelingenwerk van 7 maart 2023, waarin verwezen wordt naar een rapport van de Home Office van het Verenigd Koninkrijk van 22 augustus 2022 en een rapport van het Australische Department of Foreign Affairs and Trade (DFAT) van 23 december 2021. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat is het oordeel van de rechtbank?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Referentiekader:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>5. Hoewel het referentiekader niet expliciet in het bestreden besluit staat, wordt eiser niet gevolgd in zijn standpunt dat verweerder onvoldoende kenbaar rekening heeft gehouden met zijn referentiekader. Uit de door eiser aangehaalde uitspraken<footnote-ref linkend="_a9e0d117-91b5-4554-a6b0-d8fccb32c1c7" /> volgt namelijk niet dat verweerder expliciet het referentiekader in het besluit moet opnemen. Verder is van belang dat eiser in zijn beroepsgronden niet heeft geconcretiseerd wat verweerder anders had kunnen en moeten doen. Ook ter zitting is dit niet voldoende concreet gemaakt. Uit de enkele stelling dat eiser minimaal is opgeleid en jong is, volgt niet dat verweerder hier in de besluitvorming onvoldoende rekening mee heeft gehouden. Bovendien blijkt uit de stukken die zich in het dossier bevinden dat verweerder wel degelijk rekening heeft gehouden met eisers referentiekader. Zo staat in het medisch advies van MediFirst<footnote-ref linkend="_f918c5ab-3c67-41cb-8f88-4979e11c4927" /> dat eiser heeft gegeven dat hij moeite lijkt te hebben met het plaatsen van exacte data bij gebeurtenissen. De rechtbank stelt vast dat verweerder hem op dit punt ook niets tegenwerpt. Verder is in het verslag van het nader gehoor te lezen dat de beslismedewerker de vraag af en toe herhaalt en waar nodig doorvraagt. Ten slotte heeft verweerder er in het verweerschrift nog op gewezen dat in het voornemen en het besluit is aangegeven dat van eiser wordt verwacht dat hij eenduidig verklaart over zijn deelname aan de demonstratie, omdat hij daaraan meedeed in de hoedanigheid van president van de cricketclub. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Asielrelaas</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Deelname aan de demonstratie, arrestatie, gevangenschap en vrijlating</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder op goede gronden het asielrelaas van eiser ongeloofwaardig mogen achten. Redengevend daarvoor is dat eiser ongerijmd heeft verklaard over zijn arrestatie en rechtszaak, terwijl dit de kern van zijn asielrelaas betreft. Anders dan eiser stelt heeft verweerder hem mogen tegenwerpen dat hij tijdens het nader gehoor, ondanks dat hij verklaart dat hij president van de cricketclub was, vage en summiere antwoorden heeft gegeven op vragen over de club en haar bestuur. De verklaringen van eiser over de reden voor zijn arrestatie heeft verweerder onsamenhangend en tegenstrijdig mogen vinden. Zo heeft eiser enerzijds verklaard dat er een valse aangifte tegen hem is gedaan, namelijk dat hij geld zou hebben ontvangen van een terrorist, en anderzijds heeft hij verklaard dat hij aangehouden en meegenomen zou zijn vanwege zijn deelname aan de demonstratie en door de autoriteiten zou zijn verdacht van het creëren van de nieuwe politieke partij LTTE.<footnote-ref linkend="_41833aee-d3f7-4600-8b80-436e6b746bdc" /> Verder heeft verweerder inconsistent mogen achten dat eiser in zijn zienswijze stelt dat hij twee advocaten heeft gehad, terwijl hij in het nader gehoor enkel over een advocaat verklaart. Dat eiser eerder niet wist dat hij daarover niet duidelijk was, volgt de rechtbank niet. Op geen enkel moment tijdens het nader gehoor blijkt dat eiser en de gehoormedewerker elkaar verkeerd verstonden op dit punt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Verweerder heeft ook de redenen van eisers vrijlating ongeloofwaardig mogen achten. Eiser heeft enerzijds verklaard dat zijn advocaat zijn onschuld heeft bepleit en dat hij onder vrijwaarden en met een garantstelling door familie en TNA-politici<footnote-ref linkend="_034e6fe8-6b7f-4789-bab4-839770efccd0" /> is vrijgelaten.<footnote-ref linkend="_32a34f2c-63c7-497e-8801-ae5fc071ec4f" /> Vervolgens heeft eiser verklaard dat hij na een afgedwongen bekentenis is vrijgelaten.<footnote-ref linkend="_f7b411a7-d47a-464b-85f1-e3341cb47029" /> Daarbij heeft verweerder ongeloofwaardig mogen achten dat eiser niet goed weet wat voor partij de TNA is<footnote-ref linkend="_ff07bf00-527f-49d4-84ca-80ebd8a7b7a8" /> en welke politici voor hem garant hebben gestaan.<footnote-ref linkend="_2e85b9b1-7d28-4261-99cd-9eb7a4c5dc91" /> Ook heeft verweerder ongerijmd mogen vinden dat TNA-politici voor eiser garant zouden staan, terwijl uit een openbare bron blijkt dat de TNA afstand heeft genomen van de demonstratie.<footnote-ref linkend="_68124c4f-eaca-4763-8ebb-8f33f287dcaa" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>Over de overgelegde stukken heeft verweerder onregelmatig mogen vinden dat eisers naam plotseling verschijnt op bladzijde 5 van het politierapport, maar niet staat bij de opsomming van de arrestanten op bladzijde 3. Ook heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat eiser hiermee niet heeft opgehelderd waarvan hij nu precies verdacht werd. Eiser stelt enerzijds dat hij werd opgepakt vanwege het verbranden van een foto van de president<footnote-ref linkend="_07e21447-64af-4879-9a2f-67f18f09801f" /> en dat hij geld zou hebben overgemaakt naar een terrorist dan wel heeft ontvangen van een terrorist.<footnote-ref linkend="_ae2d8cfd-3a4e-4f21-8239-52068a2a52d7" /> Anderzijds staat in het overgelegde politierapport weliswaar dat eiser geld zou hebben overgemaakt naar een verdachte van terrorisme, maar ook dat eiser politieagenten met zwaarden en messen zou hebben aangevallen.<footnote-ref linkend="_92f71e30-a343-46a9-83d9-078b384e98d7" /> De verbranding van de foto wordt niet genoemd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>Ten slotte heeft verweerder eiser mogen tegenwerpen dat hij, gezien de duur van de gevangenneming en de ernst van de beschuldigingen, in de lange periode tussen zijn vrijlating in 2017 en zijn vertrek naar Nederland in 2022 nooit heeft uitgezocht van welke misdrijven hij nu precies verdacht werd en welke politici voor hem garant stonden. Daarbij heeft verweerder erop mogen wijzen dat deze beschuldigingen de kern van eisers relaas vormen. Anders dan eiser stelt heeft verweerder geen waarde hoeven te hechten aan de verklaring van de advocaat. Zoals verweerder in het verweerschrift terecht heeft opgemerkt is niet te verifiëren of ondergetekende daadwerkelijk een advocaat is en zo ja of deze advocaat eiser daadwerkelijk heeft bijgestaan. Ook heeft verweerder opmerkelijk mogen vinden dat er niet meer stukken van de rechtszaak zijn. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ondervonden problemen door de politie na arrestatie en vrijlating.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>7. Nu verweerder het eerste asielmotief de arrestatie en gevangenschap ongeloofwaardig heeft mogen achten, heeft verweerder eveneens ongeloofwaardig mogen achten dat eiser problemen zou hebben ondervonden na zijn gestelde gevangenschap. Verweerder heeft eiser in dit verband ook mogen tegenwerpen dat hij hier vage en summiere verklaringen over heeft afgelegd. De door eiser overgelegde informatie van Vluchtelingenwerk Nederland maakt dit niet anders. Verweerder heeft hierover terecht opgemerkt dat hij niet ontkent dat de in deze informatie beschreven praktijken in Sri Lanka hebben plaatsgevonden of plaatsvinden, maar dat het aan eiser is om aannemelijk te maken dat dit ook met hem gebeurd is. Hierin is eiser, gelet op het voorgaande niet geslaagd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Medisch: </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>8. Nu verweerder op goede gronden het asielrelaas ongeloofwaardig heeft mogen achten, heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat een medisch onderzoek naar de littekens van eiser niet geboden was, omdat de geloofwaardigheidsbeoordeling hierdoor niet anders zou zijn uitgevallen. Verweerder wijst daarbij terecht op de uitspraak van de Afdeling van 7 juni 2022<footnote-ref linkend="_7dc566b0-de1f-4486-96f0-50631cc9f327" /> waarbij de Afdeling heeft geoordeeld dat verweerder hierbij beoordelingsruimte toekomt. Dit volgt uit de tekst van artikel 18 van de Procedurerichtlijn.<footnote-ref linkend="_1ac6377f-80a6-4095-b67c-5d7fed4d7104" /> De rechtbank stelt verder vast dat tijdens het eerder genoemde MediFirst onderzoek geen melding is gemaakt van littekens of trauma’s. Weliswaar is het bestaan van littekens niet in geschil - eiser heeft tijdens het nader gehoor immers littekens aan handen en vingers laten zien<footnote-ref linkend="_64dbc1e1-d9c4-43df-8af0-a6bbf5caf7de" /> - maar dat neemt niet weg dat er gelet op wat hiervoor is overwogen voor de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten zijn om een medisch onderzoek te gelasten. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Tamil afkomst/risicofactoren</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>9. Het EHRM heeft in de zaak NA tegen Verenigd Koninkrijk een aantal risicofactoren opgesomd.<footnote-ref linkend="_e69d45bf-0d14-4510-910b-8d8263e729b4" /> Deze stonden ook in de Vreemdelingencirculaire tot 22 juli 2022.<footnote-ref linkend="_529d959b-368c-4597-98b0-a68d076bffa9" /> Met de WBV 2022/18 is het landenbeleid ten aanzien van Sri Lanka komen te vervallen. Het landenbeleid was van toepassing ten tijde van de aanvraag, maar niet ten tijde van het bestreden besluit. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.1.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder op bladzijde 6 van het bestreden voldoende duidelijk en gemotiveerd ingegaan op de risicofactoren die eiser heeft aangedragen. Daarbij heeft eiser in beroep niet geconcretiseerd welk punt verweerder gemist zou hebben of beter had moeten motiveren. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Terugkeer na illegale uitreis</emphasis>
        </para>
        <para>10. Op zitting heeft verweerder betwist dat eiser op illegale wijze is uitgereisd. Naar het oordeel van de rechtbank is dat te laat. In het bestreden besluit heeft verweerder de rechtmatigheid van eisers uitreis in het midden gelaten. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat verweerder gelooft dat eiser op illegale wijze is uitgereisd. Uit het rapport van DFAT uit 2021 waar eiser op heeft gewezen blijkt echter niet dat hij hierdoor bij terugkeer een reëel risico loopt op een met artikel 3 van het EVRM strijdige behandeling. Weliswaar staat in dit rapport dat zij die illegaal zijn uitgereisd naar de CID<footnote-ref linkend="_ecf4ec58-ff3e-423f-a18e-5f04e0e31b94" /> zullen worden doorverwezen en in staat van beschuldiging zullen worden gesteld, waarna zij naar de rechtbanken in Negombo worden gebracht, waar zij op borgtocht worden vrijgelaten. Het rapport vermeldt verder dat terugkeerders die reizen met een tijdelijk reisdocument door de politie worden onderzocht met het oog op mogelijke antecedenten. Volgens DFAT worden de meeste terugkeerders, waaronder afgewezen asielzoekers, echter niet actief en langdurig in de gaten gehouden. Ten slotte staat in het rapport dat sommige Tamils, wier asielverzoeken zijn afgewezen, hebben aangegeven geen problemen te hebben ondervonden bij terugkeer in Sri Lanka.<footnote-ref linkend="_d08adbd0-fc7f-43e4-bb02-8808be3dfd92" /></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.1.</nr>
      <para>Verder staat in het Algemeen ambtsbericht Sri Lanka<footnote-ref linkend="_98c130a1-f197-48c5-9d2e-51aaf1c959ff" /> dat terugkeerders soms te maken hebben met controles. Dit komt vaker voor bij mensen die op een vervangend reisdocument terugreizen dan bij mensen die op hun eigen paspoort terugreizen.<footnote-ref linkend="_55a48f75-ef77-4a20-9742-3e98370a95e5" /> In het ambtsbericht staat ook dat in het verleden is voorgekomen dat terugkeerders werden gedetineerd, maar de meeste bronnen geven aan dat dit nu niet meer het geval is.<footnote-ref linkend="_c4e76f54-567e-437e-9ca9-334476d0ef65" /> Ten aanzien van terugkerende Tamils schrijft het ambtsbericht dat er sprake is van huisbezoeken en telefoontjes door de veiligheidsdiensten, maar niet bekend is op welke schaal Tamils gemonitord worden.<footnote-ref linkend="_404c2465-36f3-425d-866a-031a47d68d56" /> Naar het oordeel van de rechtbank blijkt ook uit dit ambtsbericht niet dat eiser door zijn illegale uitreis, dan wel door zijn afgewezen asielaanvraag een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. Voor zover eiser zijn vrees (mede) baseert op de verdenking van terrorisme, wijst de rechtbank erop dat deze verdenking niet geloofwaardig is geacht. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>11. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, rechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Froma, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_a9e0d117-91b5-4554-a6b0-d8fccb32c1c7" label="1">
    <para> Uitspraak van de Afdeling van 15 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1630 en 6 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:341.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f918c5ab-3c67-41cb-8f88-4979e11c4927" label="2">
    <para> Medisch advies van MediFirst van 9 mei 2022.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_41833aee-d3f7-4600-8b80-436e6b746bdc" label="3">
    <para> Liberation Tigers of Tamil Eelam.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_034e6fe8-6b7f-4789-bab4-839770efccd0" label="4">
    <para> Tamil National Alliance. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_32a34f2c-63c7-497e-8801-ae5fc071ec4f" label="5">
    <para> Bladzijde 10, nader gehoor.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f7b411a7-d47a-464b-85f1-e3341cb47029" label="6">
    <para> Bladzijde 18, nader gehoor.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ff07bf00-527f-49d4-84ca-80ebd8a7b7a8" label="7">
    <para> Bladzijden 18 en 19, nader gehoor.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2e85b9b1-7d28-4261-99cd-9eb7a4c5dc91" label="8">
    <para> Bladzijde 11, nader gehoor.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_68124c4f-eaca-4763-8ebb-8f33f287dcaa" label="9">
    <para> Artikel ‘TNA leadership distances itself from mass rally, Tamil Guardian van 26 september 2016.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_07e21447-64af-4879-9a2f-67f18f09801f" label="10">
    <para> Bladzijde 14, nader gehoor. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_ae2d8cfd-3a4e-4f21-8239-52068a2a52d7" label="11">
    <para> Bladzijden 15 en 17, nader gehoor en correcties een aanvullingen op het nader gehoor.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_92f71e30-a343-46a9-83d9-078b384e98d7" label="12">
    <para> Bladzijde 6, politierapport (bladzijde 17 zienswijze). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_7dc566b0-de1f-4486-96f0-50631cc9f327" label="13">
    <para> Uitspraak van de Afdeling van 7 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1584.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1ac6377f-80a6-4095-b67c-5d7fed4d7104" label="14">
    <para> Richtlijn 2013/32.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_64dbc1e1-d9c4-43df-8af0-a6bbf5caf7de" label="15">
    <para> Bladzijde 17, nader gehoor.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e69d45bf-0d14-4510-910b-8d8263e729b4" label="16">
    <para> EHRM, 17 juli 2008, ECLI:CE:ECHR:2008:0717JUD002590407 (<emphasis role="italic">N.A. t. VK</emphasis>).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_529d959b-368c-4597-98b0-a68d076bffa9" label="17">
    <para> C7/31.4.4. Vreemdelingencirculaire 2000 (versie: 21-7-2022). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_ecf4ec58-ff3e-423f-a18e-5f04e0e31b94" label="18">
    <para> Criminal Investigation Department.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d08adbd0-fc7f-43e4-bb02-8808be3dfd92" label="19">
    <para> Brief Vluchtelingenwerk Nederland, bladzijde 25.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_98c130a1-f197-48c5-9d2e-51aaf1c959ff" label="20">
    <para> Algemeen ambtsbericht (AAB) Sri Lanka, juni 2024.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_55a48f75-ef77-4a20-9742-3e98370a95e5" label="21">
    <para> AAB Sri Lanka, bladzijde 64.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c4e76f54-567e-437e-9ca9-334476d0ef65" label="22">
    <para> AAB Sri Lanka, bladzijde 66.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_404c2465-36f3-425d-866a-031a47d68d56" label="23">
    <para> AAB Sri Lanka, bladzijde 67. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>