<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:21978</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-24T17:00:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL25.43768</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:21978">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:21978</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-21T09:58:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:21978 Rechtbank Den Haag , 20-11-2025 / NL25.43768</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:21978:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geloofwaardigheid homoseksualiteit Nigeria, 3 EVRM, beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:21978:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: NL25.43768 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 november 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , v-nummer [nummer] , eiser</title>
    <para>(gemachtigde: mr. E.J.P. Cats),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Asiel en Migratie,</title>
    <para>(gemachtigde: mr. M.C. Post-Kadijk).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Samenvatting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser.<footnote-ref linkend="_d509539b-96e1-4248-9005-020a4851b8ea" /> Hij is het hier niet mee eens en heeft hiertegen een aantal beroepsgronden aangevoerd. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het besluit van de minister om de asielaanvraag af te wijzen in stand kan blijven. De minister heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de door eiser gestelde homoseksuele gerichtheid en de daarmee samenhangende problemen ongeloofwaardig zijn. Daarnaast heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser geen gegronde vrees heeft voor vervolging en dat hij bij terugkeer geen reëel risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM.<footnote-ref linkend="_0b40d00b-99a7-447c-baf8-250baf183770" /> Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Eiser heeft op 24 april 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 3 september 2025 afgewezen als ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Eiser heeft daartegen beroep ingesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 13 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en diens gemachtigde en de gemachtigde van de minister.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het asielrelaas</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij uit Nigeria komt, dat hij de Nigeriaanse nationaliteit heeft en dat hij tot de Edo/Isha bevolkingsgroep behoort. Eiser is homoseksueel en heeft vanwege zijn homoseksuele gerichtheid in Nigeria problemen ondervonden. Eiser heeft een relatie gehad met een man (genaamd [naam man] ) en is in 2013, na ontdekking van deze relatie, door de vader van [naam man] en vier jongens ontvoerd en zwaar mishandeld. Eiser is daarvoor in het ziekenhuis behandeld en is vervolgens naar een andere stad verhuisd waar hij ondergedoken heeft gezeten. De familie van eiser accepteert zijn homoseksuele gerichtheid niet en zijn oom beschouwt het als een ziekte.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het bestreden besluit </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. Het asielrelaas bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:</para>
    <para>- identiteit, nationaliteit en herkomst; </para>
    <para>- de homoseksuele gerichtheid en de daardoor ondervonden problemen. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De minister acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. De verklaringen van eiser over zijn gestelde homoseksuele gerichtheid en de daardoor ondervonden problemen vormen volgens de minister echter geen samenhangend en aannemelijk geheel<footnote-ref linkend="_fc15dd5a-5de1-447e-9dcf-653d386662e8" /> en worden daarom ongeloofwaardig geacht. Eiser heeft volgens de minister onvoldoende inzichtelijk gemaakt wat het persoonlijk met hem deed toen hij ontdekte dat hij homoseksueel is en dat zijn familie dit niet accepteert. Eiser heeft ook niet aannemelijk verklaard over de gestelde twee jaar durende relatie met [naam man] . Daarnaast heeft eiser summier verklaard over het uiten van zijn homoseksualiteit in Nederland en kon hij niet goed uitleggen wat het persoonlijk voor hem betekent dat homoseksualiteit in Nigeria strafbaar is. De verklaringen over de problemen en de ontvoering in Nigeria acht de minister tegenstrijdig en daarom ongeloofwaardig. Eisers identiteit, nationaliteit en herkomst leveren volgens de minister geen gegronde vrees voor vervolging dan wel een reëel risico op ernstige schade op. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Acht de minister de homoseksuele gerichtheid van eiser en de daardoor ondervonden problemen ten onrechte ongeloofwaardig? </emphasis>
        </para>
        <para>5. Eiser betoogt dat de minister de homoseksuele gerichtheid en de daardoor ondervonden problemen van eiser ten onrechte ongeloofwaardig heeft bevonden. Daartoe voert eiser aan dat hij zijn gedachten en gevoelens uit de periode waarin hij zijn homoseksuele gerichtheid ontdekte, wel degelijk op authentieke wijze inzichtelijk heeft gemaakt. Zo heeft eiser onder meer verklaard dat hij zich aangetrokken voelde tot jongens en dat hij dit gevoel niet had bij meisjes. Ook heeft eiser met zijn gevoelens geworsteld en zelfs geprobeerd relaties met meisjes aan te gaan, omdat hij zich bewust was van het gevaar dat homoseksualiteit in Nigeria met zich meebrengt. Verder heeft eiser zijn relatie met [naam man] aannemelijk gemaakt door te verklaren hoe de relatie verliep en waarom hij zo blij was met die relatie. Daarnaast betoogt eiser dat hij voldoende heeft verklaard over de impact die de strafbaarstelling van homoseksualiteit in Nigeria op hem heeft. Hij heeft uiteengezet tot welke ingrijpende gevolgen zijn relatie met een man voor hem hebben geleid, waaronder zijn ontvoering en de daaropvolgende mishandeling. Daarmee heeft eiser onderbouwd wat het voor hem persoonlijk betekent dat hij in Nigeria niet vrij kan zijn om te zijn wie hij is. Eiser heeft verklaard dat zijn innerlijke worsteling met zijn homoseksualiteit pas tot een einde kwam in Italië, omdat hij zich daar voor het eerst vrij voelde om zichzelf te zijn. Ook voert hij aan dat hij wel degelijk heeft verklaard wat het voor hem betekent dat hij in Nederland vrij uiting kan geven aan zijn homoseksuele gerichtheid. Hij voelt zich in Nederland vrij om homoseksueel te zijn. Bovendien is eiser in Nederland actief binnen de LHBTI-gemeenschap, hij bezoekt LHBTI-bijeenkomsten en is aanwezig geweest bij de Pride Amsterdam.<footnote-ref linkend="_df98f463-9b70-4d79-a1c3-69bd0e3ec4f4" /> Eiser heeft dit onderbouwd met foto’s en met een brief van 19 mei 2025 van [persoon A]<footnote-ref linkend="_59015866-55d4-46a0-bed5-02c307e06865" />, waarin wordt verklaard dat hij betrokken is bij de LHBTI-gemeenschap in Nederland. Ten slotte betoogt eiser dat hij na de mishandeling en ontvoering is achtergelaten door zijn ontvoerders en dat hij hierover niet tegenstrijdig heeft verklaard. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet op samenhangende en aannemelijke wijze heeft verklaard<footnote-ref linkend="_ec583889-e517-4fd6-9ecb-cf16b0dfef9f" /> over zijn homoseksuele gerichtheid en de problemen die hij daardoor heeft ondervonden. De minister heeft zich op het standpunt mogen stellen dat eiser zijn gedachten en gevoelens omtrent zijn homoseksuele gerichtheid onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt. Van hem mag worden verwacht dat hij op authentieke en persoonlijke wijze kan verklaren over zijn gedachten, gevoelens en beleving van zijn homoseksuele gerichtheid, de door hem gestelde acceptatie hiervan binnen een context waar dit niet wordt geaccepteerd naar een context waar dit wel wordt geaccepteerd. De minister heeft eiser mogen tegenwerpen dat hij summier heeft verklaard over de reactie van zijn familie op zijn homoseksuele gerichtheid. Zo heeft hij enkel verklaard dat zijn familie dit afkeurt en dat hij deze afkeuring heeft geaccepteerd. Daarmee heeft hij onvoldoende duidelijk gemaakt welke persoonlijke impact deze afkeuring op hem (gehad) heeft. Ook de gestelde relatie met [naam man] heeft de minister niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Eiser heeft verklaard dat het om een jeugdig contact ging dat twee jaar heeft geduurd, maar heeft geen nadere toelichting gegeven over de aard en betekenis van deze relatie. Ten aanzien van zijn verklaringen over het leven als homoseksueel in Nigeria heeft eiser slechts verklaard dat hij daar niet vrij kan leven. Hij heeft echter niet concreet toegelicht wat deze beperking voor hem persoonlijk inhoudt. Daarnaast heeft eiser onvoldoende inzichtelijk gemaakt wat het voor hem persoonlijk betekent om in Nederland openlijk uiting te kunnen geven aan zijn homoseksuele gerichtheid. Zijn verklaring dat het in Nederland veilig is om homoseksueel te zijn en dat hij in Nederland actief is binnen de LHBTI-gemeenschap is daarvoor onvoldoende. Tot slot heeft de minister eiser terecht tegengeworpen dat hij tegenstrijdig heeft verklaard over de vrijlating na de door hem gestelde ontvoering door de vader van [naam man] en vier andere jongens. Zo heeft eiser eerst verklaard dat hij is vrijgelaten<footnote-ref linkend="_1d234526-d024-405b-ac31-4e85c24ff5d0" /> door zijn ontvoerders, terwijl hij later in het gehoor heeft verklaard dat zijn ontvoerders eerder waren vertrokken dan hijzelf.<footnote-ref linkend="_5a739add-c488-4d84-be6b-c2f84ad7dd6a" /> Gelet op al deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de minister de door eiser gestelde homoseksuele gerichtheid en de daardoor ondervonden problemen, niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. De beroepsgrond slaagt niet.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Loopt eiser bij terugkeer naar Nigeria de kans op vervolging of een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM?</emphasis>
        </para>
        <para>6. Eiser betoogt dat de minister zich onterecht op het standpunt heeft gesteld dat hij bij terugkeer naar Nigeria geen gegronde vrees heeft voor vervolging en geen reëel risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM. Daartoe voert eiser aan dat hij in Nigeria, waar homoseksualiteit strafbaar is, als homoseksueel is ontmaskerd en hij zijn seksuele gerichtheid niet langer verborgen kan houden. Zijn familie is op de hoogte van zijn homoseksualiteit en keurt dit af en zijn oom ziet zijn homoseksuele gerichtheid als een ziekte. In het verleden is eiser slachtoffer geweest van ernstige mishandelingen, vernederingen en een ontvoering door vier jongens en de vader van [naam man] met wie hij twee jaar een relatie heeft gehad. De vader van [naam man] zal eiser bij terugkeer vermoorden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Nigeria te vrezen heeft voor vervolging dan wel een reëel risico op ernstige schade loopt. De rechtbank heeft hiervoor onder 5.1. al geoordeeld dat de minister de door eiser gestelde homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft bevonden. Eiser heeft zijn vrees dat hij bij terugkeer naar Nigeria zal worden gezocht door de vader van [naam man] en door hem zal worden vermoord dan ook niet aannemelijk gemaakt. Dat eiser afkomstig is uit Nigeria is op zichzelf onvoldoende om aan te nemen dat hij bij terugkeer zal worden vervolgd dan wel een reëel risico loopt op ernstige schade. De beroepsgrond slaagt niet. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>7. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. </para>
      <para>Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en geen vergoeding krijgt van zijn proceskosten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. O. El Kadi, rechter, in aanwezigheid van mr. R.C. Lubbers, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_d509539b-96e1-4248-9005-020a4851b8ea" label="1">
    <para> Als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0b40d00b-99a7-447c-baf8-250baf183770" label="2">
    <para> Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_fc15dd5a-5de1-447e-9dcf-653d386662e8" label="3">
    <para> In de zin van artikel 31, zesde lid, van de Vw 2000. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_df98f463-9b70-4d79-a1c3-69bd0e3ec4f4" label="4">
    <para>De Pride Amsterdam is een meerdaags evenement met een homocultureel karakter. ( [website])</para>
  </footnote>
  <footnote id="_59015866-55d4-46a0-bed5-02c307e06865" label="5">
    <para> [persoon A] is Chair lady van Phoenix Amsterdam van de Amsterdam support group voor LHBTI.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ec583889-e517-4fd6-9ecb-cf16b0dfef9f" label="6">
    <para> Als bedoeld in artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw 2000.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1d234526-d024-405b-ac31-4e85c24ff5d0" label="7">
    <para> Verslag nader gehoor van 28 augustus 2025, pagina 24.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5a739add-c488-4d84-be6b-c2f84ad7dd6a" label="8">
    <para> Verslag nader gehoor van 28 augustus 2025, pagina 25.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>