<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBDHA:2025:21936</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-24T10:34:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/09/677418 / FA RK 24-9024</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:21936">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:21936</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-24T10:33:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBDHA:2025:21936 Rechtbank Den Haag , 11-07-2025 / C/09/677418 / FA RK 24-9024</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBDHA:2025:21936:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Echtscheiding. Wagonstelsel van toepassing op afwikkeling huwelijksvermogen: eerst Marokkaans recht, daarna Nederlands recht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBDHA:2025:21936:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <bridgehead role="bold caps">Rechtbank DEN HAAG</bridgehead>
  <para />
  <parablock>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Rekestnummer: FA RK 24-9024</para>
    <para>Zaaknummer: C/09/677418</para>
    <para>Datum beschikking: 11 juli 2025</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Scheiding</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beschikking</emphasis> op het op 16 december 2024 ingekomen verzoek van:</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [de vrouw]
      </emphasis>,</para>
    <para>de vrouw,</para>
    <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres, </para>
    <para>advocaat: mr. G. Alkilic te ’s-Gravenhage. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Als belanghebbende wordt aangemerkt:</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [de man]
      </emphasis>,</para>
    <para>de man,</para>
    <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres, maar feitelijk gedetineerd op een onbekende plek in Frankrijk. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Procedure</emphasis>
    </para>
    <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:</para>
  </parablock>
  <para>- het verzoekschrift;</para>
  <para>- het exploot van betekening van dit verzoekschrift; </para>
  <para />
  <parablock>
    <para>De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben in raadkamer hun mening kenbaar gemaakt.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Verzoek</emphasis>
    </para>
    <para>Het verzoek strekt tot echtscheiding en het treffen van nevenvoorzieningen, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Feiten </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <itemizedlist mark="-">
    <listitem>
      <para>Partijen zijn gehuwd op [dag] 1999 te [plaats 1] .</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>Zij zijn de ouders van de volgende, nog minderjarige kinderen:</para>
    </listitem>
  </itemizedlist>
  <parablock>
    <para>­ [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats] ; </para>
    <para>­ [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 te [geboorteplaats] ;</para>
    <para>­ Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de kinderen. </para>
    <para>­ De kinderen verblijven bij de vrouw. </para>
    <para>­ Partijen hebben beiden in ieder geval de Nederlandse nationaliteit. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beoordeling</emphasis>
    </para>
    <para>I. <emphasis role="underline">Echtscheiding</emphasis></para>
    <para>De vrouw heeft verzocht om de echtscheiding tussen de man en de vrouw uit te spreken. Zij heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft geen verweer gevoerd. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Nu de laatste gezamenlijke gewone verblijfplaats van partijen in Nederland ligt, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding. Op grond van artikel 10:56 BW is Nederlands recht op het verzoek van toepassing. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">Ontvankelijkheid (ouderschapsplan)</emphasis>
    </para>
    <para>Op grond van artikel 815 tweede lid Rv moet een verzoekschrift tot echtscheiding een ouderschapsplan bevatten. Naar het oordeel van de rechtbank is in dit geval voldoende aannemelijk geworden dat partijen niet in staat zijn om tot een gezamenlijk opgesteld en ondertekend ouderschapsplan te komen. Gelet hierop zal de rechtbank voorbij gaan aan het vereiste van artikel 815 tweede lid Rv. De rechtbank zal daarom de vrouw ontvangen in haar verzoek tot echtscheiding met nevenvoorzieningen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het verzoek tot echtscheiding zal als niet weersproken en op de wet gegrond worden toegewezen. </para>
  </parablock>
  <para />
  <paragroup>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoofdverblijfplaats</emphasis>
      </para>
      <para>De vrouw heeft verzocht om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij haar te bepalen. Omdat de gewone verblijfplaats van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal het verzoek met betrekking tot de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen, nu ook niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich hiertegen verzet. </para>
    </parablock>
    <para />
  </paragroup>
  <paragroup>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Huurrecht</emphasis>
      </para>
      <para>De vrouw heeft het huurrecht van de echtelijke woning verzocht. De woning is in Nederland gelegen. Gelet op artikel 4, lid 3, aanhef en sub a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek ter zake van het huurrecht van deze woning. De rechtbank zal op dit verzoek Nederlands recht als haar interne recht toepassen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal het verzoek met betrekking tot het huurrecht van de woning als niet weer sproken en op de wet gegrond toewijzen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </paragroup>
  <paragroup>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Afwikkeling huwelijksvermogensregime</emphasis>
      </para>
      <para>De vrouw heeft verzocht om de verdeling van de gemeenschap van goederen aldus te bepalen dat aan ieder van partijen de inboedelgoederen worden toegedeeld die hij of zij onder zich heeft, zonder nadere verrekening en dat aan ieder van partijen de saldi van de bank- en spaarrekeningen die op zijn of haar naam staat, worden toegedeeld, zonder nadere verrekening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Rechtsmacht en toepasselijk recht</emphasis>
      </para>
      <para>Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding, heeft hij tevens rechtsmacht ten aanzien van het verzochte met betrekking tot het huwelijksvermogensregime van de man en de vrouw.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor wat betreft het toepasselijk recht is het volgende van belang. Partijen zijn gehuwd in 1999, zodat het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 (HHV 1978) van toepassing is. Niet gebleken is dat partijen een geldige rechtskeuze hebben uitgebracht. Partijen hebben na hun huwelijk hun eerste gewone verblijfplaats in Nederland gevestigd. Zij hadden echter bij de huwelijksvoltrekking de nationaliteit van Marokko gemeenschappelijk in de zin van artikel 15 lid 1 HHV 1978. In dit geval is er daarom sprake van de uitzondering zoals genoemd in het tweede lid, sub a van artikel 4 van het Verdrag. Marokko is namelijk geen partij bij het Verdrag en een zogenoemd nationaliteitsland. Daarnaast heeft Nederland de in artikel 5 van het Verdrag bedoelde verklaring afgelegd. Hieruit volgt dat het huwelijksvermogensregime van partijen vanaf de datum van de huwelijksvoltrekking wordt beheerst door Marokkaans recht. Op grond van artikel 7 aanhef en lid 2 HHV 1978 is vervolgens vanaf 3 mei 2009 het Nederlands recht van toepassing geworden op het huwelijksvermogensregime van partijen, omdat zij vanaf dat moment tien jaar hun gewone verblijfplaats in Nederland hadden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu niet is gebleken dat er vermogensbestanddelen zijn die dateren van vóór 3 mei 2009, zal de rechtbank in het navolgende het Nederlands recht als uitgangspunt nemen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gemeenschap van goederen</emphasis>
      </para>
      <para>Niet gesteld of gebleken is dat de echtgenoten huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt.</para>
      <para>Gelet op het bepaalde in de artikelen 1:93 en 1:94 van het Burgerlijk Wetboek (BW) – zoals deze artikelen golden tot 1 januari 2018 – moet worden aangenomen dat tussen de echtgenoten een algehele gemeenschap van goederen bestond. Het uitgangspunt is dan dat de (door indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding) ontbonden huwelijksgemeenschap (op grond van artikel 1:100 BW (zoals dat gold tot 1 januari 2018)) bij helfte tussen de echtgenoten moet worden verdeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inhoudelijke beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank zal het verzoek van de vrouw tot de vaststelling van de verdeling als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [dag] 1999 te [plaats 1] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de minderjarigen:</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>­ [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats] ; </para>
      <para>­ [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 te [geboorteplaats] ;</para>
    </parablock>
    <para>de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vrouw;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de vrouw met ingang van de dag van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huurster zal zijn van de woonruimte te ( [postcode] ) [plaats 2] , aan de [adres] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt de verdeling van de algehele gemeenschap van goederen als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:</para>
    </parablock>
    <para>­ aan de man worden toegedeeld:</para>
    <parablock>
      <para>­ de inboedelgoederen die hij onder zich heeft, een en ander zonder nadere verrekening; </para>
      <para>­ de saldi van de bankrekening(en) die op zijn naam zijn gesteld, een en ander zonder nadere verrekening; </para>
    </parablock>
    <para>­ aan de vrouw worden toegedeeld:</para>
    <parablock>
      <para>­ de inboedelgoederen die zij onder zich heeft, een en ander zonder nadere verrekening; </para>
      <para>­ de saldi van de bankrekening(en) die op haar naam zijn gesteld, een en ander zonder nadere verrekening; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 11 juli 2025.</para>
    <para />
  </paragroup>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>