<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:22020</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-31T10:05:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24_2009 en 24_2010</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2026/156</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:22020">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:22020</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-29T12:45:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:22020 Rechtbank Den Haag , 19-11-2025 / 24_2009 en 24_2010</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:22020:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Inkomstenbelasting. Verweerder maakt verzending aanslagen aan juiste adres aannemelijk. Bezwaren terecht wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:22020:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team belastingrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: SGR 24/2009 en SGR 24/2010</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 november 2025 in de zaken tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], wonende te [woonplaats], eiser</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2015 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en een aanslag inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet (Zvw) opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft het bezwaar tegen de aanslagen IB/PVV en Zvw bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar van 12 december 2023 niet-ontvankelijk verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft daartegen beroep ingesteld. De rechtbank heeft aan het beroep dat betrekking heeft op de aanslag IB/PVV zaaknummer SGR 24/2009 toegekend en aan het beroep dat betrekking heeft op de aanslag Zvw zaaknummer SGR 24/2010. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 oktober 2025. </para>
      <para>Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [medewerker belastingdienst 1] en mr. [medewerker belastingdienst 2]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. Eiser stond van 4 april 2016 tot 3 november 2020 in de Basisregistratie Personen ingeschreven op een adres in [land] (het buitenlandse adres). Vanaf 3 november 2020 staat hij ingeschreven op een adres in [plaats] (het binnenlandse adres).</para>
    <para />
    <para>2. Aan eiser zijn met dagtekening 29 november 2017 aanslagen IB/PVV en ZVW voor het jaar 2015 opgelegd. De aanslagbiljetten zijn gericht aan eiser op het buitenlandse adres.</para>
    <para />
    <para>3. Met dagtekening 15 september 2022 zijn door de ontvanger van de belastingdienst aan eiser mededelingen nieuwe verjaringstermijn verzonden. Deze mededelingen zien op de aanslagen IB/PVV en Zvw voor het jaar 2015 en zijn gericht aan eiser op het binnenlandse adres.  </para>
    <para />
    <para>4. Met dagtekening 26 mei 2023 is door de ontvanger aan eiser een aankondiging vordering wegens belastingschuld verzonden. De aankondiging ziet, onder meer, op de belastingschuld die open staat op de aanslagen IB/PVV en Zvw voor het jaar 2015. Deze aankondiging is gericht aan eiser op het binnenlandse adres.   </para>
    <para />
    <para>5. Eiser heeft bij brief met dagtekening 21 juni 2023 bezwaar gemaakt tegen, onder meer, de aanslagen IB/PVV en ZVW voor het jaar 2015. Het bezwaarschrift is op 26 juni 2023 door verweerder ontvangen.</para>
    <para />
    <para>6. De bezwaren tegen de aanslagen IB/PVV en ZVW voor het jaar 2015 zijn wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard. Verweerder heeft de bezwaren tevens aangemerkt als verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslagen IB/PVV en Zvw voor het jaar 2015. Het verzoek om ambtshalve vermindering is afgewezen.</para>
    <para />
    <para>7. In de procedure die betrekking heeft op de afwijzing van het verzoek om ambtshalve vermindering is door de rechtbank reeds uitspraak gedaan.<footnote-ref linkend="_91576303-f6f1-4c65-b4ee-84218d547258" /> Daartegen is door eiser cassatie ingesteld.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Geschil</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>8. In geschil is of de bezwaren tegen de aanslagen IB/PVV en Zvw voor het jaar 2015 terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard.</para>
    <para />
    <para>9. Eiser stelt dat de bezwaren ten onrechte niet-ontvankelijk zijn verklaard. Volgens eiser is de termijnoverschrijding verschoonbaar. Eiser voert aan dat hij de aanslagbiljetten niet heeft ontvangen en pas met de aankondiging van 26 mei 2023 op de hoogte is geraakt van het bestaan van de aanslagen. De bezwaartermijn was toen reeds verstreken. </para>
    <para />
    <para>10. Verweerder stelt dat de bezwaren terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling van het geschil</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>11. Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt een termijn van zes weken. Deze termijn vangt op grond van artikel 22j van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) aan op de dag na die van de dagtekening van het aanslagbiljet, tenzij de dag van dagtekening gelegen is vóór de dag van de bekendmaking. Bekendmaking geschiedt in de regel door verzending per post (zie artikel 3:41, eerste lid, van de Awb).</para>
    <para />
    <para>12. Ingevolge artikel 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een bezwaarschrift tijdig ingediend wanneer het voor het einde van de termijn door het bestuursorgaan is ontvangen. Als het bezwaarschrift per post wordt verstuurd, is het ook tijdig ingediend wanneer het voor afloop van de termijn op de post is gedaan en door het bestuursorgaan is ontvangen binnen een week na afloop van de termijn.</para>
    <para />
    <para>13. Indien een bezwaarschrift te laat is ingediend, moet het bestuursorgaan het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig indienen van het bezwaarschrift betrokkene niet is toe te rekenen. In dat geval laat het bestuursorgaan op grond van artikel 6:11 van de Awb niet-ontvankelijkverklaring als gevolg van die te late indiening achterwege.</para>
    <para />
    <para>14. Uitgaande van de dagtekening 29 november 2017 van de aanslagen eindigde de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift op 11 januari 2018. Het bezwaarschrift van eiser is op 26 juni 2023 ontvangen. Dat is dus te laat.</para>
    <para />
    <para>15. Eiser stelt echter dat hij de aanslagen niet heeft ontvangen. Daarom is het aan verweerder om de verzending van de aanslagen aannemelijk te maken, meer specifiek dat de aanslag is verzonden naar het juiste adres en dat het stuk ter postverzending aan een postvervoerbedrijf is aangeboden. Daarbij zal de heffingsambtenaar mede aannemelijk moeten maken aan welk postvervoerbedrijf het desbetreffende poststuk is aangeboden.<footnote-ref linkend="_0783d5af-7c4d-447d-8dc8-0c70072b4461" /> Verweerder heeft daartoe op 4 oktober 2024 gedagtekende rapporten overgelegd. Deze rapporten zijn opgesteld door [naam], medewerker Verwerken en Behandelen bij Belastingdienst/Centrale Administratieve Processen, en bevatten de onderzoeksresultaten ten aanzien van de opmaak en verzending van de aanslagen.</para>
    <para />
    <para>16. Met voormelde rapporten heeft verweerder onderbouwd dat de aanslagen op 23 november 2017 ter verzending zijn aangeboden aan PostNL. Voorts is gesteld noch gebleken dat de gebruikte adresgegevens onjuist zouden zijn. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder aannemelijk gemaakt dat de aanslagen naar het juiste adres zijn verzonden.</para>
    <para />
    <para>17. Het ligt vervolgens op de weg van eiser om feiten te stellen op grond waarvan de ontvangst van de aanslagen redelijkerwijs kan worden betwijfeld. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser daarin niet geslaagd. Eiser heeft niet onderbouwd dat er sprake is geweest van problemen met de postbezorging op het buitenlandse adres. Evenmin heeft hij aannemelijk gemaakt dat hem niet is toe te rekenen dat het bezwaarschrift te laat is ingediend. Van een situatie als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb is geen sprake.</para>
    <para />
    <para>18. Dat aanslagen die aan eiser voor het jaar 2014 zijn opgelegd door verweerder zijn vernietigd, doet aan het voorgaande niet af. Anders dan in onderhavige zaken kon verweerder ten aanzien van de aanslagen voor 2014 geen verzendrapporten overleggen.</para>
    <para />
    <para>19. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de bezwaren tegen de aanslagen IB/PVV en Zvw voor het jaar 2015 terecht wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk zijn verklaard. De rechtbank zal de beroepen daarom ongegrond verklaren.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Proceskosten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>20. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.	</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. B.J. Rubbens, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Blauw, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 november 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier							rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).</para>
      <para>Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:</para>
    </parablock>
    <para>1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;</para>
    <para>2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend. </para>
    <para>Verder vermeldt u ten minste het volgende:</para>
    <para>a. de naam en het adres van de indiener;</para>
    <para>b. de datum van verzending;</para>
    <para>c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;</para>
    <para>d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).</para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_91576303-f6f1-4c65-b4ee-84218d547258" label="1">
    <para> Zaaknummers SGR 24/7670 en SGR 24/7671. Deze beroepen zijn bij uitspraak van 17 december 2024 niet-ontvankelijk verklaard. Het daartegen ingestelde verzet is bij uitspraak van 28 maart 2025 ongegrond verklaard. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_0783d5af-7c4d-447d-8dc8-0c70072b4461" label="2">
    <para> Hoge Raad 19 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:59.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>