<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:22384</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-01T11:15:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.28524</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:22384">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:22384</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-01T11:15:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:22384 Rechtbank Den Haag , 11-09-2025 / NL25.28524</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:22384:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>beroep tegen niet tijdig beslissen, BNT, beroep gegrond, zestien weken beslistermijn</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:22384:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL25.28524 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [V-Nummer]
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , belanghebbende</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. S. Thelosen),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Asiel en Migratie, verweerder.</bridgehead>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende heeft beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft de gelegenheid van verweer gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.<footnote-ref linkend="_181a639b-3e93-4b29-84cc-c29ba65d2efa" /></para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het wettelijke kader en de aan het beroep ten grondslag liggende overwegingen verwijst de rechtbank naar de bijlage bij deze uitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is de beslistermijn overschreden?</emphasis>
      </para>
      <para>( x ) Ja, belanghebbende heeft onbetwist gesteld dat de beslistermijn is overschreden.</para>
      <para>(   ) Ja, dit is tussen partijen niet in geschil.</para>
      <para>(   ) Nee.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is er een correcte ingebrekestelling en is het beroep meer dan twee weken later ingesteld?</emphasis>
      </para>
      <para>( x ) Ja.<?linebreak?>(   ) Nee. </para>
      <para>(   ) Een ingebrekestelling is in dit geval niet vereist. De rechtbank verwijst hierbij naar de uitspraak van de Afdeling<footnote-ref linkend="_6ef99a2e-edb9-4c4d-8206-ef3dc00f7a5b" /> bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 8 maart 2019.<footnote-ref linkend="_ab1aa8e2-59d3-4ebb-9734-bffd6bdc0efe" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is het beroep gegrond?</emphasis>
      </para>
      <para>(   ) Nee. Het beroep is niet-ontvankelijk omdat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.<?linebreak?>( x ) Ja.<?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Heeft belanghebbende de rechtbank verzocht om de bestuurlijke dwangsom vast te stellen? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(   ) Ja. Verweerder is in dit geval geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd. Met de tijdelijke wet dwangsom heeft verweerder de bestuurlijke dwangsom afgeschaft in asielzaken. Dit is niet in strijd met het Unierechtelijke gelijkwaardigheidsbeginsel of doeltreffendheidsbeginsel. Voor de motivering van dit oordeel wordt verwezen naar de uitspraak van de Afdeling van 30 november 2022.<footnote-ref linkend="_305f34ab-464b-4f41-8284-283a9ea61d58" /><?linebreak?>( x ) Nee. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Binnen welke termijn moet verweerder alsnog een besluit nemen? </emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>( x ) De rechtbank stelt een termijn vast die aansluit bij het 8+8-wekenmodel zoals geformuleerd in de uitspraak van de Afdeling van 8 juli 2020.<footnote-ref linkend="_b3aaa938-86cf-424c-b9b5-c603c5dce5c6" /> Het nader gehoor is nog niet afgenomen. Dat betekent dat de rechtbank verweerder thans nog zestien weken biedt om te beslissen op de asielaanvraag.</para>
      <para>(   ) De rechtbank stelt een termijn vast die aansluit bij het 8+8-wekenmodel zoals geformuleerd in de uitspraak van de Afdeling van 8 juli 2020.<footnote-ref linkend="_414260bf-3755-4351-8e77-3427f70b07aa" /> Het nader gehoor is al afgenomen. Dat betekent dat de rechtbank verweerder thans nog acht weken biedt om te beslissen op de asielaanvraag.</para>
      <para>(   ) De rechtbank stelt vast dat verweerder in het verleden uitdrukkelijk is opgedragen te beslissen op de aanvraag van belanghebbende, maar dat nog steeds niet heeft gedaan. Niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die daaraan sedertdien in de weg hebben gestaan.  Dat betekent dat de rechtbank verweerder thans de standaardtermijn van twee weken biedt om te beslissen op de asielaanvraag.</para>
      <para>(   ) De rechtbank ziet in dit geval aanleiding om verweerder op te dragen zo snel mogelijk op de asielaanvraag van belanghebbende te beslissen, maar uiterlijk twee weken na verzending van deze uitspraak. De rechtbank stelt vast dat de uiterste termijn van 21 maanden zoals genoemd in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn  is verstreken zonder dat verweerder een besluit heeft genomen.<footnote-ref linkend="_5d24a4ed-d94e-49b7-8faa-1d2aa9cdf6ce" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoe hoog is de rechterlijke dwangsom als verweerder niet binnen deze termijn beslist? </emphasis>
        <?linebreak?>( x ) € 100,-, met een maximum van € 7.500,-. <?linebreak?>(   ) € 200,-, met een maximum van € 15.000,-.</para>
      <para>(   ) € 250,-, met een maximum van € 37.500,-.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="underline">Is er aanleiding om proceskosten vast te stellen?</emphasis>
      </para>
      <para>( x ) Ja. <?linebreak?>(   ) Nee.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoe hoog zijn de te vergoeden proceskosten?</emphasis>
        <?linebreak?>De volgende proceskosten worden toegekend:</para>
      <para>( x ) 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,5.<?linebreak?>(   ) 0,5 punt voor een nadere reactie met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,5. </para>
      <para>(   ) 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1.<?linebreak?>(   ) 0,5 punt voor een nadere reactie met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1.<?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>(   ) verklaart het beroep niet-ontvankelijk; </para>
      <para>( x ) verklaart het beroep gegrond;</para>
      <para>( x ) draagt verweerder op binnen maximaal zestien weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit bekend te maken;</para>
      <para>(   ) draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit bekend te maken;</para>
      <para>(   ) draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit bekend te maken; </para>
      <para>(   ) draagt verweerder op zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit bekend te maken; </para>
      <para>( x ) bepaalt dat verweerder aan belanghebbende een dwangsom van <?linebreak?>( x ) € 100,- (   ) € 200,-  (   ) € 250,- verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van ( x )  € 7.500,-  (   )  € 15.000,-  (   )  € 37.500,-.</para>
      <para>( x ) veroordeelt verweerder in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van</para>
      <para>( x ) € 453,50 (   ) € 680,25 (   ) € 907,- (   ) € 1.360,50.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, rechter, <?linebreak?>in aanwezigheid van mr. S. Özçelik, griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_181a639b-3e93-4b29-84cc-c29ba65d2efa" label="1">
    <para> Op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6ef99a2e-edb9-4c4d-8206-ef3dc00f7a5b" label="2">
    <para> Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ab1aa8e2-59d3-4ebb-9734-bffd6bdc0efe" label="3">
    <para> ECLI:NL:RVS:2019:673.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_305f34ab-464b-4f41-8284-283a9ea61d58" label="4">
    <para> ECLI:NL:RVS:2022:3352.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b3aaa938-86cf-424c-b9b5-c603c5dce5c6" label="5">
    <para>ECLI:NL:RVS:2020:1560.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_414260bf-3755-4351-8e77-3427f70b07aa" label="6">
    <para>ECLI:NL:RVS:2020:1560.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5d24a4ed-d94e-49b7-8faa-1d2aa9cdf6ce" label="7">
    <para> Zie ook ECLI:NL:RVS:2020:1560.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>